DB Actueel Online

Op gezette tijden wil de website aandacht besteden aan actuele ornithologische fenomenen. De Nederlandse vogelaars worden (gelukkig maar) nog regelmatig verrast. Door een influx van een bepaalde soort of bepaalde soorten, door een uiterst zeldzame soort waarvan de meeste vogelaars nog niet eens de juiste Nederlandse naam weten, door onverwachte determinatieproblemen en dergelijke. De kracht van dit medium is dat er direct en interactief ingegaan kan worden op deze spannende gebeurtenissen in het veld. Wat is er precies aan de hand? Wat is hier al van bekend? Is er al eerder over geschreven in Dutch Birding? Hoe denkt men in het veld hierover?

Influx Struikrietzangers in het voorjaar van 2020

15 juli 2020  ·  Vincent van der Spek & Diederik Kok  ·  5801 × bekeken

Struikrietzangers nemen al jaren toe in Nederland, maar de spectaculaire voorjaarsinflux in mei-juni 2020 kwam wel heel onverwacht. Dit artikel geeft een overzicht van de aantallen en het verloop, de aantallen elders in Europa en tot slot is er aandacht voor hoe je de soort zelf kunt vinden op zang.

Struikrietzanger Acrocephalus dumetorum, Voorschoten, Zuid-Holland, 8 juni 2020 (Vincent van der Spek)

Inleiding
In het jaarverslag van 2018 (Gelling et al. 2019) concludeerde de CDNA: “The increase of records continues, and one may wonder how much longer the species will be considered.” De toename zette na 2018 inderdaad door. Het eerste geval van de Struikrietzanger stamt pas van 1990, waarna er af en toe een waarneming of vangst volgde. Sinds 2009 zit er echter echt een lijn in de waarnemingen en is de soort jaarlijks waargenomen (ten tijde van dit schrijven dus 12 jaar op rij), met goede en minder goede jaren. Topjaren waren 2013 (9), 2018 (11) en 2019 (8). Tot en met 2019 waren er 60 gevallen, waarmee het gemiddelde over 30 jaar op exact twee per jaar lag: precies op het randje waarop de CDNA wel/niet langer meldingen beoordeelt. De CDNA besloot het nog een jaartje aan te zien en daarmee nog niet het voorbeeld van de Britse (2015) en Belgische commissie (2019) te volgen, die al waren gestopt met beoordelen. En toen kwam 2020.

(Of enkele leden spijt van dit besluit hebben gekregen laten we in het midden).

Struikrietzangers in het voorjaar
Tot 2020 waren er (pas) 13 voorjaarsgevallen (twee vangsten), met daarbij een influx van zes in 2014 (opvallend genoeg was er dat najaar overigens geen enkel geval). 2014 zorgde tot voor kort dus voor bijna de helft van alle lentewaarnemingen. Struikrietzangers behoren tot de laatst arriverende voorjaarsvogels in Europa. Het vroegste geval in Nederland stamt van 22 mei en het aantal junigevallen lag – en ligt na 2020 nog steeds – hoger dan het aantal meigevallen.  

De influx van 2020
Tussen 24 mei en 30 juni werden op liefst ca. 30 plekken Struikrietzangers (minimaal 31 vogels) ontdekt (zie tabel). Het totaal aantal gevallen voor Nederland werd daarmee met ongeveer een factor anderhalf vergroot, het aantal voorjaarsgevallen met een factor drie! Het voorjaar van 2020 zorgt voor een totaal andere seizoensverhouding dan er in de periode 1990-2019 was ontstaan. Stamde tot 2020 slechts één op de vijf gevallen uit het voorjaar en dus liefst 80% uit het najaar, die verhouding ligt nu op ongeveer 40-60 (maar het najaar moet nog komen).

Geografische verspreiding
Er was een sterke bias richting de kuststrook (Figuur 1): er werden maar vier gevallen verder dan 10 km van de Noord- of Waddenzee vastgesteld (Kekerdom, GE; Strijen, ZH; Dronten, FL en Amsterdam, NH). Het zwaartepunt lag rond de Waddenzee, met ten minste 21 vogels. Absolute koploper was Texel (minimaal 12), met verder gevallen in Den Helder, op Vlieland, op Schiermonnikoog (minimaal 3), in de Lauwersmeer, in de Eemshaven (2)  en op de Breezanddijk. Er werden in 23 dagen (28 mei – 19 juni) alleen op Texel al meer exemplaren waargenomen dan in (voormalig) recordjaar 2018 in heel Nederland (11). Dat ze vooral opdoken langs de kust geldt overigens ook voor de 60 vogels van vóór 2020. Zo zag de oude(re) garde in 1996 misschien wel hun eerste in Limburg, maar dat is nog altijd het enige geval voor die provincie.

