Zebrilus undulatus 1
Suriname - Plantage Peperpot ·
Alex Bos
We zijn net terug van 3,5 weken Suriname. De tijden dat we hebben gevogeld, was het zonder gidsen. Alleen Amatopo en Bigi Pan waren daarop een uitzondering.
Op plantage Peperpot hebben we enkele dagdelen (geen avondtochten) doorgebracht met ook erg leuke zoogdierwaarnemingen, zoals Brazilian porcupine en giant anteater.
Op onze laatste middagtocht op Peperpot was niet veel te zien. We hoopten op drietenige luiaard, want die hadden we nog niet, maar die lukte niet. Na een paar uur wandelen floot Mathilde mij ineens terug. Ze had een vogel gevonden die ik moest zien. Ik ben teruggelopen en daar zat deze zigzag heron voor onze neus, op nog geen 5 meter. Hij bleef rustig zitten en gaf echt een showtje weg. Af en toe omhippend zodat je ook de andere flank kon bekijken. Rustig de staart bewegend. Echt geweldig! Na een half uur hebben we de vogel maar met rust gelaten en werden we nog getrakteerd op 14 South American coati's.
Ik had deze soort hier niet verwacht, aangezien de vogel vooral ver van de Surinaamse kust (lees Fredberg), wordt waargenomen. Dit was dus een geweldige verrassing.
Rhinoptilus chalcopterus
Mbaye Mbaye - Senegal ·
Henk Hendriks
Dit paartje gevonden op het heetst van de dag onder een struik.
Bronze-winged Courser is voornamelijk 's nachts actief. Overdag schuilen ze onder struiken en als je ze kunt vinden ook fraai te bekijken.
Botaurus sturmii 1
Lamin Rice Fields - Gambia ·
Henk Hendriks
Hier dan een " echte" Dwarf Bittern.
Butorides atricapilla atricapilla 3
Tabacouta - Senegal ·
Henk Hendriks
Een de drie die we tijdens onze Senegal trip vonden.
Nycticryphes semicollaris
Dit is een zelden waargenomen soort, vanwege zijn onvoorspelbaarheid qua opduiken. Lonnie Bregman tipte ons dat dit gebied, drie uur van Buenos Aires, een goede kans gaf op het vinden van de soort, maar dat we op twee opeenvolgende dagen drie exemplaren (desgewenst) urenlang op ooghoogte op 4m afstand zouden hebben hadden we niet kunnen bevroeden. Af en toe werden ze weggejaagd door Plumbeous Rails; van de Wren-like Rushbirds, die er als neotropische waterrietzangers naast foerageerden, hadden ze minder last. En kennelijk ook niet van ons.
We zagen een strak uitgekleurd exemplaar en twee mindere goden waarvan dit er één is. In tegenstelling tot de Afrikaans-Aziatische Greater Painted-snipe (Rostratula benghalensis), die grappig genoeg in een ander genus zit, zouden de sexen bij deze neotropische soort gelijk moeten zijn, dus we hadden kennelijk niet met één vrouw en twee mannen te maken.
Van mij hoeft een foto niet zo perfect, ik houd meer van wat zichtbaar habitat. Hier loopt een rietstengeltje voor de achterzijde van de vogel langs en dat is ook precies hoe je zo'n soort vaak ziet. Wellicht plaats ik nog zo'n verre-van-perfecte foto. Die van Dave van der Spoek zijn overigens wel nagenoeg perfect :-)
Gyps himalayensis
Tal Chappar, Rajastan, India ·
Arjan Brenkman
Nu deze soort recent in Scandinavië op de A-lijst is beland leek het me goed om ook de soort hier onder de aandacht te brengen. Ze zijn immers niet zo gebonden aan de Himalaya als de naam doet suggereren en houden zich in ieder geval in de winter in India en Nepal gemengd op met Vale Gier. Verwarring met adulte Vale Gier is bovendien niet ondenkbaar, maar deze onvolwassen met zijn streepjespak haal je er vrij snel tussenuit. Tijdens een 12-daagste trip van Jan van der Laan en mij in West India kwamen we deze soort een aantal keren tegen.
Ortyxelos meiffrenii 3
Tijdens een vorige trip naar Senegal in 2016 deze soort niet kunnen vinden. Een 16-daagse trip afgelopen februari samen met Wiel Poelmans en Huig Ouwehand leverde een prachtige waarneming van dit beestje op. We moesten er wel voor werken en na een aantal keren een Couscous veld te hebben doorkruist stootten we uiteindelijk een vogel op die goed meewerkte.
Ardea cinerea monicae 1
Langue de Barbarie, zuiden van Saint-Louis, Senegal ·
Lieven De Temmerman
Voor Leo Boon. Het is blijkbaar een trending vogel, dan doen we lekker mee! Aan de Barbaarse tong, met aan de ene kant de Senegal rivier, en aan de andere kant de Atlantique. Het was de enige die we daar zagen, alle andere waren een stukje grijzer (of blauwer). Op een week na 3 jaar geleden, tijdens een (veel te hete) clean-up trip van Senegal, waarbij we de eerste Cabanis's Bunting voor Senegal vonden.
Ardea cinerea cinerea 5
Mauretania ·
Wietze Janse
Voor Leo Boon
Ardea cinerea monicae
St. Louis - Senegal ·
Henk Hendriks
Hier staat de vogel (monicae) naast een "normale" Blauwe Reiger (cinerea) waarbij deze toch wel opvallend anders is. Is officieel inderdaad nog steeds een subspecies maar regelmatig vind ik het zien van een ondersoort net zo leuk als het waarnemen van een soort. En wellicht verandert het inzicht hierin nog in de toekomst.
Dryocopus schulzii
Hotel Las Curiosas, Avia Terai, Chaco, Argentinië ·
Remco Hofland
Vandaag kwam ik terug van mijn sabbatical van twee maanden, verdeeld over noordoost-Brazilië en noord-Argentinië. Deze zeldzame specht was een van de absolute hoogtepunten van de reis, die mede bedoeld was om 10 nieuwe soorten spechten te zien. Eén daarvan, Cream-backed Woodpecker, is helaas niet gelukt; veel zeldzamere soorten als Kaempfer's Woodpecker en Mottled Piculet daarentegen wel. Het was heerlijk vogelen op het terrein van het Hotel Las Curiosas, met geweldige soorten als Lark-like Brushrunner en Scimitar-billed Woodcreeper - maar ik wist niet (of eigenlijk: wél) hoe snel ik moest rennen toen dit vrouwtje begon te roffelen en gelukkig hield ze dat een half uur vol, terwijl ik eronder stond en minutenlange video schoot.
Carpococcyx radiceus
Tabin Wildlife Reserve, Sabah, Borneo ·
Jaap Westra
De nieuwe hide in Tabin heeft al veel moois opgeleverd, waaronder deze mooie soort voor ons; Giant Pitta laat zich hier ook regelmatig zien. Wij zagen deze hier helaas niet, maar wel andere (Sabah) endemen zoals Black-crowned Pitta en Sabah Partridge. Daarnaast is Tabin ook nog eens een geweldige plek voor zoogdieren.
Haliaeetus pelagicus
Nemuro, Hokkaido, Japan ·
Ronald Messemaker
Ergens op de Zuidpier van IJmuiden..
Ardea cinerea monicae 7
St. Louis - Senegal ·
Henk Hendriks
Tijdens een recente trip naar Senegal was dit taxon een van mijn targets.
Banc d'Arguin in Mauretanie is natuurlijk de plek om deze (onder)soort te zien maar ik wist dat er regelmatig enkele exemplaren worden gezien in Langue de Barbarie ten zuiden van St. Louis. Inderdaad zagen we hier een exemplaar die redelijk te bekijken was in de scoop maar toen we bij de brug, praktisch in het centrum van St. Louis reden, zag ik vanuit de auto ineens een exemplaar vlak langs de weg staan. We trokken aardig wat bekijks toen we tussen de vele mensen om ons heen deze vogel fotografeerden.
Prunella atrogularis atrogularis 4
Srinagar, Kashmir, India ·
Max Berlijn
Ik vraag me af welke ondersoort we in Kashmir zagen. Ik zag deze soort in de jaren negentig in Kazakhstan (ssp: huttoni) en had altijd de wens vogels van de veel verder trekkende Oeral populatie te zien. HBW geeft voor dat taxon NW Indian Subcontinent aan en ik vraag me dus af of deze vogel uit de Oeralpopulatie komt. We zagen er 6 in 4 dagen.
