Oostelijke Gele Kwikstaart
Motacilla tschutschensis · Eastern Yellow Wagtail
Oostelijke Gele Kwikstaart ·
Motacilla tschutschensis
·
07-11-2025 · Maarten Wielstra
| Datum | 7 november 2025 |
|---|---|
| Locatie | Paezemerlannen (FR) |
| Fotograaf |
|
| Bekeken | 2624 × |
Op 7 november 2025 vond Raymond Daemen een Oostelijke Gele Kwikstaart bij Paezemerlannen. De vogel liet in eerste instantie een scala aan boogvormige roepjes horen, waarbij de suggestie werd gewekt dat het mogelijk een atypische westelijke Citroenkwikstaart betrof. Gelukkig werd de vogel de volgende dag goed gefotografeerd en bleek het toch een Oostelijke Gele. Even fijn was dat enkele van de daarbij opgenomen roepjes hier naadloos op aansloten. De overige roepjes waren enerzijds klote, anderzijds leerzaam. Ik was benieuwd hoe het door Rob van Bemmelen beheerde ´´linear discriminant analysis´´ programma de roepjes zou beoordelen op basis van eerder door mij opgemeten referentiemateriaal van rauw roepende kwikstaarten (4 taxa Oostelijke Gele, 3 taxa Citroen, 2 taxa Witkeel en ook Balkan) uit de broedtijd/-gebieden. Dit programma kwam steeds uit op plexa en tschutschensis (welke op roep nogal overlappen en op basis van DNA en veldkenmerken m.i. wellicht beter tot één taxon kunnen worden gerekend). Kanttekening is wel dat er in het archiefmateriaal geen hybriden, dwaalgasten en jonge vogels zijn opgenomen, waardoor een vergelijking niet helemaal zuiver is. Ik vermoed dat dwaalgasten in het najaar hoofdzakelijk 1kj vogels zijn en dat deze een breed scala aan ''plastic calls'' laten horen. Daarom wacht ik per geval graag de door mij zo genoemde ''klassieke roepjes'' af. Daarmee bedoel ik de roeptypes welke op het oog sterk lijken op diegenen die ik in compilaties paraat heb staan (om hierin de variatie per taxon van Oostelijke Gele Kwikstaart samen te vatten). Ik heb geen compilaties van de Citroenen, Witkelen en Balkan gemaakt, maar die zijn a.d.h.v. oppervlakkige kenmerken meestal wel goed op taxon te duiden. Meestal zeg ik, want er zijn hier en daar wel kleine stukjes overlap. Maar nu over dat lelijke plaatje, want door de eerder genoemde onzuivere vergelijking (vanwege de verwaarloosbare wetenschap over roepjes van jonge en hybride gelige kwikstaarten) moet er voorlopig ook een menselijke beoordeling aan toegevoegd worden: De bewuste vogel (midden) heeft na de piek een wat lager liggend recht, diagonaal aflopend stuk modulatie. Doorgaans is bij Citroenkwikstaart die piek wat minder nadrukkelijk en is de modulatie wat meer in een boog aflopend naar beneden. Met wat oefening is dit verschil meestal wel duidelijk, maar er zijn dus ook wel roepjes die op het oog lastiger zijn. Dan is meten handig en de bedoeling is dat een ieder in de toekomst uiteindelijk ook zelf die metingen kan doen met behulp van een app. Op het plaatje is links een plexa-tschutschensis type roep uit het broedgebied van tschutschensis te zien. De meesten, zo niet alle ''klassieke'' roepjes van dwaalgasten die we hier krijgen hebben een dergelijke piek. In broedgebied/-tijd van dat taxon is de piek vaak ook nog hoger, mogelijk komt dit doordat het dan adulten betreft. Tenslotte is rechts de bekende en gehate vogel te zien welke (toevallig?) ook in Paezemerlannen heeft gezeten en door Peter de Knijff ontmaskerd is als zijnde een vermoedelijke hybride op basis van autosomaal DNA onderzoek. Ik heb van deze shitvogel het meest vergelijkbare roepje uitgekozen. Deze vervelende vogel is de enige mij bekende (vermoedelijke) hybride kwikstaart met rauwe roepjes. De enige andere