Dutch Birding

DB Terugblik oktober 2025

6 november 2025  ·  Wim Wiegant & Eduard Sangster  ·  1913 × bekeken

Oktober was een bijzonder goed met zeldzame vogels gevulde maand, mogen we wel stellen. De meerderheid van de zeldzaamheden, om Brileider, Steppeklapekster, Giervalk, en Kleine Kokmeeuw maar even te noemen, werd vastgesteld op Texel, en verdere knallers als Roodkeelnachtegaal en Maskergors aan de kust van Noord- en Zuid-Holland, in welke laatste provincie zich ook nog de Purperkoet ophield. De rest van het land moest het met wat minder doen. Er valt heel wat te bespreken, dus laten we de kat de bel maar eens gaan aanbinden…!

Hoogtepunten

Brileider

De vermoedelijk enige Brileider van Europa werd vanaf 7 oktober weer gezien langs de waddenkust op Texel, bij het Wagejot, op bij benadering dezelfde plaats waar de vogel van januari tot juni ook al verbleef. De vogel was aan het ruien en liet zich regelmatig fantastisch zien in zijn - aanvankelijk nog - zelden gefotografeerde kleed.

Brileider Somateria fischeri, Texel (NH), 7 oktober (Ruud van Beusekom)

Pacifische Parelduiker

Een langsvliegende Pacifische Parelduiker, dat is natuurlijk weer een stapje hoger dan een overvliegende Geelsnavelduiker! Het fenomeen deed zich deze maand niet één, maar twee keer voor, eerst langs IJmuiden op 10 oktober en, een paar weken later, langs Schiermonnikoog, op 24 oktober. Merkwaardig genoeg, of misschien juist niet merkwaardig, bleek na analyse van de foto's dat het om dezelfde vogel ging. Het betreft het tweede geval in Nederland van deze in Europa steeds algemener wordende soort uit het westen van Amerika.

Pacifische Parelduiker Gavia pacifica, IJmuiden (NH), 10 oktober (Lars Buckx)

Roodkeelnachtegaal

Het ultieme zeldzaamheidsicoon, de vogel waarvan je bij de ontdekking gewoon flauwvalt, dat is natuurlijk niet meer de Roodkeelnachtegaal, want een mannetje van de soort was voor velen van ons al te bewonderen van 8 januari tot 12 april 2016 in Hoogwoud (NH). Toch is een veldwaarneming van deze soort echt wel een parel aan de kroon van de zelfvinders. Op 10 oktober werd een jong mannetje van de soort ontdekt, helaas in een niet toegankelijk gebied bij Groote Keeten (NH). De volgende dag bleek, zoals dat bij ultra-zeldzaamheden eerder regel dan uitzondering is, de vogel te zijn gevlogen.

Purperkoet

De Purperkoet van Zevenhuizen (ZH) werd aan het einde van de vorige maand, vermoedelijk als gevolg van een luidruchtige maaimachine, in de vroege morgen uit zijn verblijf verjaagd. Op 1 oktober werd hij 13 kilometer verderop teruggevonden, in de Nieuwe Driemanspolder in Zoetermeer (ZH). Verrassend genoeg was de vogel op 2 oktober alweer terug op zijn vaste stek in Zevenhuizen. De vogel verbleef daar nog de gehele maand.

Purperkoet Porphyrio porphyrio, Zevenhuizen (ZH), 17 oktober (Paul van Veen)

Maskergors

De vijfde Maskergors van Nederland werd - net als de eerdere vier gevallen - niet in het veld waargenomen, maar gevangen op een ringbaan, en wel dezelfde ringbaan als waar de eerste vogel van deze soort werd gevangen, bij Westenschouwen (Zld). De vogel maakte kennelijk deel uit van een influx van meerdere vogels, zoals u verderop in deze rubriek kunt lezen.

Maskergors Emberiza spodocephala, Westenschouwen (Zld), 31 oktober (Bram Laan)

Giervalk

Een jonge Giervalk werd aan de zuidpunt van Texel (NH) ontdekt op de zaterdag - 18 oktober - van het vogelweekeinde van Dutch Birding. De vogel bewoog langzaam naar het noorden, en een slordige 500 - 600 mensen waren later op de dag getuige van de vogel die een Houtduif aan het nuttigen was langs de weg van De Cocksdorp naar het zuiden van het eiland.

Giervalk Falco rusticolus, Slufter, Texel (NH), 18 oktober (Wietze Janse)

De niet-te-beschrijven verkeerschaos op het anders zo rustige eiland is hier aardig te zien. De vogel was niet eens de zeldzaamste soort van het vogelweekeinde, maar zeker de spectaculairste. De zeldzaamste, de Steppeklapekster, komt hierna nog aan de orde. Niet minder dan 467 mensen waren deelnemer van de aan het weekeinde gewijde WhatsApp-groep...!

Steppeklapekster

Een Aziatische Klapekster van de ondersoort pallidirostris, de Steppeklapekster, werd in de Slufter op Texel (NH) ontdekt, als “bijvangst” bij de aldaar verblijvende Giervalk. Hoewel iets minder spectaculair, betrof het pas het zesde geval van deze soort voor Nederland. Van deze zes gevallen zijn er drie op Texel, waarmee het eiland de status als “klauwiereneiland” weer eer aandeed.

Steppeklapekster Lanius lahtora pallidirostris, Slufter, Texel (NH), 20 oktober (Jorrit Vlot)

Kleine Kokmeeuw

De zeer charmante Kleine Kokmeeuw uit Amerika, die al op 27 september werd ontdekt, werd nog de gehele maand in de buurt van en achter de boot van Den Helder naar Texel (NH) gezien. Soms was de vogel makkelijk te vinden, en soms moeilijk, maar dat maakt het leven juist zo waard om geleefd te worden.

