Recensies

Birds of Paradise and Bowerbirds: an identification guide

12 oktober 2020  ·  Enno B. Ebels  ·  959 × bekeken

Phil Gregory, illustraties van Richard Allen, 2020. Birds of Paradise and Bowerbirds: an identification guide. ISBN-10: 0691202141; ISBN-13: 978-0691202143. Princeton University Press - Bloomsbury. 416 pagina’s, hardcover. Prijs: € 50,99.

Heeft de evolutie een eindstation? Het antwoord weten we natuurlijk – nee! En toch vraag je je als vogelaar wel eens af of de diversiteit en extremiteit in verenkleed en gedrag van paradijsvogels en prieelvogels niet toch een soort eindpunt vormen – want gekker dan dit kan het toch niet worden…? Paradijsvogels en prieelvogels vormen misschien wel de ultieme vogels als je met een evolutionaire, ethologische of esthetische bril naar vogelfamilies kijkt. Voor elke vogelaar, beginnend of gevorderd, gekluisterd aan de eigen tuin of wereldreiziger zonder grenzen, roepen de paradijsvogels iets magisch op en het is niet voor niks dat ze misschien wel als meest begeerlijke familie worden gezien om ooit (‘als ik genoeg geld heb’) in levenden lijve te aanschouwen. Dit nieuwe handboek, onderdeel van de Helm Identification Guide serie, gaat in detail in op de paradijsvogels en de (nauw verwante geachte) prieelvogels en is de eerste uitgebreide monografie van de groep in de 21e eeuw. De verspreiding van beide families beperkt zich tot de tropische regenwouden op eilanden ten oosten van Wallace’s Line via Nieuw-Guinea tot het meest noordelijke stukje van Australië. Vooral Nieuwe-Guinea staat bekend om de rijkdom aan soorten binnen deze families. Het boek behandelt de taxonomie, biologie, herkenning en bescherming van paradijsvogels en prieelvogels, met illustraties van Richard Allen en 100en foto's die zo goed mogelijk de variatie van geslacht, verenkleed en ondersoorten laten zien. Naast paradijsvogels worden ook de prieelvogels behandeld, een groep die zich uitstrekt tot in Australië en die het meest bekend is vanwege de constructie van ‘prielen’ door de mannetjes, structuren van twijgen en stokken die worden gebruikt om vrouwtjes te verleiden, vaak versierd met allerhande ornamenten, waarbij menselijk attributen zoals felgekleurde plastic doppen net zo makkelijk worden ingezet als natuurlijke objecten, zoals bloemen. Taxonomisch blijken paradijsvogels en prieelvogels niet elkaars meest nauwverwante families te zijn maar dat mag de pret van dit boek niet drukken – door hun geografische verspreiding en extremiteiten in verenkleed en/of baltsgedrag passen ze goed bij elkaar in één boek. Ook binnen de groep paradijsvogels blijken enkele soorten niet in deze familie thuis te horen maar deze worden in het boek wel besproken.

Het boek behandelt 77 soorten en 105 taxa (45 soorten paradijsvogels, vier soorten die voorheen werden geclassificeerd als paradijsvogels (drie soorten satijnvogels Cnemophilidae en Macgregors Honingeter Macgregoria pulchra), en 28 prieelvogels. De opbouw is zoals we die kennen van eerdere boeken uit deze familiereeks, met vier delen: een uitgebreide inleiding (40 pagina’s), daarna 41 kleurenplaten van Richard Allen met korte toelichtingen, gevolgd door de individuele soortbeschrijvingen inclusief foto’s, en ten slotte een uitgebreide bibliografie met een overzicht van internetbronnen en de index. De inleiding bespreekt beide families uitvoerig, waarbij gedetailleerde (en soms wat technische) uitleg wordt gegeven over taxonomie en de ontwikkeling van de huidige taxonomische inzichten. De afgelopen jaren zijn er vooral binnen de paradijsvogels belangrijke taxonomische veranderingen doorgevoerd, zodat de meest actuele stand van taxonomie en soortindelingen besproken worden. De inleidende hoofdstukken behandelen ook de (broed)biologie en fenologie uitvoerig, waardoor je als lezer een grondig inkijkje krijgt in het opmerkelijke leven van de behandelde soorten. Ook wordt aandacht besteed aan de bescherming en bedreigingen, waarbij ecotoerisme een positief effect kan hebben op de bereidheid om vogels en hun leefgebieden te beschermen. Opmerkelijk is dat bij de paradijsvogels, die op het oog zo ver ‘doorontwikkeld’ zijn en vaak sterk verschillen in uiterlijk en baltsgedrag, relatief vaak hybridisatie voorkomt. Hier wordt in het boek uitgebreid aandacht aan besteed.

