DB Terugblik april 2026
7 mei 2026 · Wim Wiegant & Eduard Sangster · 1812 × bekeken
In de door droogte en natuurbranden geteisterde maand april maakten vele zeldzaamheden hun opwachting. Helaas was een aantal van de verblijven van de dwaalgasten maar van korte tot zeer korte duur. Laten we de hoogtepunten van april maar weer eens rustig aan ons voorbij laten trekken...
Hoogtepunten
Zanggors
De derde Zanggors voor ons land werd op een wegens lopend onderzoek niet bekend gemaakte plek aan de Haringvlietbrug gevonden op 12 april. Slechts twee waarnemers mochten zich de gelukkigen noemen. Bij latere bezoeken bleek de vogel te zijn gevlogen.
Audouins Meeuw
De vierde Audouins Meeuw van Nederland vloog langs de trektelpost bij Breskens op 30 april. Slechts één waarnemer, van de naar schatting 40 à 50 aanwezigen, merkte de vogel op. Even later werd de vogel langs Nummer Een gezien, door de enige vogelaar die zo kwiek was geweest om de achtervolging in te zetten.
Audouins Meeuw Larus audouinii, Breskens (Zld), 30 april (Noud van den Berg)
Maskergors
We hadden het vorige maand al voorspeld: het feest kon natuurlijk niet blijven duren. De Maskergors die half december van het vorig jaar was gevonden aan de Pontweg op Texel, werd daar op 12 april voor het laatst gezien.
Maskergors Emberiza spodocephala, Texel (NH), 1 april (Jannis Leistikow)
Grijze Junco
De zevende Grijze Junco voor Nederland was van 25 tot 27 april aanwezig in Schiedam. Zoals gebruikelijk bij deze soort, was het verblijf midden in een woonwijk. De vogel trok aardig wat bekijks.
Grijze Junco Junco hyemalis, Schiedam (ZH), 27 april (Matthijs Molenaar)
Kleine Zwartkop
De Kleine Zwartkop is al een hele tijd een uiterst moeilijk waarneembare dwaalgast in Nederland. De meeste gevallen betreffen vogels die niet alleen moeilijk te zien te krijgen zijn, maar ook heel snel weer weg zijn. Deze maand werd er een wijfje gevangen bij Usquert (Gr) en de vogel bleef enige dagen te zien, met veel moeite, dat wel...
Kleine Zwartkop Sylvia melanocephala, Usquert (Gr), 22 april (Garry Bakker)
Kuifkoekoek
De altijd fascinerende Kuifkoekoek deed Nederland weer eens aan, en wel in Beuningen (Gld). Het bezoek was helaas buitengewoon kort van duur. Na een half uur was de vogel alweer verdwenen.
Kuifkoekoek Clamator glandarius, Weurt (Gld), 15 april (Tom van den Berge)
Overzicht
Eendachtigen
De zeldzame rotganzen, Witbuik- en Zwarte, schoven weer rustig naar het noorden. Van de Witbuikrotganzen was er maar in één zuidelijk uurhok een waarneming, bij de zuidzijde van het Veerse Meer bij het plaatsje met de boeiende naam Oud-Sabbinge (Zld). De rest van de waarnemingen was rond de Waddenzee, in totaal in 21 uurhokken. Van de Zwarte Rotgans waren er zelfs in meer uurhokken, in totaal 26 stuks, nog waarnemingen, waarvan er vier in Zeeland lagen en de rest rond de Waddenzee. Zoals gebruikelijk in het latere voorjaar, lag het zwaartepunt van het voorkomen van de Roodhalsgans op de Waddeneilanden, met een maximum van zes exemplaren op Ameland (Fr). Twee Ross' Ganzen hielden de eer voor de soort hoog, deze maand april. Een vogel zat in allemaal plaatsen met enorm moeilijke namen - Witte en Zwarte Brekken, Deeklân en Lange Warren, de Bloksloot, Leienpolder - iets ten zuiden van Sneek (Fr), en eentje verbleef in Dannemeer (Gr). Op 9 april werd tijdens het trektellen over zee op Schiermonnikoog een mooi mannetje Brilzee-eend tussen de Zwarte Zee-eenden ontdekt. Het kan natuurlijk een van de mannetjes zijn geweest die in maart langs Ameland werden gezien, maar eigenlijk is er niet zoveel reden om dat aan te nemen. De hele maand verbleef een Ringsnaveleend bij de kop van de Afsluitdijk, aan