Figuur 1. Verspreiding van de influx Struikrietzanger in mei-juni 2020

Verloop en verblijfsduur
De influx leek twee piekjes te hebben (Figuur 2): 1) eind mei en begin juni en 2) in de tweede decade van juni. Let wel: het blijven kleine getallen, dus enige voorzichtigheid is op zijn plaats. Op 1 juni waren er op één dag liefst negen vogels tegelijk in Nederland aanwezig. Dat is net zoveel als in heel 2013 bij elkaar – tot 2020 het op één na beste jaar ooit. Van 4-8 juni waren er vijf dagen zonder nieuwe vogels (zie ook: verklaring van de influx). Daarna volgde rond de tweede decade van juni – nadat de wind weer uit wat meer oostelijke hoeken waaide – een opleving, hoewel die minder fors was dan de eerste golf. Veruit de meeste vogels (23; 74%) bleven maar één dag en twee vogels werden op twee dagen waargenomen. Daar stonden de plakkers van Voorschoten (10 dagen), Schiermonnikoog (14), Noordwijkerhout (8), Lauwersmeer (3+), Amsterdam (4) en de recordhouder van Kekerdom (21 dagen) tegenover, vogels die dan ook veel getwitcht werden.

Figuur 2. Dagelijks verloop van de influx Struikrietzanger in 20 mei - 30 juni 2020. Nieuw ontdekte vogels in blauw, langer verblijvende vogels in oranje.

Tabel Voorjaarsgevallen Struikrietzanger in 2020 gebruikt in dit artikel¹
1 24 mei, Oude Kooi, Vlieland
2 26 mei - 15 juni, Kekerdom
3 28-29 mei, De Tuintjes, Texel
4 30 mei, De Krim, Texel
5 30 mei, Amsterdamse Waterleidingduinen
6 31 mei, Strijen
7 31 mei – 1 juni, Revebos, Dronten
8 31 mei – 13 juni, De Branding, Schiermonnikoog (vogel 1)
9 31 mei, Kwade Hoek
10 1 juni, Nationaal Park Zuid-Kennemerland (vangst)
11 1 juni, Robbenjager, Texel
12 1 juni, De Cocksdorp, Texel
13 1 juni, De Branding, Schiermonnikoog (vogel 2)
14 1 juni, dorp, Schiermonnikoog
15 2 juni, Robbenjager, Texel
16 2 juni, Eemshaven, Groningen
17 3 – 12 juni, Voorschoten
18 3 juni, Prins Hendrikpolder, Texel
19 9 juni, Meijendel
20 10 juni, Eemshaven (vangst)
21 12 juni, Vuurtoren, Texel
22 12 juni, Robbenjager, Texel (waarschijnlijk 2 vogels)
23 13 juni, Den Helder
24 13 juni, Breezanddijk
25 13-20 juni, Teylingen
26 16 – 19 juni, Amsterdam
27 16 juni, Jan Ayeslag, Texel
28 17 juni, De Slufter, Texel
29 18 juni, De Krim, Texel
30 19 juni, Bollenkamer, Texel
31 28 juni tot in juli, Lauwersmeer

¹Gemaakte keuzes voor gevallen en datums
Het aantal meldingen dit voorjaar ligt hoger dan het aantal waarnemingen dat hier is opgenomen. We hebben een min of meer ‘objectief’ criterium gehanteerd, zonder zelf een oordeel te vellen: er zijn alleen gevallen opgenomen waarvan a) geluidsopnamen en/of foto’s voorhanden zijn, b) waarbij door waarnemers zelf óf door anderen geen vraagtekens zijn geplaatst. Voor vervolgwaarnemingen en aantal vogels per locatie is eveneens het tweede criterium gebruikt. Het is dus mogelijk dat er gevallen worden geaccepteerd die niet zijn vermeld, of dat gevallen die zijn opgenomen worden afgewezen. Ook de datums/aantallen zijn om deze reden niet in beton gegoten. 

Veldwaarnemingen vs. ringvangsten
Tot 2020 bestond ongeveer twee derde van de gevallen uit ringvangsten. Veldwaarnemingen waren daarbij in het voorjaar in de ruime meerderheid, in het najaar domineerden de ringvangsten. Ook dit voorjaar was dat zo: er waren ‘maar’ twee vangsten. Deze influx tornt daarmee stevig aan de verhouding die in dertig jaar tijd was ontstaan: meer dan de helft bestaat nu plots uit veldwaarnemingen.

