DB Terugblik

Een terugblik op de waarnemingen van de afgelopen periode.

1 - 31 maart

4 mei 2021  ·  Diedert Koppenol  ·  2813 × bekeken

Meestal is maart een valstrik. Het valt net tussen wal en schip: waarbij februari nog echt winter is en april alweer echt voorjaar, is maart beide niet. Je gaat vol enthousiasme naar buiten, want 'het kan weer!' en dan kom je thuis met je eerste Tjiftjaf of Fitis van het jaar. Nou, wow! Vervolgens ben je dan alle drive weer kwijt zodra het échte voorjaar aanbreekt. Dit jaar gold dat in veel mindere mate en kon je zomaar keihard beloond worden voor je dagelijkse rondje in de tweede helft van deze maand. In wat voor vorm? We blikken terug op maart:

Hoogtepunten

Steenarend

Zoals in de vorige editie te lezen viel, was de Steenarend dus tot laat gevolgd en waarschijnlijk in de buurt gaan slapen. Op 1 maart begaf zich een grote groep mensen naar deze slaapplaats. De kans was groot dat ergens bij het opwarmen van de lucht de arend de thermiek zou pakken om zich te verplaatsen. Velen waren echter al voor zonsopkomst aanwezig en rond 7:00 uur kon er een grote gedaante ontwaard worden door de mist heen. Voordat iedereen goed en wel hier zijn scope op kon scherpstellen, werd er al gekozen voor een rustigere locatie. Klaarblijkelijk hadden enkele ietwat nalatige mensen al dan niet met opzet zich recht onder de boom begeven en het dier opgejaagd. De groep belangstellenden werd steeds groter en een verkeersinfarct dreigde. Velen besloten daarom in hun auto te kruipen en de omgeving af te speuren om de Steenarend geen kans op ontsnapping te gunnen. Rond 8:00 uur kwam er een kort bericht dat de arend zich laagvliegend naar het oosten begaf. Al snel kwamen verlossende woorden dat hij nu in een boom langs de weg was gaan zitten. Binnen een mum van tijd konden vele twitchers rustig van deze prachtige roofvogel genieten. Het blijft toch altijd iets enorm spectaculairs hebben, een arend in Nederland zien.

Steenarend Aquila chrysaetos, Wehl, 1 maart 2021 (Lennart Verheuvel)

Rond half negen verkoos de Steenarend toch weer het luchtruim boven stilzitten en vloog in noordoostelijke richting het gebied uit. Zoektochten liepen die dag op niks uit. Een waarneming van een ontsnapte Steenarend bij Steenbergen (hoe toevallig?!) op 23 maart deed nog even wat stof opwaaien, maar al snel werden leertjes vastgesteld en een vlakbij nog-in-de-kooi zittende soortgenoot gevonden en daarmee was ook deze kous af.

Steenarend Aquila chrysaetos, Steenbergen, 23 maart 2021 (Hans van Loon)

Op 27 maart werd de Steenarend echter weer gezien, bij Engbertsdijksvenen (OV). Dit bleef echter een eenmanswaarneming. De volgende dag bleef het ook een dwarse vogel en konden slechts enkele vogelaars de Steenarend lokaliseren. De 29ste werd hij ’s ochtends vroeg al aan de grond gevonden en nu kon een grotere groep toegesnelde twitchers eindelijk deze majestueuze vogel bekijken. Rond kwart over 10 verdween de arend uit zicht. Om 12:00 uur verscheen ‘ie weer, ditmaal boven Lemele en drie uur later werd hij opgepikt boven de Veluwe bij Gortel. Tegen het eind van de middag kwam hij nog even kort bij Hoog Soeren over. Waarschijnlijk hangt dit exemplaar nog steeds wel ergens rond op de Veluwe. Nieuwe broedvogel?!