Phylloscopus griseolus 4
Mount Abu, Rajasthan, India ·
Jan van der Laan
Met twee waarnemingen in Europa is Steenboszanger een potentiële dwaalgast in Nederland. Broedend in NW China, oost Kazachstan plus wat vage voormalige soviet-republieken, Pakistan en Afghanistan en overwinterend in India. Tijdens een 12-daagste trip van Arjan Brenkman en mij in West India kwamen we deze soort een aantal keren tegen. Ze hebben een harde en duidelijke roep en scharrelen graag op rotsen.
Tigriornis leucolopha
Saloum Delta, Toubacouta, Senegal ·
Eldert Groenewoud
Nadat we 3 uur in een boot de mangroves afgespeurd hadden, waren we weer op de terugweg. De stemming was wat bedrukt en ik was in gedachte al bezig met een boottochtje de volgende dag, toen de boot stopte en de schipper zei: "I see a Tiger Heron". Ongelooflijk hoe hij deze onvolwassen vogel tussen al die luchtwortels ontdekte. De Tiger Hroen bleef roerloos staan zodat we hem fantastisch konden bekijken en fotograferen. Toen we 15 minuten later weer verder gingen was de stemming opperbest,
Mesitornis variegatus
Ankarafantsika National Park, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
De White-breaste Mesite. Een gekke mix van uiterlijke kenmerken. Nakomeling van een soort grote duif welke een wilde nacht had gehad met een soort ral of zo. Naast de Van Dam’s Vanga de moeilijkste belangrijke doelsoort van het bezoek. De soort was dus voor mij tijdens mijn reis alleen te vinden te Ankarafantsika National Park. Vulnerable, met een geschat aantal van 5300 exemplaren. Een nogal sociale soort, welke altijd in kleine familiegroepen struinend over de bosbodem gevonden kan worden.
Aan de wandel, was het devies, meters maken! Na een half uur wandelen zag ik aan de gids dat het plots menens was. Opgewonden wees hij naar voren. Daar zag ik tot mijn grote verbazing een groepje Madagascar Crested Ibis rap op het pad van ons wegwandelen. Ik wist niet eens dat deze mooie ibis in het park voorkwam! Ik had een plek in het zuiden voor de soort, maar fijn dat die nu al binnen was! De gids vertelde mij dat de soort erg zeldzaam was in het park en dat die de vogels zelden tegen het lijf liep. Madagascar Crested Ibis komt “in bijna heel Madagascar voor”, maar met een geschat aantal van slechts 6700 exemplaren. De soort staat bij de IUCN als Vulnerable te boek.
En nu bleken de droge bossen rap stiller te worden. De aanwezige vogels leken hun zegje te hebben gedaan. Het duurde dan ook meer dan een uur wandelen in het snel warmer wordende bos vooraleer we een flock tegenkwamen. De eerste vogel welke herkenbaar in beeld kwam bleek te gaan om de tweede Van Dam’s Vanga van de dag! Dat we de soort twee keer in één ochtend hadden gevonden werd door de gids vaak trots aan andere passerende gidsen gedeeld. Verbazing en ongeloof waren op de gezichten vaak af te lezen. In de flock liet een voor een vanga forse Rufous Vanga zich enkele seconden daarna voor de eerste keer aan mij zien. Daar had ik dus meer aandacht voor!
Naast meerdere soorten in de bomen bleek als snel dat enkele grondvogels zich ook aan de flock hadden toegevoegd, coua’s! Die gekke koekoeken van Madagaskar, waarvan ik nog geen één van de negen soorten had gezien.
Er waren in het park twee soorten coua mogelijk. Welke zou zich aan mij als eerste tonen? Door het dichte struikgewas zag ik een fikse koekoek met een blauwe washuid rond de ogen aan de wandel gaan. Zijn rode kopkap deed mij direct de juiste soort raden, Red-capped Coua! Zijn witgrijze buik maakte de determinatie helemaal af. Nice!
Plots begon toen ook een Coquerel’s Coua te roepen! Met behulp van de gids werd de vogel wat mijn kant opgedreven. Een tweede coua wandelde daarna dicht langs mij heen. De vogel had een olijfgroene kop en een rode buik, soort nummer twee was binnen!
Waar bleven die mesites nu? Uren later was de soort nog steeds niet gevonden. Ik had nog anderhalve dag om die misser geen werkelijkheid te laten worden. Een andere soort, de Schlegel’s Asity, stond ook nog op de verlanglijst. Die soort moest echter gevonden worden in het stuk bos aan de andere kant van de weg.
De vroege ochtend is verreweg de beste tijd van de dag om die laatste soort te vinden. We gingen na het middageten echter een poging wagen. De gids wist in dat stuk bos ook nog wel een plek voor de White-breasted Mesite. Alle waarnemingen van de soort die ik op Ebird had gezien waren echter gemaakt in het bos waar we die ochtend zo naarstig naar de soort op zoek waren geweest.
Maar zowaar, in dat andere stuk bos klonk daar als snel vanuit de dichte vegetatie de onmiskenbare roep van die vreemde soort. Rap renden we in de richting van het geluid. We leken mazzel te hebben want het pad leidde ons precies in de juiste richting! En dat bleek, want al snel zagen we drie exemplaren van de White-breasted Mesite het pad oversteken om aan de rand van de dichte vegetatie eens flink hun best te doen zichzelf kenbaar te maken. Wat een fantastische soort, en wat een waarneming! Loon naar werken!
Na het bezoek een een delta naar het westen toe had ik nog een vogeldag te Ankarafantsika. Als kers op de taart liepen we lukraak tegen mijn tweede familie White-breasted Mesite op. Die soort waar we enkele dagen daarvoor zoveel moeite voor hadden gedaan. Deze keer liet één van de vogels zich nog beter zien toen die op een omgevallen boomstam zijn roep ten gehore bracht.
Het was een fraaie afsluiting van mijn eerste drie weken van de vakantie. Ik zat bijna op het midden!
Icthyophaga vociferoides
Ankarafantisika National Park, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Het was nu tijd voor een boottocht op een twee kilometer lang meer langs de kant van de weg. In de bomen langs dat meer was het mogelijk de Madagascar Fish Eagle te vinden. Scannen langs de weg was zeker vanaf bepaalde punten een optie, maar een bootje nemen was veel handiger en gemakkelijker. Helaas is de Madagascar Fish Eagle Critically Endangered. In het park, met een aantal meren welke naast het meer naast de weg niet door toeristen bereikbaar waren, leefden enkele paartjes. Ik meen mij te herinneren dat het in totaal vijf of zeven paartjes betrof. In totaal wordt de totale populatie van de soort op slechts 240 exemplaren geschat. In een gebied welke 2/3 van de westkust (en hier en daar iets meer landinwaarts) van de westkust van Madagaskar bestrijkt...
Vanaf het bootje zagen we al snel in de verte één van de aanwezige Madagascar Fish Eagles bovenin een boom zitten. Één van de zeldzaamste soorten van de reis. Toen we iets dichterbij kwamen hadden we mazzel. De vogel vloog op en greep met een duik op slechts tien meter afstand een flinke vis uit het water. Impressive! De vogel vloog vervolgens om het hoekje alwaar we die later mooi die vis zagen verorberen. Na iets meer dan een kwartier lieten we de nog steeds etende vogel achter en volgden we met de boot de rand van het meer. Scannend op die mogelijke krokodil of Banded Kestrel zag ik het tweede exemplaar van de aanwezige Madagascar Fish Eagle in een boom zitten.
Coua cristata dumonti
Ankarafantisika National Park, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Coua’s, die aparte negen soorten koekoeken welke Madagaskar rijk is, bestaan vooral uit grond bewonende soorten. Drie van de negen soorten hebben zich echter gericht op een andere niche, hoger in de struiken en bomen. Zo ook de Crested Coua. Ik had de soort in die dagen te Ankarafantsika al enkele keren gehoord, maar dus nog niet gezien. Twee pogingen daarvoor waren niet gelukt, want de vogels bleven in de dichte vegetatie toen te goed verstopt.
Na een wandeling, het werd al snel warmer, hoorden we eindelijk weer die Crested Coua roepen. De vorige keren was ik meer gericht op het zoeken naar andere soorten waardoor mijn doorzettingsvermogen niet toereikend genoeg was geweest. Nu was het moment daar om het eventjes wel goed te regelen. Rennend naar de roepende vogel pikte ik het dier boven in de bomen al snel op. Kassa! Een middelgrote blauwgrijze vogel met bovenop de kop een fikse kuif. Ook deze coua had een blauwe washuid rond de ogen, een trend onder de coua’s. Niet veel later vloog de vogel er luid roepend weer vandoor.