Omringende landen
Hoge aantallen Struikrietzangers bleven zeker niet beperkt tot Nederland. Waarnemingen in andere Europese landen schetsen een aardig beeld van de bandbreedte van deze niet eerder in Europa (buiten de broedgebieden) geregistreerde eruptie. Ons land leek daarbij precies op de rand te liggen. Van (noord)oost naar west werden de volgende aantallen gemeld. In Noorwegen wordt de soort sinds 2012 niet meer beoordeeld, en is het een schaarse broeder (in het zuidwesten) en doortrekker. Dit voorjaar was echter het eerste waarin er ruim meer dan 100 werden waargenomen. In Polen is de soort tegenwoordig een schaarse, maar regelmatige voorjaarsgast, met in de periode 2014-2019 jaarlijks gemiddeld 34 zingende vogels. 2020 was voor Polen een topjaar, met minimaal 110 exemplaren tussen 20 mei en 30 juni. In Denemarken werd een recordaantal van 38 vogels geregistreerd. In Duitsland waren er tussen 22 mei en 29 juni 24 meldingen, met alleen al 11 op Helgoland. Een gevangen en geringd vrouwtje aldaar leek gepaard met een mannetje Bosrietzanger. Voor het perspectief van de omvang: tot dit jaar waren er 18 gevallen van Helgoland bekend, alle sinds 2000. Ook ten noordwesten van ons liep de influx door, met in Groot Brittannië een recordaantal van minste 42 waarnemingen tussen 23 mei en 7 juli (voor een overzicht van de eerste 35 vogels: zie hier). Verder westelijk kwamen ze niet, want Ierland bleef verstoken van een waarneming – al kan een waarnemerseffect vanwege de strenge lockdownmaatregelen vanwege Covid-19 hier niet uitgesloten worden. Midden-Europa werd goeddeels door de Struikrietzangers gemeden, met twee meldingen in Tsjechië, en geen enkel geval in zowel Oostenrijk als Zwitserland. Ook ten zuiden van Nederland werden nauwelijks vogels gemeld,  met zowel in België als Frankrijk slechts één bevestigde waarneming (resp. in Heist, West-Vlaanderen op 29 mei en op Île-d'Yeu, Vendée op 21 mei, de vroegste ooit voor Frankrijk). Nederland lag daarmee precies op de noordwestelijke rand van de influx die vooral een oost-westcomponent leek te hebben.

Struikrietzanger Acrocephalus dumetorum, Breezanddijk, Friesland, 13 juni 2020 (Laurens Steijn)

Verklaring van de influx
Struikrietzanger is van oorsprong een oostelijke soort (Figuur 3). Ze breiden al vele jaren richting het westen uit en hebben de afgelopen decennia de Baltische Staten en Finland gekoloniseerd. Alle populaties overwinteren op het Indiase subcontinent – ook de meest westelijke broeders. Gezien de westelijke uitbreiding is de toename van gevallen niet onlogisch. Maar dat maakt nog geen influx. De oorzaak in gunstige omstandigheden op de overwinterplekken zoeken (die zorgt voor een hoge overleving en daarmee simpelweg meer vogels), rijmt lastig met het feit dat er tegelijkertijd ook een influx Bosrietzangers was, aangezien die soort juist in Oost-Afrika overwintert. Ook is er door vogelaars gespeculeerd over extreme droogte als oorzaak, waardoor de vogels op drift zouden zijn geraakt. Maar droogte leek in het oosten, anders dan in Centraal- en Noordwest-Europa, niet zo’n rol te spelen (bron: European Drought Observatory). Een influx is weergerelateerd (anders dan een invasie, die voedselgerelateerd is) en daarin zal vermoedelijk de sleutel liggen. Er waren dit voorjaar veel winden uit oostelijke of noordoostelijke hoek tijdens de doortrekperiode van Struikriet en dat lijkt voorlopig de meest voor de hand liggende verklaring. Daarin past ook dat in Nederland gedurende 4-11 juni maar twee nieuwe vogels werden gevonden: dat was een periode met een overwegend westelijke stroming en – eindelijk in dit gortdroge voorjaar – ook regen. 

Figuur 3. Broed- (oranje) en overwintergebied (blauw) van Struikrietzanger (uit Kennerley, P. & Pearson, D. 2010. Reed and Bush Warblers. Christopher Helm, A & C Black.)

Herkenning van de zang
Afgelopen voorjaar bood een uitzonderlijke kans om op Nederlandse bodem te oefenen met het op zang herkennen van Struikrietzangers, en die daarbij te vergelijken met het ruime aanbod aan zingende Bosrietzangers die óók in hogere aantallen dan anders aanwezig waren. Het meest kenmerkend voor de zang van Struikriet is:  

1) de heldere fluittonen en zelfs toonladders die meerdere malen herhaald worden,
2) afgewisseld met lage ‘klikkende’ geluiden, en
3) een traag tempo met regelmatige korte pauzes tussen elementen (alsof de vogel rustig ademhaalt). 

Hoor je een stuk zang met deze drie kenmerken tezamen, dan heb je een Struikriet! De fluittonen kunnen bestaan uit solitaire noten of regelmatig uit 2-3 noten achter elkaar en dan ‘toonladders’ vormend, zowel oplopend als aflopend.


Struikrietzanger Acrocephalus dumetorum, zang, Robbenjager, Texel, 1 juni 2020 (Ruud van Beusekom). Vanaf de start veel kenmerkende fluittonen die herhaald worden met daartussen vaak 2-4 klikkende elementen. Let ook op het rustige tempo met korte regelmatige pauzes tussen de fluittonen en klikkende elementen, waardoor die niet in elkaar overlopen. 


