Besluiten CDNA-zomervergadering 2026
15 juni 2026 · Koen Stork & Enno B Ebels · 2137 × bekeken
Op 7 juni 2026 had de CDNA de halfjaarlijkse vergadering, dit keer in Terneuzen, Zeeland. De belangrijkste besluiten en besproken onderwerpen worden hier toegelicht.
Personele zaken
Enno Ebels is op 1 juni begonnen aan zijn tweede termijn van vier jaar (tevens als voorzitter). De tweede termijn van Hans Schekkerman verloopt op 1 februari 2027. De werving van een opvolger wordt in het late najaar opgestart, beginnend met een korte profielschets van gevraagde kennis en affiniteiten.
Dutch Avifauna
Alle soortteksten voor beoordeeltaxa zijn in 2025 geactualiseerd, voor alle niet-beoordeeltaxa zijn in 2026 linkjes opgenomen naar de soortteksten van Sovon en bij veranderingen in de status of toelichting (bijvoorbeeld door recente aanvaardingen of ontwikkelingen in andere landen) worden teksten inmiddels binnen enkele weken aangepast of aangevuld, met hulp van Gerard Steinhaus. Daarmee is Dutch Avifauna steeds zo compleet en actueel mogelijk.
Er is een project gestart om in samenwerking met Sovon alle ondersoorten die met zekerheid zijn vastgesteld in Nederland op te nemen in Dutch Avifauna en te herijken welke hiervan beoordeelstatus dienen te krijgen of te houden. Voor een aantal ‘obscure’ ondersoorten (niet herkenbaar in het veld, alleen opgenomen op basis van ringvangsten en/of balgen) vraagt dit nog nader onderzoek. Dit project ronden we pas af na de overgang naar de nieuwe taxonomie conform Avilist, omdat dan wijzigingen ontstaan in de taxonomische status en (soms) naamgeving van bepaalde (onder)soorten.
Het voorstel voor het ‘vullen’ van Categorie C (soorten van niet-wilde oorsprong met een self-sustaining populatie in Nederland of aangrenzende landen) is uitgebreid besproken maar nog niet afgerond met een besluit. Er komt vervolgoverleg met Sovon over de te hanteren criteria en (daarmee) over de definitieve selectie van soorten; afhankelijk van de criteria kan de lijst minder dan 10 tot ruim 20 taxa bevatten. Ook is gesproken over het opnemen van enkele soorten in een dubbelcategorie A/C waarbij naast (enkele) bewezen of zeer aannemelijk wilde exemplaren in Nederland ook relatief veel exemplaren tot de geïntroduceerde populatie gerekend worden.
Het afronden van de taxa die geplaatst gaan worden in categorie D vordert gestaag. Stemronde 2b (zie: Eerste serie besluiten over categorie D - Dutch Avifauna) is afgerond en de uitkomsten zijn besproken in de vergadering. Besloten is om deze resterende taxa (c 15 in totaal) allemaal nog één finale stemronde te geven. De meerderheid van stemmen bepaalt in ronde 3 of een soort in categorie A, D of E komt (individuele gevallen kunnen bij soorten in categorie A en D ook in categorie E terecht komen als er sterke indicaties zijn dat het exemplaar in kwestie van niet-wilde herkomst is).
De overgang naar Avilist wordt achter de schermen voorbereid door het digitale team van Dutch Birding; de overgang maakt voor het werk van de CDNA weinig verschil, omdat het beoordelen van een zeldzame ondersoort niet anders werkt dan van een soort. Wel moet de synchronisatie met de digitale CDNA-omgeving (denk aan indienformulieren) goed op orde zijn, zodat er geen foutmeldingen kunnen ontstaan. Alleen (mogelijke) hybriden van huidige soorten die straks beide (weer) de status van ondersoort hebben zullen soms anders gaan, omdat hybridisatie tussen ondersoorten binnen één soort een regulier fenomeen is en eerder betrekking heeft op overgangszones dan op feitelijke hybriden tussen taxon A en taxon B. Een voorbeeld zijn ‘hybriden’ Zwarte x Oostelijke Zwarte Wouw Milvus (migrans) migrans x (m) lineatus. Hier zal de CDNA in een later stadium een lijn over bepalen.