Anas bernieri
Ampitsopitsoka Delta, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Ampitsopitsoka Delta, off the beaten track. Dat zou die eerste twee weken te Madagaskar redelijk vaak gaan voorkomen. Zo ook in dit verhaal. Een bananenboot bracht mij na een uur varen naar de monding van een rivier, alwaar een klein dorp van vissers vrij recent enkele hutten hadden gebouwd om bezoekende toeristen onderdak te bieden. De deurmatten werden daar niet platgelopen, maar de weinige vogelaars brachten op die manier wel wat geld in het laatje.
Tijdens de laatste uren licht van de dag begon het vloed te worden. Niet de meest ideale omstandigheden, maar ik had er vertrouwen in dat het goed zou komen. Enkele soorten moest ik tijdens het bezoek aan de delta echt gaan vinden.
Na het ritje met de bananenboot werden ik, Teddy en twee lokale gidsen in een soort mini Waddenzee op een grote zandbank afgezet. Onderweg zag ik op de oevers van de rivier mijn tweede Humblot’s Heron. Die zeldzame reiger had ik die ochtend in de verte al op Lake Kinkony zien langsvliegen. Dit exemplaar was echter zeer fraai te bekijken. Naast het meer en de delta zou ik deze bedreigde endemische reiger nog maar één keertje gaan zien, overvliegend te Ankarafantsika.
Meerdere Kittlitz’s Plover, een algemene soort ten zuiden van de Sahara op het vasteland van Afrika, betekenden mijn eerste lifer van de boottocht. Tijdens het scannen naar die ene zeldzame endemische plover van het eiland zouden nog vele exemplaren van die soort gaan volgen.
Ik was er vooral op gebrand om twee soorten vogels te vinden welke ik nergens anders op mijn reis zou kunnen tegenkomen. Op een derde soort zou ik ookin het zuidwesten van het eiland op één van de eerste dagen met Hugo Moerman nog kansrijk zijn. Een vlugge scan leverde, naast enkele Greater Flamingo’s en meerdere soorten steltjes uit het hoge noorden, al direct de eerste van de twee must see soorten op, de Malagasy Sacred Ibis!
Deze ook helaas zeer zeldzaam geworden bijna endeem (de soort komt ook voor op het kleine eiland Aldabra ten noordwesten van Madagaskar) is een naaste verwant van de heilige ibis van het Afrikaanse vasteland. Dat zwart-witte beest welke door de oude Egyptenaren nogal vereerd werd toen die in dat land nog algemeen langs de Nijl voorkwam. Tegenwoordig is die daar uitgestorven, wat natuurlijk nogal ironisch getint treurig is… De proporties zwart is bij beide soorten wat anders, en de Malagasy Sacred Ibis heeft een witte in plaats van een zwarte iris. De soort komt langs de gehele westelijke kust van Madagaskar voor. Althans, ooit… Er wordt geschat dat Malagasy Sacred Ibis nog maar uit 1733- 2166 exemplaren bestaat, inclusief dus op Aldabra. Een belachelijk laag aantal als je de lengte van de westkust van Madagaskar in ogenschouw neemt… In totaal zag ik die namiddag vier exemplaren foerageren op de drooggevallen zandbanken van de delta.
Nu verwachtte ik ook tientallen van de tweede must see soort van die plek, de Bernier’s Teal, een betrekkelijk klein eendje. Zo had ik in ieder geval van tevoren in een reisverslag gelezen. Ook deze soort staat bij de IUCN als Endangered te boek, met een geschat aantal van 630-1900 exemplaren. Aangezien deze soort een iets kleiner maar vergelijkbaar verspreidingsgebied als de Malagasy Sacred Ibis heeft kun je die aantallen nog zorgelijker noemen.
Die tientallen exemplaren bleven dus uit, maar even later vielen mijn ogen op maximaal zes exemplaren welke op de zandbank aan het foerageren waren. Het bezoek was dus al geslaagd, maar nog niet perfect verlopen!
Threskiornis bernieri bernieri
Ampitsopitsoka Delta, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Ampitsopitsoka Delta, off the beaten track. Dat zou die eerste twee weken te Madagaskar redelijk vaak gaan voorkomen. Zo ook in dit verhaal. Een bananenboot bracht mij na een uur varen naar de monding van een rivier, alwaar een klein dorp van vissers vrij recent enkele hutten hadden gebouwd om bezoekende toeristen onderdak te bieden. De deurmatten werden daar niet platgelopen, maar de weinige vogelaars brachten op die manier wel wat geld in het laatje.
Tijdens de laatste uren licht van de dag begon het vloed te worden. Niet de meest ideale omstandigheden, maar ik had er vertrouwen in dat het goed zou komen. Enkele soorten moest ik tijdens het bezoek aan de delta echt gaan vinden.
Na het ritje met de bananenboot werden ik, Teddy en twee lokale gidsen in een soort mini Waddenzee op een grote zandbank afgezet. Onderweg zag ik op de oevers van de rivier mijn tweede Humblot’s Heron. Die zeldzame reiger had ik die ochtend in de verte al op Lake Kinkony zien langsvliegen. Dit exemplaar was echter zeer fraai te bekijken. Naast het meer en de delta zou ik deze bedreigde endemische reiger nog maar één keertje gaan zien, overvliegend te Ankarafantsika.
Meerdere Kittlitz’s Plover, een algemene soort ten zuiden van de Sahara op het vasteland van Afrika, betekenden mijn eerste lifer van de boottocht. Tijdens het scannen naar die ene zeldzame endemische plover van het eiland zouden nog vele exemplaren van die soort gaan volgen.
Ik was er vooral op gebrand om twee soorten vogels te vinden welke ik nergens anders op mijn reis zou kunnen tegenkomen. Op een derde soort zou ik ook in het zuidwesten van het eiland op één van de eerste dagen met Hugo Moerman nog kansrijk zijn. Een vlugge scan leverde, naast enkele Greater Flamingo’s en meerdere soorten steltjes uit het hoge noorden, al direct de eerste van de twee must see soorten op, de Malagasy Sacred Ibis!
Deze ook helaas zeer zeldzaam geworden bijna endeem (de soort komt ook voor op het kleine eiland Aldabra ten noordwesten van Madagaskar) is een naaste verwant van de heilige ibis van het Afrikaanse vasteland. Dat zwart-witte beest welke door de oude Egyptenaren nogal vereerd werd toen die in dat land nog algemeen langs de Nijl voorkwam. Tegenwoordig is die daar uitgestorven, wat natuurlijk nogal ironisch getint treurig is… De proporties zwart is bij beide soorten wat anders, en de Malagasy Sacred Ibis heeft een witte in plaats van een zwarte iris. De soort komt langs de gehele westelijke kust van Madagaskar voor. Althans, ooit… Er wordt geschat dat Malagasy Sacred Ibis nog maar uit 1733- 2166 exemplaren bestaat, inclusief dus op Aldabra. Een belachelijk laag aantal als je de lengte van de westkust van Madagaskar in ogenschouw neemt… In totaal zag ik die namiddag vier exemplaren foerageren op de drooggevallen zandbanken van de delta.
Caprimulgus eximius simplicior
Podor, Senegal ·
Eldert Groenewoud
Caprimulgus eximius simplicior 3
Podor, Senegal ·
Eldert Groenewoud
Een locale gids wist deze Golden Nightjar onder een struikje te vinden. Vertrouwend op zijn schutkleur was hij tot dichtbij te benaderen zonder op te vliegen. Het hoogtepunt van onze trip.
Athene blewitti 6
Tansa Wildlife Sanctuary, India ·
Jan van der Laan
In 1997 werd deze uil herontdekt, na een afwezigheid van 113 jaar. In eerste instantie alleen bekend van zeven balgen, maar Meinertzhagen had er eentje meegenomen en die gelabeld als eentje door hem gevonden de provincie Gujarat (ZW India), waar de soort helemaal niet voorkwam. Dit was een geslaagde afsluiting van een 12-daagse trip van Arjan Brenkman en mij in West India (Rajasthan, Gujarat en Tansa, c 90 km ten noordoosten van Mumbai).
Phoenicurus leucocephalus
Doi Inthanon N.P., Chiang mai, Thailand ·
Albert Noorlander
Deze soort stond hoog op mijn verlanglijstje en omdat we er op nog geen kwartier rijden vandaan zaten besloot ik deze soort op te zoeken. Eenmaal op de plek had ik binnen twee minuten deze soort en de Plumbeous Redstart. Nadat ik mijzelf laag aan de oever tussen wat beplanting had genesteld was het afwachten of hij (of zij) ook op één van de bemoste keien voor mij zou komen. In tegenstelling tot de Plumbeous Redstart was deze White-capped Redstart vrij nieuwsgierig. Waarschijnlijk associeert hij (of zij) fotografen al met meelwormen omdat dit een bekende plek voor fotografen is.