de kant van Friesland. Van 21 tot 23 april zat er een mannetje op het Vogelmeer in de duinen van Zuid-Kennemerland (NH), wat natuurlijk misschien het vertrouwde mannetje was, dat wel vaker in die buurt verbleef in de vorige winters. Tot 4 april was de op 29 maart ontdekte Kleine Topper nog aanwezig op het Volkerakmeer (ZH). Op 1 april werd er ook een op het IJsselmeer (Fr) ontdekt en die werd op 7 april ook weer gezien. Op 3 april werd er nog maar eens een ontdekt - na enige identificatiemoeilijkheden - en deze verbleef nog de hele maand in de uiterwaarden van de Rijn in Wageningen, en waarschijnlijk ook af en toe aan de andere kant van de Rijn bij Randwijk (Gld). Van 10 tot 21 april werd er nog een gezien bij Nootdorp en Pijnacker (ZH). Van 18 tot 21 april werd er weer een aan de Oostvaardersdijk gezien. Op 11 april werd een wijfje Blauwvleugeltaling ontdekt bij Waal en Burg op Texel (NH). Vijf dagen later werd naar aan te nemen valt hetzelfde wijfje ontdekt bij Schettersweid, ook op Texel, zo'n drie tot vier kilometer van de plek op Waal en Burg. Vanaf 24 april verbleef een mannetje bij Lauwersoog (Gr). Een mannetje in de Onlanden (Gr) bleek ontsnapt te zijn.
Blauwvleugeltaling Spatula discors, Texel (NH), 11 april (Koen Stork)
Gierzwaluwen tot aalscholvers
Een eenzame trekteller zag in de avond van 21 april een Alpengierzwaluw voorbij komen zetten langs Breskens (Zld). Het bleef de enige waarneming voor april. Na de golf van vier Kuifkoekoeken in 2011 is de soort knap zeldzaam gebleven, met gevallen in juli 2015, twee in augustus 2019, een in juni 2020 en een in mei 2024. Deze laatste vogel, op Texel van 2 tot 24 mei in de Slufter en de Nederlanden, was goed te bezoeken. Dat gold dan weer niet voor de vogel die op 15 april werd gezien bij Beuningen (Gld). Die had het na een goed half uur wel gezien, en aan de andere kant waren er slechts minder dan tien vogelaars die de vogel hebben gezien. Een onvolwassen Geelsnavelduiker verscheen op 15 april op de Rhederlaag, een voormalige zandwinplas bij Rheden (Gld). Helaas vloog de vogel de volgende ochtend al vóór 07:00 u weg. De plas waar de vogel werd waargenomen had al eerder een Geelsnavelduiker op bezoek gehad, in januari 2014. Ook waren er al meerdere IJsduikers te zien geweest, waaronder de fraaie vogel in zomerkleed in november 2017.
Geelsnavelduiker Gavia adamsii, Rheden (Gld), 15 april (Jorrit Vlot)
Dwergaalscholver Microcarbo pygmaeus, Lelystad (Fl), 18 april (Eric Menkveld)
Waders en wadertjes
Een over Oosterhout (Gld) vliegende Griel op 11 april kondigde enige waarnemingen aan. In het Rivierpark Maasvallei in Itteren (L) was er een mooi te zien op 18 april en op 30 april was er een te zien bij Breskens (Zld). Twee Amerikaanse Goudplevieren werden gezien: op Tholen bevond zich van 18 tot 24 april een tweedejaars exemplaar en in de Noordwaard van de Brabantse Biesbosch (NB) werd van 24 tot 26 april ook een tweede-kalenderjaar vogel gezien. Op 12 april was kortstondig een Gestreepte Strandloper aanwezig in Well (L). Van 20 april tot het einde van de maand werd nog een exemplaar gezien in Waal en Burg op Texel (NH). In 13 uurhokken werden Poelruiters gezien. De uurhokken waren ten naaste bij gelijkelijk verdeeld over het land. De statistieken mogen niet verontrustend worden genoemd. De enige Grote Grijze Snip van deze periode werd op 29 en 30 april waargenomen bij Sint-Laurens op Walcheren (Zld).
Grote Grijze Snip Limnodromus scolopaceus, Sint Laurens (Zld), 30 april (Wim Bil)
Zeekoeten tot en met meeuwen
Op 1 en 2 april en van 25 tot 27 april werd een - of misschien twee verschillende – Zwarte Zeekoeten gezien bij de spuisluizen van de Brouwersdam (Zld).