Ten aanzien van herintroducties in andere landen is besloten is om de AERC-criteria over te nemen (om te bepalen wanneer een herintroductie succesvol/self-sustaining wordt geacht), met als enige verschil dat na ‘vrijgeven’ de soort in Nederland in aanmerking komt voor categorie A, en niet voor een specifieke subcategorie onder C zoals in bepaalde andere landen. De criteria zijn gepubliceerd in McInerny et al (Ibis 164: 924-928, 2022).
Het Handboek CDNA is toe aan een tekstuele en redactionele opfrisbeurt; dit wordt de komende maanden opgepakt. Als mensen verbeterpunten willen meegeven dan kunnen ze deze mailen naar cdna@dutchbirding.nl.
Soortdossiers
De beoordeling van Ross’ Ganzen Anser rossii staat al geruime tijd on hold. Jaco Walhout heeft deze monsterklus opgepakt en zijn plan van aanpak toegelicht met analyses en voorstellen voor beoordeling van openstaande gevallen, waarbij de grootste puzzel is het onderverdelen in (bewezen/vermoedelijk) ontsnapte en potentieel wilde vogels, en het koppelen van (vervolg)waarnemingen aan afzonderlijke exemplaren door het land en door de jaren heen. Er zijn nog enkele punten om uit te werken en daarna worden alle gevallen tot en met 2024 die kans maken op aanvaarding in beoordeling gebracht. Na afronding van dit onderdeel worden ook 2025 en 2026 opgepakt.
Op basis van een uitgebreide analyse door Hans Schekkerman en feedback van Hans Pohlmann is een besluit genomen over de status van Lammergier Gypaetus barbatus in Nederland. Op basis van wetenschappelijke publicaties is duidelijk dat de (meta)populatie in de Alpen het stadium van self-sustaining al enige tijd heeft bereikt en dat exemplaren in Nederland (mits aannemelijk of bewezen in het wild uitgebroed) in aanmerking komen voor aanvaarding als wilde vogels. De CDNA moet nog wel een besluit nemen vanaf welke datum dit (met terugwerkende kracht) gaat gelden en welke criteria precies worden gesteld aan gevallen om aanvaardbaar te zijn; dat besluit wordt in de loop van de zomer verwacht.
De (mogelijke) Balkanvliegenvanger Ficedula semitorquata (vangst bij Beek-Ubbergen, Gelderland, op 21 mei 2020) kan eindelijk gaan rouleren omdat er recent uitgebreidere documentatie is aangeleverd bij de CDNA. Met terugwerkende kracht zou dit de eerste voor Nederland kunnen worden (een jaar later, op 6-10 mei 2021, verbleef een reeds aanvaard mannetje bij Ermelo, Gelderland).
De drie vangsten (met DNA-onderzoek) van Kaukasische Tjiftjaf Phylloscopus collybita caucasicus die vorig jaar zijn gepubliceerd door een internationaal team met onder anderen Peter de Knijff en Vincent van der Spek (Bull Br Ornithol Club 145: 149-159, 2025) worden op basis van deze publicatie in roulatie gebracht (ringvangsten op Schiermonnikoog, Friesland, op 25 november 2015 en bij Castricum, Noord-Holland, op respectievelijk 14 december 2015 en 24 november 2019). Deze ondersoort uit de Kaukasische regio is niet eerder in Nederland vastgesteld. In het artikel worden ook drie ringvangsten op Helgoland, Schleswig-Holstein, Duitsland, gedocumenteerd (twee van P c caucasicus en één van P c brevirostris uit het Midden-Oosten).
Verder is gesproken over enkele specifieke soortdossiers die extra aandacht vragen van de CDNA-leden, of waarbij externe hulp gevraagd wordt. Daarnaast is er gesproken over de stand van zaken met betrekking tot een aantal gevallen die zijn aangemeld voor DNA-analyse door Ken Kraaijeveld en zijn team van onderzoekers. Zodra bepaalde uitkomsten officieel gedeeld zijn met de CDNA kunnen sommige gevallen die on hold zijn gezet in beoordeling worden gebracht, of kunnen reeds uitgerouleerde gevallen van aanvullende informatie worden voorzien in de dossiers. Als de uitkomsten aanleiding geven tot herroulatie dan zal dat natuurlijk worden geïnitieerd.
Koen Stork & Enno B Ebels