Struikrietzanger Acrocephalus dumetorum, zang, Robbenjager, Texel, 11 juni 2016 (Ruud van Beusekom). Lange opname van een uiterst kenmerkende zang: traag met helderde fluittonen die soms ook toonladders vormen (zoals vanaf 22 sec), met tussendoor lage klikkende noten.

Bosrietzanger is drukker en gehaaster, met typische versnellingen waarbij de verschillende elementen vaak in elkaar overlopen, en met minder regelmatig ingebouwde pauzes.


Bosrietzanger Acrocephalus palustris, zang, Robbenjager, Texel, 10 juni 2020 (Ruud van Beusekom). Typische Bosriet met gehaast tempo met direct in elkaar overgaande elementen en regelmatig opvallende versnellingen.

Beide soorten imiteren natuurlijk. Bijvoorbeeld Bijeneter is bij beide soorten populair in de imitaties. Bosriet doet ook regelmatig Afrikaanse soorten na, terwijl Struikriet ook Aziatische soorten in het repertoire kan hebben. Zo leek een vogel in Meijendel Bladkoning en Tickell’s Blue Flycatcher te imiteren!

Bosrietzangers zingen ’s nachts vaak trager dan overdag. Dit voorjaar zorgden wat traag zingende Bosrieten meerdere keren voor verwarring. Trage Bosrieten missen nog steeds de sloomheid van een typische Struikrietzang en bovenal de combinatie van fluitende toonladders afgewisseld met klikkende geluiden.


Bosrietzanger Acrocephalus palustris, zang, Groenewoudseweg, Flevoland, 30 mei 1997 (Teus Luijendijk). Traag zingende vogel die in tempo aan Struikriet doet denken, maar de heldere fluittonen ontbreken en de voor Bosriet typische versnellingen zijn nog steeds hoorbaar.


Struikrietzanger Acrocephalus dumetorum, zang, Millingerwaard, Kekerdom, 03 juni 2020 (Arnoud van den Berg / The Sound Approach). In vergelijking met de Bosriet hieronder tonen zowel opname als sonagram het typische ritme: rustig, met veel korte en regelmatige pauzes.


Bosrietzanger Acrocephalus palustris, zang, Millingerwaard, Kekerdom, 03 juni 2020 (Arnoud van den Berg / The Sound Approach). Zoals ook goed te zien in het sonagram, gaan elementen, daar waar het tempo hoog is, direct in elkaar over zonder duidelijke pauzes.

De variatie in de zang bij Struikriet is nog best aanzienlijk en dit kan verwarrend zijn. Waar sommige exemplaren vrijwel non-stop traag en heel herkenbaar zingen, met veel herhalende fluittonen en ‘kliks’, zingen andere exemplaren sneller, gevarieerder en minder uitgesproken als zodanig herkenbaar. In de laatste situatie is de truc geduldig te luisteren, in enkele minuten zang zullen ook dat soort vogels zich ‘verraden’ door de meer typische stukken zang.


Struikrietzanger Acrocephalus dumetorum, zang, De Cocksdorp, Texel, 1 juni 2020 (Diederik Kok). Een moeilijk zingende vogel die aan Bosriet doet denken. De typische Struikriet-elementen ontbreken grotendeels. Het tempo is wel regelmatig met veel klikkende noten en zonder de echt prominente versnellingen van Bosriet. Dergelijke lastige vogels zullen met geduld te herkennen zijn aan meer typische fluittonen die op enig moment in de zang opgenomen worden, zoals in dit geval de toonladder op 1.39 min.

Een andere, niet te onderschatten, pitfall is Spotvogel. Spotvogel heeft natuurlijk ook veel imitaties, waaronder opvallende fluittonen en toonladders. Het tempo ligt echter beduidend hoger en de typisch Spotvogel-elementen zullen opvallen. In zeldzame situaties kan Spotvogel ook midden in de nacht zingen. De zang is dan trager dan wat doorgaans van de soort gehoord wordt en de verwarring ligt dan (zeker als men ’s nachts op zoek is naar een Struikriet) extra op de loer.


Spotvogel Hippolais icterina, zang, Langelo, Drenthe, 29 mei 2020 (Arjan Dwarshuis). Deze midden in de nacht zingende vogel doet door het trage tempo, de klikkende noten en de toonladders denken aan Struikriet. De toonladders zijn echter anders van structuur en, bovenal, de typische Spotvogel elementen zijn nog steeds hoorbaar, zoals aan het begin van de opname.

Veldrietzanger Acrocephalus agricola, zang, Aqmola, Kazachstan, 17 mei 2003 (Arnoud van den Berg / The Sound Approach). The next target! Gevarieerde zang, in tempo herinnerend aan Bosriet maar met meer gelijkmatige snelheid, zonder prominente versnellingen of uitschieters. Zang brabbelend met een haast binnensmondse klank.