Een van de meest "gewilde" soorten onder vogelaars, de zeldzame Audouins Meeuw, werd deze maand voor de vierde keer in Nederland waargenomen. Helaas vloog de vogel alleen maar langs de trektelpost bij Breskens (Zld) op 30 april, en even later langs het plaatsje met de mooiste naam van Nederland, Nummer Een (Zld), om niet meer te worden gezien. De Audouins Meeuw is een soort die zich niet makkelijk laat betrappen! Het eerste geval nam ongeveer twee tot twee-en-een-half uur in beslag, het tweede enige minuten, en het derde enkele seconden! Voor dit geval was het ook secondenwerk. Slechts minder dan ongeveer 20 waarnemers waren betrokken bij de in totaal vier gevallen.
Audouins Meeuw Larus audouinii, Nummer Een (Zld), 30 april (Michel Veldt)
Roofvogels
In een slordige 34 uurhokken werden deze maand Grijze Wouwen gezien. Na het dipje van afgelopen maand maart was de soort dus weer helemaal terug. Een waarneming van een Lammergier rakelt altijd weer enig oud zeer op. En dit oude zeer gaat erover in hoeverre de huidige vogels - althans, een groot deel ervan - als "wild" zouden kunnen worden aangemerkt, omdat ze in het wild zijn geboren, in een populatie die "zelf-onderhoudend" is. De Lammergier van deze maand maakte een tripje over Groningen, Friesland en Noord-Holland. Dat was op 27 en 28 april. Pas drie dagen later werd mogelijk dezelfde vogel weer gezien, daarover meer in de volgende DB-Terugblik. Sinds 2010 bedraagt het aantallen gevallen - wild of niet-wild - ongeveer 0,6 per jaar. De populatie van de uitgezette vogels in de Alpen kan zo onderhand ook als "zelf-onderhoudend" worden gekenschetst. De kans dat u binnen afzienbare tijd een Lammergier te zien krijgt die als "wild" mag worden gekenmerkt, kan dus vrij hoog worden ingeschat.
Lammergier Gypaetus barbatus, Dearsum (Fr), 27 april (Wim van Zwieten)
Bijna-zangvogels
Een leuke waarneming van een Scharrelaar in Spannum (Fr) bleek helaas om een ontsnapte vogel te gaan. De habitat van de vogel - de directe omgeving van vuilnis - gaf al enigszins te denken, net als de vergroeide snavel en de bijna ontbrekende staart.Zangvogels
Een Kortteenleeuwerik in de Groede in Zeeuws-Vlaanderen (Zld) zou bijna aan de aandacht zijn ontsnapt. De afstand van de Groede tot het zwaartepunt van Nederland in demografische zin, in de buurt van Zeist, is toch iets meer dan 140 km, dus dat maakt de matige aandacht enigszins begrijpelijk. Roodstuitzwaluwen hielden zich nog relatief rustig in april, met slechts twee waarnemingen langs de trektelpost bij Breskens op 13 en 30 april. Een Pallas' Boszanger werd op 20 en 21 april gezien in Meijendel (ZH).
Pallas’ Boszanger Phylloscopus proregulus, Meijendel (ZH), 21 april (Jan Verboom)
Kleine Zwartkop Sylvia melanocephala, Usquert (Gr), 20 april (Mark Schuurman)
Roodkeelpieper Anthus cervinus, Buttinge (Zld), 29 april (Ronny de Malsche)
Grijze Junco Junco hyemalis, Schiedam (ZH), 26 april (Wietze Janse)
Maskergors Emberiza spodocephala, Texel (NH), 6 april (Robin van der Made)
Inmiddels elders in de WP
April kwam moeizaam op gang, maar stond daarna in het teken van de terugkeer van een reeks oude bekenden. Daarnaast werd Frankrijk verblijd met een getelefoneerde megasoort. Kortom: we nemen de hoogtepunten weer met u door!
Azoren
De langverblijvers op de Azoren betroffen een Kleinste Strandloper (Least Sandpiper), Amerikaanse Bontbekplevier (Semipalmated Plover), Killdeerplevier (Killdeer), Amerikaanse Kleine Zilverreiger (Snowy Egret) en een Amerikaanse Blauwe Reiger (Great Blue Heron).
