Otus madagascariensis
Ankarafantsika, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Een soort die ons is ontvallen, de Torotoroka Scops Owl.
Rustig maar, niet uitgestorven. Nee, het is de schuld van AviList!
Vuile lumpers. Bah!
Madagascar Scops Owl.
Falculea palliata
Ankarafantsika, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
De Sickle-billed Vanga heeft aan de westelijke kant van Madagaskar een wijde verspreiding. Voor bezoekende vogelaars aan het eiland zien is Ankarafantsika verreweg de beste plek om de soort te vinden. Het park zit echter niet altijd in het reisschema, omdat de plek ietwat uit de reguliere route ligt. Ik deed er met de auto 13 uur over om in de hoofdstad van het land te geraken.
Het verenkleed van de White-headed en Sickle-billed Vanga's zijn nagenoeg identiek. Alleen de snavels verschillen enorm in hun proporties!
Dit verschil in snavelvorm doet mij natuurlijk denken aan de helaas uitgestorven Huia uit Nieuw-Zeeland, waarbij de mannetjes een zeer lange kromme snavel hadden en de vrouwtjes een veel kortere en rechte snavel.
Rond de parkeerplaats van het park is het bekend dat de zeer gewilde vanga in groepen komt overnachten. De schemering was nog redelijk ver weg maar uiteraard begon ik al met zoeken naar de soort. Dat zoeken duurde niet lang, want zijn karakteristieke roep kwam mij al snel ten gehore. Een overvliegende Sickle-billed Vanga betekende mijn eerste waarneming van deze zeer hoog op mijn verlanglijst gepositioneerde endeem!
De Sickle-billed Vanga had een overwegend wit verenkleed. Zijn rug, staart en vleugels waren echter zwart. Een vogel met precies diezelfde kenmerken kreeg ik iets later langs de weg ook in mijn kijkerbeeld. Zijn snavel was echter kort en recht. Een Sickle-billed Vanga wordt natuurlijk zo genoemd naar de vorm van zijn lange gekromde snavel. Dit was dus de iets forsere White-headed Vanga!
Artamella viridis annae
Ankarafantsika, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
De White-headed Vanga komt wijdverspreid op Madagaskar voor, met uitzondering van de de binnenlandse zone.
Het verenkleed van de White-headed en Sickle-billed Vanga's zijn nagenoeg identiek. Alleen de snavels verschillen enorm in hun proporties!
Dit verschil in snavelvorm doet mij natuurlijk denken aan de helaas uitgestorven Huia uit Nieuw-Zeeland, waarbij de mannetjes een zeer lange kromme snavel hadden en de vrouwtjes een veel kortere en rechte snavel.
Pyrrhula aurantiaca 5
Botanical Gardens, Srinagar, Kashmir, India ·
Max Berlijn
Betreffende de discussie over balance scopen op deze site. Deze maakte ik gisteren met mijn AT 45 Balance van Swarovski en IPhone 17 pro uit de hand…We zagen er 6 waarvan 2 mannen.
Aythya innotata
Bemanevika, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Het beschermde en afgelegen gebied bestond uit grote grasvelden, vulkanische meren en oud loofbos. Het eerste doel was om naar het meer te lopen alwaar de Madagascar Pochard in 2006 was herontdekt. Ik liep als enige niet op de ietwat gebaande paden in de hoop een Madagascar Flufftail of Madagascar Partridge op te stoten. Het mocht niet zo zijn.
De wandeling bracht ons boven op een richel. Aan de rechterkant van die richel lag het meer van de eend en aan de linkerkant een moeras. Dat moeras was o.a. de plek voor de Slender-billed Flufftail, een erg verstopperig vogeltje.
Het moeras afscannen bracht de ook zeer gewilde Malagasy Harrier op. Ik wist dat in mijn reisschema de enige reële kans op de soort op dit kleine moeras was. De soort is erg zeldzaam, Endangered. En pas thuis kwam ik erachter hoe erg zeldzaam de vogel daadwerkelijk was... Kijkend naar de kaart was een enorm potentieel verspreidingsgebied te zien. Wat bleek? De soort had een geschatte populatie van 100-249 (volwassen) exemplaren!
Eerst werd het vrouwtje, zittend tussen het gras, opgemerkt. Bruin vooral. Het daarna waargenomen mannetje was een stuk aantrekkelijker, met zijn overwegend zwart-witte verenkleed.