Kleine Kokmeeuw Chroicocephalus philadelphia, Texel (NH), 19 oktober (Arnoud van den Berg)

Schreeuwarend

Een Schreeuwarend werd op 3, 4 en waarschijnlijk ook 5 oktober gezien op Ameland. In tegenstelling tot de meeste waarnemingen van deze soort, was de vogel redelijk te bezichtigen.

Pimpelmees

Merkwaardig genoeg was niet de Brileider, Giervalk of Kleine Kokmeeuw de ster van het Dutch Birding-Vogelweekeinde op Texel, maar de Pimpelmees! Ongehoorde aantallen, vele tienduizenden, trokken in het weekeinde van 18 en 19 oktober over de Waddeneilanden. Wie toevallig op zondag 19 oktober in De Cocksdorp op Texel was, heeft daar kunnen zien dat het hele dorp vergeven was van de Pimpelmezen.

Pimpelmees Cyanistes caeruleus, Reddingsboothuis, Texel (NH), 19 oktober (Dirk van Doorn)

Overzicht

Eenden en ganzen

Witbuikrotganzen en Zwarte Rotganzen bevolkten weer hun vaste winterverblijven, in respectievelijk 14 en acht uurhokken, maar de "Bende van Breskens", de meer dan twintig Witbuikrotganzen in de omgeving van de dorpjes Breskens en Nummer Een in Zeeuws-Vlaanderen, liet zich nog niet zien. Ongeveer zeven à acht niet àl te ontsnapte Roodhalsganzen werden gezien, allemaal ten noorden van Amersfoort. Dwergganzen namen licht in aantal toe op hun vaste plek in het Oudeland van Strijen, maximaal 69 werden er geteld. Volgens de vaste tellers zou het in totaal om 80 vogels gaan. De Brileider die op 13 januari werd ontdekt en voor het laatst op 11 juni werd gezien, keerde terug op zijn oude stek bij het Wagejot op Texel (NH) vanaf 7 oktober. Daar nam het aantal bezoekers van de best bezochte wilde vogel in Nederland ooit toe tot boven de 5.500, volgens de gegevens van waarneming.nl.

Brileider Somateria fischeri, Texel (NH), 22 oktober (Eduard Sangster)

Een andere zeldzame eider werd ook vastgesteld. Een onvolwassen mannetje Koningseider vloog op 10 oktober langs Schiermonnikoog (Fr). De charmante veldschets willen wij u niet onthouden. De Buffelkopeend van Almere (Fl), in de Pampushaven, was weer te bezichtigen vanaf 21 oktober. De vogel was daar voor het laatst op 18 mei gezien.

Hoenders tot aalscholvers

De enige Alpengierzwaluw van dit najaar vloog op 10 oktober over de provincie Utrecht, en werd daar op maar liefst drie plekken gezien: eerst bij Amersfoort-Zuid, even later op telpost Hazewater bij Leusden, en bijna een half uur later bij Zeist, daar zo'n 18 km vandaan. Net als vorig jaar in oktober waren er dit jaar niet de aantallen Vale Gierzwaluwen die we in 2022 en 2023 hebben gezien, maar een paar waren er wel, met name in het binnenland, met gevallen op 22 oktober bij Scharnegoutum (Fr), 24 oktober bij Zwolle (Ovl), op 25 oktober bij Uden (NB). Aan de kust was er maar één, op Texel, op 23 oktober. De Purperkoet die vanaf 26 augustus in de Eendragtspolder bij Zevenhuizen (ZH) verbleef, maar vermoedelijk wegens luidruchtige maaiwerkzaamheden verhuisde op 28 september, werd op 1 oktober teruggevonden in de 13 kilometer verderop gelegen Nieuwe Driemanspolder, dé verzamelplaats voor Zuid-Hollandse zeldzaamheden. Op 2 oktober was de vogel alweer terug op zijn oude stek, en daar verbleef deze vervolgens de gehele maand.

Purperkoet Porphyrio porphyrio, Zevenhuizen (ZH), 14 oktober (Danny Meilof)

We mogen wel stellen dat 10 oktober 2025 de dag was met de grootste dichtheid aan zeldzame tot zeer zeldzame vogels in Nederland ooit! De Brileider en de Kleine Kokmeeuw op Texel (NH) en de Purperkoet in Zevenhuizen (NH) legden een solide basis, en waarnemingen van een langsvliegende Pacifische Parelduiker langs IJmuiden (NH) en een mannetje Roodkeelnachtegaal in Groote Keeten (NH) schoten de dag in de atmosfeer...! Een langsvliegende Koningseider was zo’n beetje de slagroom op de taart. De tweede Pacifische Parelduiker voor Nederland, een vogel nog in zomerkleed, nog geen elf maanden na de eerste, vloog op 10 oktober langs IJmuiden, om deze sensationele dag extra kleur te geven. Om het geval nóg meer cachet te geven, werd dezelfde vogel - nog steeds vrijwel in zomerkleed - op 24 oktober vliegend langs het wad bij de haven van Schiermonnikoog (Fr), 155 km verderop, gefotografeerd.

Pacifische Parelduiker Gavia pacifica, Schiermonnikoog (Fr), 24 oktober (Wouter van der Ham)

Bij de Schelphoek bij Serooskerke (Zld) was tot 18 oktober een eerstejaars Ralreiger aanwezig. De vogel was daar al op 23 september ontdekt. Ook deze maand was de Dwergaalscholver op een flink aantal dagen te zien - volgens waarneming.nl - in Natuurpark Lelystad, waar de vogels al sinds half december vorig jaar verblijft. Deze voormalige knaller lijkt ook deze winter op deze plek door te gaan brengen.