Beide soorten komen voor boven de 1.000m in heldere, snelstromende bergbeken met grote keien. Hun aanwezigheid is vaak een indicatie dat het schoon water is. De beste locaties om deze soort te zien zijn Doi Inthanon en Doi Pha Hom Pok. De White-capped Redstart is geen algemene soort in Thailand en de exacte status is waarschijnlijk een alleen als non-breeding visitor.
De soort werd vroeger in het monotypische geslacht Chaimarrornis geplaatst, maar DNA onderzoek toonde aan dat de soort tot het geslacht Phoenicurus behoort.
Podiceps gallardoi 3
Strobel Plateau, Argentinië ·
Rens Keijsers
Afgelopen november-december een geweldige reis door Argentinië en een klein stukje Chili gemaakt samen met Thijs Glastra, Robert van Tiel en Bjorn Alards. We hadden de reis opgesplits in twee delen. Eerst 8 dagen van Ushuaia naar El Calafate in het uiterste zuiden, daarna nog een rondje in het noorden vanaf Buenos Aires. In totaal meer dan 12.000 kilometer met de auto gereden, maar dat was het meer dan waard.
Een van de absolute doelsoorten van de trip was deze Hooded Grebe, een soort die het de laatste jaren erg slecht doet. Er worden bijna geen jongen meer geboren, en als ze al geboren worden overleven ze het vaak niet. De broedgebieden zijn vaak lastig te bereiken hoog op de plateaus in het binnenland, en veel van de kratermeren waar ze in broeden liggen op priveterrein. Wij hadden dit jaar geluk want de meeste vogels zaten op een stuk land waar de beschermingsorganisatie voor deze soort vrij naartoe mocht. Samen met een gids van deze organisatie konden we genieten van 26 individuen van deze soort. Ze waren al voorzichtig aan het baltsen en kwamen geregeld even nieuwsgierig kijken wat we kwamen doen, heel erg vet!
Ardea humbloti
Ampitsopitsoka Delta, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Best een zeldzame reiger. Volgens de verspreidingskaartjes komt de soort langs de kustzone van geheel westelijk, noordelijk en zuidelijk Madagaskar voor. Maar dan wel 1290-1500 volwassen exemplaren die over die kustlijn zijn verspreid. Endangered dus.
Ampitsopitsoka Delta, off the beaten track. Dat zou die eerste twee weken te Madagaskar redelijk vaak gaan voorkomen. Zo ook in dit verhaal. Een bananenboot bracht mij na een uur varen naar de monding van een rivier, alwaar een klein dorp van vissers vrij recent enkele hutten hadden gebouwd om bezoekende toeristen onderdak te bieden. De deurmatten werden daar niet platgelopen, maar de weinige vogelaars brachten op die manier wel wat geld in het laatje.
Tijdens de laatste uren licht van de dag begon het vloed te worden. Niet de meest ideale omstandigheden, maar ik had er vertrouwen in dat het goed zou komen. Enkele soorten moest ik tijdens het bezoek aan de delta echt gaan vinden.
Na het ritje met de bananenboot werden ik, Teddy en twee lokale gidsen in een soort mini Waddenzee op een grote zandbank afgezet. Onderweg zag ik op de oevers van de rivier mijn tweede Humblot’s Heron. Die zeldzame reiger had ik die ochtend in de verte al op Lake Kinkony zien langsvliegen. Dit exemplaar was echter zeer fraai te bekijken. Naast het meer en de delta zou ik deze bedreigde endemische reiger nog maar één keertje gaan zien, overvliegend te Ankarafantsika.
Meerdere Kittlitz’s Plover, een algemene soort ten zuiden van de Sahara op het vasteland van Afrika, betekenden mijn eerste lifer van de boottocht. Tijdens het scannen naar die ene zeldzame endemische plover van het eiland zouden nog vele exemplaren van die soort gaan volgen.
Ik was er vooral op gebrand om twee soorten vogels te vinden welke ik nergens anders op mijn reis zou kunnen tegenkomen. Op een derde soort zou ik ookin het zuidwesten van het eiland op één van de eerste dagen met Hugo Moerman nog kansrijk zijn. Een vlugge scan leverde, naast enkele Greater Flamingo’s en meerdere soorten steltjes uit het hoge noorden, al direct de eerste van de twee must see soorten op, de Malagasy Sacred Ibis!
Deze ook helaas zeer zeldzaam geworden bijna endeem (de soort komt ook voor op het kleine eiland Aldabra ten noordwesten van Madagaskar) is een naaste verwant van de heilige ibis van het Afrikaanse vasteland. Dat zwart-witte beest welke door de oude Egyptenaren nogal vereerd werd toen die in dat land nog algemeen langs de Nijl voorkwam. Tegenwoordig is die daar uitgestorven, wat natuurlijk nogal ironisch getint treurig is… De proporties zwart is bij beide soorten wat anders, en de Malagasy Sacred Ibis heeft een witte in plaats van een zwarte iris. De soort komt langs de gehele westelijke kust van Madagaskar voor. Althans, ooit… Er wordt geschat dat Malagasy Sacred Ibis nog maar uit 1733- 2166 exemplaren bestaat, inclusief dus op Aldabra. Een belachelijk laag aantal als je de lengte van de westkust van Madagaskar in ogenschouw neemt… In totaal zag ik die namiddag vier exemplaren foerageren op de drooggevallen zandbanken van de delta.
Nu verwachtte ik ook tientallen van de tweede must see soort van die plek, de Bernier’s Teal, een betrekkelijk klein eendje. Zo had ik in ieder geval van tevoren in een reisverslag gelezen. Ook deze soort staat bij de IUCN als Endangered te boek, met een geschat aantal van 630-1900 exemplaren. Aangezien deze soort een iets kleiner maar vergelijkbaar verspreidingsgebied als de Malagasy Sacred Ibis heeft kun je die aantallen nog zorgelijker noemen.
Die tientallen exemplaren bleven dus uit, maar even later vielen mijn ogen op maximaal zes exemplaren welke op de zandbank aan het foerageren waren. Het bezoek was dus al geslaagd, maar nog niet perfect verlopen!
De Madagascar Plover bleef nog over. Vulnerable, 1800 tot 2300 exemplaren, alleen voorkomend aan de westkust van centraal tot zuidelijk Madagaskar. Deze soort kon ik later tijdens de vakantie ook nog op één andere plek treffen. Maar het vinden van die soort aldaar leek sommige mensen wat moeite te kosten. Geen risico nemen dus, vinden dat beest!
De Kittlitz’s Plover was ter plekke algemeen, met hier en daar een White-fronted Plover en de recentelijk van de Lesser Sand Plover gesplitte Tibetan Sand Plover. Zaak was om een plevier te vinden met een duidelijke zwarte borstband. Op papier dus makkelijk te herkennen. Echter, de vloed leek nog ver weg dus waren de vogels best ver verspreid over de nog enorme zandbanken. We moesten dus, gewapend met mijn telescoop, flink aan de wandel gaan.
Scannend kwam ik enkele plevieren tegen, vaak te ver weg. Daarop wandelde ik met blote voeten steeds een flink eind om een beter beeld te krijgen van die plevieren. Maar het bleek steeds loos alarm. Dat wandelen begon in het laatste half uur licht meer rennen te worden, maar ik had wel het gevoel dat ik alle beesten op de zandbanken al had gezien. Tegenover het strand van het vissersdorp was nog wel een plek om het te proberen, zo zei de plaatselijke gids. Nu ja, gids… Het was vooral een visser. Want vogels herkennen, daar had hij te weinig kaas van gegeten. Erg leergierig kwam hij ook niet over. Met de verrekijker zag ik inderdaad een kleine strook zand liggen. Net als de enorme door mij enkele uren eerder verkende zandbanken nog dapper weerstand bieden tegen de eindelijk opkomende vloed.
Ik sprong de bananenboot weer in om in de richting van het strand te worden gepeddeld. Op die slinkende zandbank zag ik met de verrekijker gelukkig meerdere plevieren aan de wandel gaan. Hoop deed leven. Aan “land” gekomen vond ik al snel een klein groepje plevieren in het snel zwakker wordende daglicht. Maar voor ik die goed kon afchecken werden ze door twee nieuwsgierige aanrennende kinderen weggejaagd. Aargh! Mijn boze blik deed de kinderen al snel afdruipen. Niet zo aardig van mij, maar effectief genoeg om de laatste kans er nog mogelijk uit te persen. De zandstrook was inmiddels veranderd in enkele kleine eilandjes. Badend door de zee zag ik aan het einde van nog droogliggend stuk zand wat vogels wandelen. De eerste was wederom een Kittlitz’s Plover, de tweede ook, net als de derde vogel.