Aan de rechterkant lag daar dat meer van de Madagascar Pochard. De soort is uiteraard Critically Endangered. Ik was stomverbaasd hoe klein dat meer eigenlijk was. De Madagascar Pochard werd meer dan 30 jaar geleden voor het laatst waargenomen op Lac Alaotra. Dat was toentertijd de enige bekende plek voor de soort. Dat enorme meer, gelegen in het centraal-oosten van het eiland, was ook de plek van de nu uitgestorven Alaotra Grebe. Deze kleine fuut, welke nog zeer matig kon vliegen, was voor het laatst in 1985 op dat meer waargenomen. Ook de Madagascar Pochard werd eind jaren negentig als uitgestorven beschouwd.
Tot een groep wetenschappers het gebied Bemanevika introkken om de stand van zaken voor de Malagasy Harrier in kaart te brengen. Kwamen ze aan de andere kant van het moeras opeens die Madagascar Pochard tegen! Dat was in 2006. Twee jaar later leverde de eerste officiële telling 25 exemplaren op. Sindsdien is er een grootscheepse operatie op touw gezet om de soort in gevangenschap te kweken. Het meer te Bemanevika had zijn draagkracht al bereikt (waar de populatie in de jaren daarna stabiel was gebleven). Een meer ten noorden van Lac Alaotra werd zeer recent uitgekozen om de soort te herintroduceren. De aantallen aldaar liggen nog ver onder de aantallen te Bemanevika, maar via die kleine “nieuwe” populatie waren volgens dit onderstaand nieuwsbericht weer Madagascar Pochard waargenomen te Lac Alaotra!
https://www.discoverwildlife.com/.../madagascar-pochard...
Staande op de richel scande ik het kleine meer kort met de verrekijker af. Op afstand zag ik al een aantal Madagascar Pochard zwemmen, naast die andere lifer, Madagascar Grebe en wat meerkoeten. Vervolgens liepen we de heuvel af, het bos in. Een kleine kano, naast een kleine observatietoren langs de kant van het meer, lag namelijk al op mij te wachten.
Maar eerst werd een stukje van het pad dieper het bos ingewandeld. Ik wist al snel wat de reden was. En zo stonden we even later onder een palmboom naar boven te turen. In die palmboom zat een soort kerkuil naar beneden te staren, niet wetende van zijn eigen zeldzaamheid.
Want dit was niet een Common Barn Owl (onze kerkuil) welke ook op Madagascar te vinden was. Dit was één van de moeilijkste te vinden uilen in de wereld, de Madagascar Red Owl! Zo kijkend naar zijn verspreidingskaartje zou je dat niet verwachten. Vulnerable, met een (echt natte vingerwerk) geschat aantal van 2500-9999 exemplaren. Puur geschat op het aantal hectares overgebleven regenwoud op Madagascar (40.000 km2). In dat overgebleven regenwoud wordt de uil echter nauwelijks waargenomen. Op Ebird, nu niet de meest wetenschappelijke bron, maar het geeft wel een trend weer, is de soort (in 20 jaar tijd?) slechts 33 keer ingevoerd. Van die 33 komen 32 van die waarnemingen van Bemanevika, en eentje van Montagne d’Ambre (uit 2018). Tja...
Op naar het meer! Onderweg werden mijn eerste Malagasy Brush Warblers in de ondergroei op de bosbodem gevonden. Een kleine bruine unit. Hugo zou er later tijdens de reis helemaal ondersteboven van zijn (not) toen we de de soort tijdens zijn bezoek de eerste keer zouden aantreffen. Vanaf het torentje naast het water zag ik al snel weer enkele Madagascar Pochards langs het riet zwemmen. De zeldzaamste eend van de wereld, op het tot voor kort enige meer in de wereld waar de soort het waarschijnlijk nog had overleefd...
Naast de aanwezige Madagascar Pochards zwom een groter aantal Madagascar Grebe op het meer. Het broertje van de al uitgestorven Alaotra Grebe en onze dodaars (onze kleinste fuut). Ook al Endangered. Zijn verspreidingskaart liet heel Madagascar zien, maar met een geschat aantal van 1000-2500 exemplaren. Vind die maar eens… Het bleken, naast één enkel exemplaar met Hugo op een klein poeltje in de jungle van centraal Madagaskar, gedurende de reis de enige waarneming van deze soort te zijn.
