Larus canus canus / heinei
Papendrecht ·
Matthijs Molenaar
Betreft een vergelijking met links Europese stormmeeuw Larus canus canus en rechts Russische stormmeeuw Larus canus heinei.
Bij Papendrecht (naast een grote meeuwenslaapplaats) hebben we de laatste weken er minstens 3(!) heinei uit weten te pikken. Afgelopen zaterdag hebben we wat meer gefocust op de grote variatie die er te zien is bij Stormmeeuwen Larus canus, bij zowel 1 cy als adult. Zie hier (en andere waarnemingen) voor meer foto's van deze vogels.
Qua bouw en uiterlijk kunnen de subspecies van Stormmeeuw Larus canus nog best veel op elkaar lijken, zie ook de eerdere post; qua handpenprojectie is het vaak snel te checken.
Zie links Europese stormmeeuw L. c. canus met grote witte spiegel op P9, grijs tot aan de basis van de buitenvlag van P8, P9 en P10 (bij deze vogel valt P10 wel mee), dikke witte tongtip op P7 plus asymmetrisch en gebroken bandje op P5 (al heeft Russische stormmeeuw L. c. heinei dat ook wel eens).
Zie rechts Russische stormmeeuw L. c. heinei met spiegel op P9 die ongeveer even groot is als het zwart op de punt, zwart tot op de basis van de buitenvlag van P8, P9 en P10 (P10 lastig te zien), grijze tong op P7 zonder dikke witte tongtip, lange wig op P6 plus symmetrisch en ongebroken bandje op P5.
Larus canus canus / heinei 6
Papendrecht ·
Matthijs Molenaar
Betreft een vergelijking met boven Russische stormmeeuw Larus canus heinei en onder Europese stormmeeuw Larus canus canus.
Bij Papendrecht (naast een grote meeuwenslaapplaats) hebben we de laatste weken er minstens 3(!) heinei uit weten te pikken. Afgelopen zaterdag hebben we wat meer gefocust op de grote variatie die er te zien is bij Stormmeeuwen Larus canus, bij zowel 1 cy als adult. Zie hier (en andere waarnemingen) voor meer foto's van deze vogels.
Adulte vogels zijn er met een dikke "sjaal" die bijna aan Kamtsjatkastormmeeuw L. c. kamtschatschensis doen denken, tot bleke vogels met soms zelfs lichte iris die nét geen Russische stormmeeuw L. c. heinei zijn (link 1, link 2, link 3). De handpenprojecties wijzen echter allemaal op Europese stormmeeuw L. c. canus. Zie ook de volgende geplaatste foto in de galerij.
Zie in de collage het kleine verschil in bouw tussen Russische stormmeeuw L. c. heinei en Europese stormmeeuw L. c. canus (beide met hpp gecheckt). Russische stormmeeuw L. c. heinei heeft een plattere, langgerektere kop, nét iets gelere snavel, en een bijna smetteloos witte kop (waar je snel op aanslaat, al kun je dus zien dat dat niet sluitend is voor determinatie). Ziet er dus net wat minder "schattig" uit dan Europese stormmeeuw L. c. canus, die echt een bollere kop heeft.
Turdus merula 2
Eindhoven ·
Josh Mengerink
Beginnend vogelaar zoekt hulp
Larus delawarensis x canus 2
Elster Buitenwaard, UT ·
Jill Heeres
Bij deze vogel zijn een aantal kenmerken te zien die zouden kunnen wijzen op invloed van ringsnavelmeeuw:
-
De iris is zeer licht, bijna zo licht als bij ringsnavelmeeuw. Dit lijkt buiten de variatie van stormmeeuw (zeker L. c. canus) te vallen.
-
Deze vogel heeft een duidelijk bandje over de snavel. Dit is niet ongewoon bij stormmeeuw, maar het is wel indicatief.
-
De poten lijken eerder geel dan groen, maar het is me onduidelijk in hoeverre dit komt door het licht en fotografisch effect.
-
De hoeveelheid zwart in de basis van p9-8 lijkt me minder dan gemiddeld bij stormmeeuw in dit kleed. Dit is echter zeer variabel en volgensmij valt deze vogel daarbij in de overlapping tussen stormmeeuw en ringsnavelmeeuw.
-
De tong in p7 heeft geen opvallende lichte tongtop, zoals meestal aanwezig bij canus, maar of dat licht aan het subadulte kleed of invloed van ringsnavel durf ik niet te zeggen.
Contra invloed van ringsnavelmeeuw:
-
De algemene bouw van de vogel lijkt me niet 'bulky' dan een gewone stormmeeuw.
-
De snavelvorm is niet dikker dan normaal. (de punt lijkt me wel enigszins stomp)
-
De spiegel op p9 is redelijk groot.
-
Door het licht lastig te bepalen, maar de kleur van de mantel lijkt me niet lichter dan normaal.
Dit is wat ik er zelf uit interpreteer, maar ik ben zeker geen expert op het gebied van meeuwen. Graag hoor ik dus meer meningen over deze vogel. Ik durf ook niet met zekerheid te zeggen of dit een tweede of derde winter vogel is.
Met dank aan Pim Rijk voor het me opnieuw op deze vogel wijzen, nadat ik zelf eigenlijk al overtuigd was geraakt van een zuivere canus.