Vogel nummer vier, zwarte borstband, BAM! Een ook nog een tweede exemplaar! Ik wandelde voorzichtig dichterbij om een filmpje te schieten. Er was nog net genoeg licht om dat filmpje een heel klein beetje het aanzien waard te laten zijn. Toen de zee echt wat hoog begon te worden werd ik door Teddy gewaand maar terug naar het strand te wandelen. Dat deed ik dan ook maar. Het was, door het missen van die “zekere” Sakalava Rail die teleurstellend verlopen ochtend, een geslaagd einde van de dag geweest.
Xenopirostris damii
Ankarafantsika, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Een soort met een best klein verspreidingsgebied in noordelijk Madagaskar, met schijnbaar slechts bekende populaties op twee ver van elkaar afgelegen locaties.
Meneer Douwe Casparus van Dam was een Nederlandse ontdekkingsreiziger/natuuronderzoeker die samen met Pollen drie jaar knallend door delen van Madagaskar en enkele nabijgelegen eilanden nieuwe soorten heeft ontdekt en/of beschreven.
“De moeilijkste soort van Ankarafantsika National Park, die van Dam’s Vanga.” Zo werd mij door het lezen van verslagen duidelijk gemaakt. Het kostte menig gerenommeerde vogelaar uren en uren zoeken vooraleer ze de soort hadden gevonden. Ook de plaatselijke gidsen deden wat dat betreft een duit in het zakje. “A difficult bird!” En dit was één van de soorten die ik alleen in dat park kon tegenkomen. Vulnerable volgens de IUCN Red List, met een geschat aantal van rond de 2800-7000 exemplaren, in dus een nogal versnipperd en beperkt verspreidingsgebied.
De beste vogelgids van het park was door het veranderende reisschema (ik had dus een dag gewonnen door eerder vanaf Bemanevika te vertrekken) niet beschikbaar. Nu was het nog maar de vraag wie ik ervoor terug zou gaan krijgen. Normaliter verzamel ik zeer zorgvuldig de GPS-locaties van bekende territoria van doelsoorten. Zo ook voor enkele van de endemen van Madagaskar. Maar omdat het in de parken van het land toch verplicht is om lokale gidsen in te huren leek dat minder of eigenlijk niet nodig. Als je maar een gids meekreeg welke dan wel de vogels kon herkennen, inclusief het geluid.
Het vertrouwen in de man zijn expertise begon in ieder geval op een zeer laag pitje. De avond daarvoor was hij niet erg duidelijk over de herkenning van de twee soorten mouse lemurs. En aan het begin van deze eerste volle dag in het park kwam hij die ochtend niet op tijd opdagen. Nadat Teddy na bellen zijn vrouw aan de lijn had wist ze niet te vertellen waar haar man was. Pas na wat lukraak rondrijden in zijn deel van het dorp vonden we hem. Meer dan een half uur te laat. Smoes: Zijn kind was ziek. Ja hoor, je vrouw weet niet waar je bent maar jij was thuis voor je kind aan het zorgen. Goed verhaal (sukkel dat je er bent).
Ten westen van de bergketen, welke bijna heel westelijk Madagaskar scheidt van het oostelijke deel van het eiland, is er een fiks verschil in de weersomstandigheden. De regenwouden zitten aan de oostkant, de drogere bossen aan de westkant. Ankarafantisika behoort tot die drogere bossen. Meerdere soorten moest ik tijdens mijn rondreis echt in dat park gaan vinden. Het missen van het eerste half uurtje vogelen, daar werd ik niet vrolijk van.
We kwamen aan bij de ingang van het park. Daar stond voor ons een ontbijt klaar.. Ja dahaaaag, die sloegen we natuurlijk over. Een pannenkoek werd door mij als non-verbale communicatie in één hap naar binnen gewerkt. “Let’s go, we’re late”. En ik liep door in de richting van het pad. De gids volgde snel. Ik denk dat hij het door had. Teddy bleef achter, geen probleem. Het in goede banen leiden was zijn taak. Een verslapende en niet thuis overnachtende gids was natuurlijk zijn fout niet.
Omdat de Van Dam’s Vanga de moeilijkste van de doelsoorten leek zouden we eerst linea recta naar de territoria van die soort lopen. Een flinke heuvel en 30 minuten later kwamen we aldaar aan. Het was derhalve al meer dan een uur licht. Nog steeds best chagrijnig zijnde speelde ik het geluid af.
Plotseling riep er in de verte een Van Dam’s Vanga! Richting bepalen, en rennen! Na enkele minuten vol spanning de benenwagen op een vrij hoog standje te hebben gezet kwamen we terecht op de plek waarvan we dachten dat het geluid de laatste keer ten gehore was gebracht. Ik speelde het geluid nog eens af.
BAM! Een Van Dam’s Vanga landde in de top van een boom om in vol ornaat even kenbaar te maken dat het toch echt zijn territorium was en van niemand anders! Dat was een flinke opsteker!
Otus madagascariensis
Ankarafantsika, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Een soort die ons is ontvallen, de Torotoroka Scops Owl.
Rustig maar, niet uitgestorven. Nee, het is de schuld van AviList!
Vuile lumpers. Bah!
Madagascar Scops Owl.
Falculea palliata
Ankarafantsika, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
De Sickle-billed Vanga heeft aan de westelijke kant van Madagaskar een wijde verspreiding. Voor bezoekende vogelaars aan het eiland zien is Ankarafantsika verreweg de beste plek om de soort te vinden. Het park zit echter niet altijd in het reisschema, omdat de plek ietwat uit de reguliere route ligt. Ik deed er met de auto 13 uur over om in de hoofdstad van het land te geraken.
Het verenkleed van de White-headed en Sickle-billed Vanga's zijn nagenoeg identiek. Alleen de snavels verschillen enorm in hun proporties!
Dit verschil in snavelvorm doet mij natuurlijk denken aan de helaas uitgestorven Huia uit Nieuw-Zeeland, waarbij de mannetjes een zeer lange kromme snavel hadden en de vrouwtjes een veel kortere en rechte snavel.
Rond de parkeerplaats van het park is het bekend dat de zeer gewilde vanga in groepen komt overnachten. De schemering was nog redelijk ver weg maar uiteraard begon ik al met zoeken naar de soort. Dat zoeken duurde niet lang, want zijn karakteristieke roep kwam mij al snel ten gehore. Een overvliegende Sickle-billed Vanga betekende mijn eerste waarneming van deze zeer hoog op mijn verlanglijst gepositioneerde endeem!
De Sickle-billed Vanga had een overwegend wit verenkleed. Zijn rug, staart en vleugels waren echter zwart. Een vogel met precies diezelfde kenmerken kreeg ik iets later langs de weg ook in mijn kijkerbeeld. Zijn snavel was echter kort en recht. Een Sickle-billed Vanga wordt natuurlijk zo genoemd naar de vorm van zijn lange gekromde snavel. Dit was dus de iets forsere White-headed Vanga!
Artamella viridis annae
Ankarafantsika, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
De White-headed Vanga komt wijdverspreid op Madagaskar voor, met uitzondering van de de binnenlandse zone.
Het verenkleed van de White-headed en Sickle-billed Vanga's zijn nagenoeg identiek. Alleen de snavels verschillen enorm in hun proporties!
Dit verschil in snavelvorm doet mij natuurlijk denken aan de helaas uitgestorven Huia uit Nieuw-Zeeland, waarbij de mannetjes een zeer lange kromme snavel hadden en de vrouwtjes een veel kortere en rechte snavel.
Pyrrhula aurantiaca 5
Botanical Gardens, Srinagar, Kashmir, India ·
Max Berlijn
Betreffende de discussie over balance scopen op deze site. Deze maakte ik gisteren met mijn AT 45 Balance van Swarovski en IPhone 17 pro uit de hand…We zagen er 6 waarvan 2 mannen.
Aythya innotata
Bemanevika, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Het beschermde en afgelegen gebied bestond uit grote grasvelden, vulkanische meren en oud loofbos. Het eerste doel was om naar het meer te lopen alwaar de Madagascar Pochard in 2006 was herontdekt. Ik liep als enige niet op de ietwat gebaande paden in de hoop een Madagascar Flufftail of Madagascar Partridge op te stoten. Het mocht niet zo zijn.
De wandeling bracht ons boven op een richel. Aan de rechterkant van die richel lag het meer van de eend en aan de linkerkant een moeras. Dat moeras was o.a. de plek voor de Slender-billed Flufftail, een erg verstopperig vogeltje.