Waders en wadertjes

Sinds 11 september zat een adulte Aziatische Goudplevier bij Ouddorp, en die bleef tot 10 oktober. Was de vogel die van 13 tot 16 oktober op St. Philipsland zat dezelfde? We zullen het nooit weten. Op 26 oktober zat er weer een bij Goedereede, hetgeen de kans dat alle waarnemingen dezelfde vogel betroffen alleen maar groter maakt. In de Oostvaardersplassen lukt het niet altijd goed om veel strandlopers te zien te krijgen, afhankelijk van het weer en het waterpeilbeheer, maar dit jaar lukte het heel aardig. Naast een Grijze Strandloper-achtige Kleine Strandloper werd er ook een echte Blonde Ruiter gezien, op 8 oktober. De vogel zou er overigens al eerder, ongeveer een week eerder om precies te zijn, zijn gezien. Een Kleine Geelpootruiter werd op 30 oktober ontdekt in het Harderbroek. Van 1 tot 3 oktober zat een Steppevorkstaartplevier langs het Vollenhovermeer bij Marknesse (Fl).

Steppevorkstaartplevier Glareola nordmanni, Marknesse (Fl), 3 oktober (Chris Busscher)

Zeekoeten tot meeuwen

De langdurig verblijvende Zwarte Zeekoet van Vlissingen was na 21 september verdwenen, maar er werden er nog een paar gezien; op 1 oktober langs Vlieland (Fr), op 5, 24 en 27 oktober langs de Maasvlakte (ZH), op 17 oktober langs Westkapelle (Zld) en op 30 oktober in de monding van de Nieuwe Waterweg (ZH). In 71 uurhokken werden Kleine Alken vastgesteld, bijna allemaal vanaf 24 oktober, en bijna allemaal langs de kust, maar niet helemaal: er waren ook waarnemingen in het binnenland. Op 26 oktober werd er een levend gevonden bij Polsbroekerdam (U), op 27 oktober een in een tuin in Zwaagwesteinde (Fr), en op 28 oktober een middenin Spijkenisse (ZH), een dode in Lelystad (Fl) en een halfdode bij Laren (NH). Ten slotte was er nog een vondst op St. Philipsland (Zld) op 29 oktober.

Kleine Alk Alle alle, Lauwersoog (Gr), 26 oktober (Wim van Zwieten)

Dit jaar kende een relatief groot aantal Vorkstaartmeeuwen, naar recente standaarden. In 37 blokken, natuurlijk vrijwel allemaal aan de kust, werd de soort vastgesteld. Het voorkomen was vergelijkbaar met 2011 en 2020. Er was zelfs nog een vogel te bezichtigen op een akker langs de Knardijk (Fl) vanaf 26 oktober.

Vorkstaartmeeuw Xema sabini, Noordzee bij Schiermonnikoog (Fr), 31 oktober (Thijs Glastra)

De Kleine Kokmeeuw van Texel tot Den Helder (NH) werd de hele maand nog gezien, tot plezier van vele fotografen.

Kleine Kokmeeuw Chroicocephalus philadelphia, Texel (NH), 17 oktober (Gerben Mensink)

Roofvogels

Ook in oktober bleef de Grijze Wouw het buitengewoon goed doen: in 26 uurhokken werd de soort vastgesteld, maar het leek erop dat er weinig nieuwe vogels bij waren gekomen. Vergelijking van de kaarten voor september en oktober leverde een opmerkelijke geografische overeenkomst op. Een Schreeuwarend liet zich mooi zien op Ameland, op 3 en 4 oktober, met ook nog één waarneming op 5 oktober. Het was de best bezoekbare Schreeuwarend van dit jaar.

Schreeuwarend Clanga pomarina, Ameland (Fr), 4 oktober (Andries Zijlstra)

De Steppearend die vorige maand op 26, 27 en 28 september in Melissant (ZH), Noordgouwe en Meliskerke (Zld) werd gezien, werd half oktober in het uiterste westen van Frankrijk, bij Brest en Ouessant gezien. Of dit nieuws nu Nederlands of nieuws uit de WP is, daarover kan het DB Terugblik-team nog wel even soebatten. De Giervalk van Texel, daarvan zou je toch verwachten dat die een groot deel van het winterhalfjaar op Texel (NH) zou doorbrengen, maar niets was minder waar. Op 22 oktober werd de vogel die op 18 oktober was ontdekt voor het laatst gezien. Het hielp natuurlijk niet dat de Slufter door de naweeën van de storm Benjamin bijna volledig was ondergelopen. Mogelijk komt de vogel op een later tijdstip nog terug.

Giervalk Falco rusticolus, Slufter, Texel (NH), 18 oktober (Thijs Glastra)

Gevarieerde zangvogels

De Steppeklapekster bleek uiteindelijk de zeldzaamste soort te zijn die op het dwaalgast-overgoten Dutch Birding-weekeinde werd vastgesteld. De vogel die zich op 18 oktober aanvankelijk maar matig liet zien in de buurt van de Slufter op Texel, vlakbij de daar ook aanwezige Giervalk, werd nog tot 20 oktober gezien.

Steppeklapekster Lanius lahtora pallidirostris, Slufter, Texel (NH), 20 oktober (Hendrik Beukelman)

Een zeer vertrouwelijke juveniele Roodkopklauwier werd van 20 oktober tot in november bij Zwagermieden (Fr) gezien. De foto's waren duizelingwekkend.

Roodkopklauwier Lanius senator, Zwagermieden (Fr), 22 oktober (Andries Zijlstra)

Kleine zangvogels

Wie had gedacht dat de Pimpelmees ooit een plekje in een rubriek over zeldzame vogels zou veroveren! Een van de algemeenste soorten van Nederland liet een zeldzaam fenomeen zien: massale trek over het noorden van Nederland. De aantallen waren werkelijk duizelingwekkend.