Struikrietzanger Acrocephalus dumetorum, Breezanddijk, Friesland, 13 juni 2020 (Laurens Steijn)

Tips voor het vinden van een zingende Struikriet: slaap uit!
Een belangrijke tip voor het vinden van een Struikrietzanger: slaap uit! De vogels doen dat namelijk ook. Hoewel het beeld bestaat van ’s nachts zingende Struikrieten zal dat in Nederland zelden het geval zijn. Een doortrekker zal niet vaak ’s nachts zingen, tenzij deze (al is het maar voor enkele dagen) een territorium heeft. Ook afgelopen voorjaar waren veruit de meeste vogels slechts een dag aanwezig. Wat daarbij opviel is dat het merendeel pas na 8.00 ’s ochtends opgemerkt werd. Op Texel gebeurde dit herhaaldelijk op plekken waar al diverse vogelaars eerder die ochtend geweest waren. Het zijn nachttrekkers, dus het moet haast wel dat deze vogels al aanwezig waren maar pas later op de ochtend begonnen te zingen. Vervolgens was er bij deze vogels sprake van prima zangactiviteit gedurende de tweede helft van de ochtend. Een andere illustratie hiervan is de vogel van Den Helder die rond 6.45 in de ochtend zeer kort (10 seconden) zingend gehoord werd, daarna zeker tweeënhalf uur stil bleef en pas rond 11.30 duidelijk maar onregelmatig zingend werd gehoord. Ook een vogel in Meijendel zong in de middag nagenoeg onafgebroken, terwijl deze in de ochtend wisselend actief was, en daarbij zelfs anderhalf uur stil. Mogelijk komt dit doordat deze vogels ’s nachts arriveren en het eerste deel van de ochtend besteden aan foerageren of rusten.   

Het beeld bestaat bij sommigen dat Struikriet een luid zingende vogel is die op ruime afstand hoorbaar is. Misschien komt dit doordat er enige gelijkenis is met de zang van Zanglijster. Echter, de zang van Struikriet draagt niet ver en gemiddeld genomen waarschijnlijk minder ver dan bij Bosriet. Onder de meeste veldomstandigheden zal de zang slechts tot 40-50m ver dragen, op grotere afstand zal de vogel niet opgemerkt worden. De fluittonen dragen het verst en op genoemde afstand kan dat zorgen voor het ontdekken een vogel. 


Struikrietzanger Acrocephalus dumetorum, zang, Vuurtoren, Texel, Texel, 12 juni 2020 (Diederik Kok). Deze slechte opname ten tijde van de ontdekking illustreert hoe een Struikriet op enige afstand als eerste hoorbaar zal zijn in de melange van wind, andere vogels en andere bijgeluiden. Enkele fluittonen en ‘kliks’ zijn net hoorbaar.

Qua biotoop kun je een Struikrietzanger treffen in dezelfde variatie aan biotopen als Bosrietzangers op doortrek: semi-open landschap met ruige terreinen en wat boompjes zoals vlieren of wilgjes. Gemiddeld genomen kan Struikriet zich ophouden in iets droger terrein en wat hoger opgaande bomen dan Bosriet, maar enkele vogels werden ook in rietkragen gezien. De veel getwitchte vogel van Voorschoten had daar zelfs een uitgesproken voorkeur voor. Een belangrijker hulpmiddel bij het zoeken naar Struikrieten is het opzoeken van de kust. En misschien wel specifiek Texel – al zal de concentratie aan gevallen daar mede komen door de hoge waarnemersdichtheid. Voor enkele hints om de soort te herkennen op uiterlijk zie hier .

Tot slot
2020 was hét voorjaar om zelf een Struikrietzanger in Nederland te ontdekken. Gezien de toename van de afgelopen jaren komen er vast meer kansen. Het derde geval voor Nederland, in 1998 bij Nieuwegein, betrof een gemengd broedgeval met Bosrietzanger. Ligt er gezien de westelijke uitbreiding een nieuw – misschien zelfs zuiver - broedgeval van deze soort in Nederland in het verschiet? 

Dankwoord
We bedanken Ruud van Beusekom, Jochen Dierschke, Thijs Fijen, Wouter van der Ham, Josh Jones (BirdGuides), Zbigniew Kajzer, Leander Khil, Lukasz Lawicki, Nicolas Martinez, Hans Matheve, Tor Olsen, Jiří Šírek, Rasmus Strack, Hugo Touzé en Peter de Vries voor hun input bij het schrijven van deze notitie.

Vincent van der Spek & Diederik Kok

Discussie

Bert de Bruin  ·  16 juli 2020  07:33

Leuk stuk! Hier bij mij in Bergen ook drie zingende vogels aanwezig, overigens wel vooral 's nachts zingend...Misschien is een artikel met een gedegen verklaring voor de influx op termijn iets voor Dutch Birding?

Nog een nieuwtje voor mij: ik wist niet dat Kazachstan op Texel lag. Ik kom snel weer eens langs:-)

Jelle Scharringa  ·  16 juli 2020  08:56

Nee, Georgie ligt op Texel, daar liggen Georgiers!