Het moeras afscannen bracht de ook zeer gewilde Malagasy Harrier op. Ik wist dat in mijn reisschema de enige reële kans op de soort op dit kleine moeras was. De soort is erg zeldzaam, Endangered. En pas thuis kwam ik erachter hoe erg zeldzaam de vogel daadwerkelijk was... Kijkend naar de kaart was een enorm potentieel verspreidingsgebied te zien. Wat bleek? De soort had een geschatte populatie van 100-249 (volwassen) exemplaren!
Eerst werd het vrouwtje, zittend tussen het gras, opgemerkt. Bruin vooral. Het daarna waargenomen mannetje was een stuk aantrekkelijker, met zijn overwegend zwart-witte verenkleed.
Aan de rechterkant lag daar dat meer van de Madagascar Pochard. De soort is uiteraard Critically Endangered. Ik was stomverbaasd hoe klein dat meer eigenlijk was. De Madagascar Pochard werd meer dan 30 jaar geleden voor het laatst waargenomen op Lac Alaotra. Dat was toentertijd de enige bekende plek voor de soort. Dat enorme meer, gelegen in het centraal-oosten van het eiland, was ook de plek van de nu uitgestorven Alaotra Grebe. Deze kleine fuut, welke nog zeer matig kon vliegen, was voor het laatst in 1985 op dat meer waargenomen. Ook de Madagascar Pochard werd eind jaren negentig als uitgestorven beschouwd.
Tot een groep wetenschappers het gebied Bemanevika introkken om de stand van zaken voor de Malagasy Harrier in kaart te brengen. Kwamen ze aan de andere kant van het moeras opeens die Madagascar Pochard tegen! Dat was in 2006. Twee jaar later leverde de eerste officiële telling 25 exemplaren op. Sindsdien is er een grootscheepse operatie op touw gezet om de soort in gevangenschap te kweken. Het meer te Bemanevika had zijn draagkracht al bereikt (waar de populatie in de jaren daarna stabiel was gebleven). Een meer ten noorden van Lac Alaotra werd zeer recent uitgekozen om de soort te herintroduceren. De aantallen aldaar liggen nog ver onder de aantallen te Bemanevika, maar via die kleine “nieuwe” populatie waren volgens dit onderstaand nieuwsbericht weer Madagascar Pochard waargenomen te Lac Alaotra!
https://www.discoverwildlife.com/.../madagascar-pochard...
Staande op de richel scande ik het kleine meer kort met de verrekijker af. Op afstand zag ik al een aantal Madagascar Pochard zwemmen, naast die andere lifer, Madagascar Grebe en wat meerkoeten. Vervolgens liepen we de heuvel af, het bos in. Een kleine kano, naast een kleine observatietoren langs de kant van het meer, lag namelijk al op mij te wachten.
Maar eerst werd een stukje van het pad dieper het bos ingewandeld. Ik wist al snel wat de reden was. En zo stonden we even later onder een palmboom naar boven te turen. In die palmboom zat een soort kerkuil naar beneden te staren, niet wetende van zijn eigen zeldzaamheid.
Want dit was niet een Common Barn Owl (onze kerkuil) welke ook op Madagascar te vinden was. Dit was één van de moeilijkste te vinden uilen in de wereld, de Madagascar Red Owl! Zo kijkend naar zijn verspreidingskaartje zou je dat niet verwachten. Vulnerable, met een (echt natte vingerwerk) geschat aantal van 2500-9999 exemplaren. Puur geschat op het aantal hectares overgebleven regenwoud op Madagascar (40.000 km2). In dat overgebleven regenwoud wordt de uil echter nauwelijks waargenomen. Op Ebird, nu niet de meest wetenschappelijke bron, maar het geeft wel een trend weer, is de soort (in 20 jaar tijd?) slechts 33 keer ingevoerd. Van die 33 komen 32 van die waarnemingen van Bemanevika, en eentje van Montagne d’Ambre (uit 2018). Tja...
Op naar het meer! Onderweg werden mijn eerste Malagasy Brush Warblers in de ondergroei op de bosbodem gevonden. Een kleine bruine unit. Hugo zou er later tijdens de reis helemaal ondersteboven van zijn (not) toen we de de soort tijdens zijn bezoek de eerste keer zouden aantreffen. Vanaf het torentje naast het water zag ik al snel weer enkele Madagascar Pochards langs het riet zwemmen. De zeldzaamste eend van de wereld, op het tot voor kort enige meer in de wereld waar de soort het waarschijnlijk nog had overleefd...
Naast de aanwezige Madagascar Pochards zwom een groter aantal Madagascar Grebe op het meer. Het broertje van de al uitgestorven Alaotra Grebe en onze dodaars (onze kleinste fuut). Ook al Endangered. Zijn verspreidingskaart liet heel Madagascar zien, maar met een geschat aantal van 1000-2500 exemplaren. Vind die maar eens… Het bleken, naast één enkel exemplaar met Hugo op een klein poeltje in de jungle van centraal Madagaskar, gedurende de reis de enige waarneming van deze soort te zijn.
Met de kano werd een korte tocht over het meer ondernomen. Het besef zakte in, ik was echt op een bijzondere plek. De plek van de laatste strohalm voor de zeldzaamste eend in de wereld...
Anas melleri
Bemanevika ·
Pieter de Groot Boersma
Bemanevika, één van de belangrijkste stops gedurende de rondreis door Madagaskar. Een plek waar een uitgestorven gewaande soort in 2006 gelukkig werd herontdekt. Een afgelegen en lastig te bereiken plek ook. De eend was in de hele wereld alleen nog maar op één klein meer te vinden…
Los van die Madagascar Pochard is Bemanevika ook een plek voor enkele alleen daar op kans hebbende endemische vogels. Slender-billed Flufftail, Madagascar Serpent Eagle en Madagascar Red Owl. Daarbovenop konden enkele soorten worden bijgevoegd welke op andere te bezoeken plekken moeilijk(er) waren of waar ik verder nog één mogelijke plek voor had.
Lukeman was de man welke ons in een kleine stad met een crossmotor moest gaan ophalen. Ik was in de veronderstelling dat we met de 4wd achter hem aan zouden gaan rijden omdat het biologische onderzoeksstation anders lastig te vinden zou zijn. Max, mijn chauffeur, was daar wel al een keer geweest. Maar die tijden zijn voorbij, de weg is zelfs voor 4wd’s onbegaanbaar geworden.
“The worst road of Madagascar”, had ik wel ergens gelezen in een verslag. Ach, dat is relatief, waarschijnlijk van dat persoon zijn reisschema. En vergelijkbare uitspraken had ik in o.a. in Peru, de Dominicaanse Republiek en West-Papoea wel vaker gehoord. Gewoon te doen met een 4wd.
Vroeger allicht. Nu werd mij tijdens de rit duidelijk gemaakt dat Teddy en ik achterop de crossmotor de laatste 45 kilometer naar het biologisch onderzoeksstation moesten volmaken. Dat zou twee à drie uur in beslag gaan nemen. Dat zou die dag de volle reisduur rond de 12 á 13 uur maken. Wat een dolle pret!
Lukeman, een rustige man, wachtte ons dus op in een stadje. Zijn liefde voor de plek en de dieren aldaar las ik er echt vanaf. Alleen het hoognodige werd in de backpack gelaten en de rest werd gedumpt in onze auto. Op de plaatselijke markt werd er genoeg eten en drinken ingekocht. Max bleef in de kleine stad achter terwijl Teddy en ik ieder achterop een crossmotor moesten plaatsnemen.
Wat een hel! “Walk like an Egyptian.” Dat werd mij in Egypte lang geleden eens na het berijden van een dromedaris verteld. Maar dat pijnlijke gevoel in mijn benen toen was er nu niks bij. Mijn bijna twee meter lange gestalte hielp mij ook niet. Het leek soms wel of ik in de meest misselijkmakende achtbaan van Walibi Flevoland zat. Niet dat ik die vergelijking echt kan maken, want mij vind je niet in dat soort achtbanen terug!
Lukeman gebruikte veelvuldig zijn benen om het evenwicht te bewaren, en sommige stukken waren zelfs daarvoor te gortig. Ik moest dan even een sprintje trekken om een heuvel te overwinnen. Best oké af en toe. Mijn arme benen konden toen even gestrekt worden. Soms moest ik Lukeman ook even een minuutje of twee laten stoppen, anders werd ik gek.
