Recensies

Vogels en hun veren

12 november 2020  ·  Paul Gnodde  ·  1557 × bekeken

Mark Duquet & Sébastien Reeber, 2020. Vogels en hun veren. ISBN: 978-905-011767-8. KNNV Uitgeverij, Zeist. 192 pagina’s, paperback. Prijs: € 32,95

Een beetje een simpele titel, maar wat een leuk boek. De ondertitel ‘verenkleed en rui’ geeft beter aan waar het boek over gaat. Het door Ger Meesters uit het Frans vertaalde boek zit een beetje tussen een goede veldgids en een ringersgids in. Vogels en hun veren slaat de brug tussen die werelden. Het boek is heel stapsgewijs opgebouwd en zonder dat je het merkt word je wegwijs gemaakt in de moeilijkste ruistrategieën. En die kennis brengt je verder bij het vogelen!

Wat is een veer? Daar begint het mee. Basaler kan bijna niet. Maar dit hoofdstuk achteloos lezen wreekt zich in de latere hoofdstukken. En hoe zit de veer aan het vogellichaam? Dit laatste wordt geïllustreerd aan de hand van een geplukte supermarktkip. Haha.

Alle veren worden benoemd, zoals we dit kennen van de binnenzijden van de voor- en achterflap van onze vogelgidsen. Maar dit boek gaat verder dan simpele vogeltopografie. Heel minutieus worden kop, hals, lichaam, vleugel en staartveren besproken aan de hand van de prachtigste foto’s van de schrijvers zelf. Van de verschillende voorbeelden die ze geven, vind ik die van een winterkleed IJsgors het meest duidelijk. Maar ook lees ik dat bij zangvogels de schouderveren zelden afwijkend van kleur zijn; uitzondering is de Staartmees.

Een belangrijk omkaderd stukje tekst op pagina 35 gaat over de nummering van de slagpennen en hoe ze daar in dit boek mee omgaan. In Europa worden handpennen van niet-zangvogels van binnen naar buiten genummerd (waarbij P10 de langste en buitenste handpen is) en bij zangvogels juist andersom, van buiten naar binnen (P2 is dan de langste en buitenste handpen). Dit boek volgt de Amerikaanse manier. Bij zowel zangvogels als niet-zangvogels worden de handpennen van binnen naar buiten genummerd en de armpennen van buiten naar binnen. Het is even wennen, maar eigenlijk is dit een veel betere methode. Misschien volgen wij ooit de eenduidige manier van de Amerikanen.

Ook details als het verschil tussen een oogrand en een oogring worden uitgelegd. De Baardgrasmus, zo lees ik, heeft zowel een rode oogring als een rode oogrand. Op twee verschillend bewerkte foto’s laten ze dit duidelijk zien.
Wat handpenprojectie is wordt geïllustreerd door vier verschillende vogelsoorten, van geen handpenprojectie (Citroenkwikstaart) tot een extreme projectie (Boomzwaluw). Superduidelijk!

Na enkele paragrafen over wat is rui en waarom vogels ruien, komen we bij de kern van het boek. In het hoofdstuk ‘Rui en ruistrategieën’ worden de verschillende vormen van rui uitgelegd. Ook weer aan de hand van instructieve foto’s. Best pittige kost, maar in Vogels en hun veren wordt het helder uitgelegd. Inmiddels kun je mij ’s nachts wakker maken en lepel ik zo de verschillen op tussen de complexe basisstrategie en de eenvoudige wisselstrategie. Het boek gebruikt hier het Humphrey-Parkes-systeem. Ruidiagrammen laten het verloop van de rui zien over de jaren bij een soort. Je moet er wel even voor zitten voor die diagrammen, maar heb je eenmaal het concept door, dan wordt alles nog duidelijker.

Na al die bladzijden theorie beland je bij het hoofdstuk ‘In de praktijk’. Ganzen en eenden blijken interessanter dan ik gedacht had. Hoe kennis van ruistrategieën kan leiden tot nieuwe soorten, bewijst de paragraaf ‘Madeira’-stormvogeltjes. Natuurlijk ontbreekt de ‘pitfall’ Steppekiekendief versus 2e jaar man Blauwe Kiekendief niet. Andere bekende families waarbij herkenning gemakkelijker wordt door kennis van de rui en die besproken worden zijn: goudplevieren (gewone, Amerikaanse, Aziatische), 1e kj kleine steltlopers, kleine strandlopers, grote meeuwen, bos- en rietzangers én het duo Grote Pieper en Mongoolse Pieper. Weet je hoe je adulte Witvleugelsterns van de derdejaars vogels kunt onderscheiden? Dit boek legt het je uit. Torenvalk: juveniel of vrouwelijk? Nooit meer trap je erin. Zelfs Koolmezen kun je op leeftijd brengen door het iets fletsere blauw van de handpendekveren bij de onvolwassen Koolmees. Ga er maar aan staan. Het op leeftijd brengen van Pestvogels heeft ooit in DB gestaan, dus dat weet dan weer iedereen.

Pas op pagina 177 kwam ik een eerste foutje tegen. Bij de Sijs en de Witstuitbarmsijs zijn teksten dubbel en een verkeerde naam bij de soort vermeld. Iets voor de volgende druk.

Als toetje staan er aan het eind van Vogels en hun veren zes foto’s waar je zelf mee aan de slag kan. Welke veergroepen, welk ruicontrast en wat meer zie je? De antwoorden staan achterin het boek. Maar dit kun je natuurlijk ook doen bij je eigen vogelfoto’s! Afsluitend: ik vind dit een verrassend goed boek. Zet dit op je verlanglijstje.

Paul Gnodde

Discussie

Steven Wytema  ·  15 november 2020  14:22, gewijzigd 15 november 2020  14:44

Ik heb het nog niet gelezen, maar ik kan me zeer goed voorstellen dat het voor velen hier een brug kan slaan naar de ringerswereld, waarin gestrooid wordt met ruipatronen en leeftijdsbepaling. Wellicht maar eens Sint lief aankijken, want ik ben nou ook wel benieuwd!

#fortherecord: Als ringer heb ik mn basiskennis natuurlijk wel op orde (bovenstaand lezend kan je je dat afvragen). Maar ten eerste ben ik naast zangvogels ook wel benieuwd in alle andere soorten, en ook zit bij mij het hiaat in deze kennis nog 'vrij recent' in het geheugen.

Gebruikers van het forum gaan akkoord met de forumregels.

Feedback?