Platen in veldgidsen en monografieën hebben soms de neiging om te ‘vet’ te worden, hetzij door de stijl van de illustrator, hetzij door een overdaad aan drukinkt – of een combinatie van beide. Bij dit boek is wat mij betreft eerder het omgekeerde het geval: veel afbeeldingen geven een goed beeld van de betreffende soort, maar slagen er niet in om de intensiteit en diepte van de kleur en tekening van de veerpartijen goed weer te geven. Bij uitstek voor deze families is gebruik van dikke olieverf waarschijnlijk passender dan de hier toegepaste aquareltechniek… De foto’s geven wat dat betreft een beter beeld van de werkelijke kleuren; een goed voorbeeld is Oranje Prieelvogel Sericulus ardens, waarvan de illustratie letterlijk verbleekt in vergelijking met het felle oranje en geel van de vogel op de foto. De kwaliteit van de foto’s varieert van ‘best aardig’ tot hoogstaand, maar een fotoparade is het boek zeker niet. Zonder twijfel heeft dit vooral te maken met de moeilijke omstandigheden in de oerwouden om deze soorten te fotograferen: weinig licht, vaak regen en vocht en overal takjes en blaadjes om de autofocus op hol te laten slaan.

Elke soortbeschrijving begint met informatie over de oorspronkelijke beschrijving van de soort, alternatieve namen en etymologie van de wetenschappelijke naam. Vervolgens komen de belangrijkste veldkenmerken aan bod, de verspreiding, gedetailleerde beschrijvingen van alle kleden, taxonomie en geografische variatie, de vocalisaties en andere geluiden (niet verwonderlijk bij deze families zijn dit zeer uitgebreide teksten, met verwijzingen naar online bronnen), habitat en gedrag, voedsel en foerageren, broedgedrag, hybridisatie, rui, status en bescherming. Hoewel het boek als ondertitel ‘identification guide’ heeft is het dus veel meer dan dat.

Met uitzondering van geluksvogels die live naar de broedgebieden zijn geweest of van plan zijn om die kant op te gaan, zal 99.9% van de vogelaars het met dit nieuwe boek (en de vele online filmopnamen en geluidsopnamen) moeten doen om zich ‘dichtbij’ de paradijsvogels en prieelvogels te wanen. Dream on!

Enno B Ebels

Discussie

Remco Hofland  ·  14 oktober 2020  20:29, gewijzigd 14 oktober 2020  20:32

Dank Enno, ik ben benieuwd! Voor de liefhebbers hierbij wat achtergrondinfo over de mogelijkheden om paradijsvogels in het wild te bewonderen - voor als we, wellicht, over c anderhalf jaar weer kunnen reizen ...

Ik ben in de gelegenheid geweest om zowel het oosten van het eiland Nieuw Guinea te bezoeken (de separate staat Papua Nieuw Guinea) als het westen (de provincie Irian Jaya van Indonesië). Voor velen geldt Nieuw Guinea als 'onbereikbaar', financieel, maar dat valt toch zeker mee. In 2010 bezocht ik met een groep Nederlandse vogelvrienden het oosten, Papua Nieuw Guinea, waarbij we in 12 dagen de door vogelaars meest bezochte (drie) regio's aandeden - we zagen toen 19 soorten paradijsvogels en daarnaast natuurlijk ook veel van de andere endemische soorten waaronder, die reis mijn favorieten, veel (paradijs-)ijsvogels zoals de ultieme Shovel-billed Kingfisher. We hebben d.m.v. het zelf e-mailen van gidsen en accommodaties de reis zelf in elkaar gezet en waren per persoon c 3.500 EU kwijt voor 12 dagen (incl de retourvluchten via Brisbane, Australië en drie binnenlandse vluchten in PNG). Mijn reisverslag van 2010 staat op Cloudbirders. Het voordeel van Papua Nieuw Guinea is dat men er bekend is met het fenomeen vogelaars en er behoorlijke hotels zijn op de bekende plekken; nadeel is dat het een van de gevaarlijkste landen ter wereld is (qua criminaliteit) en dat veel vogelaars daarom noodgedwongen een lokale 'middle-man' inschakelen, die de hoofdprijs rekent.