Britse Eilanden
De tweede Killdeerplevier (Killdeer) in korte tijd in Engeland werd gezien van 3 tot 5 april in Cornwall. Britse langverblijvers betroffen de Aziatische Grote Zee-eend (Stejneger’s Scoter) en twee Amerikaanse Grote Zee-eenden (White-winged Scoter) in Schotland, de populaire Kokardezaagbek (Hooded Merganser), inmiddels nabij Birmingham, en de Forsters Stern (Forster’s Tern) langs de zuidkust van Engeland. Op 23 en 27 tot 29 april was een Sierlijke Stern (Elegant Tern) aanwezig in de sternenkolonie op Lob Island, Ierland. Ierse langverblijvers betroffen de Geoorde Aalscholver (Double-crested Cormorant), Amerikaanse Meerkoet (American Coot), twee Amerikaanse Blauwe Kiekendieven (Northern Harrier) en de Noord-Amerikaanse Roerdomp (American Bittern). De Kamtsjatkastormmeeuw (Kamchatka Gull), die in maart 2014 werd gezien in Ierland, is aanvaard als nieuw taxon voor de WP.
Noord-Europa
Op 6 april vloog de zevende Wenkbrauwalbatros (Black-browed Albatross) voor Denemarken langs Gilleleje. Mogelijk dezelfde Kroeskoppelikaan (Dalmatian Pelican) als vorig jaar, toen deze zwierf door Scandinavië, werd gezien in Letland op 18 april en in Zweden op 19 en 20 april.
Centraal Europa
Dé stervogel van de WP deze maand was zonder twijfel de Witvleugelleeuwerik (White-winged Lark), die van 18 tot 20 april werd gezien in de Camargue en massaal werd getwitcht. Het betrof niet alleen het eerste geval voor Frankrijk, maar ook het eerste geval in Europa - buiten Scandinavië - sinds 1981. De soort kondigde zich misschien al een klein beetje aan, gezien de grote aantallen vogels rond de Kaspische Zee eerder dit jaar. Vandaar ook de rake voorspelling in deze rubriek.
Witvleugelleeuwerik Alauda leucoptera, Camargue, Frankrijk, 18 april (Thomas Blanchon)
Oost-Europa
Diverse gevallen waren er van de Jufferkraanvogel (Demoiselle Crane) in Bulgarije en Roemenië, maar helaas geen waarnemingen westelijker dan dat dit voorjaar. Dat was anders met de Sporenkievit (Spur-winged Lapwing), met het tweede geval voor Polen op 25 april in Zarszyn, in het uiterste zuidoosten van het land. Op 21 april werd het zevende Roemeense geval gezien in Sibiora.
Zuid-Europa
Ook in Spanje werden Sporenkieviten (Spur-winged Lapwing) gezien en wel op 23 april in de Coto Donaña en op 29 april nabij Albacete. Griekenland laat (ook dit jaar weer) opvallend veel waarnemingen zien ten westen van de reguliere broedplekken in het noordoosten. Terug naar Spanje, waar de Sierlijke Stern (Elegant Tern) terugkeerde in El Pinet. Vanaf 5 april verbleef de eerste Bruine Gent (Brown Booby) voor Cyprus nabij de oostpunt van het eiland en werd dankbaar getwitcht tot en met tenminste 28 april. Pas de eerste twee Cyprustapuiten (Cyprus Wheatear) voor Griekenland werden op 4 en 16 april gezien op Rhodos. Het was de meest westelijke waarneming ooit voor deze soort, die blijkbaar bijzonder weinig dwaalpotentie heeft. Een prachtig uitgekleurde Kleine Flamingo (Lesser Flamingo) verblijft sinds 27 april op Lesbos, het vierde geval voor Griekenland. Tot ieders verrassing keerde de Siberische Gierzwaluw (Pacific Swift) terug in het Alpendorpje Girlan in Italië van 23 tot 26 april. Hierna is de vogel echter niet meer gezien. Vorig jaar werd de vogel gezien van 17 mei tot en met 23 juli.
Siberische Gierzwaluw Apus pacificus, Girlan, Italië, 26 april (Horand Maier)
Noord-Afrika
Een Amerikaanse Bontbekplevier (Semipalmated Plover) verbleef van 23-24 april op Sal, Kaapverdië, alweer het 17e geval voor het land. Op Sal was eveneens een Zwarte Reiger (Black Heron) aanwezig van 26-29 april, het elfde geval voor de eilandengroep.