vermoedelijke hybride (Rhoon) had gelukkig geen rauwe roepjes. Mijn eigen conclusies: Ik zie meer gelijkenissen met een zuivere Oostelijke Gele Kwikstaart (uit de plexa/tschutschensis groep) dan met de vermoedelijke hybride van 2022. Het belangrijkste verschil vind ik de modulaties aan het uiteinde van de roep. Omdat de modulatielengte bij plexa/tschutschensis korter is dan bij de 2022-vogel (dus snellere modulatie, smallere tandjes), zijn de modulaties wat verticaler en dit zie je dan met name terug bij de wat langere en meer afdalende eindmodulaties. Deze vormen in vergelijking met de 2022-vogel een soort blokje van verticale streepjes. Bij de overige opgenomen roepjes van de 2025-vogel is dit type modulaties overigens wat duidelijker ''blokvormig'' (tevens door kwaliteit/afstand), maar daar betreft het niet het ''klassieke'' roeptype. Tot het tegendeel bewezen is (totdat een vermoedelijke hybride ook ''klassiek'' roept) zie ik geen aanleiding om vogels als die van deze casus af te schrijven als mogelijke hybride. Het is tot die tijd verder aan CDNA om te bepalen hoe sterk de hier omschreven kenmerkentoestand van de vluchtroep is. Dat was het. |
Discussie
Peter de Knijff
·
13 november 2025 09:18, gewijzigd 13 november 2025 09:18
Prima stuk Maarten.
Ik vermoed dat we hier (en in de UK) regelmatig hybrides krijgen, maar zolang ze aan de overkant geen autosomale DNA analyse doen in aanvulling op een mtDNA rest zullen we nooit weten hoeveel. En dus hebben we ook geen goed idee van de variatie in roepjes van deze vogels. De twee Nederlandse vogels waren qua DNA identiek, qua uiterlijk volgend mij ook, alleen de roepjes verschilden. Maar ja, n=2 is niet genoeg. Dus, als het even kan, blijf materiaal verzamelen van dit soort beesten, en misschien kunnen we ze in de UK overtuigen toch maar eens een autosomale test op al hun gevallen los te laten.
Maarten Wielstra
·
13 november 2025 13:23, gewijzigd 13 november 2025 13:23
En prima stuk van jou Peter!
Correctie op het mijne: de opgemeten roepjes in het referentiemateriaal zijn naast mij ook gedaan door Thijs Fijen en Rob van Bemmelen.
Maarten Wielstra
·
13 november 2025 20:11, gewijzigd 13 november 2025 20:11
@Peter of iemand anders: is hier wel eens over gesproken met vogelend UK, over die autosomaal DNA behoefte? Zo niet, wie kan daar het beste voor benaderd worden?
Peter de Knijff
·
13 november 2025 20:16, gewijzigd 13 november 2025 20:16
Ik heb mijn suggestie al weer 5 jaar geleden gedeeld met met BBRC. Nooit meer iets teruggehoord. Zodra ik klaar ben met mijn volledig uitgewerkte motivatie waarom (op verzoek van twee andere buitenlandse commissies), stuur ik het ook weer die kant op en zal ik ook aan Martin Collinson vragen of hij wellicht hier iets in ziet.
Maarten Wielstra
·
13 november 2025 20:23, gewijzigd 13 november 2025 20:23
Duimpje
Maarten Wielstra
·
14 november 2025 02:54, gewijzigd 14 november 2025 02:54
Feitje: 23 (3%) van de 718 opgemeten roepjes van plexa/tschutschensis uit de broedsituatie werden door LDA toegeschreven aan westelijke Citroenkwikstaart (werae/calcarata).
Dit nog even om te voorkomen dat men na deze casus denkt dat die twee groepen nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Dat het soms lastig kan zijn voor een mens (ook voor mij) om het onderscheid te zien is natuurlijk ook wel de belangrijkste reden waarom er metingen nodig zijn: LDA zag het wél goed!
Max Berlijn
·
16 november 2025 05:25, gewijzigd 16 november 2025 05:27
Eentje in Florida (4de voor de US/Canada buiten Alaska), geen idee of het roepje “goed genoeg” is.