Meer foto's hier
Motacilla tschutschensis 1
N.a.v. een vraag van Peter de Knijff, hier de sonogrammen van de twee door hem aangetoonde hybride Oostelijke Gele Kwikstaarten in Nederland. Op uiterlijk spannende, kleurloze beesten. Roepjes van de Rhoon vogel zijn van het type dat ik niet meeneem in het onderzoek naar rauwe/gemoduleerde kwikstaartroepjes. Ik schaar deze onder "gladde" roepjes. Er zijn wel wat hobbeltjes te zien, maar niet op een andere manier dan bij heel veel Westelijke Gele Kwikstaart roepjes. Zowel Oostelijke als Westelijke kunnen soortgelijke gladde en nog gladdere roepjes maken. Als er dan modulaties zijn, is dat meestal in het piekje (die tel ik in het onderzoek niet mee, de vorm van het piekje is binnen een individu of taxon behoorlijk variabel) of nabij het uiteinde van de roep. Ik denk niet dat bij dit soort roepjes betrouwbare verschillen te vinden zijn tussen taxa. De Paezemerlannen vogel is wel degelijks spannend gemoduleerd. D.w.z: over de volledige lengte na het piekje, met regelmatig herhaalde en scherp gevormde modulaties.
Motacilla tschutschensis 10
Her en Der ·
Maarten Wielstra
N.a.v. eerdere vage opmerkingen van mijn kant, ergens binnenkort onvindbaar in de krochten van dit forum, een uitleg met plaatjes over wat ik denk te weten over het verschil tussen "hybride" (thunbergi × plexa) en "zuivere" Oostelijke Gele Kwikstaart (O.G.K.). Hellquist zegt het ook in zijn artikel: in het gebied waar genetisch gezien O.G.K. voorkomt, zijn de (rrrrrauw klinkende) roepjes sterk gemoduleerd en dikwijls met een uitgewaaierd uiteinde van de modulaties. Een voorbeeld is het derde roepje op de bovenste rij: "plexa". Net ten westen van dit gebied zijn genen aangetroffen van zowel Westelijke als O.G.K., zoals te zien in het artikel van Per Alstrom. Voorbeelden daarvan zijn het tweede roepje op de bovenste rij "hybride zone" en de eerste twee op de onderste rij "thunbergi/plexa hybride zone". Deze hybride zone roepjes zijn de sterkst gemoduleerde die ik ken, bij broedvogels buiten de zuivere zone. Het zijn ook de opvallendste in het artikel van Hellquist. Hij merkt op dat ze ondanks deze modulaties niet zo rauw klinken. Let op: het zou ook nog een zuivere plexa kunnen zijn. De enige mij bekende (nagenoeg zekere) hybride die sterk gemoduleerd is, is de hybride Paezemerlannen in 2022: sterkst gemoduleerde roepje eruit gepikt, op beide rijtjes te zien. Op de bovenste rij zijn vier roepjes met grijze achtergrond te zien, van kandidaten O.G.K. in NL in 2025. O.G.K. laat met name bij kandidaten in het najaar veel "plastic" roepjes zien, d.w.z. afwijkend van het bekende beeld in de broedsituatie. Waarschijnlijk jonge beesten die oefenen. Voor mij is een klassieke O.G.K. roep een roep met 2 lange stokjes omhoog in het begin, een ietwat uitstekend piekje in frequentie, vervolgens een steile, continu gemoduleerde afdaling omlaag en dus een uitgewaaierd uiteinde. Vanuit dat kader heb ik de roepjes van deze vier kandidaten geselecteerd. Hoarnestreek voldoet m.i. aan alles. Texel is te "plastic", met in het begin van de afdaling onduidelijke modulaties, maar qua algehele vorm en "waaier" wel degelijk spannend. Paezens ('25) is m.i. een grensgeval. Oordeel zelf, ik neig naar positief, maar moeilijk te overtuigen. Die van Kopstukken is wat te weinig steil voor een klassieke roep en qua modulaties is de linkerkant zwakjes (als Texel) en de rechterkant matig (als Paezens '25). Voor de volledigheid heb ik ook nog vier verwarrende roepjes van Westelijke Gele in de onderste rij geplaatst. Deze zijn lager in frequentie en hebben qua amplitude meer gelijkmatigere en grotere modulaties. De modulatie is daar ook langzamer (meer uitgestrekt over de x-as).
Anser fabalis 13
Bargerveen ·
Tijmen Majoor
Iedere winter doe ik meerdere pogingen om een goede kandidaat taigarietgans te vinden. Afgelopen weekend hadden we weer de eerste poging van het jaar toen we deze vogel tegenkwamen. Hij viel meteen op door zijn langwerpige uiterlijk, lange nek en lange dunne snavel. De vogel stond solitair aan de rand van een menggroep toendra's en kollen. Na een tijdje lieten we de vogel weer los maar het begon toch weer te kriebelen. Na een paar uur keerde we terug waarna we hem al snel weer hadden teruggevonden. Wederom liep hij solitair aan de rand van de groep. Gelukkig een stukje dichterbij waardoor we de vogel beter konden beoordelen waarna hij in zijn eentje opvloog. Ik ben erg enthousiast over deze vogel mede met wat kenners die ik heb benaderd. Ook hoor ik juist weer wat tegengeluid. Ik ben erg benieuwd wat jullie ervan vinden.
Kenmerken die voor taiga spreken:
-
Langwerpig lichaam
-
Lange dunne hals
-
Lange snavel die geleidelijk overloopt in de kin
-
Rechte dunne ondersnavel
-
Zwanenknobbel bij ingetrokken nek
-
Egaal donkere kop en hals met weinig contrast
-
Geen tot nauwelijks een grijns
Opvallende kenmerken
-
Geen grote vogel
-
Geen verhoogd culmen
Motacilla tschutschensis 14
Paezemerlannen (FR) ·
Maarten Wielstra
Op 7 november 2025 vond Raymond Daemen een Oostelijke Gele Kwikstaart bij Paezemerlannen. De vogel liet in eerste instantie een scala aan boogvormige roepjes horen, waarbij de suggestie werd gewekt dat het mogelijk een atypische westelijke Citroenkwikstaart betrof. Gelukkig werd de vogel de volgende dag goed gefotografeerd en bleek het toch een Oostelijke Gele. Even fijn was dat enkele van de daarbij opgenomen roepjes hier naadloos op aansloten. De overige roepjes waren enerzijds klote, anderzijds leerzaam.
