Influx Struikrietzangers in het voorjaar van 2020

Bert de Bruin  ·  16 juli 2020  07:33

Leuk stuk! Hier bij mij in Bergen ook drie zingende vogels aanwezig, overigens wel vooral 's nachts zingend...Misschien is een artikel met een gedegen verklaring voor de influx op termijn iets voor Dutch Birding?

Nog een nieuwtje voor mij: ik wist niet dat Kazachstan op Texel lag. Ik kom snel weer eens langs:-)

Jelle Scharringa  ·  16 juli 2020  08:56

Nee, Georgie ligt op Texel, daar liggen Georgiers!

Harvey van Diek  ·  16 juli 2020  10:18

Goed om te lezen en heel fijn dat alle gevallen op een rij zijn gezet.

N.B. Kleine correctie op het geval van de Millingerwaard (Ooijpolder). Deze zong tenminste t/m 27 juni.

Vincent van der Spek  ·  16 juli 2020  11:51

Dank Harv! 

(en Bert)

Kekerdom was lastig door de (uiteindelijke) vervaging op wrn.nl, maar ik heb bewijs tot 15 juni kunnen vinden - zie ook de disclaimer ;-). Als ie er tot de 27e zat maakt dat een verblijfsduur van 33 dagen!


Wim Wiegant  ·  16 juli 2020  13:08, gewijzigd 16 juli 2020  13:09

Schitterend verhaal, en geweldige en heel nuttige geluidsopnames. 
Ik begrijp alleen het begrip toonladders niet goed. Volgens mij wordt er een neerwaarts glissando bedoeld. Ik hoor nergens een toonladder (do-re-mi-etc), niet omhoog en niet omlaag, en zeker niet op de aangegeven tijdstippen.  

Reinier Smabers  ·  16 juli 2020  15:26

Erg interessant verhaal, dank!

Veel gezocht in het ''binnenland'' maar helaas geen gevonden.

Frank van der Meer  ·  16 juli 2020  19:37

Echt goed dit!

Hans Groot  ·  16 juli 2020  22:45

Fijn werk, jongens. Ook met het oog op de komende Recente Meldingen in DB :-)

Ruud van Beusekom  ·  16 juli 2020  23:26, gewijzigd 16 juli 2020  23:28

@Bert: dat 's nachts zingen is dus kenmerkend voor territoriumhoudende vogels. De lange opname van mij hierboven betrof ook een 's nachts zingende Struikrietzanger met een territorium.  Dat is eigenlijk wel jammer, dat alle vogels op Texel zo snel weer doortrokken en we geen territoriale vogel hebben gevonden. Mmm... Dit lijkt op klagen, maar dat doe ik natuurlijk niet 😜

Bert de Bruin  ·  17 juli 2020  06:42, gewijzigd 17 juli 2020  12:31

@Ruud,  dat zou best een verklaring kunnen zijn, maar slechts eentje van de zingende vogels zat er meer dan twee dagen. De andere waren snel weer weg...Het waren er maar drie hier in (de buurt) van Bergen, dus hoeveel zinnigs je daar dan over kan zeggen, weet ik niet. Maar ik vond het fantastisch om de influx ook hier mee te krijgen, wàt een zang. Overigens staan er twee geluidsopnames op mijn blog (even scrollen naar de nachtelijke opnames)

Diederik Kok  ·  19 juli 2020  11:12, gewijzigd 19 juli 2020  12:00

Ik zie zelf timers bij de opnames die aflopen, mogelijk is dit browser afhankelijk (ik zit op Mac/Safari). De tijden waar in de onderschriften naar verwezen wordt, zijn gemeten vanaf de start van de opname. Die moeten dus even omgerekend worden indien je geen oplopende timers ziet. 

