Dutch Birding jaargang 33 nummer 2, 2011

Artikelen / papers

75 History, status and distribution of Andalusian Buttonquail in the WP
Carlos Gutiérrez Expósito, José Luis Copete, Pierre-André Crochet, Abdeljebbar Qninba & Héctor Garrido

Historie, status en verspreiding van Andalusische Vechtkwartel in de WP

Vechtkwartels Turnicidae vormen een familie die traditioneel verwant werd geacht met kraanvogels Gruidae en rallen Rallidae. Tevens vertonen ze enige gelijkenis met kwartels Coturnix (Phasianidae). Recent moleculair genetisch onderzoek heeft echter uitgewezen dat vechtkwartels een aparte tak vormen binnen de orde van waadvogels Charadriiformes en het nauwst verwant zijn aan onder meer meeuwen Laridae, alken Alcidae en vorkstaartplevieren Glareolidae. Bij alle vechtkwartels is de bij de meeste vogelsoorten gebruikelijke rol van de geslachten omgedraaid: vrouwtjes zijn groter en feller gekleurd dan mannetjes, zingen en nemen het voortouw bij territoriumgedrag en balts.
In dit artikel worden historie, status en verspreiding van Vechtkwartel Turnix sylvaticus in het West-Palearctische gebied (de WP) besproken aan de hand van uitgebreid literatuur-, museum- en veldonderzoek in 1995-2010. Het gaat daarbij om de ondersoort T s sylvaticus (Andalusische Vechtkwartel) die oorspronkelijk voorkwam in kustgebieden van Noordwest-Afrika en Zuid­west-Europa maar die aan het begin van de 21e eeuw leek te zijn uitgestorven. De vermoedelijke verspreiding in de 19e eeuw en de huidige verspreiding worden weergegeven in respectievelijk figuur 4 en 5. De historische verspreiding en het eventuele uitsterven worden besproken voor Italië (alleen Sicilië, laatste in 1913), Spanje (misschien nog aanwezig), Portugal (laatste in 1940), Libië (laatste mogelijk in 1967), Tunesië (laatste in 1985), Algerije (waarschijnlijk nog aanwezig) en Marokko (nog aanwezig; zie figuur 6). De enige plek in de WP waar nog met zekerheid een populatie blijkt voor te komen is de Doukkala-regio langs de Atlantische kust van Marokko. Uit dit gebied worden foto\'s gepresenteerd van exemplaren in het veld en op het nest, van een nest met eieren, van een pasgeboren jong, van vogels in de hand (onder meer in directe vergelijking met Kwartel C coturnix), van pootafdrukken (met karakteristieke symmetrische \'drietand\'), van uitwerpselen (met typische groene kleur) en van het biotoop. Figuur 3 toont balgen van exemplaren die in het oorspronkelijke verspreidingsgebied in de WP zijn verzameld (Algerije, Iberisch Schiereiland en Sicilië); in figuur 2 is het verschil in formaat te zien tussen Andalusische Vechtkwartels uit Zuid-Spanje en exemplaren van de ondersoort T s lepurana (Afrikaanse Vechtkwartel uit Namibië). Er bestaat hoop dat Anda­lusische Vechtkwartel nog voorkomt in Noord-Marokko, Noord-Algerije en Zuid-Spanje (provincies Cádiz en Huelva).
Vechtkwartels zijn moeilijk waar te nemen. Ze leven in dichte, lage vegetatie en bij verontrusting vliegen ze niet graag op maar lopen weg of drukken zich. De vrouwtjes kunnen de hele dag door zingen met een diep, laag, langgerekt hoe, als een verre en moeilijk te localiseren misthoorn, met grote tussenpozen herhaald, soms samen met andere vrouwtjes, en de zangactiviteit is groter na warme nachten dan gedurende koud weer. Deze zang werd voornamelijk vastgesteld van maart tot augustus (maar ook nog tot in oktober). Aanvankelijk werd gedacht dat voor het opsporen van de soort het luisteren naar zingende vrouwtjes en afspelen van geluid de beste methoden zouden zijn. Daarnaast werden andere zoekmethodes uitgeprobeerd zoals het gebruik van vallen en van honden die speciaal voor de jacht op Kwartels en Houtsnippen Scolopax rusticola waren getraind. Uiteindelijk bleek dat de vrouwtjes niet hoorbaar op het afspelen van geluid reageerden en dat het zoeken naar sporen (pootafdrukken, veren en uitwerpselen) de meest effectieve zoekmethode was.