Ik was benieuwd hoe het door Rob van Bemmelen beheerde ´´linear discriminant analysis´´ programma de roepjes zou beoordelen op basis van eerder door mij opgemeten referentiemateriaal van rauw roepende kwikstaarten (4 taxa Oostelijke Gele, 3 taxa Citroen, 2 taxa Witkeel en ook Balkan) uit de broedtijd/-gebieden. Dit programma kwam steeds uit op plexa en tschutschensis (welke op roep nogal overlappen en op basis van DNA en veldkenmerken m.i. wellicht beter tot één taxon kunnen worden gerekend). Kanttekening is wel dat er in het archiefmateriaal geen hybriden, dwaalgasten en jonge vogels zijn opgenomen, waardoor een vergelijking niet helemaal zuiver is. Ik vermoed dat dwaalgasten in het najaar hoofdzakelijk 1kj vogels zijn en dat deze een breed scala aan ''plastic calls'' laten horen. Daarom wacht ik per geval graag de door mij zo genoemde ''klassieke roepjes'' af. Daarmee bedoel ik de roeptypes welke op het oog sterk lijken op diegenen die ik in compilaties paraat heb staan (om hierin de variatie per taxon van Oostelijke Gele Kwikstaart samen te vatten). Ik heb geen compilaties van de Citroenen, Witkelen en Balkan gemaakt, maar die zijn a.d.h.v. oppervlakkige kenmerken meestal wel goed op taxon te duiden. Meestal zeg ik, want er zijn hier en daar wel kleine stukjes overlap.
Maar nu over dat lelijke plaatje, want door de eerder genoemde onzuivere vergelijking (vanwege de verwaarloosbare wetenschap over roepjes van jonge en hybride gelige kwikstaarten) moet er voorlopig ook een menselijke beoordeling aan toegevoegd worden:
De bewuste vogel (midden) heeft na de piek een wat lager liggend recht, diagonaal aflopend stuk modulatie. Doorgaans is bij Citroenkwikstaart die piek wat minder nadrukkelijk en is de modulatie wat meer in een boog aflopend naar beneden. Met wat oefening is dit verschil meestal wel duidelijk, maar er zijn dus ook wel roepjes die op het oog lastiger zijn. Dan is meten handig en de bedoeling is dat een ieder in de toekomst uiteindelijk ook zelf die metingen kan doen met behulp van een app. Op het plaatje is links een plexa-tschutschensis type roep uit het broedgebied van tschutschensis te zien. De meesten, zo niet alle ''klassieke'' roepjes van dwaalgasten die we hier krijgen hebben een dergelijke piek. In broedgebied/-tijd van dat taxon is de piek vaak ook nog hoger, mogelijk komt dit doordat het dan adulten betreft. Tenslotte is rechts de bekende en gehate vogel te zien welke (toevallig?) ook in Paezemerlannen heeft gezeten en door Peter de Knijff ontmaskerd is als zijnde een vermoedelijke hybride op basis van autosomaal DNA onderzoek. Ik heb van deze shitvogel het meest vergelijkbare roepje uitgekozen. Deze vervelende vogel is de enige mij bekende (vermoedelijke) hybride kwikstaart met rauwe roepjes. De enige andere vermoedelijke hybride (Rhoon) had gelukkig geen rauwe roepjes.
Mijn eigen conclusies:
Ik zie meer gelijkenissen met een zuivere Oostelijke Gele Kwikstaart (uit de plexa/tschutschensis groep) dan met de vermoedelijke hybride van 2022. Het belangrijkste verschil vind ik de modulaties aan het uiteinde van de roep. Omdat de modulatielengte bij plexa/tschutschensis korter is dan bij de 2022-vogel (dus snellere modulatie, smallere tandjes), zijn de modulaties wat verticaler en dit zie je dan met name terug bij de wat langere en meer afdalende eindmodulaties. Deze vormen in vergelijking met de 2022-vogel een soort blokje van verticale streepjes. Bij de overige opgenomen roepjes van de 2025-vogel is dit type modulaties overigens wat duidelijker ''blokvormig'' (tevens door kwaliteit/afstand), maar daar betreft het niet het ''klassieke'' roeptype. Tot het tegendeel bewezen is (totdat een vermoedelijke hybride ook ''klassiek'' roept) zie ik geen aanleiding om vogels als die van deze casus af te schrijven als mogelijke hybride. Het is tot die tijd verder aan CDNA om te bepalen hoe sterk de hier omschreven kenmerkentoestand van de vluchtroep is.
Dat was het.
Branta hutchinsii 4
Vechtpark Hardenberg ·
Julian Overweg
Het is al even geleden maar voldoet de vogel vooraan (waarneminglink) aan hoe Hutchins' Canadese Gans eruit zou moeten/mogen zien?
Tussen de winterse groepen van Grote Canadese Ganzen in dit gebied aan de Vecht bij Hardenberg heb ik al best wat gekke vogels gevonden; scannen is de moeite waard!
Vorige winter:
- Rotgans
- Wellicht Todds Canadese Gans
- Mogelijk hybride Canadees x Brandgans
Hydrocoloeus minutus
Helgoland, hoofdeiland-oostrede ·
Peter de Knijff
Hier een volwassen Dwergmeeuw met p9 en p10 nog groeiend.
Hydrocoloeus minutus 1
Helgoland, hoofdeiland-oostrede ·
Peter de Knijff
Tussen 23 en 29 oktober vlogen er honderden Dwergmeeuwen rond Helgoland. Vooral vanaf de oostrede van het hoofdeiland waren ze regelmatig fraai van dichtbij te bestuderen en vast te leggen. Vrijwel alle vogels waren volwassen. Ik heb in vier dagen er 485 goed kunnen bekijken en vond slechts vijf onvolwassen vogels (3x1KJ, 2x2KJ). Veel volwassen vogels waren nog in actieve handpenrui, met soms p8 en p9, maar meestal alleen p10 nog groeiend. Hier drie volwassen vogels (en nee, dit is geen compilatie maar "as they were).