Harvey van Diek  ·  16 juli 2020  10:18

Goed om te lezen en heel fijn dat alle gevallen op een rij zijn gezet.

N.B. Kleine correctie op het geval van de Millingerwaard (Ooijpolder). Deze zong tenminste t/m 27 juni.

Vincent van der Spek  ·  16 juli 2020  11:51

Dank Harv! 

(en Bert)

Kekerdom was lastig door de (uiteindelijke) vervaging op wrn.nl, maar ik heb bewijs tot 15 juni kunnen vinden - zie ook de disclaimer ;-). Als ie er tot de 27e zat maakt dat een verblijfsduur van 33 dagen!


Wim Wiegant  ·  16 juli 2020  13:08, gewijzigd 16 juli 2020  13:09

Schitterend verhaal, en geweldige en heel nuttige geluidsopnames. 
Ik begrijp alleen het begrip toonladders niet goed. Volgens mij wordt er een neerwaarts glissando bedoeld. Ik hoor nergens een toonladder (do-re-mi-etc), niet omhoog en niet omlaag, en zeker niet op de aangegeven tijdstippen.  

Reinier Smabers  ·  16 juli 2020  15:26

Erg interessant verhaal, dank!

Veel gezocht in het ''binnenland'' maar helaas geen gevonden.

Frank van der Meer  ·  16 juli 2020  19:37

Echt goed dit!

Hans Groot  ·  16 juli 2020  22:45

Fijn werk, jongens. Ook met het oog op de komende Recente Meldingen in DB :-)

Ruud van Beusekom  ·  16 juli 2020  23:26, gewijzigd 16 juli 2020  23:28

@Bert: dat 's nachts zingen is dus kenmerkend voor territoriumhoudende vogels. De lange opname van mij hierboven betrof ook een 's nachts zingende Struikrietzanger met een territorium.  Dat is eigenlijk wel jammer, dat alle vogels op Texel zo snel weer doortrokken en we geen territoriale vogel hebben gevonden. Mmm... Dit lijkt op klagen, maar dat doe ik natuurlijk niet 😜

Bert de Bruin  ·  17 juli 2020  06:42, gewijzigd 17 juli 2020  12:31

@Ruud,  dat zou best een verklaring kunnen zijn, maar slechts eentje van de zingende vogels zat er meer dan twee dagen. De andere waren snel weer weg...Het waren er maar drie hier in (de buurt) van Bergen, dus hoeveel zinnigs je daar dan over kan zeggen, weet ik niet. Maar ik vond het fantastisch om de influx ook hier mee te krijgen, wàt een zang. Overigens staan er twee geluidsopnames op mijn blog (even scrollen naar de nachtelijke opnames)

Diederik Kok  ·  19 juli 2020  11:12, gewijzigd 19 juli 2020  12:00

Ik zie zelf timers bij de opnames die aflopen, mogelijk is dit browser afhankelijk (ik zit op Mac/Safari). De tijden waar in de onderschriften naar verwezen wordt, zijn gemeten vanaf de start van de opname. Die moeten dus even omgerekend worden indien je geen oplopende timers ziet. 

Wim Wiegant  ·  22 juli 2020  01:02, gewijzigd 22 juli 2020  01:04

Diederik, dat van die oplopende en aflopende timers was me niet ontgaan…! Maar de toonladders op de oplopende timer-tijdstippen hoor ik maar niet …! Wat wordt er nu bedoeld…? Ik moet het vóór volgend voorjaar weten …!

Peter de Knijff  ·  22 juli 2020  08:38, gewijzigd 22 juli 2020  08:49

Wim,

Het is niet echt een toonladder, maar een perfecte herhaling van telkens drie noten, zoals erg goed is te horen op de tweede opname (van ca. 4 minuten) en inderdaad vanaf 22 seconden. De tweede noot is iets hoger dan de eerste, de derde beduidend lager dan de voorgaande twee.

In de opname van Arnoud (Millingerwaard, 5.22 minuten) is eenzelfde structuur vanaf 2:51 erg goed te horen, alleen is daar de derde noot net iets anders en word telkens gevolgd door een vierde roepelement. Wel wordt deze structuur meerdere keren herhaald.

Hoe je dit in muziektermen zou noemen weet ik niet.


Diederik Kok  ·  22 juli 2020  12:44

Ha Peter, precies, ook het stukje wat jij aanhaalt voor de Millingerwaard opname is erg kenmerkend voor een Struikriet. Dergelijke stukjes zang worden vaak aangeduid als 'toonladders', maar je hebt gelijk Wim dat die term niet helemaal juist is. Zoals beschreven zit hier bovendien behoorlijk wat variatie in: in aantal noten en of de noten ten opzichte van elkaar op- of aflopen. Ondanks die variatie betreft dit het meest kenmerkende stukje zang van Struikriet (alleen dit stukje is in de praktijk al genoeg voor een determinatie) vanwege het tempo, de herhaling en de fluitende tonen. Succes Wim, komend voorjaar! ;-)

Bram ter Keurs  ·  22 juli 2020  12:45

Het is in ieder geval niet perse een glissando, althans, niet op de aangeduide momenten. Die zit er een enkele keer ook tussen, maar dat is niet het belangrijkste element. Het gaat voor zo ver ik begrijp inderdaad om die drie tonen.