Carlos Gutiérrez Expósito, Doñana National Park, Centro Administrativo El Acebuche, 21760 Matalascañas, Spain
(carlos.gutierrez.exposito.ext@@juntadeandalucia.es)
José Luis Copete, c/o Martínez de la Rosa 27 Pral 3a, 08012 Barcelona, Spain
(jlcopete@telefonica.net)
Pierre-André Crochet, CNRS-UMR 5175 Centre d\'Ecologie Fonctionnelle et Evolutive, 1919 Route de Mende, 34293 Montpellier cedex 5, France
(pierre-andre.crochet@cefe.cnrs.fr)
Abdeljebbar Qninba, Centre d\'Etude des Migrations d\'Oiseaux, Département de Zoologie et Ecologie Animale Institut Scientifique, Avenue Ibn Battota, BP 703, 10106, Agdal, Rabat, Morocco
(qninba@israbat.ac.ma)
Héctor Garrido, Reserva Biológica de Doñana, 21760 Matalascañas, Huelva, Spain
(h.g@csic.es)

94 Spaanse Keizerarend over Loozerheide in mei 2007
René Weenink, Nils van Duivendijk & Enno B Ebels

Spanish Imperial Eagle at Loozerheide in May 2007

On 6 May 2007, a Spanish Imperial Eagle Aquila adalberti was observed by two birders and photographed circling and then flying south-east over migration watch point Loozerheide, Limburg, the Netherlands. The bird was aged as a second calendar-year based on the visible moult of the inner two primaries and the unmoulted juvenile secondaries and tail. Initially, the bird was thought to be a pale Lesser Spotted Eagle A pomarina or \'fulvescens\' Greater Spotted Eagle A clanga. The Dutch rarities committee (CDNA) rejected both possibilities and all other eagle species on the Dutch list (including Eastern Imperial Eagle A heliaca) and asked Dick Forsman for help. DF concluded that the bird was a Spanish Imperial Eagle, based on: 1 Greater coverts on underwing. Blackish primary-coverts and greyish greater coverts with diffuse dark centre of Loozerheide bird fit both \'imperial eagles\' but not \'fulvescens\', which would show contrasting black band. Presence of pale edge on both sides of greater coverts does not fit \'fulvescens\' and is good for Spanish Imperial; 2 Markings on underwing and underparts. Median underwing-coverts, armpit and upperbreast look finely streaked in Loozerheide bird, as shown by some Spanish Imperial and excluding Eastern Imperial, which would show more intense streaking, and \'fulvescens\', which shows no streaking on these parts. In some photographs of the Loozerheide bird, some blackish streaking is apparently present at side of upperbreast, which is diagnostic for second calendar-year Spanish Imperial with recently moulted body feathers; 3 Throat pattern. Pale throat contrasting with darker upperbreast in Loozerheide bird is typical for \'imperial eagles\'; most (but not all) \'fulvescens\' have darkish face and throat, darker than upperbreast; 4 Secondaries. Secondaries in Loozer­heide bird are barred at base, whereas most (but not all) \'fulvescens\' show uniformly dark second­aries; 5 Primaries. Black primaries with greyish base becoming more prominent towards outer primaries fit Spanish Imperial, whereas \'fulvescens\' normally has all-black outer primaries (barring in greyish base is present in many Spanish Imperial but not visible in photographs of Loozerheide bird, possibly due to quality of photographs); 6 Primary window. Paler inner primaries of Loozerheide bird form obvious pale window; this feature is typical for \'imperial eagles\' but not for \'fulvescens\', in which this area is normally darker; 7 Leg length and position. Short tarsus making legs look short and hardly reaching halfway tail (almost level with rear edge of secondaries) in Loozerheide bird fits both \'imperial eagles\' and excludes Greater Spotted, which has longer tarsus, reaching halfway tail and toe tips almost reaching tips of undertail-coverts. Leg length is probably the best character to separate Spanish Imperial from Greater Spotted.
The possibility of an (escaped) Tawny Eagle A rapax was also considered but eliminated based on differences in structure (Tawny has longer tail and shorter wings) and Tawny would probably have a more advanced moult stage in early May (but, of course, an individual could show an aberrant moult pattern). Of all Aquila species, Tawny is probably the most difficult to exclude with safety. However, since all characters fit second calendar-year Spanish Imperial Eagle perfectly, the CDNA considered the identification proven beyond reasonable doubt.
The observation was accepted by the CDNA as the first for the Netherlands and the first north of southern France, where five first-years were seen in January, June (two) and September (two) in 1999-2005. In table 1, all known extralimital records are listed. Birds (mainly immatures) regularly cross the Strait of Gibraltar and, apart from Morocco, there are records south to Mauritania (two) and Senegal (one; bird fitted with radio transmitter; distance c 2500 km from Gibraltar). In addition, there is a record of a bird collected in Libya (c 2200 km from nearest breeding areas) and an undocumented report from northern Cameroon. The distance from the nearest breeding areas to Loozerheide is c 1300 km, fitting easily within the known \'dispersal radius\' of the species. Spanish Imperial Eagle is a most unexpected addition to the Dutch list; however, the species has shown a strong recovery in breeding numbers in recent decades and wandering of immatures is well documented. There are no reasons to suspect that the bird was an escape (besides, the species is very rare in captivity and all captive birds are closely monitored; in 2002, 33 captive individuals were known, distributed over four breeding programmes). Support for natural vagrancy comes from the fact that it was seen on the final day of an unusually long period of dry and warm weather in the Netherlands that started on 22 March and ended on 6 May.