Wim Wiegant  ·  22 juli 2020  01:02, gewijzigd 22 juli 2020  01:04

Diederik, dat van die oplopende en aflopende timers was me niet ontgaan…! Maar de toonladders op de oplopende timer-tijdstippen hoor ik maar niet …! Wat wordt er nu bedoeld…? Ik moet het vóór volgend voorjaar weten …!

Peter de Knijff  ·  22 juli 2020  08:38, gewijzigd 22 juli 2020  08:49

Wim,

Het is niet echt een toonladder, maar een perfecte herhaling van telkens drie noten, zoals erg goed is te horen op de tweede opname (van ca. 4 minuten) en inderdaad vanaf 22 seconden. De tweede noot is iets hoger dan de eerste, de derde beduidend lager dan de voorgaande twee.

In de opname van Arnoud (Millingerwaard, 5.22 minuten) is eenzelfde structuur vanaf 2:51 erg goed te horen, alleen is daar de derde noot net iets anders en word telkens gevolgd door een vierde roepelement. Wel wordt deze structuur meerdere keren herhaald.

Hoe je dit in muziektermen zou noemen weet ik niet.


Diederik Kok  ·  22 juli 2020  12:44

Ha Peter, precies, ook het stukje wat jij aanhaalt voor de Millingerwaard opname is erg kenmerkend voor een Struikriet. Dergelijke stukjes zang worden vaak aangeduid als 'toonladders', maar je hebt gelijk Wim dat die term niet helemaal juist is. Zoals beschreven zit hier bovendien behoorlijk wat variatie in: in aantal noten en of de noten ten opzichte van elkaar op- of aflopen. Ondanks die variatie betreft dit het meest kenmerkende stukje zang van Struikriet (alleen dit stukje is in de praktijk al genoeg voor een determinatie) vanwege het tempo, de herhaling en de fluitende tonen. Succes Wim, komend voorjaar! ;-)

Bram ter Keurs  ·  22 juli 2020  12:45

Het is in ieder geval niet perse een glissando, althans, niet op de aangeduide momenten. Die zit er een enkele keer ook tussen, maar dat is niet het belangrijkste element. Het gaat voor zo ver ik begrijp inderdaad om die drie tonen.

Peter de Knijff  ·  22 juli 2020  18:15

ik weet het Diederik, de Bosrieten komen mijn strot uit dit voorjaar. Het was uiteindelijk een Zwartkop welke mijn bloeddruk liet toenemen, pas na 14 minuten werd het duidelijk door het klassieke Zwako einde van de zang, waarna het beest zich kort liet zien. Helaas geen opname kunnen maken, wel weer een ervaring en leermomentje rijker.

Maarten Wielstra  ·  22 juli 2020  18:25

Bij Teylingen/Noordwijkerhout zat op de Struikrietplek ook een Zwartkop die tenminste 1 waarnemer op het verkeerde been bracht.

Wim Wiegant  ·  23 juli 2020  02:22, gewijzigd 23 juli 2020  02:24

Ik snap het nog steeds niet ! Alle opnamen afgeluisterd, en ik hoor het verschil met Bosrietzanger heus wel. Maar de toonladders of de gelijkende elementen in de opnames van Ruud van Beusekom en Arnoud van den Berg, die hoor ik dan weer niet. Ik hoor oplopende noten, maar ervaar weninig gelijkenis tussen de opnames van Ruud en Arnoud... 
Waar is Jac. P Thijsse als je 'm nodig hebt …! Die schreef in "Het Vogeljaar" (het boek, niet het tijdschrift) de zang van vogels uit in partituur! Met de notenpartijen kon je het op de piano naspelen…!

Overigens denk ik -ook bij de zang van een vogel-  dat de beoordeling gaat om de kenmerkentoestand, kortom: de combinatie van kenmerken, in dit geval van zangelementen, snelheid, imitaties, en dergelijke…

Hoe de toestand is bij het beoordelen van het horen van één roepje van een Dwerggors (die ik wel eens op de roep heb ontdekt), daar ben ik nog niet uit… Ik kan het horen, maar beschrijven, dat is lastig...!

