Humblot's Heron
Ardea humbloti
Humblot's Heron ·
Ardea humbloti
·
29-07-2023 · Pieter de Groot Boersma
| Datum | 29 juli 2023 |
|---|---|
| Locatie | Ampitsopitsoka Delta, Madagaskar. |
| Fotograaf |
|
| Bekeken | 534 × |
Best een zeldzame reiger. Volgens de verspreidingskaartjes komt de soort langs de kustzone van geheel westelijk, noordelijk en zuidelijk Madagaskar voor. Maar dan wel 1290-1500 volwassen exemplaren die over die kustlijn zijn verspreid. Endangered dus. Ampitsopitsoka Delta, off the beaten track. Dat zou die eerste twee weken te Madagaskar redelijk vaak gaan voorkomen. Zo ook in dit verhaal. Een bananenboot bracht mij na een uur varen naar de monding van een rivier, alwaar een klein dorp van vissers vrij recent enkele hutten hadden gebouwd om bezoekende toeristen onderdak te bieden. De deurmatten werden daar niet platgelopen, maar de weinige vogelaars brachten op die manier wel wat geld in het laatje. Tijdens de laatste uren licht van de dag begon het vloed te worden. Niet de meest ideale omstandigheden, maar ik had er vertrouwen in dat het goed zou komen. Enkele soorten moest ik tijdens het bezoek aan de delta echt gaan vinden. Na het ritje met de bananenboot werden ik, Teddy en twee lokale gidsen in een soort mini Waddenzee op een grote zandbank afgezet. Onderweg zag ik op de oevers van de rivier mijn tweede Humblot’s Heron. Die zeldzame reiger had ik die ochtend in de verte al op Lake Kinkony zien langsvliegen. Dit exemplaar was echter zeer fraai te bekijken. Naast het meer en de delta zou ik deze bedreigde endemische reiger nog maar één keertje gaan zien, overvliegend te Ankarafantsika. Meerdere Kittlitz’s Plover, een algemene soort ten zuiden van de Sahara op het vasteland van Afrika, betekenden mijn eerste lifer van de boottocht. Tijdens het scannen naar die ene zeldzame endemische plover van het eiland zouden nog vele exemplaren van die soort gaan volgen. Ik was er vooral op gebrand om twee soorten vogels te vinden welke ik nergens anders op mijn reis zou kunnen tegenkomen. Op een derde soort zou ik ookin het zuidwesten van het eiland op één van de eerste dagen met Hugo Moerman nog kansrijk zijn. Een vlugge scan leverde, naast enkele Greater Flamingo’s en meerdere soorten steltjes uit het hoge noorden, al direct de eerste van de twee must see soorten op, de Malagasy Sacred Ibis! Deze ook helaas zeer zeldzaam geworden bijna endeem (de soort komt ook voor op het kleine eiland Aldabra ten noordwesten van Madagaskar) is een naaste verwant van de heilige ibis van het Afrikaanse vasteland. Dat zwart-witte beest welke door de oude Egyptenaren nogal vereerd werd toen die in dat land nog algemeen langs de Nijl voorkwam. Tegenwoordig is die daar uitgestorven, wat natuurlijk nogal ironisch getint treurig is… De proporties zwart is bij beide soorten wat anders, en de Malagasy Sacred Ibis heeft een witte in plaats van een zwarte iris. De soort komt langs de gehele westelijke kust van Madagaskar voor. Althans, ooit… Er wordt geschat dat Malagasy Sacred Ibis nog maar uit 1733- 2166 exemplaren bestaat, inclusief dus op Aldabra. Een belachelijk laag aantal als je de lengte van de westkust van Madagaskar in ogenschouw neemt… In totaal zag ik die namiddag vier exemplaren foerageren op de drooggevallen zandbanken van de delta. Nu verwachtte ik ook tientallen van de tweede must see soort van die plek, de Bernier’s Teal, een betrekkelijk klein eendje. Zo had ik in ieder geval van tevoren in een reisverslag gelezen. Ook deze soort staat bij de IUCN als Endangered te boek, met een geschat aantal van 630-1900 exemplaren. Aangezien deze soort een iets kleiner maar vergelijkbaar verspreidingsgebied als de Malagasy Sacred Ibis heeft kun je die aantallen nog zorgelijker noemen. Die tientallen exemplaren bleven dus uit, maar even later vielen mijn ogen op maximaal zes exemplaren welke op de zandbank aan het foerageren waren. Het bezoek was dus al geslaagd, maar nog niet perfect verlopen! De Madagascar Plover bleef nog over. Vulnerable, 1800 tot 2300 exemplaren, alleen voorkomend aan de westkust van centraal tot zuidelijk Madagaskar. Deze soort kon ik later tijdens de vakantie ook nog op één andere plek treffen. Maar het vinden van die soort aldaar leek sommige mensen wat moeite te kosten. Geen risico nemen dus, vinden dat beest! De Kittlitz’s Plover was ter plekke algemeen, met hier en daar een White-fronted Plover en de recentelijk van de Lesser Sand Plover gesplitte Tibetan Sand Plover. Zaak was om een plevier te vinden met een duidelijke zwarte borstband. Op papier dus makkelijk te herkennen. Echter, de vloed leek nog ver weg dus waren de vogels best ver verspreid over de nog enorme zandbanken. We moesten dus, gewapend met mijn telescoop, flink aan de wandel gaan. Scannend kwam ik enkele plevieren tegen, vaak te ver weg. Daarop wandelde ik met blote voeten steeds een flink eind om een beter beeld te krijgen van die plevieren. Maar het bleek steeds loos alarm. Dat wandelen begon in het laatste half uur licht meer rennen te worden, maar ik had wel het gevoel dat ik alle beesten op de zandbanken al had gezien. Tegenover het strand van het vissersdorp was nog wel een plek om het te proberen, zo zei de plaatselijke gids. Nu ja, gids… Het was vooral een visser. Want vogels herkennen, daar had hij te weinig kaas van gegeten. Erg leergierig kwam hij ook niet over. Met de verrekijker zag ik inderdaad een kleine strook zand liggen. Net als de enorme door mij enkele uren eerder verkende zandbanken nog dapper weerstand bieden tegen de eindelijk opkomende vloed. Ik sprong de bananenboot weer in om in de richting van het strand te worden gepeddeld. Op die slinkende zandbank zag ik met de verrekijker gelukkig meerdere plevieren aan de wandel gaan. Hoop deed leven. Aan “land” gekomen vond ik al snel een klein groepje plevieren in het snel zwakker wordende daglicht. Maar voor ik die goed kon afchecken werden ze door twee nieuwsgierige aanrennende kinderen weggejaagd. Aargh! Mijn boze blik deed de kinderen al snel afdruipen. Niet zo aardig van mij, maar effectief genoeg om de laatste kans er nog mogelijk uit te persen. De zandstrook was inmiddels veranderd in enkele kleine eilandjes. Badend door de zee zag ik aan het einde van nog droogliggend stuk zand wat vogels wandelen. De eerste was wederom een Kittlitz’s Plover, de tweede ook, net als de derde vogel. Vogel nummer vier, zwarte borstband, BAM! Een ook nog een tweede exemplaar! Ik wandelde voorzichtig dichterbij om een filmpje te schieten. Er was nog net genoeg licht om dat filmpje een heel klein beetje het aanzien waard te laten zijn. Toen de zee echt wat hoog begon te worden werd ik door Teddy gewaand maar terug naar het strand te wandelen. Dat deed ik dan ook maar. Het was, door het missen van die “zekere” Sakalava Rail die teleurstellend verlopen ochtend, een geslaagd einde van de dag geweest. |