Steenarend Aquila chrysaetos, Kloosterhaar, 29 maart 2021 (Floris Kouters)

Steenarend Aquila chrysaetos, Hoog Soeren, Gelderland, 29 maart 2021 (Jillis Roos)

Provençaalse Grasmus

De volgende zeldzaamheid die zich aandiende deze periode was een Provençaalse Grasmus die op de ochtend van 19 maart tijdens een BMP-telling werd ontdekt in de Coepelduynen van Noordwijk (ZH). Echter, na een krap uurtje vloog de grasmus alweer uit beeld, zoals dat vaker gebeurt met grasmussen, en was er geen spoor meer te bekennen van deze grijsbruine verschijning. Ook speelde het feit dat nabijgelegen gebieden veelal niet toegankelijk zijn voor publiek een rol. Althans, na een speurtocht van meer dan drie uur werd de Provençaalse Grasmus toch weer teruggevonden! Echter, ook ditmaal was de vogel alleen weggelegd voor de (her)ontdekker en na een kwartier was ‘ie ‘m alweer gepeerd! Op basis van kleed en ook roep gaat het hier waarschijnlijk om de ondersoort dartfordsiensis, die voorkomt bij de overburen in Brittannië, maar ook langs de Franse Atlantische kust. Indien aanvaard betreft dit het 15de geval voor Provençaalse Grasmus en indien de ondersoort ook voldoende vastgesteld kan worden, zou dit de zesde Atlantische Provençaalse Grasmus voor Nederland zijn. Vorig jaar was er ook een ééndagsgeval dat verborgen gemeld werd, maar het geval daarvoor, in 2019, was wel meerdere dagen twitchbaar.

Provençaalse Grasmus Sylvia undata, Coepelduynen, Noordwijk, 19 maart 2021 (Gijsbert Twigt)

Provençaalse Grasmus Sylvia undata, Coepelduynen, Noordwijk, 19 maart 2021 (Gijsbert Twigt)

Ross’ Meeuw

De westkust bleef het toneel van de hoogtepunten, want op 25 maart werd in Scheveningen een Ross’ Meeuw gefotografeerd. Aanvankelijk als Dwergmeeuw gedetermineerd, werd bij het uploaden van de foto’s naar waarneming.nl geconstateerd dat het hier toch om een heuse tweede-kalenderjaar Ross’ Meeuw ging. De vogel in kwestie was die middag echter maar kort aanwezig en richting het zuiden verplaatst en ook later op de dag was deze beauty niet aanwezig.

Voor diegenen die om wat voor bizarre reden dan ook het vrij lang verblijvende geval (zo’n twee maanden aanwezig!) in Vlissingen gemist hadden, werd het nu toch spannend. De volgende ochtend werd namelijk kort een Ross’ Meeuw bij de Zuidpier van IJmuiden waargenomen. Vanuit Scheveningen was hij dus naar IJmuiden gevlogen, maar ook hier raakte het meeuwtje weer snel uit beeld. Vanaf het strand was hij naar de punt van de pier gevlogen en daar uit beeld geraakt. Zelfs dat was nog niet het einde van ons Ross’ Meeuwenverhaal. Op de valreep van deze maand, werd op 30 maart melding gemaakt van een Dwergmeeuw op het Texelse strand t.h.v. Paal 14. De foto’s toonden echter een Ross’ Meeuw, maar ook hier kwam de melding te laat voor andere vogelaars om aan te sluiten (10 dagen te laat). Wie weet hoe deze saga zich verder ontwikkelt! Daarover berichten we in de volgende Terugblik. Indien aanvaard als één geval betreft het hier het 19de geval voor Nederland van deze Arctische schoonheid en ook weer in het toch zeldzamere tweede-kalenderjaarskleed.