Peter de Vries  ·  23 juli 2020  07:56

@ Wim: het is ook lastiger dan je denkt. Uit onderzoek blijkt dat de zang tijdens de trek anders is dan die in de broedgebieden. In de broedgebieden (als de vogels territoriaal zijn) is de zang de klassieke (zoals je die kent uit de boekjes), tijdens de trek is het meer een ‘plastic song’. Blijkbaar totaal anders dan de territoriale zang.

Zang kan enorm verschillen, uit een studie van Marova et al blijkt dat er in totaal zo’n 104 verschillende zangtypes zijn. Uit dit onderzoek komt ook naar voren dat in zang regionale verschillen bestaan.

Tevens zijn er verschillen in de zang van Struikrieten in het noordelijke en zuidelijke deel van het broedgebied (dus los van regionale verschillen). Je hebt een soort ‘dialecten’. Zang van vogels uit het zuidelijke deel verschillen in ‘accelerated performance rhythm, chaotic syntax, and unstable phonetic structure’.

Er bestaat dus niet één zangtype, grote kans dat daardoor zulke grote verschillen zijn in de opnames die hierboven staan. Dit zijn natuurlijk opnames van vogels die (nog) niet territoriaal zijn, en dus (gedeeltelijk) die ‘plastic song’ laten horen. Volgens mij zou het best een idee zijn de zang van vogels in West-Europa eens te vergelijken met deze twee verschillende soorten zang.

En dan nog over nachtelijke zang. Vogels op trek zingen niet ’s nachts. Alleen vogels die territoriaal zijn beginnen ’s nachts te zingen. Ook vogels die vroeg in de broedgebieden aankomen zingen eerst niet ’s nachts.

Samotskaya et al: Song in two cryptic species: comparative analysis of Large-billed Reed Warblers Acrocephalus orinus and Blyth’s Reed Warblers Acrocephalus dumetorum. Bird Study 2016, volume 63. No 4. 479-489

Morova et al: Individual, Population, and Geographic Differentiation in Advertising Song of the Blyth’s Reed Warbler, Acrocephalus dumetorum (Sylvidae). Biology Bulletin 2010, volume 37. No 8. 846-860

Arnoud B van den Berg  ·  23 juli 2020  08:55, gewijzigd 23 juli 2020  09:41

In de bijschriften van de zangseries-met-sonagrammen had ik de tijdstippen vermeld, maar die zijn door de auteurs helaas weggelaten. Zowel Struik als Bos waren ‘s nachts, tussen 02:00 en 05:00. Ook voor de interpretatie van de andere opnamen kan het vermelden van het tijdstip waardevol zijn.

Arnoud B van den Berg  ·  23 juli 2020  10:02

@Peter: je zegt ‘vogels op trek zingen niet ‘s nachts’. Dat is denk ik te absoluut gesteld. Heb nl veel opnamen van ‘s nachts zingende trekvogels, exemplaren die in het voorjaar een aantal dagen op dezelfde plek blijven voordat ze weer verder trekken.

Maarten Wielstra  ·  23 juli 2020  10:36, gewijzigd 23 juli 2020  10:38

De stelling is dat zogenoemde toonladders diagnostisch zijn. Ik ben benieuwd hoe dit bepaald is (voor veel soorten zijn we veel strenger op geluid). Ik heb zelf moeite met het het interpreteren van Bosrietachtige vogels die een doodenkel keertje een laddertje fluiten. Mijn kritische kant vraagt zich dan af hoe je een hybride of imitator met zekerheid kan uitsluiten  (los van roep en hpp). 

Peter de Vries  ·  23 juli 2020  10:40

@ Arnoud: je hebt natuurlijk gelijk. Ik heb het hier over Struikriet.