Tijdens de rit werd het eerst schemerig, en daarna pikkedonker. Toen ik er helemaal klaar mee was bleken we nog 1/3 van de rit te moeten volbrengen. We reden over glibberige heuvels vol gaten, kloven en stenen. Af en toe moesten we kleine beekjes oversteken, waarop mijn benen kleddernat werden. En het was nu niet bepaald warm meer... Al met al vond ik de rit verschrikkelijk klote, maar je moet er wat voor over hebben… Ik had al zin in de terugrit (lees: ik had absoluut geen zin in de terugrit)!
Aangekomen op de bestemming moesten we alleen nog een snelstromende beek via wat kleine stenen oversteken alvorens er voor Teddy en mij al een tent was opgezet. Super relaxed!
Er werd door mij wat rijst naar binnen gemieterd en hoppa, slapuuuuh!
De volgende ochtend gingen we direct naar het meer van de Madagascar Pochards. Die vonden we al snel, en tussen de vele eenden, futen en meerkoeten zaten ook enkele Meller’s Duck. Een wat flinkere endemische eend, overwegend bruin met een groene spiegel (zo heten die veren) in zijn vleugels. Endangered, met een geschat aantal van 1300-3300 exemplaren. I
n de hoofdstad van Madagaskar, Antananarivo, zien vogelaars de soort geregeld in een meer die gelukkigerwijs goed wordt beschermt. Het meer is niet al te groot, maar zit vaak propvol watervogels, vooral eenden. Je kan de Meller's Duck daar ook missen. De Madagascar Grebe is daar helaas niet meer te zien. In vijf weken Madagascar zag ik die laatste soort alleen te Bemanevika en in een kleine poel te Andasibe.
Ichthyaetus ichthyaetus
Zuidelijk Koeweit. ·
Pieter de Groot Boersma
Eén van mijn droomsoorten tijdens mijn verlengde overstap in Koeweit was deze gave soort. Een soort die sinds de jaren zeventig niet meer in Nederland was gezien. Tijdens mijn eerste dag miste ik tot mijn teleurstelling deze fikse meeuw.
Maar de sneeuwval in Nederland bracht redding, mijn vlucht was namelijk geannuleerd! En er was pas na enkele dagen weer plaats in een vliegtuig. Tijdens de tweede vogeldag vond ik de soort ook niet, ondanks op meerdere plekken zoeken. Sowieso was er op Ebird die winter ook bijna niks gemeld.
Maar wat zag ik die avond op Ebird? Twintig exemplaren bij een kleine haven ten zuiden van Kuwait City!? Ik was er die dag nagenoeg voorbij gereden! En dus huurde ik nog die volgende ochtend een auto om vervolgens ter plekke binnen no time mijn wens te vervullen!
De vogels waren groter dan enkele aanwezige larus meeuwen. Ik wist dat de soort groot was, maar zo groot! De grote mantelmeeuw scheen wel groter te zijn, maar een reus is het!
Weer een item op mijn bucketlist kwijt...
Attagis malouinus
Ushuaia, Argentinië ·
Bjorn Alards
Afgelopen najaar ruim een maand rondgereisd door Argentinië samen met Thijs Glastra, Rens Keijsers, Robert van Tiel.
Tijdens de eerste dagen rondom Ushuaia gingen we in een namiddag op zoek naar Yellow-bridled Finches welke we bij een skiresort een stukje boven de boomgrens gingen zoeken. Tijdens die zoektocht stuitte we op deze White-bellied Seedsnipe die vlakbij de Yellow-bridled Finches zat en ons roerloos in de gaten hield, volledig vertrouwd op zijn camouflage konden we hem ook goed benaderen. Uiteindelijk zagen we tijdens onze reis (waarvan we nog een reisverslag maken) alle soorten Seedsnipes die er zijn.
Totaal zagen we 670 soorten in ruim een maand tijd. Heerlijk om de eerste foto's weer door te nemen.
Troglodytes monticola 2
Sierra Nevada de Santa Marta, Colombia ·
Peter Los
Naast de Blue-bearded Helmetcrest de andere Santa Marta-soort waarvoor we hebben moeten klimmen en kamperen onder redelijk barre omstandigheden .
Thalasseus bernsteini 2
Seram, Indonesië ·
Dušan Brinkhuizen
Een fijne verrassing langs de noordkust van Seram. Gevonden tussen andere sterns rustend op een grote visfuik. Links alu (G129879) en rechts groen (ZC0). Gevangen en geringd als adult op 3 juni 2024, Nanjiao eilanden, Zhejiang, China. Dezelfde solitaire vogel als die van Arthur uit januari 2015, of toch een nieuwe?
Neoxolmis salinarum 2
Salinas Grandes, Córdoba, Argentina ·
David Spelt
Lokale endeem van de zoutvlaktes rondom Cordoba.
Dubusia carrikeri
El Dorado--Camina cerca del Mirador, Colombia ·
Peter Los
Een van de vele Santa Marta endemen . Gesplitst van Buff-breasted Mountain Tanager.
Thryophilus nicefori 3
San Vicente de Chucurí, Santander, Colombia ·
Peter Los
Ernstig bedreigde endemische winterkoning.
Bucco noanamae 4
Rio Leon-Puerto Caribe, Colombia ·
Peter Los
Endemische puffbird , bleek makkelijk , na 10 m lopen op ooghoogte en 5 meter afstand .
Sula brewsteri brewsteri 5
Yonaguni. zuidelijk Okinawa, Japan ·
Gerben ter Haar
Ontdekte pas thuis dat er tussen de Bruine Genten ook een Cocos vloog, nooit van gehoord maar wel erg leuk. De soort wordt de laatste jaren wat vaker gezien, bij Yonaguni waar ik hm zag, maar vooral rond Ogasawara. Dat zal vooral een kijkerseffect zijn.
Hypocolius ampelinus
Kuwait City, Koeweit. ·
Pieter de Groot Boersma
Deze zijdestaart was voor mij DE reden om een overstap te Koeweit te verlengen. Niet alleen omdat de soort zijn eigen familie vormt, maar ook omdat die best fraai is.
In plaats van twee dagen had ik door een zeven uur vertraagde vlucht vanuit Bangladesh opeens maar één dag.
De Grey Hypocolius wilde ik graag voor half 8 in de ochtend zien, terwijl het een uur eerder licht ging worden. Zodoende kon ik daarna hopelijk een strak plan volgen om zoveel mogelijk doelsoorten op te rollen. Ik moest van mijzelf daarna naar het uiterste noorden van het kleine oliestaatje rijden, tegen de grens met Irak. Dat ging maar anderhalf uur in beslag nemen, terwijl Koeweit City midden in het land lag. Zo klein is dat land…
De zijdestaarten slapen in een groot universiteitscomplex in de stad. Ik ging in de nacht via een poort het terrein verkennen, om de volgende dag beter beslagen te starten. Van de bewakers bij een poort mocht ik wel even rondrijden. Het hele complex was bezaaid met wegblokkades (God knows why) en slagbomen. Het was een echt doolhof, en pas een klein half uur later had ik mij een route aangeleerd naar de plek van de meest recente waarnemingen van de soort. Enkele witte vlekken in bomen bleken helaas te gaan om slapende Turkse tortels. Nu ja, de eerste soort voor op mijn Koeweit lijst… Maar nog vele malen belangrijker, ik had mij het nodige tijdsverlies die volgende ochtend bespaard!
De volgende ochtend wist ik de route door het universiteitscomplex nog uit mijn hoofd, waardoor ik de volgende ochtend net na zonsopgang op de juiste plek was beland. Nou ja, de juiste plek. Volgens Ebird dan. Want ik zag geen enkele Grey Hypocolius rondhangen. Ik reed maar moederziel alleen een beetje rond, zonder gewenst resultaat.
Ik reed naar de rand van het universiteitscomplex, alwaar ik vanaf de kust onder andere een groep Greater Flamingo’s zag staan. Blijkbaar ging het met die soort in Koeweit goed, van een paar honderd naar een paar duizend exemplaren in de laatste jaren. In de verte zag ik vanaf wat bomen veel Common Myna’s en House Crows, beide exoot in Koeweit, vanuit de slaapbomen richting de stad vliegen. Ik bleef een tijdje staren, maar ik kon er geen Grey Hypocolius uithalen. Dan maar weer terug naar de “Ebird plek”.