Ross' Meeuw Rhodostethia rosea, Strand Zuidpier, IJmuiden, 26 maart 2021 (Kars Klein Wolterink)

Ross' Meeuw Rhodostethia rosea, Strand Zuidpier, IJmuiden, 26 maart 2021 (Kars Klein Wolterink)

Overzicht

Eenden en ganzen

De zwemvlieswaarnemingen vallen deze periode erg mee of tegen, afhankelijk van jouw waardering van deze soortgroep. Op 6 maart werd een mannetje Ringsnaveleend in een slootje bij Hoogwatum (GR) gefotografeerd. Dit zou wel eens het bekende mannetje kunnen zijn dat in de omgeving Appingedam/Delfzijl rondzwerft. Kleine Toppers werden deze maand op het Harderbroek (FL) en het Nuldernauw (GE) gezien. Het betreft in beide gevallen een vrouwtje, opvallend genoeg een geslacht dat steeds meer in Nederland gevonden wordt (door bepaalde waarnemers dan ...). Alsnog heb ik het vermoeden dat er veel vrouwen onontdekt blijven. Op 18 maart werd een Amerikaanse Smient ontdekt nabij Zwolle, waar vorig jaar ook al een (hetzelfde?) exemplaar aanwezig was. Tot aan 25 maart was dit mannetje aanwezig in de Vreugderijkerwaard. Op de valreep van deze maand werd ook een mannetje Amerikaanse Smient ontdekt in Friesland, in de Grutte Wielen. Deze was in ieder geval de 31ste ook nog aanwezig en daarmee hebben we onze verplichte zwemvliestherapie ook weer gehad.

Kleine Topper Aythya affinis, Polder Arkemheen, 26 maart 2021 (Jorrit Vlot)

Amerikaanse Smient Mareca americana, Zwolle, 20 maart 2021 (Eduard Sangster)

Andere watervogels

Ook deze categorie doet dit keer amper mee, met maar slechts één Zwarte Ibis die op 15 maart ontdekt werd bij de Ossenkampweg nabij Zeewolde (FL). Deze ibis was nog aanwezig tot en met 23 maart. Van de andere ‘zwarte’ vogel in deze categorie werd op 26 maart een overvliegend exemplaar gefotografeerd bij Smeerling (GR). Andere meldingen van Zwarte Ooievaar kwamen Limburg, Gelderland en Noord-Brabant, maar geen van deze vroege waarnemingen werd van (fysiek) bewijs voorzien.

Rovers

De enige vermeldenswaardige roofvogel die niet al in de Hoogtepunten beland is, betreft de Grijze Wouw. Op 28 maart werd in de Engbertsdijksvenen, tijdens het posten voor de Steenarend, een Grijze Wouw ontdekt die zich al jagend door het gebied verplaatste. Alle ‘mennekes’ die ook op zoek waren naar de Steenarend konden nu genieten van deze steeds algemener wordende roofvogel, die nog zeker geen alledaagse verschijning is. Het betreft pas het vierde geval voor Overijssel, indien overgegaan wordt tot aanvaarding van dit geval. Ook de 29ste was deze Grijze Wouw nog aanwezig. Op diezelfde dag diende zich ook weer een nieuwe Grijze Wouw aan, dit keer in Zeeland. In de Braakman-Noord werd een jagende tweede-kalenderjaar vogel aangetroffen die ook nog de 30ste aanwezig was. Vorig najaar werd precies op deze plek ook al een Grijze Wouw ontdekt. Dit is alweer het tiende geval voor de provincie Zeeland, waarmee Zeeland duidelijk als Grijze Wouwenland aangewezen kan worden, binnen Nederland.

Grijze Wouw Elanus caeruleus, Kloosterhaar, 29 maart 2021 (Lennaert Steen)

Steltlopers

Ook deze maand was er maar één noemenswaardige steltloper en dat betrof weer een Rosse Franjepoot. Op 2 maart werd er één bij Roptazijl (FR) ontdekt en deze bleef hier letterlijk tot aan zijn dood, welteverstaan tot 3 maart. Blijkbaar was deze franjepoot dusdanig verzwakt dat het voedsel dat er te vinden was niet voldoende bleek om weer op te laden van de migratie. Zo gaat het waarschijnlijk maar al te vaak met dwaalgasten en zeldzame doortrekkers.