Anthus campestris 5
Hoek van Holland ·
Maarten Wielstra
Sebastien Provost ontdekte dat een Duinpieper van afgelopen januari in Frankrijk, een afwijkende roep had. De vogel klonk intermediair tussen Mongoolse en Duinpieper. Hij heeft deze roep vergeleken met referentiemateriaal en vond dergelijke roepjes alleen terug in zuidelijk Azië. De vogel vertoonde daarnaast ook subtiele uiterlijke verschillen in kleur, formaat en gedrag. Al met al lijkt er sprake van een Aziatische ondersoort. Voor de liefhebber kan ik het Franstalige artikeltje dat hij erover heeft geschreven (voor ''Ornithos'') doorsturen.
Ik ben de late waarnemingen (vanaf oktober) van mogelijke/vermeende Duin- en Mongoolse Pieper in NL langsgelopen en vond dit de meest overtuigende kandidaat (uit zeer weinig kandidaten):
Kandidaat Aziatische Duinpieper 10 oktober 2022 Hoek van Holland (Jos Koopman)
Ik heb deze voorgelegd bij Sebastien en ook hij vond de vogel erg lijken op bepaalde roepjes van de Franse vogel:
Kandidaat Aziatische Duinpieper januari 2025 Frankrijk (Sebastien Provost)
Conclusies:
-''versimpelde'' sonogrammen (zonder duidelijk 'M' of 'h' patroon) en ''Mongoolse achtige'' roepjes bij Duinpiepers in het vervolg goed controleren. Met name wanneer het late vogels (per oktober) betreft. Het zou zomaar een Aziaat kunnen zijn!
-Een duidelijk opgenomen Mongoolse Pieper hoeft niet voor problemen te zorgen, maar bij een verre vogel kan de onderste driehoek/heksenhoed wegvallen en komt een exotische Duinpieper ondersoort in aanmerking.
-Zodra er meer aandacht voor ontstaat, kunnen Aziatische Duinpiepers mogelijk in de toekomst CDNA materiaal gaan worden.
Hydrocoloeus minutus 3
Zuidpier, IJmuiden ·
Enno Ebels
Matige foto maar een opvallende eerstejaars vogel vanmorgen langs de Zuidpier met zeer uitgebreide donkere tekening op de bovenvleugel, een fenomeen dat soms voorkomt in dit kleed. De website www.gull-research.org zegt hierover, onder 'Aberrants': First-year sometimes with more extensive dark on upperwing. May have brownish-black upperwing-coverts, often with narrow white tips to greater and primary coverts; others have black carpal bar enlarged by dark brown lesser and greater coverts, often with broader dark primary tips from below. Very dark birds have all upperwing-coverts and flight feathers blackish, the former with white tips and edges.
Sylvia althaea blythi 1
Helgoland ·
Peter de Knijff
Ik heb het tijdens een DBA praatje al eens laten zien. Lichtinvalshoek en wel of niet zon kan het kleurenpalet van o.a. Braamsluipers maar ook Tjiffen extreem beinvloeden.
Dit is dezelfde Sib-braam maar nu in de schaduw kort nadat hij een vlieg van mijn schoen pakte. Moest achteruit om scherp te kunnen stellen.
Sylvia althaea blythi
Helgoland ·
Peter de Knijff
Minimaal vijf verschillende Braamsluiper werden de afgelopen week op Helgoland gezien. Deze zeer tamme vogel heb ik alleen en lang kunnen bewonderen. M.i. een blythi, hoewel ik halimodendri niet durf uit te sluiten. P2 was =7 of 7/8 en veel wil in buitenste staartpen en witte top op T5. Geen roep gehoord. geen veertje of poep kunnen verzamelen.
Motacilla tschutschensis 3
Nederland ·
Maarten Wielstra
Mening: een vogel met een roep welke matcht met broedgebied/tijd, zou geaccepteerd moeten worden als plexa/tschutschensis. Roepjes die hiervan afwijken zouden in theorie op een hybride kunnen wijzen, ondanks dat ze mogelijk evengoed op onvolwassen zuivere vogels kunnen passen. Ik ken geen bewijs van zo'n onvolwassen roep, maar er is wel één hybride bekend die zaagtandroepjes liet zien op het sonogram: het gedrocht van de Paezemerlannen. De roepjes van dat schepsel hebben een groot deel van de West Europese dwaalgasten doen wankelen. Daarom dit plaatje: let op het uiteinde van deze "klassiek Oostelijke" roepjes van de Hoarnestreek vogel. De modulaties hebben een grote amplitude en de roep komt lager in frequentie uit dan de hybride. De combinatie van deze twee sonogramkenmerken (zo ook bij die Texel vogel) past, in tegenstelling tot de sonogrammen van Paezemerlannen, perfect bij het beeld van een zuivere plexa/tschutschensis. Als we dit verschil aanhouden en het onzintaxon plexa nu eens stoppen te erkennen, kunnen we m.i. met goede argumenten een +1 noteren op de Nederlandse lijst. Maar laten we vooral ook dit soort perfect roepende vogels blijven aftappen op DNA. Als blijkt dat hybriden ook zo "zuiver" kunnen roepen, kan ik me voorstellen dat men bij CDNA (-->) DNA wil als bewijs, zoals bij de noodzaak van de juiste ring bij een Grote Canadese Gans of een adulte Baltische Mantelmeeuw. Tot die zou DNA m.i. geen vereiste mogen zijn, als de roep verder klopt. Als een gele 1e jaars vogel not done is, zie ik daar ook graag argumenten voor. Want heb ik iets gemist? Is een grijs kleed niet slechts een ondersteunend kenmerk voor de determinatie tot Oostelijke Gele Kwikstaart? Hoevaak komen gelige vogels eigenlijk voor onder het kroost van Oostelijke? <Einde mening>.