Peter de Knijff  ·  22 juli 2020  18:15

ik weet het Diederik, de Bosrieten komen mijn strot uit dit voorjaar. Het was uiteindelijk een Zwartkop welke mijn bloeddruk liet toenemen, pas na 14 minuten werd het duidelijk door het klassieke Zwako einde van de zang, waarna het beest zich kort liet zien. Helaas geen opname kunnen maken, wel weer een ervaring en leermomentje rijker.

Maarten Wielstra  ·  22 juli 2020  18:25

Bij Teylingen/Noordwijkerhout zat op de Struikrietplek ook een Zwartkop die tenminste 1 waarnemer op het verkeerde been bracht.

Wim Wiegant  ·  23 juli 2020  02:22, gewijzigd 23 juli 2020  02:24

Ik snap het nog steeds niet ! Alle opnamen afgeluisterd, en ik hoor het verschil met Bosrietzanger heus wel. Maar de toonladders of de gelijkende elementen in de opnames van Ruud van Beusekom en Arnoud van den Berg, die hoor ik dan weer niet. Ik hoor oplopende noten, maar ervaar weninig gelijkenis tussen de opnames van Ruud en Arnoud... 
Waar is Jac. P Thijsse als je 'm nodig hebt …! Die schreef in "Het Vogeljaar" (het boek, niet het tijdschrift) de zang van vogels uit in partituur! Met de notenpartijen kon je het op de piano naspelen…!

Overigens denk ik -ook bij de zang van een vogel-  dat de beoordeling gaat om de kenmerkentoestand, kortom: de combinatie van kenmerken, in dit geval van zangelementen, snelheid, imitaties, en dergelijke…

Hoe de toestand is bij het beoordelen van het horen van één roepje van een Dwerggors (die ik wel eens op de roep heb ontdekt), daar ben ik nog niet uit… Ik kan het horen, maar beschrijven, dat is lastig...!

Peter de Vries  ·  23 juli 2020  07:56

@ Wim: het is ook lastiger dan je denkt. Uit onderzoek blijkt dat de zang tijdens de trek anders is dan die in de broedgebieden. In de broedgebieden (als de vogels territoriaal zijn) is de zang de klassieke (zoals je die kent uit de boekjes), tijdens de trek is het meer een ‘plastic song’. Blijkbaar totaal anders dan de territoriale zang.

Zang kan enorm verschillen, uit een studie van Marova et al blijkt dat er in totaal zo’n 104 verschillende zangtypes zijn. Uit dit onderzoek komt ook naar voren dat in zang regionale verschillen bestaan.

Tevens zijn er verschillen in de zang van Struikrieten in het noordelijke en zuidelijke deel van het broedgebied (dus los van regionale verschillen). Je hebt een soort ‘dialecten’. Zang van vogels uit het zuidelijke deel verschillen in ‘accelerated performance rhythm, chaotic syntax, and unstable phonetic structure’.

Er bestaat dus niet één zangtype, grote kans dat daardoor zulke grote verschillen zijn in de opnames die hierboven staan. Dit zijn natuurlijk opnames van vogels die (nog) niet territoriaal zijn, en dus (gedeeltelijk) die ‘plastic song’ laten horen. Volgens mij zou het best een idee zijn de zang van vogels in West-Europa eens te vergelijken met deze twee verschillende soorten zang.

En dan nog over nachtelijke zang. Vogels op trek zingen niet ’s nachts. Alleen vogels die territoriaal zijn beginnen ’s nachts te zingen. Ook vogels die vroeg in de broedgebieden aankomen zingen eerst niet ’s nachts.

Samotskaya et al: Song in two cryptic species: comparative analysis of Large-billed Reed Warblers Acrocephalus orinus and Blyth’s Reed Warblers Acrocephalus dumetorum. Bird Study 2016, volume 63. No 4. 479-489

Morova et al: Individual, Population, and Geographic Differentiation in Advertising Song of the Blyth’s Reed Warbler, Acrocephalus dumetorum (Sylvidae). Biology Bulletin 2010, volume 37. No 8. 846-860

Arnoud B van den Berg  ·  23 juli 2020  08:55, gewijzigd 23 juli 2020  09:41

In de bijschriften van de zangseries-met-sonagrammen had ik de tijdstippen vermeld, maar die zijn door de auteurs helaas weggelaten. Zowel Struik als Bos waren ‘s nachts, tussen 02:00 en 05:00. Ook voor de interpretatie van de andere opnamen kan het vermelden van het tijdstip waardevol zijn.