Pimpelmees Cyanistes caeruleus, Afsluitdijk (NH), 19 oktober (Bob Woets)

Velen bestempelden het fenomeen als het hoogtepunt van het Dutch Birding-vogelweekeinde. De trek was overigens niet beperkt tot de Waddeneilanden, zie maar eens hier voor een filmpje van de mezen bij Westkapelle (Zld). Op 12 oktober werd een Grauwe Fitis gezien en gehoord bij de Westerplas op Schiermonnikoog (Fr), en een dag later werd er een gehoord op Ameland (Fr). Zoals zo vaak was 18 oktober de "Pallas' Boszanger-dag". Op die dag waren zes vogels van deze soort in Nederland te zien. In totaal waren er in oktober ongeveer 20 tot 25 exemplaren te zien, natuurlijk bijna allemaal even lastig, maar een vogel bij het Reddingsboothuis op Texel liet zich "tussen de Pimpelmezen" aardig fotograferen.

Pallas’ Boszanger Phylloscopus proregulus, Texel (NH), 18 oktober (Jeroen Veeken)

In 231 uurhokken werden Bladkoningen waargenomen. Van die blokken lag bijna een kwart in het binnenland. Dat was vroeger wel anders! Het aantal uurhokken was overigens naar recente standaarden helemaal niet extreem hoog. Om u te kalmeren kunt u hieronder naar een uiterst charmante sfeerfoto van een vogel in de achtertuin van een voormalig voorzitter van Dutch Birding kijken. Veel mooier kan het echt niet...

Bladkoning Phylloscopus inornatus, Katwijk (ZH), 10 oktober (René van Rossum)

De overige boszangers deden het wat rustiger aan. Op 16 oktober werd een Humes Bladkoning gezien bij het Zuidlaardermeer (Dr) en een dag later zat er een bij Egmond aan Zee (NH). Geen enkele Raddes Boszanger werd in oktober in het veld vastgesteld, maar er werd er wel twee gevangen, op 7 oktober op Schiermonnikoog (Fr) en op 14 oktober op Texel (NH). Bruine Boszangers waren ook niet algemeen, maar daarvan waren er toch wel een paar, bij Oostkapelle (Zld) op 9 oktober, op Rottumeroogplaat, in de Schoorlse Duinen, op Kornwerderzand, en in de Hertenbosvallei op Schiermonnikoog (Fr), allemaal op 13 oktober, en in Rijswijk (ZH) op 22 en 23 oktober, in Zuid-Kennemerland (NH) van 22 tot 25 oktober en tot slot in het Noordhollands Duinreservaat (NH) op 30 oktober.

Bruine Boszanger Phylloscopus fuscatus, Schiermonnikoog, 13 oktober (Lenn van de Zande)

Er waren niet veel Roze Spreeuwen te bezichtigen dit najaar. Eerstejaars vogels waren te zien op Ameland (Fr) op 4 oktober, bij Grou (Fr) op 7 en 10 oktober,, bij Westenschouwen (Zld) op 12 oktober, op Texel (NH) op 18 en 20 oktober, en in Pijnacker (ZH) op 21 oktober. We hebben het al over de Roodkeelnachtegaal gehad, maar helaas is er geen foto van. Deze uiterst zeldzame soort is pas één keer eerder in Nederland vastgesteld. Ook voor de Blauwstaart valt het niet mee om achter de Roodkeelnachtegaal te worden geplaatst. De status van de vogel is nu eenmaal enigszins gedevalueerd! Dat neemt niet weg dat het natuurlijk een fantastische soort is om te zien. Op 17 en 22 oktober werd er telkens een kort gezien bij Ouddorp (ZH). 

De "algemene doortrekker" Siberische Boompieper, waarvan de eerste overigens pas in oktober 1987 in Nederland werd vastgesteld, is al sinds 2015 geen beoordeelsoort meer. De soort wordt ook meer en meer in het binnenland vastgesteld. Deze maand waren er claims in niet minder dan 31 uurhokken, waaronder gevallen in Koningsbosch (L), Veenendaal (U), Siddeburen (Gr), Lunteren (Gld) en Arnhem (Gld). Veel Kruisbekken werden er deze maand niet gemeld, maar leuk genoeg waren er wel een paar meldingen van de grote broer, de Grote Kruisbek. Een leuke vogel is hieronder te zien.

Grote Kruisbek Loxia pytyopsittacus, Schiermonnikoog (Fr), 19 oktober (Martijn Verdoes)

Een aardig aantal Dwerggorzen completeerde het zeldzaamhedenpalet van oktober. Er werden meer dan twintig vogels vastgesteld, waaronder twee tegelijk op Texel op 18 oktober, waarvan er een zéér vertrouwelijk was.

Dwerggors Emberiza pusilla, Texel (NH), 18 oktober (Kees de Vries)

De Maskergors is dé "die willen we allemaal"-soort. Helaas was de vogel die werd gevangen op 31 oktober op de ringbaan bij Westenschouwen (Zld) niet te bezoeken. We zullen nog even op een veldwaarneming moeten wachten. Bij het "ter perse gaan" van deze rubriek was het wachten al voorbij, maar dat zal volgende maand worden besproken. Het eerste geval van de Tennesseezanger in Nederland viel juist voor het einde van de vorige maand, en toen was er nog niet direct een foto beschikbaar. Daarom hebben we deze aflevering van de DB Terugblik toch nog enige aandacht voor de vierde nieuwe soort voor Nederland dit jaar, deze Tennesseezanger, die op 17 september werd gevangen op Vlieland.