Calidris minuta 20
't Zand ·
Fred Visscher
Juveniel die mij vandaag flink bezig hield in het veld. Een bijzonder kleed en dat is dan ook de reden dat ik de vogel ook in deze categorie upload.. Linkje naar wat meer foto's van dit ex.
Motacilla tschutschensis 1
O.a. Hoarnestreek (FR) ·
Maarten Wielstra
Op 14 september nam Marnix Oudega een mogelijke Citroenkwikstaart op bij Hoarnestreek, Friesland. In het plaatje gaat het om de middelste twee roepjes met de donkerder grijze achtergrond. Links ervan 2x taxon tschutschensis uit broedgebied en rechts 2x plexa uit broedgebied. Wat mij betreft een goede match met het taxonpaar plexa/tschutschensis (Oostelijke Gele), in het overlapgebied van roepvariatie tussen beide taxa. Ik ken geen voorbeelden van andere taxa (taivana, macronyx, Citroentaxa, etc.) noch hybriden die ook precies zo kunnen roepen. Vandaar dat ik deze hier even wilde delen.
Calidris minuta 33
OVP ·
Folkert Jan Hoogstra
Vrijdagmiddag al geweest, maar toen niet met zekerheid gezien. Nog wel een groepje steltjes gefilmd om thuis na te kijken. Hier bleek de vogel toch op te staan, maar daarna met zekerheid een dikke 1,5 uur de vogel niet meer tussen de andere kleine steltjes gezien. Vanmorgen was mijn zoontje al voor 6 uur wakker (iets met chronische oorontsteking: dinsdag kno arts) dus toch maar een keer die kant op en nu de vogel in mooi licht kunnen filmen. Op deze foto is het webje tussen de buitentenen zichtbaar (links kleine op dezelfde afstand, duidelijk zonder webje, daarna de grijze met webje en voor het beeld daarna nog dezelfde videostill, maar dan minder ver ingezoomd. Eens met Gary dat webjes niet nodig zijn voor een zekere determinatie, maar het is toch wel fijn als de vogel die blijkt te hebben. Bewegende beelden volgen over een week of twee wel op de bekende kanalen.
Calidris minuta 5
Oostvaardersplassen, kijkhut De Grauwe Gans ·
Matthijs Molenaar
Het was een enorme drukte in de kijkhut vandaag! Bleek een lastige vogel te zijn, die uren uit beeld is geweest en vaak op enorme afstand zat. Vogel was het makkelijkst uit de groepen bontbekken, kemphanen, bontjes en kleine strandlopers te pikken door het verenkleed, halsband en koude kleuren.
Cyanistes caeruleus 9
Lanaken, België ·
Ken Kraaijeveld
Deze mees werd op 3 november 2021 gevangen te Lanaken in België. Er werd gedacht aan een hybride azuur x pimpelmees. Met het verschijnen van de studie van Irestedt et al. 2023 werd het mogelijk dit idee te testen. Op het Leiden Centre for Applied Bioscience (verbonden aan de Hogeschool Leiden) werden een aantal DNA markers gesequenced. De beschikbare DNA sequence data duiden op een zuivere pimpelmees en passen niet op een hybride. Het verhaal is gepubliceerd in Ardea.
Charadrius semipalmatus
Terschelling, Vijfde Slenk ·
Thijs Glastra
En nog een foto van de vliegende groep waarbij wat meer vogels zichtbaar zijn.
Charadrius semipalmatus 12
Terschelling, Vijfde Slenk ·
Thijs Glastra
Bij deze de compilatie op wat grotere resolutie. Even wat kenmerken op een rijtje, die niet sluitend zijn maar wel pro Amerikaanse zijn:
-
Weinig wenkbrauw
-
Brede zwarte band over voorhoofd
-
Geel oogringetje
-
Smalle borstband
-
Wit lijkt tot boven de gapeline te komen (vooral een kenmerk bij eerstejaarsvogels, maar lijkt ook bij adulte Amerikaanse Bontbekplevier zichtbaar, bij adulte Bontbekplevier vaak tot aan de gapeline reikend)
-
Handpenvlekken bajonet-vormig (bij Bontbekplevier meestal meer afgerond)
Overige kenmerken:
-
Snavelvorm niet opvallend kort/dik, maar lijkt misschien wat hoger aan de basis en is ook zeker niet lang (kop van twee Bontbekplevieren uit dezelfde groep ter vergelijking toegevoegd)
-
Vrij veel oranje aan de basis, wat niet per se sterk is voor Amerikaanse, maar wellicht wel binnen de variatie valt?
-
Mogelijk iets slanker dan omringende vogels, maar lastig te bepalen door mogelijk verschil in afstand en houding.
Killian heeft er nog niet uitgebreid naar kunnen kijken, maar reageerde vanuit het veld: "This is a very interesting bird. I will try to look properly at the photos later. I see a lot to suggest Semip, main concern is size, but closer range may explain that…"
Circus macrouros x aeroginosus 7
Groningen ·
Richard Ubels
Duidelijk een ander individu dan mijn upload van laatst, maar niet die van Texel (ik zal nog eens door de foto's om te zien of ik die ook heb, maar ik vrees van niet. Ze werkten niet erg mee).
Circus macrouros x aeroginosus
Groningen ·
Richard Ubels
Allerdrie in één beeld, wel ver....
Turdus merula 1
São Miguel ·
Fred Visscher
Iets woestere snavel en ze kwam mij iets groter over.