Absoluut aan te bevelen is daarom tegenwoordig het Indonesische Irian Jaya, het westen van het eiland Nieuw Guinea. Hoewel de accommodaties hier een stuk meer basic zijn in het algemeen, zijn de soorten net zo fenomenaal en, naast dat dit deel stukken goedkoper kan worden bezocht dan het oosten, is men er bekend met het fenomeen eco - er zijn verschillende plekken waar niet gejaagd wordt zodat het oerwoud daar (voor Papuaanse begrippen ongekend) vol zit met papegaaien, pitta's, paradijsvogels en een veelheid aan klein spul maar ook grote, elders fervent bejaagde soorten als Northern Cassowary, Kroonduiven en Scrubfowl. In november 2018 bezocht ik Irian Jaya met een groep Nederlandse vrienden waarbij we ons beperkten tot de zgn. Vogelkop, het westelijke schiereiland van Irian Jaya dat de vorm heeft van een papegaaienbek. We bezochten hier de meest bekende plekken: het eiland Waigeo (met o.a. de endemische Wilson's en Red Bird-of-Paradise) en het Arfak-gebergte (met veel endemen waaronder Vogelkop Bowerbird, Western Parotia en Black Sicklebill - waarvan de gidsen de 'bowers' (priëlen) en baltsplekken kennen); maar hoogtepunten waren de twee eco-gebieden die we aandeden, een laaglandoerwoud genaamd Malagufuk en een alternatieve plek in het Arfak-gebergte genaamd Mupi Gunung. Basic onderkomens, ja, maar ongekend gaaf vogelen (en motten, andere gave insekten, zoogdieren etc) en tegen onvoorstelbaar lage prijzen. Voor deze reis betaalden we c 3.500 EU per persoon voor drie weken (incl retourvlucht via Jakarta, en c 4 binnenlandse vluchten); twee weken daarvan werden we, naast lokale gidsen, ook begeleid door een Engelssprekende in Indonesië woonachtige vogelgids. Van deze reis heb ik geen verslag geschreven maar op Cloudbirders is een verslag te vinden dat als eerste Malagufuk en Mupi Gunung beschrijft.

Overigens bieden diverse Nederlandstalige reisorganisaties reizen aan naar Nieuw Guinea, dus als je je iets meer kan veroorloven en geen zin hebt in geregel is dat natuurlijk altijd een optie.

Lennart Verheuvel  ·  15 oktober 2020  07:10

Dank voor de info Remco! Die wil ik ooit ook wel gaan doen. Uiteindelijk is er maar één reis echt onbetaalbaar en dat zijn die keizerspinguins op Antarctica!

Remco Hofland  ·  15 oktober 2020  12:34

Nou ... de trip naar de Kerguelen en Amsterdam Island (voor o.a. mijn laatste albatros (Amsterdam A.), mijn laatste zuidpoolkip (Black-faced Sheathbill) en wat hopelijk ooit mijn laatste stern zal zijn (Kerguelen Tern)) is ook alleen betaalbaar als je tot de erfgenamen van Bill Gates behoort ...

Marc Argeloo  ·  18 oktober 2020  20:54

Dank voor recensie Enno, moest helaas trip naar Indonesische deel afgelopen juli logischerwijs skippen. En dank Remco, voor 'promotie' m.n. Indonesische deel. Als regelmatig bezoeker van het eiland sinds 1993 even klein 'geopolitiek dingetje'. De naam Irian Jaya is voor het Indonesische deel al jaren niet meer in gebruik (ben benieuwd waar Remco die nog tegenkwam). Dat deel kent twee provicies: Papua Barat (westelijk, incl. Vogelkop) en Papua (oostelijk, grenzend aan PNG). In dat laatste deel ligt ook het aan de zuidkust gelegen park Wasur, nabij stad Merauke, goed bereikbaar, prima accommodaties, ook daar fantastisch vogelen op kleine afstand van de stad, met o.a. greater bop, fawn-breasted bowerbird. Mocht het weer kunnen is het Indonesische deel kwa logistiek, verblijf, veiligheid, prijs -los van het missen van soorten in PNG- echte aanrader.

Gebruikers van het forum gaan akkoord met de forumregels.

Feedback?