Tennesseezanger Leiothlypis peregrina, Vlieland (Fr), 17 september (Gerrit Bochem)

Inmiddels elders in de WP in oktober 2025

De altijd drukke oktobermaand stelde ook dit jaar niet teleur, met twee nieuwe soorten voor de (grote) WP. Vooral in het westen regende het cosmic mind fuckers. Sommige mega’s, zoals de Elzenfeetiran (Alder Flycatcher) en de Kastanjezanger (Bay-breasted Warbler), zouden velen van ons waarschijnlijk weinig zeggen als deze met hun Nederlandse soortnaam op de DB Alerts verschijnen, ondergetekende incluis. Laten we echter niet te hard van stapel lopen en samen rustig doornemen wat zich allemaal elders afspeelde.

Azoren

Oktober is natuurlijk dé topmaand op Corvo. Dit leverde vooral in de eerste helft van de maand weer diverse Amerikaanse dwalers op. De hoogtepunten waren twee Roodkroonhanen (Ruby-crowned Kinglet) en twee Citroenzangers (Prothonotary Warbler). De supporting cast omvatte onder meer een Grote Blauwe Reiger (Great Blue Heron), de teruggekeerde (?) Amerikaanse Havik (American Goshawk), Amerikaanse Blauwe Kiekendief (Northern Harrier), een mooi te fotograferen Kleinste Strandloper (Least Sandpiper), drie Amerikaanse Watersnippen (Wilson’s Snipe), Amerikaanse Klifzwaluw (Cliff Swallow), Amerikaanse Waterpieper (American Pipit), een Roestflankzanger (Chestnut-sided Warbler) en een Tijgerzanger (Cape May Warbler).

Amerikaanse Blauwe Reiger Ardea herodias, Corvo, Azoren, 7 oktober (Adrian Jordi)

TIjgerzanger Setophaga tigrina, Corvo, Azoren, 3 oktober (Adrian Jordi)

Ook waren er waarnemingen van een Magnoliazanger (Magnolia Warbler), Gewone Maskerzanger (Common Yellowthroat), enkele Brilparulazangers (Northern Parula), diverse Bonte Zangers (Black-and-white Warbler), twee Tennesseezangers (Tennessee Warbler), twee Zwartkopzangers (Blackpoll Warbler), Amerikaanse Roodstaart (American Redstart), Dwerglijster (Swaison’s Thrush), Grijswangdwerglijster (Grey-cheecked Thrush), Noordelijke Waterlijster (Northern Waterthrush), Ovenvogel (Ovenbird), Indigogors (Indigo Bunting), Bobolink (Bobolink), Roodborstkardinaal (Rose-breasted Grosbeak), Baltimoretroepiaal (Baltimore Oriole), Zwartvleugeltangare (Scarlet Tanager) en een Geelsnavelkoekoek (Yellow-billed Cuckoo). De wind draaide in de derde week naar het oosten en dit bracht in de laatste week geen nieuwe vogels meer. Zeetrektellen leverde op 3 oktober een inmiddels regulier te noemen Arminjons Stormvogel (Trindade Petrel) op. Het nabijgelegen Flores is groter, de vegetatie nog lastiger, de groep vogelaars kleiner en deze verbleven korter op het eiland. Het hoogtepunt hier was een Dicksissel (Dickcissel), welke enkele dagen verbleef op het eiland en daarmee lang genoeg voor de Corvo-gangers om deze te twitchen. Het betrof het elfde geval voor de Azoren en de WP.

Dicksissel Spiza americana, Faja Grande, Flores, Azoren, 7 oktober (Adrian Jordi)

Daarnaast werden twee Amerikaanse Zwarte Eenden (American Black Duck), Groene Reiger (Green Heron), Amerikaanse Blauwe Kiekendief (Northern Harrier), Amerikaanse Regenwulp (Hudsonian Whimbrel), twee Kleinste Strandlopers (Least Sandpiper), een Amerikaanse Bontbekplevier (Semipalmated Plover), twee Schoorsteengierzwaluwen (Chimney Swift), Amerikaanse Klifzwaluw (Cliff Swallow), Bonte Zanger (Black-and-white Warbler), drie Gewone Maskerzangers (Common Yellowthroat), Bobolink (Bobolink), Ovenvogel (Ovenbird), Zwartvleugeltangare (Scarlet Tanager) en een Geelsnavelkoekoek (Yellow-billed Cuckoo) op Flores gezien deze maand. Hier is een sfeerverslag te vinden met diverse fraaie foto’s. Elders op de Azoren verbleven op Terceira een Amerikaanse Kleine Zilverreiger (Snowy Egret) en een Amerikaanse Meerkoet (American Coot). Een enkeling zag een Bandijsvogel (Belted Kingfisher) op São Miguel, waar ook een Amerikaanse Blauwe Reiger (Great Blue Heron) werd opgemerkt. De Langstaarttroepiaal (Great-tailed Grackle) was hier de gehele maand nog aanwezig, inmiddels met volledig aangegroeide staart, wat slechts een week of drie duurde. Alles bij elkaar opgeteld kan men zeggen dat met een beetje doorvogelen een "Azoren-debutant" een soort of 25 a 30 nieuw voor de WP zou kunnen zien in de eerste drie weken van oktober.

Britse Eilanden

Dé soort van de maand in het VK was de Grote Kuiftiran (Great Crested Flycatcher) op Shetland. De vogel zat medio oktober op privéterrein, maar werd helaas voor de vele aanwezige vogelaars stil gehouden. Het betrof het eerste geval voor de WP. Deze soort werd al in 1980 voorspeld als WP-soort in het tijdschrift British Birds. Het is inmiddels de vierde nieuwe soort voor de WP dit jaar, na de Zwartkoprupsvogel (Black-headed Cuckoo-Shrike) in Iran, de Opaalstern (White Tern) in Wales en de Teugelastrildes (Crimson-rumped Waxbill) in Egypte. De Shetland-gangers hadden echter niks te klagen met de Siberische Lijster (Siberian Thrush), die tot in oktober verbleef en zich steeds beter liet zien.