Motacilla feldegg 1
Constanta Roemenië ·
Gijs Woldhek
@ Julian, een foto van een dombrowskii genomen in Roemenië
Motacilla flava 13
Kloosterhaar - Rauwbloksweg (gemeente Hardenberg, Overijssel) ·
Julian Overweg
Anser albifrons flavirostris 8
Koningslaagte, vlakbij stad Groningen. ·
Ipe Weeber
Alleen tussen de Kollen. 2e kj. vogel. Vandaag (24-3) helaas niet teruggevonden. Zie ook waarneming.nl
Via de locale app (Grunn Twitchers) alleen nog maar positieve reacties.
Anser albifrons flavirostris
Koningslaagte, vlakbij stad Groningen ·
Ipe Weeber
Alleen tussen de Kollen. Het is een 2e kj. vogel.
Via de locale app (Grunn Twitchers) alleen nog maar positieve reacties.
Larus canus 4
Vechtpark Hardenberg ·
Julian Overweg
Komt in de buurt van Kamtsjatkastormmeeuw Larus canus kamtschatschensis ?
Meer foto's op Waarneming.nl.
Turdus torquatus alpestris 24
Telpost Berkheide, Wassenaar ·
René van Rossum
Is dit nou een alpestris ...?
Somateria mollissima 12
Texel ter hoogte van het Wagejot ·
Max Berlijn
Deze Eider ontdekte Jos van den Berg zaterdag bij de Brileider. De vogel had een opvallende geel/oranje voorste helft van de snavel. Vandaag bleek de vogel er nog steeds te zitten en zijn er wat betere plaatjes gemaakt. Zou deze vogel passen op “noordelijke” Eider?
Somateria fischeri
Noord-Brabant ·
Fred Visscher
Ik plaats dit voorbeeld van een adult in verband met het stuk dat ik hier heb geschreven...
Hydrobates leucorhous 18
Wijk aan Zee ·
Roef Mulder
Dit stormvogeltje fotografeerde ik afgelopen woensdag bij de punt van de Noordpier. Alleen al door de manier van vliegen was het gelijk duidelijk dat het geen Stormvogeltje was, dus dan moest het een Vaaltje zijn. Hij vloog een paar minuten naast de pier en ik kon enkele tientallen foto’s maken. Vanwege allerlei andere verplichtingen had ik geen tijd om de foto’s verder te bestuderen (wel enkele op waarneming gezet). Guido Keijl attendeerde me gisteren op de toch wel korte staart en na verdere bestudering van de foto’s zijn er wel meer kenmerken die niet goed passen op Vaal Stormvogeltje. De soort(-groep) die wel lijkt te matchen met de kenmerken die op de foto’s te zien zijn is Band-rumped Petrel (Madeirastormvogeltje);
-staart relatief kort en nauwelijks gevorkt
-vrij smalle witte stuit (meer breed dan lang), het wit loopt door naar beneden op de flanken
-ontbreken van tekening in de witte stuit
-de structuur lijkt wat compacter dan Vaaltje, met iets kortere en minder hoekige vleugels
Minder passend is de vrij ver naar voren doorlopende lichte baan over de bovenvleugels. Mijn ervaring met Madeirastormvogeltje is helaas beperkt tot enkele korte waarnemingen met Madeira Wind, meningen over de ID zijn welkom!
Aythya affinis 15
Zuiderhaven Den Oever ·
Fred Visscher
Een leerzame vogel denk ik, dus zodoende deel ik haar hier. Allereerst lijkt het op foto's toch altijd weer makkelijker/anders dan in het veld. Zo op het eerste gezicht lijkt het best veel op een Kleine topper maar ik was niet voor niets voorzichtig (zie discussie en tekst boven de foto's). Ik heb vele hybride mannetjes gezien b.v die heel erg in de buurt kwamen dus waarom zou dat niet zo bij vrouwtjes kunnen gebeuren... Uiteraard qua kleurstelling is het goed mogelijk, de nagel leek ook ok, alleen kan je daar niets mee en van afstand lijkt dat al snel goed en zelfs van dichtbij zie hier en hier zijn ze soms overeenkomstig... Kortom, daar komen we er ook niet mee, en ik heb geen open vleugel maar slechts de op FB zichtbare foto's die tijdens slechte weersomstandigheden zijn genomen. Vermoedelijk heeft Rob van Bemmelen deze vogel ook gezien in de Dijkwielen op 14-11-2024 en kwam er ook niet lekker uit. Hoe dan ook, is het dus nog steeds mogelijk (er is wat variatie bij Kleine Toppers al is het niet veel..), dat er een Kleine Topper rond hangt in de Dijkwielen of in de Zuiderhaven.
Phylloscopus trochilus 18
Noordwijk ·
Maarten Wielstra
Het is meerdere vogelaars opgevallen dat fitissen die (te) laat in het najaar verschijnen vaak een ‘’afwijkend’’ uiterlijk hebben. De suggestie wordt gewekt dat er een of meer buitenlandse ondersoorten in het spel zijn. Vogels zien er bijvoorbeeld groter uit en/of foerageren langzamer. Soms wordt er gesproken over een langere snavel. Bovenal zijn er kleedkenmerken die opvallen. Mensen maken melding van koud gekleurde fitissen. Soms vallen ze op als erg bleek, soms juist als heel donkerbruin. Iets dat vaker is genoemd zijn sterk oranje gekleurde pootjes bij een sommige individuen. Hier en daar valt er een vleugelstreepje op bij waarnemers.
Naar aanleiding van de vogel uit dit topic werd mijn interesse getriggerd om dit te willen uitzoeken. De Noordwijkse vogel valt mij op als ‘’donker’’, bruinig en de pootjes zijn opvallend oranje. Vooral die combinatie maakt dat de vogel er in mijn ogen anders uitziet dan de Fitissen zoals ik ze in september tegenkom.