Maarten Wielstra
·
22 november 2025 16:08, gewijzigd 22 november 2025 16:08
Heb een opname van de Groninger vogel van vandaag gezien. Lijken me plastic calls van Oostelijke (maar opnamekwaliteit sluit een variant van citreola -nominaat- misschien niet 100% uit). Sowieso zijn er meer roepjes nodig om te kunnen matchen met "broedroepjes".
Peter de Knijff
·
22 november 2025 17:29, gewijzigd 22 november 2025 17:29
Maarten, wordt de LDA analyse van jou en Rob nog uitgewerkt tot een publicatie?
Maarten Wielstra
·
22 november 2025 17:50, gewijzigd 22 november 2025 17:51
We hebben vorige week na 3 jaar pauze de draad weer opgepakt. Ff kijken of het blijft lopen. Thijs Fijen zit ook als sinds begin in het complot en we hebben ook gastrollen van Dick Groenendijk, Ralph Martin en Alexander Hellquist.
Peter de Knijff
·
22 november 2025 18:55, gewijzigd 22 november 2025 18:55
Vraagje: Ik neem aan dat er meerdere roepjes van dezelfde vogel in jullie dataset zitten. Kan jullie analysemodel daar rekening meehouden? Immers, de mate van zekerheid van een verschil tussen individuen/taxa is mede afhankelijk van de mate van verschil binnen een individu/taxon. Affin, ik wacht rustig af. Tip: zorg wel dat alle onderliggende ruwe data (of Xenocantonummers) uiteindelijk beschikbaar komen. Hoeft niet in het artikel zelf maar kan ook op ZENODO, zoals ik nu doe met alle genetische details.
Maarten Wielstra
·
22 november 2025 20:57, gewijzigd 22 november 2025 20:57
Hi Peter,
Ik geloof dat Rob en Thijs daar wel rekening mee houden, weet de details niet meer. Die zijn heel kundig hierin. Ik heb er zelf geen verstand van, computers...ik doe wat domme metingen en heb me meer verdiept in de kenmerken per taxon.
Jan Hein van Steenis
·
22 november 2025 21:31, gewijzigd 22 november 2025 21:31
Helaas liet de Oost-Groningse vogel zich vanmiddag niet meer terugvinden, wellicht omdat de akker waar hij het laatst gezien was werd geoogst.
Maarten Wielstra
·
1 december 2025 05:50, gewijzigd 1 december 2025 06:48
Een sterk gemoduleerde vogel uit mengzone plexa/thunbergi
Deze opname komt officieel uit thunbergi gebied, maar in ditzelfde gebied zijn ook gemengde genen tussen gewone en Noordoostelijke Gele gevonden, zoals te zien in dit artikel van Per Alstrom. Onduidelijk dus of dit een hybride is, een eenzaam broedende plexa, of een dwaalgast. Deze is ook opgenomen in het artikel van Hellquist en is daar het meest problematische voorbeeld (en misschien één van de weinige?) van een hevig gemoduleerd roepje buiten het ''genetische Oostelijke Gele gebied" een stukje oostelijker (waar de roepjes lekker rauw zijn). Deze vervelende roeper klinkt ondanks de modulaties echter (zoals Alexander in zijn artikel al aangeeft) niet heel rauw.
Feit is wel dat precies dit soort vogels de identificatie van een groot deel van de dwaalgasten in West-Europa (zoals ook de NL vogel uit de topic start) moeilijk maken.
In het artikel van Hellquist wordt overigens ook gewezen op het uitgewaaierde uiteinde van de roep bij zuivere Oostelijke Gele. Dat was mij onafhankelijk (want ik heb dat artikel blijkbaar onvoldoende bestudeerd) dus ook al opgevallen. Dit blijft toch het kenmerk waar we ons denk ik op moeten richten bij dit soort lastige vogels!
De vogel van Raymond is bij nader inzien misschien beter in het nadeel van de twijfel, alleen al door het kwaliteitsverlies van juist de ''klassieke type roepjes'' (al neigt het nog steeds meer naar een zuivere vogel m.i.). Bij de recente van Hoarnestreek echter, heb ik vooralsnog geen enkele reden tot twijfel.
Gebruikers van het forum gaan akkoord met de forumregels.