Siberische Lijster Geokichla sibirica, Shetland, VK, 5 oktober (Ronald Messemaker)

Verder op Shetland nog een tweede Maskergors (Black-faced Bunting) alhier dit jaar en een Zwartkopzanger (Blackpoll Warbler). Net iets zuidelijker, op de Orkney Eilanden, werd door een gelukkige enkeling een Snornachtegaal (Rufous-tailed Robin) gezien. De vogel is niet gefotografeerd. Indien aanvaard betreft dit het vijfde geval voor het VK en het zevende voor de WP. De Roodkeelnachtegaal (Siberian Rubythroat) die op hetzelfde eilandje werd gezien op 28 oktober bleek al net zo ongrijpbaar. Elders in Schotland verbleef nog een Veery (Veery) en even boven Aberdeen werd de vierde Oostelijke Nachtegaal (Eastern Nightingale) voor het VK ontdekt. Deze ondersoort broedt in Centraal-Azië en trekt via het Arabisch Schiereiland naar Oost-Afrika. De eerste Stekelstaartgierzwaluw (White-throated Needletail) voor het vasteland van het VK sinds 1991 werd op diverse plekken langs de oostkust gezien. Op Spurn werd een goed twitchbare Maskergors (Black-faced Bunting) fraai gefotografeerd. De achttiende Zwartsnavelkoekoek (Black-billed Cuckoo) voor het VK werd dood gevonden in Devon. Op 31 oktober vloog een Wenkbrauwalbatros (Black-browed Albatross) langs de kust van Norfolk. De Scilly Eilanden leverden dit jaar een Treurduif (Mourning Dove) op, die vanaf 9 oktober verbleef op Saint Agnes, plus twee Amerikaanse Waterpiepers (American Pipit) en een Vale Lijster (Eye-browed Thrush). Het eerste geval van Harlekijneend (Harlequin Duck) voor Ierland betrof twee exemplaren vanaf 9 oktober. De Brilparulazanger (Northern Parula) vanaf 7 oktober in Ierland was de eerste twitchbare sinds 1983. Langs Cape Clear vloog op 18 oktober een Wenkbrauwalbatros (Black-browed Albatross). De Amerikaanse ondersoort van de Ruigpootbuizerd (Rough-legged Hawk) werd op Rathlin Island gezien op 18 oktober. Tot slot werden ook in Ierland twee Amerikaanse Waterpiepers (American Pipit) vastgesteld en maar liefst drie Amerikaanse Blauwe Kiekendieven (Northern Harrier).

Noord-Europa

Een recordaantal van 11 soorten Amerikaanse zangvogels werd gezien op IJsland deze maand. Het gaat om de tweede Bonte Lijster (Varied Thrush) voor IJsland en pas de vierde voor de WP, de derde Elzenfeetiran (Alder Flycatcher), de eerste Bobolink (Bobolink), de eerste Philadelphiavireo (Philadelphia Vireo), de eerste Bruinkopkoevogel (Brown-headed Cowbird), twee Mirtezangers (Myrtle Warbler), een Tennesseezanger (Tennessee Warbler), een Amerikaanse Waterpieper (American Pipit), de vijfde Roodborstkardinaal (Rose-breasted Grosbeak), de zeventiende Heremietlijster (Hermit Thrush) en de gebruikelijke Roodoogvireo’s (Red-eyed Vireo). Na de uitzonderlijke aantallen in het VK laat IJsland ook recordaantallen Zwarte Ibissen (Glossy Ibis) zien, met rond de 25 vogels dit najaar. Tot enkele jaren terug was dit hier een zéér zeldzame vogel. De eerste Zwartvleugeltangare (Scarlet Tanager) voor de Faeröer Eilanden werd helaas niet meer teruggevonden, nadat deze twee dagen eerder door een nietsvermoedende niet-vogelaar werd gefotografeerd uit het keukenraam. De eerste Tennesseezanger (Tennessee Warbler) voor Noorwegen werd op 17 oktober gevangen nabij Mølen. De vierde Noorse Bartrams Ruiter (Upland Sandpiper) werd op 20 oktober gezien op Husoya en verbleef tot het einde van de maand. Alweer de vijftiende Dwerglijster (Swainson’s Thrush) werd op 15 oktober ontdekt op Røst. Zweden werd verblijd met de derde Kleine Regenwulp (Little Curlew). Deze vogel op Öland op 11 oktober betekende het tiende WP-geval. De vierde Roodkeelnachtegaal (Siberian Rubythroat) voor Finland werd op 17 oktober geringd nabij Espoo. Een dag later werd een fraaie Zwartkeelheggemus (Black-throated Accentor) ontdekt. Een mogelijke Chinees Stormvogeltje (Swinhoe’s Storm Petrel) vloog langs de Deense kust.

Centraal-Europa

Op Jersey, Kanaaleilanden, werd een Kastanjezanger (Bay-breasted Warbler) geringd op 9 oktober. Ouessant is natuurlijk dé plek-om-te-zijn in Frankrijk in oktober. Dat werd dit jaar bevestigd met een langverblijvende Maskergors (Black-faced Bunting), maar liefst drie Amerikaanse Waterpiepers (American Pipit), een Dwerglijster (Swainson’s Thrush) en aan het eind van de maand nog een Maskerzanger (Common Yellowthroat). Elders in Bretagne en omgeving werd de vijfde Maskergors (Black-faced Bunting) voor Frankrijk geringd, de vijfde Zwartkopzanger (Blackpoll Warbler) waargenomen en de tiende Franse Steppearend (Steppe Eagle) herontdekt. Deze arend, die van 12-28 oktober werd waargenomen nabij Brest, betrof hetzelfde exemplaar dat op 27 september over Noordgouwe, Zeeland, vloog. Een mogelijk Armeense Meeuw (Armenian Gull) zou het derde geval voor Hongarije betekenen.

