donsstormvogel

Pterodroma mollis | feae | madeira  ·  soft-plumaged petrel

Datum 7 februari 1999
Locatie Oostende
Fotograaf Johan Buckens Johan Buckens
Bekeken 1690 ×

Discussie

Garry Bakker  ·  8 februari 2019  13:32, gewijzigd 8 februari 2019  13:43

Zie HIER voor het in 2000 in Dutch Birding (DB 22-3) gepubliceerde artikel over dit geval. Hoewel in de rubriek 'Brieven', staat er noch een passende aanhef ('Geachte lezers,'), noch een vriendelijke groet onder, dus een merkwaardige brief is het zeker ... ;-)

Johan Buckens  ·  8 februari 2019  14:21

Dank Garry, ik was van plan om de link nog te plaatsen. 

Op 7 februari 1999 had ik afgesproken met de broers Miel en Bram Ferdinande om een voormiddag te gaan ‘seawatchen’ vanaf de punt van het oosterstaketsel in Oostende. Er stond een krachtige NW-wind, we hoopten vooral op leuke aantallen winterse gasten zoals alken en duikers. Het oosterstaketsel was onze favoriete stek: je stond er zeer goed beschut,  je kon er bijna altijd staan (uitgezonderd bij de combinatie van springtij en zware storm), en, vooral, zeevogels kwamen geregeld zeer dicht langs gevlogen.

We woonden alle drie dichtbij de kust en hadden in 5 jaar tijd al vele uren doorgebracht op het staketsel. Vaak in het gezelschap van Leo Janssen, de goeroe van de ‘seawatchers’, die destijds jaar na jaar een maand verlof nam in het najaar om dan elke dag, bij gelijk weer,te trektellen vanaf het oosterstaketsel.  We hadden al honderden ‘pijlen’ op de teller staan, en enkele memorabele dagen staan nog in het geheugen gegrift.  Zoals de dag met 16 Vorkstaartmeeuwen (08/09/1995) en maar liefst 26 kleinste jagers op 12/09/1996. In die tijd hadden we beduidend vaker NW-stormen tijdens het najaar dan nu.

Die bewuste dag viel het aantal alkachtigen dik tegen, en duikers vlogen er al helemaal niet. Wel waren er veel Drieteenmeeuwen en behoorlijk wat Noordse stormvogels. Van die laatste noteerden we er een 50-tal. Leuk voor de periode waren een Vaal stormvogeltje en een adulte Kleine jager. Een jonge  Slechtvalk achtervolgde een tijdje een Noordse stormvogel. Dan opeens, rond 10.15u,  zei Bram: ‘Ik heb iets raars in beeld.’ Kort daarop riep hij: ‘Het is een petrel!’. Miel en ik keken elkaar even aan, nog niet onmiddellijk gealarmeerd door deze boude uitspraak. De vogel vloog toen nog op flinke afstand ten NO van ons, net achter de branding ter hoogte van Bredene. We konden de vogel vrij snel oppikken. We kregen een donkere zeevogel in beeld, die duidelijk kleiner was dan een jager of een Noordse stormvogel. Maar wat ons onmiddellijk verontrustte was de vliegwijze.  De vlucht was zeer onstuimig, met snelle vleugelslagen afgewisseld door korte glijperiodes. De vogel maakte hoge bogen, daarbij plots veranderend van richting. Het deed eerder denken aan de erratische vlucht van een Vaal stormvogeltje, maar dan veel sneller en veel hoger boven de golven. De vogel was ook kleiner dan een Grauwe pijlstormvogel, naar mijn inschatting eerder zo groot als een Noordse pijlstormvogel. We hadden nog nooit een pijlstormvogel op deze manier zien vliegen en gingen akkoord met Bram dat het inderdaad een ‘petrel’ moest zijn. Maar welke? Geen van ons had ervaring met zeevogels uit het buitenland. Een Bulwers stormvogel konden we makkelijk uitsluiten, want de vogel had geen lange staart. Dan moest het wel een ‘donsstormvogel’ zijn.  Luidop overliepen we de kenmerken die we paraat hadden, en ik sprak af met Miel en Bram wie vooral op de onderzijde en wie vooral  op de bovenzijde van de vogel zou letten. De vogel naderde ondertussen snel, en het was bang afwachten of de vogel dichtbij zou langskomen. Hoewel de vogel kort achter de branding vloog gebeurt het immers wel vaker dat zeevogels in het zicht van de pier al vroeg een wijde boog beginnen te maken. Gelukkig stelde de vogel de koerswijziging vrij lang uit (uiteindelijk zou de vogel op 100 a 200 meter voor de punt van de pier langs vliegen, wat we in het vakjargon ‘vlakbij’ noemen).

Bloednerveus probeerden we zo goed mogelijk de kenmerken te bekijken. Alleen, er waren er geen! Tot onze grote verbazing bleek de vogel volledig donker te zijn, zowel op de onderzijde als de bovenzijde (eerder dachten we dat het donkere voorkomen te wijten was aan de afstand en de sombere weersomstandigheden).

Ik was de enige met een fototoestel en Bram gebood me om foto’s te nemen. Ik weigerde, mijn handen waren ijsklompen en met het materiaal van toen was het fotograferen van langs vliegende zeevogels meestal volstrekt zinloos. Bram drong echter aan en duwde het fototoestel in mijn handen. Toen de vogel rechtvoor was drukte ik éénmaal af.  Miel kon nog zien dat de vogel een Kokmeeuw passeerde, en kon zo het eerder kleine formaat van de vogel bevestigen.

Daar stonden we dan. We hadden iets zeer bijzonder gezien, maar wat was het nu? Enkele mogelijke kandidaten zijn de donkere vorm van Trindade petrel of Kerguelen Petrel. Afgaande op de grootte en de vliegwijze is deze laatste voor mij de best passende kandidaat.

Jammer genoeg kwam de digitale revolutie een paar jaar te laat. Met het materiaal van vandaag zou de vogel goed gedocumenteerd zijn geweest. 

Max Berlijn  ·  8 februari 2019  14:59, gewijzigd 8 februari 2019  15:06

Trindade Petrel donkere fase als optie meegenomen? Donkere onderdelen past toch op geen van de “dons/fea/zino/bugio” mogelijkheden waar de vogel nu onder is weggezet?

Johan Buckens  ·  8 februari 2019  16:23

Er bestaat ook een donkere vorm bij donsstormvogels, maar die schijnt wel zeldzaam te zijn.


Johan Buckens  ·  8 februari 2019  16:53

Qua verspreiding is Trindada petrel een meer voor de hand liggende optie. Deze soort is echter vrij groot (spanwijdte bijna als Grauwe pijl), terwijl onze vogel eerder de grootte van een noordse pijl had (in directe vergelijking was de vogel kleiner dan een Kokmeeuw). Trindade heeft ook een vrij lichte ondervleugel, je zou verwachten dat dit zichtbaar moet geweest zijn op korte afstand.

Gebruikers van het forum gaan akkoord met de forumregels.

Feedback?

Ja, ik geef toestemming Dutch Birding is wettelijk verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en soortgelijke technieken, en je te informeren over het gebruik daarvan op de site. Dutch Birding gebruikt cookies en soortgelijke technieken voor de volgende doeleinden: het optimaliseren van de website, het gebruik, beheer en gericht kunnen tonen van advertenties, de integratie van social media, het verzamelen en analyseren van statistieken.

Voor een aantal van bovenstaande punten is het vastleggen van bezoekersgedrag noodzakelijk. Ook derde partijen kunnen deze cookies plaatsen, zoals bijvoorbeeld het geval is bij embedded video's van YouTube.