Peter de Knijff  ·  23 juli 2020  10:47

Wim,

Ik vermoed dat je zonder problemen de eerste vier tonen van Beethoven's vijfde kunt fluiten. Die zijn uiterst kenmerkend en komen voortdurend terug in verschillende gedaantes in de volgende ca. 25 minuten van deze symfonie (trouwens ook in de zang van Smyrna gors).

Wel zo'n repeterend motiefje (ik noem het geen toonladder) vind je ook in de zang van de twee voornoemde opnames op exact de aangegeven tijdstippen.

Het is echt niet zo moeilijk om dit te herkennen en er uit te pikken. Of het kenmerkend voor de soort is, is een andere discussie.

Marc Guyt  ·  24 juli 2020  11:48, gewijzigd 24 juli 2020  11:50

Het lezen van dit stuk

@Bert: dat 's nachts zingen is dus kenmerkend voor territoriumhoudende vogels. De lange opname van mij hierboven betrof ook een 's nachts zingende Struikrietzanger met een territorium.  Dat is eigenlijk wel jammer, dat alle vogels op Texel zo snel weer doortrokken en we geen territoriale vogel hebben gevonden.


Deed mij denken aan een verhaal van een Finse vogelaar die lang geleden onderzoek deed aan Struikrietzanger in Finland (toen ze daar opkwamen als broedvogel als ik me goed herinner).


De strekking van zijn verhaal was op hoofdlijnen (nogmaals, zo ver ik het me herinner):

Hij had een stukje habitat in zijn onderzoeksgebied - niet meer dan 10-20 meter lang en niet heel breed. Waar elk lange tijd een Struikrietzanger zat te zingen, maar wel beetje verspreid - dan paar dagen in linkerstuk, dan weer in rechterstuk. Dan weer in het midden. Dan weer paar dagen stil.

Ze dachten altijd dat het 1 vogel was. Totdat ze daar ringonderzoek gingen doen.

Bleek elke vogel op de andere lokatie in het gebiedje een andere vogel te zijn. Zijn theorie was: mannetje komt aan. Gaat zingen. Komt vrouwtje bij en houdt vervolgens gelijk zijn mond en begint met broeden. Wat weer ruimte biedt voor ander mannetje om te zingen.

Wat als dat waar is en nu ook in Nederland is gebeurd.

Een voorjaar overvol met mannetjes Struikrietzanger, dan moet er ongetwijfeld een vergelijkbaar aantal vrouwtjes door Nederland zijn getrokken. 

En wat in Finland kan, kan in Nederland ook.



Peter de Knijff  ·  24 juli 2020  13:52

Marc,

Eigenlijk zou dit algemene kennis moeten zijn, want veel meer soorten doen dit, ook in Nederland. Rob Bijlsma (o.a.) heeft hier veel over geschreven, bv. bij Fluiter. Maar ook andere algemene broedvogels doen dit. Mannetjes houden hun kop zodra ze gepaard zijn, en dat kan heel snel.

Ongepaarde mannetjes kunnen maanden lang op dezelfde vierkante meter blijven zingen en vallen daardoor veel meer op.

Het verschijnsel van chronisch ondertellen hierdoor, zeker bij een beperkt aantal bezoeken, is veel minder belicht, maar niet minder relevant.

Martin Poot  ·  30 juli 2020  21:14

In het voorjaar van 1998 was er een broedgeval in Nederland van een mannetje struikriet met een vrouwtje bosriet. Moraal van het verhaal bij veel rietzangerachtigen is dat het stil worden niet hoeft te betekenen dat de vogel vertrokken is. Pdf van Limosa-artikel waarin een en ander uitgebreid wordt beschreven via volgende link:

http://www.nou.nu/limosa/limosa_issue.php?nr=212


Groeten, 

Martin Poot

Teus Luijendijk  ·  13 augustus 2020  17:22

Mooi verhaal mensen. Even nog een topografische correctie: Strijen ligt niet op Overflakkee!

Gebruikers van het forum gaan akkoord met de forumregels.

Feedback?