René Weenink, Sikkel 1, 6026 DH Maarheeze, Nederland (reneweenink@planet.nl)
Nils van Duivendijk, Veluwemeer 82, 3446 JC Woerden, Nederland
(nils.van.duivendijk@casema.nl)
Enno B Ebels, Joseph Haydnlaan 4, 3533 AE Utrecht, Nederland
(ebels@wxs.nl)

103 Throat pattern of Common Quails trapped in the Netherlands and possible influence of hybridization with Japanese Quail
Enno B Ebels, André van Aken, Han Buckx & Chris van Deursen

Variatie in keeltekening bij Kwartels gevangen in Nederland en vermeende invloed van hybridisatie met Japanse Kwartel

In dit artikel worden de resultaten gepresenteerd van het ringen van Kwartels Coturnix coturnix in Noord-Holland vanaf 2000. De hoogste aantallen zijn gevangen op de ringbaan Vrs Van Lennep bij Bloemendaal (432 exemplaren in 2000-10; tabel 1) en kleinere aantallen op de ringbanen van Castricum (105 in 2000-10) en Zandvoort (77 in 2000-10; tabel 2). Vogels worden gevangen van eind april tot medio juni, met de piek eind mei, vooral in perioden met warm weer en oostenwind. De meeste exemplaren die worden gevangen betreffen tweede-kalenderjaar mannetjes. De nadruk in dit artikel ligt op het documenteren en illustreren van de variatie in keelpatronen, vooral bij mannetjes. De variatie is bekend uit de literatuur (zie figuur 2) maar is niet eerder uitgebreid geïllustreerd aan de hand van foto\'s (figuur 3-6).
In de tekst worden de gegevens vermeld van zes exemplaren die in Bloemendaal zijn geringd en elders zijn gecontroleerd en van drie exemplaren die elders waren geringd en te Bloemendaal zijn gecontroleerd. Een bijzonder fenomeen is dat af en toe juveniele exemplaren worden gevangen die eerder in het voorjaar in Noord-Afrika of Zuid-Europa uitgebroed moeten zijn en dus binnen enkele maanden na het uitbroeden al lange trek­bewegingen naar het noorden maken; in medio 2009 werden bijvoorbeeld zes van dergelijke vogels gevangen.
Omdat soms wordt gesuggereerd dat de hoeveelheid roodbruin in de keeltekening een indicatie zou kunnen zijn voor hybride invloed van Japanse Kwartel C japonica, die sinds de jaren 1950 als uitgezette en verwilderde soort (ook broedend) in Zuid-Europa voorkomt, is onderzoek gedaan naar de variatie in vleugellengte en gewicht (Japanse heeft iets kortere vleugels en is gemiddeld iets lichter in gewicht). Van in totaal 394 geringde Kwartels worden de frequentieverdeling van de vleugellengtes (figuur 1) en de gemiddelde vleugellengte en het gemiddelde gewicht naar geslacht gegeven (tabel 3). Alle bij Bloemendaal gevangen exemplaren uit 2000-09 met een vleugellengte van minder dan 107 mm (de ondergrens voor Kwartel) staan vermeld in tabel 5 en zouden van hybride herkomst kunnen zijn. Dit soort conclusies wordt bemoeilijkt door het gegeven dat uitgezette Japanse Kwartels relatief zware exemplaren zijn omdat de soort in gevangenschap is gedomesticeerd tot een type met een groter gemiddeld gewicht. De meeste uitzettingen (voor de jacht) vonden of vinden plaats in Italië (vanaf 1953) en verder in Frankrijk, Spanje en Oost-Europa (vanaf jaren 1970). Bij deze uitzettingen ging het veelal om gekweekte hybriden van Kwartel en Japanse Kwartel en de aantallen uitgezette exemplaren konden vermoedelijk oplopen tot 10 000-en of zelfs 100 000-en per jaar. Als verwilderde broedvogel is Japanse Kwartel in Italië echter in de jaren 2000 uitgestorven.