Arnoud B van den Berg  ·  23 juli 2020  10:02

@Peter: je zegt ‘vogels op trek zingen niet ‘s nachts’. Dat is denk ik te absoluut gesteld. Heb nl veel opnamen van ‘s nachts zingende trekvogels, exemplaren die in het voorjaar een aantal dagen op dezelfde plek blijven voordat ze weer verder trekken.

Maarten Wielstra  ·  23 juli 2020  10:36, gewijzigd 23 juli 2020  10:38

De stelling is dat zogenoemde toonladders diagnostisch zijn. Ik ben benieuwd hoe dit bepaald is (voor veel soorten zijn we veel strenger op geluid). Ik heb zelf moeite met het het interpreteren van Bosrietachtige vogels die een doodenkel keertje een laddertje fluiten. Mijn kritische kant vraagt zich dan af hoe je een hybride of imitator met zekerheid kan uitsluiten  (los van roep en hpp). 

Peter de Vries  ·  23 juli 2020  10:40

@ Arnoud: je hebt natuurlijk gelijk. Ik heb het hier over Struikriet.

Peter de Knijff  ·  23 juli 2020  10:47

Wim,

Ik vermoed dat je zonder problemen de eerste vier tonen van Beethoven's vijfde kunt fluiten. Die zijn uiterst kenmerkend en komen voortdurend terug in verschillende gedaantes in de volgende ca. 25 minuten van deze symfonie (trouwens ook in de zang van Smyrna gors).

Wel zo'n repeterend motiefje (ik noem het geen toonladder) vind je ook in de zang van de twee voornoemde opnames op exact de aangegeven tijdstippen.

Het is echt niet zo moeilijk om dit te herkennen en er uit te pikken. Of het kenmerkend voor de soort is, is een andere discussie.

Marc Guyt  ·  24 juli 2020  11:48, gewijzigd 24 juli 2020  11:50

Het lezen van dit stuk

@Bert: dat 's nachts zingen is dus kenmerkend voor territoriumhoudende vogels. De lange opname van mij hierboven betrof ook een 's nachts zingende Struikrietzanger met een territorium.  Dat is eigenlijk wel jammer, dat alle vogels op Texel zo snel weer doortrokken en we geen territoriale vogel hebben gevonden.


Deed mij denken aan een verhaal van een Finse vogelaar die lang geleden onderzoek deed aan Struikrietzanger in Finland (toen ze daar opkwamen als broedvogel als ik me goed herinner).


De strekking van zijn verhaal was op hoofdlijnen (nogmaals, zo ver ik het me herinner):

Hij had een stukje habitat in zijn onderzoeksgebied - niet meer dan 10-20 meter lang en niet heel breed. Waar elk lange tijd een Struikrietzanger zat te zingen, maar wel beetje verspreid - dan paar dagen in linkerstuk, dan weer in rechterstuk. Dan weer in het midden. Dan weer paar dagen stil.

Ze dachten altijd dat het 1 vogel was. Totdat ze daar ringonderzoek gingen doen.

Bleek elke vogel op de andere lokatie in het gebiedje een andere vogel te zijn. Zijn theorie was: mannetje komt aan. Gaat zingen. Komt vrouwtje bij en houdt vervolgens gelijk zijn mond en begint met broeden. Wat weer ruimte biedt voor ander mannetje om te zingen.

Wat als dat waar is en nu ook in Nederland is gebeurd.

Een voorjaar overvol met mannetjes Struikrietzanger, dan moet er ongetwijfeld een vergelijkbaar aantal vrouwtjes door Nederland zijn getrokken. 

En wat in Finland kan, kan in Nederland ook.



Peter de Knijff  ·  24 juli 2020  13:52

Marc,

Eigenlijk zou dit algemene kennis moeten zijn, want veel meer soorten doen dit, ook in Nederland. Rob Bijlsma (o.a.) heeft hier veel over geschreven, bv. bij Fluiter. Maar ook andere algemene broedvogels doen dit. Mannetjes houden hun kop zodra ze gepaard zijn, en dat kan heel snel.

Ongepaarde mannetjes kunnen maanden lang op dezelfde vierkante meter blijven zingen en vallen daardoor veel meer op.

Het verschijnsel van chronisch ondertellen hierdoor, zeker bij een beperkt aantal bezoeken, is veel minder belicht, maar niet minder relevant.

Martin Poot  ·  30 juli 2020  21:14

In het voorjaar van 1998 was er een broedgeval in Nederland van een mannetje struikriet met een vrouwtje bosriet. Moraal van het verhaal bij veel rietzangerachtigen is dat het stil worden niet hoeft te betekenen dat de vogel vertrokken is. Pdf van Limosa-artikel waarin een en ander uitgebreid wordt beschreven via volgende link:

http://www.nou.nu/limosa/limosa_issue.php?nr=212


Groeten, 

Martin Poot

Teus Luijendijk  ·  13 augustus 2020  17:22

Mooi verhaal mensen. Even nog een topografische correctie: Strijen ligt niet op Overflakkee!

Gebruikers van het forum gaan akkoord met de forumregels.

Feedback?