Rosse Franjepoot Phalaropus fulicarius, Riedpolder, Friesland, 2 maart 2021 (Wim van Zwieten)

Zeevogels, meeuwen en sterns

Gelukkig is de categorie zeevogels altijd daar om ons van vaste content te voorzien. Zo was het een opmerkelijke tijd voor Kleinste Jagers. Normaliter zijn waarnemingen te verwachten in het najaar, met een zwaartepunt rondom september, maar nu hadden we enkele waarnemingen in de vroege voorjaarsperiode. Op 14 maart werd al een dode adulte vogel gevonden bij de Flaauwers Inlaag (ZL), maar op 15 maart werd een levende adulte Kleinste Jager bij Noordwijk gevonden. Deze was lekker bezig met het verorberen van een dode Zeekoet, maar toen kwamen er weer van die irritante strandmensen met hun honden en hun wandelen en anderszins gebruik maken van het strand, zonder dat ze oog hebben voor hetgeen zich voor hun neus bevindt… Door deze activiteiten raakte de Kleinste Jager verstoord en verkoos hij het luchtruim boven het strand en vloog weg richting zuid. Hier kon hij even later nog wel ter hoogte van Katwijk opgepikt worden, maar daarna is ‘ie niet meer gezien. Papegaaiduikers werden deze maand gemeld vanaf Texel ter hoogte van Paal 15 (Westerslag) op 7 en 14 maart en op het Nederlandse Continentaal Plat op 23 maart werd er ook één gefotografeerd. De Zwarte Zeekoeten van Texel te Oudeschild en Het Horntje waren nog de gehele maand aanwezig, respectievelijk tot 31 en 28 maart.

Kleinste Jager Stercorarius longicaudus, Noordwijk, 15 maart 2021 (Gijsbert Twigt)

Kleinste Jager Stercorarius longicaudus, Noordwijk, 15 maart 2021 (Gijsbert Twigt)

Zwarte Zeekoet Cepphus grylle, Oudeschild, Texel, 12 maart 2021 (Jurrien Uiterwijk)

Dan door naar onze favoriete meeuwen! Zou de Burgemeester van Vlissingen er nog zitten?! Wat een spanning elke keer. Het doet denken aan de Kuifleeuwerik van Apeldoorn, de Schildraaf van Leeuwarden en de Grote Trap van Brielle (die wel uiteindelijk vertrokken/dood zijn gegaan). Natuurlijk was ook deze maand de Grote Burgemeester van Vlissingen de gehele maand aanwezig. Verder werden Grote Burgemeesters gemeld te Medemblik, IJmuiden en Katwijk. Het exemplaar van Medemblik zit daar al een hele poos en bleef ook deze hele maand aanwezig. Die van IJmuiden was een ééndagswaarneming op 19 maart en de vogel van Katwijk werd op 31 maart ontdekt. Kleine Burgemeesters waren er deze maand in grotere getale, met maar liefst acht exemplaren in vijf provincies. Op 5 december werd een tweede kalenderjaar Kleine Burgemeester bij Coevorden (DR) gevonden die t/m de 7de aanwezig was. Op Terschelling werden op 17 maart twee adulte, één in winterkleed en één in zomerkleed, gevonden die beide tot aan de 19de aanwezig waren op het eiland. De Kumliens Meeuw was nog de gehele periode aanwezig. In Zeeland bevonden zich twee Kleine Burgemeesters deze periode: het exemplaar van Vlissingen was nog tot en met 14 maart aanwezig en op 31 maart werd er één bij de Brouwersdam gevonden. Beiden betrof het een tweede-kalenderjaar kleed, dus wellicht gaat het hier om dezelfde vogel. In Zuid-Holland was de Kleine Burgemeester die in de omgeving van Dordrecht pleistert nog de gehele maand aanwezig. Op 16 maart werd bij Katwijk/Noordwijk nog een tweede kalenderjaar ‘Burrie’ gevonden die tot aan 18 maart in de omgeving gezien werd.