Oost-Europa

Een Noordse Pijlstormvogel (Manx Shearwater), die op 9 oktober levend werd opgeraapt in Tsjechië, was wel erg ver uit koers. Het betrof het eerste geval voor het land. Na oktober 2023 werd deze maand het tweede geval van Driebandplevier (Three-banded Plover) voor Georgië ontdekt.

Zuid-Europa

Het Spaanse trektelpunt Estaca de Bares leverde op 4 oktober twee Zwartkapstormvogels (Black-capped Petrel) op, waarvan een exemplaar zelfs gefilmd kon worden. Een Kaapverdische Pijlstormvogel (Cape Verde Shearwater) in het zuiden van Spanje betrof pas het derde geval voor Europa. De eerste Oorgier (Lappet-faced Vulture) voor Spanje vloog op 18 oktober langs Antequera. Een Witbandleeuwerik (Greater Hoopoe-Lark) nabij Córdoba betrof het eerste geval voor het vasteland van Spanje. De Kelpmeeuw (Cape Gull) bleef ook deze maand de haven Laredo trouw. In de haven van Sagres, Portugal, verbleef vanaf 12 oktober een Roodvoetgent (Red-footed Booby) en deze werd daarna onregelmatig gezien tot het einde van de maand. Op 20 oktober werd een Vale Lijster (Eye-browed Thrush) geringd op Malta.

Noord-Afrika

Op het eiland Sal werd op 11 oktober de eerste Geelsnavelkoekoek (Yellow-billed Cuckoo) ontdekt voor de Kaapverdische Eilanden. Een Kleine Grijze Snip (Short-billed Dowitcher) verbleef nog tot en met 18 oktober op Sal. Maar liefst drie Grijze Strandlopers (Semipalmated Sandpiper) vergezelden de vogel in dit fameuze plasje. De Westelijke Willet (Western Willet) verbleef medio oktober nog steeds op Boavista. Op dit eiland werd op 28 oktober ook een Amerikaanse Regenwulp (Hudsonian Whimbrel) opgemerkt. Een Algerijnse expeditie had een ongelooflijke trip in het zuiden van het land met de ontdekking van een Noordelijke Witwangdwergooruil (Northern White-faced Owl). De vogel werd op 20 oktober gevonden ten zuiden van Bordj Badji Mokhtar, wat net buiten de ‘klassieke WP’ grens ligt. Indien aanvaard betekent dit het eerste geval voor de ‘grote WP’. Op dezelfde locatie werd ook een Marmernachtzwaluw (Plain Nightjar) ontdekt, het eerste geval voor Algerije. Hierbij nog een foto van de vogel, die eerst als Rotsnachtzwaluw (Freckled Nightjar) was gemeld. Tot slot werd door dezelfde expeditie een Madeiragierzwaluw (Plain Swift) gezien, een nieuwe soort voor de Algerijnse lijst. In het noordoosten van Tunesië werd deze maand de eerste Kapgier (Hooded Vulture) voor het land gezien.

Midden-Oosten

Op 2-3 oktober werd een Afrikaanse Koningsstern (West African Crested Tern) gefotografeerd langs de westkust van Turkije, het eerste geval voor het land. Een Grote Grijze Snip (Long-billed Dowitcher) in de Gediz Delta nabij Izmir op 29 oktober betrof eveneens een eerste geval. De eerste Goudlijster (White’s Thrush) voor Israël liet zich goed zien aan een enkele vogelaar in het uiterste noorden van het land. De tweede Himalayagier (Himalayan Vulture) voor Koeweit volgt snel op de eerste en werd op 11 oktober ontdekt. De zesde Zwartkopreiger (Black-headed Heron) voor Oman werd in Salalah ontdekt door een Nederlander op 5 oktober.

Zwartkopreiger Ardea melanocephala, Salalah, Oman, 5 oktober (Vincent de Vos)

Ten westen van Salalah werd op 16 oktober een Zwarte Reiger (Black Heron) ontdekt, het derde geval voor Oman. Mooie inleidingen voor november, dé topmaand in dit land.

De Glazen Bol

Na de potpourri aan zeldzame soorten die ons in oktober ten deel is gevallen, willen we graag een beetje rust in november. Aan de andere kant gaan we met zijn allen een nieuwe soort heus niet uit de weg! Is de Bandijsvogel een optie, of moeten we het weer met minder doen? Het DB Terugblik-team zou - om het eerlijk te zeggen – met een Siberische Lijster best tevreden zijn, maar het kan niet altijd feest zijn. Aan de recente influx te oordelen, ligt een Maskergors echt wel behoorlijk voor de hand, en nu maar hopen dat het ónze hand blijkt te zijn. En, wat geeft het, vogels kijken schept altíjd plezier, ook als het resultaat - met bijvoorbeeld een Goudhaantje – niet helemaal aan de hooggespannen verwachtingen voldoet. We wensen iedereen de komende maand weer heel veel zoekplezier…!

We willen alle waarnemers en fotografen hartelijk bedanken voor hun bijdragen aan dit verslag. We would like to thank all observers and photographers for their contributions to this report.