Zwarte Reiger Egretta ardesiaca, Sal, Kaapverdië, 26 april (Uwe Thom)
Maskergent Sula dactylatra, Brava, Kaapverdië, 14 april (Tonny Kristiansen)
Sykes' Spotvogel Iduna rama, Madeira, Portugal, 13 april (Fokko Erhart en Annet Noorlander)
Teugelastrild Estrilda rhodopyga, Abu Simbel, Egypte, 14 april (Nick Bray)
Grote Textorwever Ploceus cucullatus, Abu Simbel, Egypte, 14 april (Nick Bray)
Midden-Oosten
Op 26 april werd een Driebandplevier (Three-banded Plover) gezien in Hatay, Turkije. Het betreft waarschijnlijk dezelfde vogel die hier niet ver vandaan werd gezien op 10 maart.
Driebandplevier Charadrius tricollaris, Hatay, Turkije, 26 april (Cevat Kopanoglu)
De Glazen Bol
Mei is altijd een goede maand voor gruwelijke verrassingen. Roodkeelstrandloper, Bonte Tapuit, Daurische Kauw, Daurische Klauwier, Spaanse Mus, Aasgier, Audouins Meeuw, Woestijnvink, Dunbekmeeuw, Amerikaanse Bosruiter en Grote Tafeleend (het Castricum-geval daargelaten): het zijn allemaal soorten die voor het eerst in de maand mei in Nederland werden vastgesteld. Maar het mag ook wat minder hoor! Van nog een Audouins Meeuw zouden we natuurlijk heel blij worden, maar vergis u niet, ook de Zwartkopmeeuw is altijd het aankijken waard. Het DB Terugblik-team wenst iedereen weer heel veel zoekplezier…!
We willen alle waarnemers en fotografen hartelijk bedanken voor hun bijdragen aan dit verslag. We would like to thank all observers and photographers for their contributions to this report.
Wim Wiegant & Eduard SangsterDiscussie
Wouter van der Ham
·
7 mei 2026 15:41, gewijzigd 7 mei 2026 15:41
Zanggors vergeten? Toch de beste soort van de afgelopen maand?
Wim Wiegant
·
7 mei 2026 15:47, gewijzigd 7 mei 2026 16:17
Wouter,
Oeps, helemaal gemist!
Dank voor de opmerkzaamheid!
De tekst is inmiddels aangepast, en verzoeken om foto's staan uit.
Ik heb voorlopig verwijzingen naar waarneming.nl opgenomen
Wim Wiegant
·
7 mei 2026 16:19, gewijzigd 7 mei 2026 16:19
Van de schrik - zie boven - hebben de auteurs vergeten hun DB Terugblik-collega's te danken voor hunne onvermoeibare werkzaamheden: Toy Janssen voor de ICT, en Garry Bakker voor taalkundige en feitelijke correcties. Duizendvoudige hulde...!
Jaap Kolijn
·
7 mei 2026 19:32, gewijzigd 7 mei 2026 19:32
Dank voor het altijd leuke overzicht! Ik mis wel mijn zelfgevonden Kortteenleeuwerik van 23 april bij Groede in het overzicht.
Wim Wiegant
·
7 mei 2026 19:40, gewijzigd 7 mei 2026 20:48
Nou, ik ook!
... en daar is inmiddels wat aan gedaan...!
Martin Prins
·
8 mei 2026 22:03, gewijzigd 8 mei 2026 22:03
Mooi verhaal, zoals altijd, maar de Zanggors zat niet bij de Haringvlietdam, maar aan de voet van de Haringlietbrug, in de onvolprezen Hoeksche Waard! En als de locatie op waarneming.nl klopt, dan zat de vogel zeker niet op een ontoegankelijke plek.
Wim Wiegant
·
9 mei 2026 11:59, gewijzigd 9 mei 2026 11:59
Martin,
Ik heb de tekst aangepast...
Michiel Schoonderwoerd
·
11 mei 2026 23:23, gewijzigd 11 mei 2026 23:23
Heerlijke verslag weer! Hoop dat je dit nog vaak blijft doen Wim!
De overvliegende Griel op 11 april mist nog een locatie.
Wim Wiegant
·
12 mei 2026 18:04, gewijzigd 12 mei 2026 18:04
Nu niet meer ...
Gebruikers van het forum gaan akkoord met de forumregels.