Grote Burgemeester Larus hyperboreus, Wieringermeer, 3 maart 2021 (Jan van der Laan)

Kleine Burgemeester Larus glaucoides, Coevorden, 5 maart 2021 (Edwin de Weerd)

Zangvogels en de rest

Ook hier is het effect van maart goed zichtbaar, amper waarnemingen van zeldzame vogels in deze categorie. Hoppen werden deze maand gezien op Texel op 27 maart, bij Brakel (GE) op 30 maart, bij Ketelhaven (FL) op 30 maart en te Nijeveen op 31 maart. Er werd deze maand wel een keiharde maandsoort gezien in de vorm van een Bijeneter! Op 31 maart vloog er een roepende Bijeneter over Schijndel (NB) wat door de genomen foto’s de eerste gedocumenteerde waarneming voor de maand maart betreft .De Humes Bladkoning van Geldermalsen was nog de gehele maand aanwezig net als de Zwartkeellijster van Hoograven in Utrecht. Ook dit beest weet maar van geen ophouden en lijkt alles behalve geïnteresseerd in vertrekken. Als laatste gaan we nog even langs bij de Dwerggorzen van Maastricht, die er nog tot en met 21 maart gezien werden, en daarmee sluiten we deze rubriek weer af.

Hop Upupa epops, Midden-Eierland, Texel, 27 maart 2021 (Nicole Janinhoff-Verdaat)

Bijeneter Merops apiaster, Schijndel, 31 maart 2021 (Wouter Thijs)

Dwerggors Emberiza pusilla, Maastricht, 31 maart 2021 (Roy Beukers)

Nieuws uit de WP

Voor onze internationale rubriek beginnen we deze keer onze WP-rondreis pas op 4 april. Op deze dag vloog er bij Vecchiano een Wenkbrauwalbatros (Black-browed Albatros) langs. Indien aanvaard betreft het alweer de vijfde voor Italië, wat toch best knap is voor een land dat aan de Middellandse Zee ligt. Wij moeten het nog steeds met nul aanvaarde gevallen doen, de laatste indiening dateert alweer van 2001. Nu het langverblijvende individu van de Noordzee mogelijk dood is, zal dit nog wel even duren ook. Door naar onze zuiderburen, waar op 5 maart een vrouwtje Siberische Taling (Baikal Teal) gefotografeerd werd. Met het vorige geval van Siberische Taling voor België verliep het minder, die werd gewoon keihard afgewezen. Nu is deze aantoonbaar ongeringd, een vrouwtje komt toch minder verdacht over en de locatie was blijkbaar ook prima. Indien aanvaard betreft dit het zevende geval voor België.

Siberische Taling Sibirionetta formosa, Visbeekvallei, Lille, België, 10 maart 2021 (Ludo van Dorst)

Op 6 maart moeten we onze aandacht verplaatsen naar Turkije, waar de derde ‘Mongoolse Plevier’ (Lesser Sand Plover) voor het land ontdekt werd. Deze soort is bij IOC nog niet gesplit, maar dat is slechts een kwestie van tijd. In Nederland wordt er nu onderscheid gemaakt tussen Tibetaanse Plevier dat dan in het Engels Lesser Sand Plover is met Latijnse naam Anarhynchus atrifrons en Mongoolse Plevier dat dan in het Engels Mongolian Sand Plover is met Latijnse naam Anarhynchus mongolus. Lekkere verwisseling van die Engelse namen maar wel een mooie split. Voor een iets grotere deepdive, zie deze link. Verder was er nog wat verlaat nieuws, betreffende een Kerkuil (Common Barn Owl) die dood werd aangetroffen in Vehmaa, Finland. Het betreft pas het achtste geval voor dit land, wat mij toch wel verbaasde. De verspreiding van deze vrij algemene soort is blijkbaar sterk beperkt door de zeeën ten zuiden van Scandinavië, iets wat nog wel eens aan je voorbij gaat. Ook kwam er nieuws door dat op 12 januari een Geelkruinkwak (Yellow-crowned Night Heron) in Egypte was gefotografeerd, bij Sharm el Sheikh. Indien geaccepteerd zou dit het eerste geval voor Egypte zijn en de negende voor de WP. Een Noord-Afrikaans land zo ver oostelijk van de Atlantische kust roept natuurlijk de altijd aanwezige escape-discussie op. Het ‘ship-assisted’-debat, met de vraag of zo’n grote vogel deze reis zonder hulp van boten heeft kunnen afleggen, is natuurlijk ook terecht, maar mijns inziens totaal niet interessant. Boten op de oceaan zijn zo gewoon en algemeen als huizen in de stad en we tellen ook allemaal gewoon onze Huismussen, Turkse Tortels en Gierzwaluwen.