In de periode van 20 oktober – 28 november ben ik in op internet meer vogels met deze kenmerkencombinatie tegengekomen, al dan niet bestempeld als opvallende fitissen door de waarnemers. In deze periode valt op dat veel fitissen een andere gezichtsuitdrukking hebben. Snavels lijken vaak langer en krommer, oogjes lijken kleiner, wenkbrauwstrepen onduidelijker. De vogels hebben niet het schattige uiterlijk van de reguliere fitis en lijken zelfs depressief of agressief! Mijn indruk is dat koprui optreed in deze tijd en dat dit die afwijkende kopjes deels of misschien wel geheel verklaard: de snavelbasis komt bloot te liggen, veerpartijen rond de ogen en wenkbrauwen zijn slordig geworden. Het roept bij mij de vraag op in hoeverre overige kenmerken ook worden aangetast door seizoenverschijnselen: worden pootjes meer oranje door het afslijten van donkere kleuren? Worden vogels kleurlozer of bruiner door het wegvallen van groene en gele tinten? Het bleek niet eenvoudig om harde grenzen te trekken bij een poging late fitissen te categoriseren. Ook bleken lichteffecten de kleur van individuen op diverse foto’s dusdanig te beïnvloeden dat het correct interpreteren ervan soms heel lastig was.
Zonder harde uitspraken te durven doen, probeer ik toch wat suggesties te doen over de verschillende patronen die zich naar mijn idee manifesteren in de fitiswereld van het late najaar en de winter. Dit doe ik zonder uitgebreid de beschikbare literatuur te kopiëren, dus corrigeer me vooral. Omdat ik het zelf heel interessant vind, maar ook omdat ik hoop dat mensen er nóg beter op gaan letten. Hopelijk levert het bijvoorbeeld meer foto’s op van opvallende vogels en gaan mensen vaker een DNA sample veiligstellen bij vangsten.
Volgens de geschriften en/of geruchten is de Noordse Fitis, ondersoort acredula, wat bleker dan onze trochilus. Minder geel van onderen, minder groen van boven. Er zijn kleurloze exemplaren bekend, maar meestal zijn er nog wel wat geel/groentinten op met name de bovendelen zichtbaar. Het lijkt erop dat onze trochilus hierin overlap vertoont en dat er in elk geval in het zomer halfjaar ook volledig kleurloze beesten bij zitten (vraag het Frank Neijts!). Fotografische en lichteffecten ook hier weer bedrieglijk zijn, dus maak vooral zo veel mogelijk foto’s bij een verdacht beest! Omdat de bleke acredula zo moeilijk te begrenzen is en waarschijnlijk ook totaal niet zeldzaam is in Nederland, heeft deze variant niet mijn interesse gewekt en werk ik hem hier ook niet verder uit.
Ik concentreer me liever op die intrigerende ‘’wortelpotigen’’ (naar Marijn Prins) en ben alongside ook gefascineerd geraakt door de ondersoort yakutensis. Dit late taxon staat niet bekend om een opvallende pootkleur, maar vooral als een kleurloos dier uit het verre noordoosten. Er schijnt volledige overlap te zijn (althans op enkele getoetste kenmerken zoals de kleur van de borst en wat saaie metingen) met acredula en het is onduidelijk in hoeverre er sprake is van een clinaal verloop tussen beide taxa. Naar het oosten toe schijnt de kleur wel wat af te nemen en volgens HBW zouden ze ook bruiner worden (maar of ze dan ook wortelpoten krijgen?). Zoals gezegd kan trochilus ook van kleur ontdaan zijn, om het nog ingewikkelder te maken. Toch koester ik yakutensis, omdat ik een patroon van vogels/foto’s heb gezien op doortrek in het Midden-Oosten waarbij ik niet geloof dat dit trochilus en/of acredula is. Een mooie reeks uit Israël uit de periode 7 -15 oktober is bijvoorbeeld te vinden op de website van Yoav Perlman:
Het gaat om vogels die elke kleur missen en vooral heel grijzig zijn. Met een zonnetje erop zou je het bruingrijs kunnen noemen. Opvallend is dat de naakte delen ook vrij donker zijn. Bij de eerste link omschrijft Yoav hoe hij zelfs aanvankelijk te maken denkt te hebben met een Siberische Tjiftjaf vanwege de donkere poten. De vleugelformule geeft de doorslag, want er is geen versmalling op P6. Bij enkele van zijn voorbeelden van vermeende yakutensis zijn de roetflanken erg opvallend, iets wat je bij een Fitis of Siberische Tjiftjaf overigens ook niet zou verwachten. Ik krijg de indruk dat dit soort vogels ook beperkte buff en/of melkthee (dubieuze term, want hoeveel melk doe jij erin!?) tinten hebben, waardoor er in vergelijking met Siberische Tjiftjaf met de zon erop een wat witter wenkbrauwstreepje overblijft en het ook klassieke beeld van Siberische Tjiftjaf met oranjeroze wang en Kleine Spotvogel bovendelen uitblijft. Eén van de zeer weinige en ook gelijk de beste van de kanshebbers in Nederland, welke ik tijdens het speuren op internet tegenkwam, was deze:
Op sommige foto’s bij deze waarneming is er ook een redelijk grijze flank te zien! Net als de Israëlische vogels komt deze vrij kleinsnavelig op mij over, maar de ervaring leert (Braamsluipers!) dat je hier beter niet te veel uitspraken over kunt doen. Hier volgt nog een reeks andere kandidaten, waarover ik (verpest door het beeld van de Israëlische vogels) stuk voor stuk minder enthousiast ben (moeilijke foto’s, ‘’verkeerde’’ kleurtjes en proporties, etc.):
Schiermonnikoog 19 oktober 2019
Terug naar die donkerbruine vogels met diep oranje poten en ondersnavels, welke het stokje van de yakutensis kandidaten per 20 oktober lijken over te nemen! Op zoek naar een patroon heb ik tot nu toe geen overtuigende aanknopingspunten gevonden die een toevallige combinatie van beide punten minder toevallig maakt helaas. De poten lijken soms wat langer en dikker (door buikrui en pootkleurslijtage?), de kop soms wat woester (zie mijn verhaal hierboven over koprui), de wenkbrauw, borst en anaalstreek eerder wat buff of ‘’valsgeel’’ dan wit of geel…De waarheid is dat er op elk van deze punten wel overlap of hier en daar een uitzondering te vinden is, welke het afbakenen van een nog onbeschreven ondersoort lastiger maakt. Maar juist dit soort dingen weerhoudt mensen ervan om dieper op dit soort kwesties in te duiken en zou ervoor kunnen zorgen dat we iets missen, of iets niet willen zien! The truth is out there!