Wim Wiegant & Eduard Sangster

Discussie

Wim Wiegant
 ·  6 november 2025  15:20, gewijzigd 6 november 2025  15:20

Veel meer werk dan aan dit maandoverzicht kunnen de heren Toy Janssen aan de ICT en Garry Bakker aan het correctiewerk bijna niet hebben gehad...!
De auteurs zijn de beide heren weer eeuwige dank verschuldigd...!

Robbin van Dijk
 ·  7 november 2025  06:23, gewijzigd 7 november 2025  06:24

Weer met genoegen gelezen Wim.

Met het gevaar 'muggenzifterig' te zijn vraag ik me bij tijd en wijle af wanneer men spreekt van een influx. Op grotere groepen grote kruisbekken in Nederland lijkt de term toepasbaar, maar geldt dit ook voor maskergorzen in West-Europese context? Valt een significante toename van het aantal dwaalgasten in een bepaald jaar te betitelen als influx en 'waar ligt de grens'?

Misschien ten overvloede: dit is overigens geenszins bedoeld als kritiek op het gebruik van de term in bovenstaand overzicht. :)

Peter Lindenburg
 ·  7 november 2025  11:41, gewijzigd 7 november 2025  11:42

heerlijk geschreven overzicht weer! Ik miste de grauwe fitis van 12 oktober op Schiermonnikoog, bij de Westerplas. En volgens mij heeft de Groene Glop op Schier een raddes gevangen op 7 oktober

Wim Wiegant
 ·  7 november 2025  17:10, gewijzigd 7 november 2025  17:10

Peter, dank je wel en ik heb een en ander aangepast.
Hoe ik te weten zou moeten zijn gekomen van die gevangen Raddes Boszanger op Schiermonnikoog, is me een raadsel...

Diedert Koppenol
 ·  7 november 2025  17:50, gewijzigd 7 november 2025  17:50

Wim, je checkt toch wel, net als Lonnie en ik áltijd deden, ook trektellen.nl? VRS Schiermonnikoog heeft ook nog een eigen website, maar die is zeker niet onvolprezen...

Wim Wiegant
 ·  7 november 2025  17:58, gewijzigd 7 november 2025  18:01

Diedert, om het eerlijk te zeggen kijk ik bijna nooit op trektellen.nl want ik zou niet weten hoe ik op deze site aan - voor de DB Terugblik - zinvolle informatie zou kunnen komen. Wie mij een korte cursus kan geven over hoe ik op deze site gevallen van zeldzame soorten zou kunnen achterhalen, wordt bij dezen van harte uitgenodigd...!
Contact: wim.wiegant@dutchbirding.nl !

Andere websites, zoals de site die jij noemt, daar kijk ik eigenlijk nooit naar!
Ik kan wel aan de gang blijven...

Jan Hein van Steenis
 ·  7 november 2025  18:19, gewijzigd 7 november 2025  18:19

@Robbin: als er meer dan tien keer zoveel exemplaren van een soort gezien worden als in een normaal jaar, mag dat van mij best een influx genoemd worden.

De Maskergors lijkt in de laatste jaren overigens wel toe te nemen, dus misschien zal het achteraf geen influx meer blijken te zijn. Bij bijvoorbeeld de Bergheggenmus was het dat duidelijk wel.

Wim Wiegant
 ·  7 november 2025  18:39, gewijzigd 7 november 2025  19:29

Robbin,

Uit een artikel van Rob van Bemmelen uit de “Nieuwsbrief NZG”, waarin hij van den Berg & Bosman 1999 Zeldzame vogels van Nederland citeert:
Terwijl een influx
1) slechts een handjevol exemplaren kan betreffen,
2) niet wordt gekenmerkt door een bepaalde richting, en
3) vaak door bijzondere weersomstandigheden veroorzaakt wordt,
is er bij een invasie
1) wel sprake van een duidelijke richting en
2) ligt de oorzaak bij regelmatig optredende bevolkingsexplosies en/of
voedseltekorten.

In het boek van van den Berg & Bosman kon ik het zo gauw niet terugvinden, terwijl ik weet dat het er in staat...

Robbin van Dijk
 ·  8 november 2025  05:37, gewijzigd 8 november 2025  05:41

Bedankt Jan Hein en Wim.

Het gaat dus om de oorzaken achter de tijdelijke toename en niet zozeer de aantallen an sich.

Ger Meesters
 ·  10 november 2025  10:05, gewijzigd 10 november 2025  11:59

In Avifauna van Nederland 1, Zeldzame vogels staat het volgende op blz. 21:

Influx of invasie
Het onderscheid tussen de begrippen influx en invasie is vaak moeilijk te maken. In dit boek worden deze begrippen als volgt gedefinieerd. Een influx kan bij een zeldzame soort om slechts enkele exemplaren gaan en wordt niet gekenmerkt door een veel voorkomende richting. Influxen worden vaak door speciale weersomstandigheden veroorzaakt. Een invasie heeft gewoonlijk een noord/oost-zuid/west-richting. Invasies worden vaak door regelmatig optredende bevolkingsexplosies of voedseltekorten veroorzaakt. De frequentie waarin beide verschijnselen voorkomen kunnen in principe per soort verschillen van gemiddeld eens in twee jaar tot eens in twee eeuwen. Zie voor voorbeelden tabel 2.

Ruud van Beusekom
 ·  15 november 2025  22:42, gewijzigd 15 november 2025  22:42

De laatste voorjaarswaarneming van de Brileider was op 11 juni, en niet op 16 juni.

Wim Wiegant
 ·  16 november 2025  18:16, gewijzigd 16 november 2025  21:37

Excuus Ruud, je hebt natuurlijk helemaal gelijk.
Het is aangepast...

Gebruikers van het forum gaan akkoord met de forumregels.

Feedback?