Door naar 8 maart, want dan wordt er in Frankrijk een mannetje Siberische Taling (Baikal Teal) ontdekt. Hoe de Fransen met deze soort omgaan is mij echter niet bekend en voor zover bekend kon er ook geen (on)geringdheid worden vastgesteld. Lijkt mij eentje voor de afwijsstapel. Gauw door naar de Azoren, waar op 10 maart met enorm zwaar geschut wordt gescoord. Tot en met 18 maart maakt een Zwaluwstaartwouw (Swallow-tailed Kite) daar het luchtruim van São Jorge onveilig. Een gigantische MEGA, het vierde geval voor de WP, trekt dit exemplaar ook de nodige WP-twitchers naar zich toe, ondanks de corona-situatie. Wat zijn een paar staafjes diep in je hersenstam en wat dagen quarantaine nu bij de kans om zo’n prachtige vogel op jouw favoriete ‘grondgebied’ te mogen aanschouwen? Alleen al bij het zien van de foto’s ontspringt er ongemerkt toch wat begrip. Gauw maar eens één die wel doorvliegt naar het vasteland van Europa. Diezelfde dag wordt er bij onze zuiderburen een Ringsnavelmeeuw (Ring-billed Gull) ontdekt tussen de duizenden Stormmeeuwen. Hoe dat nu toch kon gebeuren, lees je hier Een echt chanceke noemen ze dat in België! Ooit in Noorwegen zo'n chanceke meegemaakt, maar daarna helaas nooit meer...

Zwaluwstaartwouw Elanoides forficatus, Urzelina, São Jorge, Azoren, 18 maart 2021 (David Monticelli)

Zwaluwstaartwouw Elanoides forficatus, Urzelina, São Jorge, Azoren, 18 maart 2021 (David Monticelli)

Ringsnavelmeeuw Larus delawarensis, Broechem, België, 11 maart 2021 (Paul Pugh)

Op naar Turkije, waar de eerste van een reeks mega-dagen losbarstte vanaf 12 maart. Nadat bij Antalya de vierde Monnikstapuit (Hooded Wheatear) voor het land wordt gevonden, volgt vlot daarop de 13de (?) Cyprusgrasmus (Cyprus Warbler). Later deze maand, op 26 maart, wordt er door één vogelaar/vogelgroepje een Sahelzandhoen (Spotted Sandgrouse, een Witbandleeuwerik (Greater Hoopoe-Lark en een Afrikaanse Dunns Leeuwerik (African Dunn’s Lark) die respectievelijk het derde, het tweede en het eerste geval voor Turkije betreffen. Het lijkt erop dat er a. weinig gevogeld wordt in Turkije (zeker in de goede tijden), b. er amper vogelaars rondlopen op de goede plekken en/of c. één vogelaar daar enorm goed is of veel geluk heeft.

De volgende Siberische Taling dient zich alweer aan op 14 maart, ditmaal in de UK. Dit ongeringde mannetje maakt nog wel enigszins kans op aanvaarding, maar onze overburen staan erom bekend de lat voor zwemvliezen erg hoog te leggen. Groter nieuws komt weer van de Belgen, die daar lucht krijgen van een pleisterende Oosterse Tortel (Oriental Turtle Dove) bij Heist. Via via blijkt de conciërge van de waterzuivering aldaar toch een actieve herinnering te hebben aan een gekke duif die zijn voedertafel bezocht had. De foto die vervolgens getoond wordt, laat een sappige Meenatortel zien. De duif in kwestie bleek reeds gesetteld te zijn in Heist en kon zowaar door elke Belg getwitcht worden. Een fijne inhaler na de vogel van vorig jaar die al twee jaar dáárvoor ontdekt werd en dus allang verdwenen was. Het betreft nog maar het tweede geval voor België, tegenover een elftal bij ons.