Hier volgt tenslotte een verzameling van de meest interessante voorbeelden die ik vond van ‘’wortelpotigen’’. De vogel van Rhoon is gevangen en bleek zoals op de november foto’s al te zien nogal groenig. Vanwege de woeste kop, de donkere bovendelen en joekels van oranje poten deze vogel toch maar in deze categorie meegenomen:
Hoek van Holland 20 oktober 2013
Hondsbossche Zeewering 10 november 2017 & zelfde vogel op 12 november
Rhoon 23 november 2018 & zelfde vogel op 5 december
Acrocephalus palustris
Natuurplas Breeveld, Woerden, Utrecht ·
Arnoud B van den Berg
er is discussie over de leeftijd; de kleur van de iris (licht bij adult, donker bij eerstejaars) is daarbij een kenmerk
Ficedula albicollis 23
Noordwijkerhout - Langeveld natuurontwikkeling (ZH) ·
Sylvain Fleur
Vanmorgen deze vrij spannende "Bonte" vliegenvanger tp gevonden. Er leek na wat over en weer appen van foto's een determinatie te zijn vanmiddag, maar er is nu toch weer wat twijfel. Gezien de mogelijkheid dat de vogel morgenochtend nog tp kan zijn bij deze dus tóch even melden via deze weg.
Meer foto's en locatie
Acrocephalus palustris
Woerden - Natuurplas Breeveld ·
Jacob Molenaar
Wat een rollercoaster... Zelfs met deze foto's wisten we het in het veld nog even niet. De NIA van waarneming maakt van deze foto overigens ook met 99% een oostelijke vale spotvogel ;)
Meer foto's hier.
Acrocephalus palustris 10
Natuurpark Breeveld, Woerden, Utrecht ·
Arnoud B van den Berg
Vangst door Tijs van den Berg en Cornelis Fokker op verzoek van aantal Woerdense vogelaars.
Gelochelidon nilotica
Groningen ·
Fred Visscher
Als je er (te) veel tijd in steekt dan kan dat leuke dingen opleveren. Vorig jaar vonden wij de eerste tweede kalenderjaar Lachstern voor NL en dit jaar de tweede. Dit exemplaar was op een overgehouden juv tertial na volledig als adult en staand alleen nog te onderscheiden van een adult door de kakelverse handpennen met nog lichte toppen. Hier een linkje naar meer foto's van de vogel van dit jaar en hier naar die van vorig jaar.
Plectrophenax nivalis 1
Longyearbyen, Svalbard ·
Vincent van der Spek
The very first pic I took on Svalbard was of this male Snow Bunting. One I would have thrown away, if it weren't for the upperparts of the bird. With the rump and lower/central back all white, it matches the description of ssp. vlasowae rather than nivalis (that should breed here). It does seem to lack largely white uppertail-coverts, so probably this is just variation of nivalis I was unaware of? After this bird I checked many more, but none showed such extensive white upperparts. I hardly ever get to study Snow Buntings in summer plumage, so comments appreciated.
Sterna paradisaea 10
Camperduin ·
Fred Visscher
Eerste zomer/2kj/2 cy
Sterna sandvicensis
Camperduin ·
Fred Visscher
Eerste zomer is een zeldzaam kleed zodoende deel ik deze hier bij de rubriek Determinatie.
Sterna sandvicensis
Camperduin ·
Fred Visscher
Vandaag weer even Camperduin bezocht waar gelukkig weer een paar honderd Grote Sterns te bezichtigen zijn. Veelal 4kj vogels en wat overlevers uit 2022 (3kj) met heel af en toe nog een adult (dit laatste blijkt uit mijn ringgegevens). Veel jongen zag ik niet, 3kj/4kj leggen minder eieren, zijn minder ervaren en dat helpt niet. Kortom, de 4kjs en de overlevers (3kjs) van 2022 moeten voor de opbouw gaan zorgen. Nu maar hopen dat vogelgriep niet nog eens toeslaat want er zit nu maar bijzonder weinig reserve (2kj) in Afrika.... Op de foto hierboven (voor de liefhebbers..), een 2kj links in beeld, in het midden een 4kj/adult en rechts een 3kj.
Lanius collurio 4
Hoofdweg, Texel ·
Jeroen de Bruijn
Deze intrigerende Klauwier zit vandaag langs de Hoofdweg op Texel. Een hybride vogel van Grauwe x ....?? Hybride met Roodkop wordt als serieuze optie geopperd.
Pluvialis dominica 5
Bantpolder ·
Roef Mulder
tijdens de rust van Polen - Nederland zagen we deze kleine goudplevier achterin de Bantpolder (gezien vanaf de zeedijk). Helaas best ver en zonder scoop, en na korte tijd weggevlogen richting wad.
Aanvankelijk dacht ik aan een Aziaat maar na bestudering van de foto's denk ik toch Amerikaan vanwege de schijnbaar lange handpenprojectie in zit, vrijwel ontbreken van pootprojectie en het ontbreken van een witte baan tussen resterende zwarte zomerkleedtekening op de buik en de grijze ondervleugel.
commentaar op de ID zijn welkom!