In het kader van dit artikel is balgenonderzoek gedaan om te bepalen of verschillen in keeltekening aanwezig waren bij Kwartels die in het begin van de 20e eeuw (1909-18) in Nederland en België zijn verzameld (voordat Japanse Kwartel werd geïntroduceerd in Zuid-Europa) en uit midden jaren 1970 (1976) toen Japanse op grote schaal werd uitgezet en hybridisatie kon optreden. Hoewel het aantal onderzochte balgen klein was, leverde dit onderzoek geen aanwijzingen op dat het aantal \'roodkelige\' exemplaren in de tweede periode hoger lag dan in de eerste (tabel 4). De stelling dat de variatie in keeltekening voor wat betreft de roodbruine varianten te danken is aan hybride invloed van Japanse is dus (nog) niet bewezen. Uit de literatuur blijkt bovendien dat \'roodkelige\' Kwartels ook voor het midden van de 20e eeuw bekend waren.
Hybridisatie van Kwartel met Japanse Kwartel is bewezen aan de hand van DNA-onderzoek bij gevangen exemplaren en er moet dus wel rekening mee gehouden worden dat dit fenomeen invloed kan hebben op het uiterlijk en de biometrie van Kwartels in Nederland. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de verschillende publicaties die ingaan op de verspreiding en aantallen van Japanse Kwartels in Zuid-Europa en de bedreiging die genetische vermenging met Kwartels volgens verschillende auteurs kan opleveren voor Kwartel­populaties, bijvoorbeeld doordat de trekdrang afneemt.

Enno B Ebels, Joseph Haydnlaan 4, 3533 AE Utrecht, Netherlands
(ebels@wxs.nl)
André van Aken, Adriaan Pauwlaan 3B, 2101 AH Heemstede, Netherlands
(andrevanaken@planet.nl)
Han Buckx, Brederolaan 15, 2106 AA Heemstede, Netherlands
(han.buckx@planet.nl)
Chris van Deursen, WP Speelmanlaan 8, 2111 WZ Aerdenhout, Netherlands
(c.vandeursen@planet.nl)

117 Breeding status of Ashy-headed Wagtail in south-western Morocco
Arnoud B van den Berg
121 Bruce’s Green Pigeon at Luxor, Egypt, in January 2011
Steven R van der Veen
122 Association between Red Phalarope and Arctic Tern
Peter Oliver & Heinz Kusche

Varia

124 Close encounters on Waigeo: Bruijn’s Brush-turkey and Wilson’s Bird-of-paradise
Otto Plantema

CDNA-mededelingen

132 Recente CDNA-besluiten
??

Corrigenda

133 ??
??

WP reports

134 February-late March 2011
Arnoud B van den Berg & Marcel Haas

Recente meldingen / recent reports

144 Januari-februari 2011
Roy Slaterus & Vincent van der Spek
Feedback?

Ja, ik geef toestemming Dutch Birding is wettelijk verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en soortgelijke technieken, en je te informeren over het gebruik daarvan op de site. Dutch Birding gebruikt cookies en soortgelijke technieken voor de volgende doeleinden: het optimaliseren van de website, het gebruik, beheer en gericht kunnen tonen van advertenties, de integratie van social media, het verzamelen en analyseren van statistieken.

Voor een aantal van bovenstaande punten is het vastleggen van bezoekersgedrag noodzakelijk. Ook derde partijen kunnen deze cookies plaatsen, zoals bijvoorbeeld het geval is bij embedded video's van YouTube.