Oosterse Tortel Streptopelia orientalis meena, Heist, België, 20 maart 2021 (Joachim Pintens)

We sluiten af op 25 maart, waar in Roemenië voor het eerst een Armeense Meeuw (Armenian Gull) voldoende gedocumenteerd wordt. Gezien het verspreidingsgebied van deze soort een te verwachten dwaalgast voor dit land en mogelijk eentje die zich veelal onder de radar begeeft. De vetste soort van het vasteland van Europa is toch wel de Zwartkeelheggenmus (Black-throated Accentor) die bij Miaczyn gefotografeerd wordt. Dit is het eerste geval voor Polen en na vele Bergheggenmus-lookalikes gaat het hier dan om ‘the real deal’. Een fantastische soort om mee af te sluiten en om naartoe te dromen!

De glazen bol

Het voorjaar moddert lekker aan. Afgezien van een paar hele gave soorten, staat de vogeltrek op pauze. Zwaluwen en rovers blijven in grote getale achter, lijkt het. De bijpassende voorjaarssoorten moeten dus ook nog loskomen. Misschien zorgt deze ophoping in het zuiden er wel voor dat er, zodra de wind omklapt, veel leuks meekomt. Eind april/begin mei doet toch al gauw denken aan een Ralreiger of twee, een zwik Bijeneters en Roodstuitzwaluwen en de la aan zeldzame steltlopers die eindelijk opengaat. Wanneer dat nu gaat gebeuren, is nog maar de vraag. Wel heb ik het sterke vermoeden dat dit een voorjaar wordt van een drietal dagen waarin de wind naar oost draait, er dan een enorme lading vogels langstrekt en als je dan niet buiten bent, dan heb je het hele voorjaar gemist. Wees dus op je hoede en wees erbij. Als we dat allemaal doen, moet het ons toch lukken om die Bruinkopgors te ontdekken! Tippie van mij: boek alvast je bootticket naar Schiermonnikoog!

Bruinkopgors Emberiza bruniceps, Westkapelle, 24 juli 2014 (Alex Bos)

We willen alle waarnemers en fotografen hartelijk bedanken voor hun bijdrages aan dit verslag.
We would like to thank all observers and photographers for their contributions to this report.

Diedert Koppenol

Discussie

Wim Wiegant  ·  4 mei 2021  22:09

... "verplichte zwemvliestherapie"..., geweldige uitdrukking. 
Wacht maar totdat er een Stellers Eider opduikt, dan piep je wel anders...!

Diedert Koppenol  ·  5 mei 2021  13:25

Een Stellers is hele andere koek inderdaad! Daarvoor reisde het Terugblikteam zelfs af naar Noorwegen. ;)

Leo Stegeman  ·  6 mei 2021  21:08

Ja, zeeeenden zijn toch leuker dan " landeenden"...

Remco Hofland  ·  11 mei 2021  13:35

Misschien goed om te vermelden dat "de Kuifleeuwerik van Apeldoorn, de Schildraaf van Leeuwarden en de Grote Trap van Brielle" eindelijk zijn opgez**t*n, dat voorkomt dat spuiten-elf voor nop het land rondrijden ..

Diedert Koppenol  ·  11 mei 2021  16:18

Haha, ja, mocht men echt niet hebben opgelet in de afgelopen edities. Zou toch vervelend zijn. Heb het er nu duidelijk in vermeldt! ;)

Jan van der Laan  ·  11 mei 2021  17:06

Mooi verslag weer Diedert/Lonnie. Door die zeer tot de verbeelding sprekende foto's van Gijsbert heb ik mij plechtig voorgenomen bij de eerste de beste melding van Provençaalse Grasmus te gaan rijden. Ik hoop dat ik niet lang hoef te wachten en dat de volgende sprietstaartgrasmus wat meer kleur heeft.

Gebruikers van het forum gaan akkoord met de forumregels.

Feedback?