Het was inmiddels al een half uur later. Normaliter niet zo een probleem, maar ik had door de vluchtvertragingen uiteraard een strakker schema. Plots zag ik een schoonmaker. Ik sprak hem aan met de vraag of hij de vogels herkende van de foto op de Merlin App. Jazeker. Op mijn vraag of hij de vogels al had gezien kreeg ik als antwoord dat hij ze gisteren wel had gezien, maar vandaag nog niet…
De man liep weg, en ik bleef maar even in de auto zitten. Soms vlogen er wat vogels over. Een duif, een myna, een kraai, een HOLY CRAP! De jizz van de vogel deed mij mijn verrekijker rap op de vogel zetten, GREY HYPOCOLIUS! Het was er echt eentje! Eentje? De soort overwinterde in Koeweit City met minstens 200 exemplaren, vaak samen hangend met elkaar. Vaak ja, maar dus niet altijd. Ik zat in ieder geval in mijn strakke schema nog steeds goed, maar het was echt een baggerwaarneming… Ik wilde de soort echt wat beter zien, want het was tenslotte doelsoort nummer één!
Ik reed maar in de vliegrichting van de vogel, toen ik via een poort weer het universiteitscomplex verliet. Aan de overkant van de grote weg stond een muur met daarachter redelijk wat bomen. Achter die muren stond ook een flink gebouw met ook een toegangspoort en bewakers. Ik wist niet wat het gebouw moest voorstellen, maar op de vraag of ik naar binnen mocht kreeg ik een nee op mij rekest. Ik kon echter langs de muur rijden waardoor ik uiteindelijk op een plek aan de kust van de baai naast een afvoerbuis van wellicht niet zo schoon water terechtkwam. Het was laagwater, en het leek wel op de Waddenzee. Ik zag in één oogopslag best wat meeuwen, reigers, steltlopers en flamingo’s rondwandelen, maar geen Grey Hypocolius habitat.
Helaas, dan maar terug naar de oude plek… Daar aangekomen vlogen er gelukkig al snel twee groepen Grey Hypocolius door de lucht, samen goed voor enkele tientallen exemplaren! Ik kon één van de groepen nu ook op de foto krijgen, al was die foto niet echt om over naar huis te schrijven. Maar ik had de vogels nu wel beter kunnen bekijken, al was het alleen maar vliegend. Ik keek even op Ebird. Een paar honderd meter verder was ook wel eens een melding gedaan. Het was sowieso op de route richting het “verre noorden”. Het bleek de plek te zijn van de vieze uitlaat. Die vieze uitlaat was wel populair bij de meeuwen en andere soorten vogels.
Er stond een ietwat dichte struik naast de uitlaat. Ik stapte uit en liep wat in de richting van de waterkant. Huismussen en wat duiven bleken even uit die struik poolshoogte te nemen. Maar daar bleef het niet bij, want er bleken ook minstens drie Grey Hypocolius in te zitten! SHIT, mijn camera! Ik moest daarvoor even terug naar de auto, waarna ik met de camera in de hand rustig weer in de richting van de struik kon lopen. Ik kon gelukkig enkele mooie foto’s van de vogels schieten, waaronder van een adult!
Oenanthe xanthoprymna
Centraal Koeweit. ·
Pieter de Groot Boersma
Koeweit is een walhalla voor tapuiten.
Ik kon de volgende soorten in de wintermaanden aantreffen: Isabelline Wheatear, Desert Wheatear, White-crowned Wheatear, Pied Wheatear, Mourning Wheatear, Red-tailed Wheatear, Finsch’s Wheatear en de Kurdistan Wheatear.
Daarnaast kan er tijdens de trektijd nog een aantal soorten gevonden worden, maar dat was dus in een andere tijd van het jaar.
Ietwat ten westen van Kuwait City was een rotsig gebied waar ik wist dat er heel wat tapuitensoorten werden gemeld. Ik vond na de eerste tapuit, een woestijntapuit, al snel een tweede tapuit. De grijze kopkap en rug vielen op afstand al op, een kijkje door de brillenglazen (lees: verrekijker) bevestigde de hoop, Kurdistan Wheatear! Deze zeldzame tapuit in Koeweit was al enkele weken daarvoor ontdekt. De vogel had volgens de overlevering moeten overwinteren in noordoost Afrika of het zuidelijke deel van het Arabisch Schiereiland. Maar nee, deze vond het in Koeweit wel best. De broedgebieden lagen in Iran en Irak, maar ook in zuidoost Turkije. Maar in Koeweit de soort zien vond ik ook wel best.
Hoezo was deze tapuit echter geen roodstuittapuit? Ik stuurde de bekendste lokale gids een mail:
I also saw the Khurdistan Wheatear that day. I wonder, on what grounds was it identified as a Khurdish Wheatear and not a Red-rumped Wheatear? I guess a picture of the upper tail and wings should be necessary to be sure? Or do you have other features that clinches the the ID?
Zijn antwoord:
Regarding the Kurdish Wheatear, the ID was based on many things, mostly the white tail with narrow black 'T', lack of wing bars and pale wing coverts.
Als anderen hier anders over denken, let me know!
Oenanthe finschii barnesi
Zuidoost Koeweit. ·
Pieter de Groot Boersma
Finsch's Tapuit is een zeldzame overwinteraar in Koeweit. Ik weet niet of er elk jaar overwinterende exemplaren worden gevonden, maar in de winter 2025/'26 wist ik van minstens drie overwinterende exemplaren.
Obi, Molukken, Indonesië ·
Dušan Brinkhuizen
"Obi Myzomela", een DB primeurtje. Voor zover ik begrijp, een nog onbeschreven soort.
Argya huttoni salvadorii
Zuidoost Koeweit ·
Pieter de Groot Boersma
Op de terugweg van Bangladesh deed ik nog even twee dagen Koeweit aan. Nu ja, twee dagen... Eerst verloor ik een dag door een vertraagde vlucht vanuit Bangladesh (mist!). Daarna reed ik snel vogelend het (piepkleine) land door op zoek naar mijn targets. Eén van die targets was de Afghan Babbler, een cultuurvolger die in landen als Irak en Afghanistan ietwat onbereikbaar waren. De soort komt al een tijdje voor in Koeweit. In het noorden was daar DE plek voor. Daar vond ik de soort ook binnen een half uur. Ietwat naar het zuiden toe zag ik dat de soort ook wel eens werd gemeld.
Toen ging het in Nederland wat sneeuwen. Ik zat drie dagen langer vast in Koeweit. Dan maar wat dagen doorvogelen...
Succesvol zoekend naar Desert Finch en Lybian Jird, in het zuidoosten van het land, zag ik daar opeens drie Afghan Babblers foerageren. Ik vraag mij af of de soort al op de Saoedische lijst staat, want we bevonden ons op 50 kilometer afstand tot de grens.
Picus viridanus
Sundarbans, Bangladesh. ·
Pieter de Groot Boersma
De mangroven van Bangladesh zijn verbazend goed met verschillende soorten spechten bedeeld. Elk bezoek aan de boardwalk zagen we een andere soort specht. Common Flameback, Streak-throated Woodpecker, Greater Flameback, Grey-capped Pygmy Woodpecker en Rufous Woodpecker.
Tijdens onze tweede wandeling over de boardwalk zag ik een groene specht langsvliegen. De rest liep een flink stuk voor mij. Ik wist dat het een van die groene spechten was met een gestreepte of geschubde borst. Laced Woodpecker, Scaly-bellied Woodpecker of Streak-throated Woodpecker. Ik kon even niet op de naam komen, maar het was sowieso geen lifer. De rest van de groep zag de vogel plots mooi in een dode boom zitten. Ze lieten dat mij ook snel weten, waarop ik al struinend hun richting op liep. De camera’s ratelden tot het moment dat ik ter plekke kwam. De vogel zat er nog fraai bij, dus nam ik ook een fraaie foto. Leuk beest.
De heren gingen even uitzoeken om welke soort het ging. Conclusie: Streak-breasted Woodpecker. Ik keek daarop ook op de Merlin App. Toen raakte ik wat in de war. Ik zag namelijk het verspreidingsgebied van de soort. Allen plekken waar ik nog nooit was geweest, van het uiterste noorden van Maleisië tot uiterst zuidoostelijk Bangladesh. Daar waren we toen niet. Maar de Streak-throated Woodpecker kwam volgens het verspreidingskaartje van de Merlin App ook niet in de Sundarbans voor. Wel in het noorden van Bangladesh. Die Streak-throated Woodpecker was geen lifer. Die Streak-breasted Woodpecker wel. Toen daagde er bij mij iets uit de krochten van mijn hersenpan. Die Streak-breasted Woodpecker was een lifer, waarvan ik ooit had geweten dat het voor mij bijna de laatste der Aziatische groene spechten was die ik nog moest zien. Ik keek ook even snel op een op mijn mobiel gedownload verslag van de Sundarbans. Ook daar zag ik een foto van de Streak-breasted Woodpecker staan. Door de gelijkende naamgeving en mijn minimale voorbereiding van de “soortenrijkdom” van vooral de Sundarbans had ik over deze mogelijke lifer gekeken. Hoppetee, cadeautje!