Met de kano werd een korte tocht over het meer ondernomen. Het besef zakte in, ik was echt op een bijzondere plek. De plek van de laatste strohalm voor de zeldzaamste eend in de wereld...
Anas melleri
Bemanevika ·
Pieter de Groot Boersma
Bemanevika, één van de belangrijkste stops gedurende de rondreis door Madagaskar. Een plek waar een uitgestorven gewaande soort in 2006 gelukkig werd herontdekt. Een afgelegen en lastig te bereiken plek ook. De eend was in de hele wereld alleen nog maar op één klein meer te vinden…
Los van die Madagascar Pochard is Bemanevika ook een plek voor enkele alleen daar op kans hebbende endemische vogels. Slender-billed Flufftail, Madagascar Serpent Eagle en Madagascar Red Owl. Daarbovenop konden enkele soorten worden bijgevoegd welke op andere te bezoeken plekken moeilijk(er) waren of waar ik verder nog één mogelijke plek voor had.
Lukeman was de man welke ons in een kleine stad met een crossmotor moest gaan ophalen. Ik was in de veronderstelling dat we met de 4wd achter hem aan zouden gaan rijden omdat het biologische onderzoeksstation anders lastig te vinden zou zijn. Max, mijn chauffeur, was daar wel al een keer geweest. Maar die tijden zijn voorbij, de weg is zelfs voor 4wd’s onbegaanbaar geworden.
“The worst road of Madagascar”, had ik wel ergens gelezen in een verslag. Ach, dat is relatief, waarschijnlijk van dat persoon zijn reisschema. En vergelijkbare uitspraken had ik in o.a. in Peru, de Dominicaanse Republiek en West-Papoea wel vaker gehoord. Gewoon te doen met een 4wd.
Vroeger allicht. Nu werd mij tijdens de rit duidelijk gemaakt dat Teddy en ik achterop de crossmotor de laatste 45 kilometer naar het biologisch onderzoeksstation moesten volmaken. Dat zou twee à drie uur in beslag gaan nemen. Dat zou die dag de volle reisduur rond de 12 á 13 uur maken. Wat een dolle pret!
Lukeman, een rustige man, wachtte ons dus op in een stadje. Zijn liefde voor de plek en de dieren aldaar las ik er echt vanaf. Alleen het hoognodige werd in de backpack gelaten en de rest werd gedumpt in onze auto. Op de plaatselijke markt werd er genoeg eten en drinken ingekocht. Max bleef in de kleine stad achter terwijl Teddy en ik ieder achterop een crossmotor moesten plaatsnemen.
Wat een hel! “Walk like an Egyptian.” Dat werd mij in Egypte lang geleden eens na het berijden van een dromedaris verteld. Maar dat pijnlijke gevoel in mijn benen toen was er nu niks bij. Mijn bijna twee meter lange gestalte hielp mij ook niet. Het leek soms wel of ik in de meest misselijkmakende achtbaan van Walibi Flevoland zat. Niet dat ik die vergelijking echt kan maken, want mij vind je niet in dat soort achtbanen terug!
Lukeman gebruikte veelvuldig zijn benen om het evenwicht te bewaren, en sommige stukken waren zelfs daarvoor te gortig. Ik moest dan even een sprintje trekken om een heuvel te overwinnen. Best oké af en toe. Mijn arme benen konden toen even gestrekt worden. Soms moest ik Lukeman ook even een minuutje of twee laten stoppen, anders werd ik gek.
Tijdens de rit werd het eerst schemerig, en daarna pikkedonker. Toen ik er helemaal klaar mee was bleken we nog 1/3 van de rit te moeten volbrengen. We reden over glibberige heuvels vol gaten, kloven en stenen. Af en toe moesten we kleine beekjes oversteken, waarop mijn benen kleddernat werden. En het was nu niet bepaald warm meer... Al met al vond ik de rit verschrikkelijk klote, maar je moet er wat voor over hebben… Ik had al zin in de terugrit (lees: ik had absoluut geen zin in de terugrit)!
Aangekomen op de bestemming moesten we alleen nog een snelstromende beek via wat kleine stenen oversteken alvorens er voor Teddy en mij al een tent was opgezet. Super relaxed!
Er werd door mij wat rijst naar binnen gemieterd en hoppa, slapuuuuh!
De volgende ochtend gingen we direct naar het meer van de Madagascar Pochards. Die vonden we al snel, en tussen de vele eenden, futen en meerkoeten zaten ook enkele Meller’s Duck. Een wat flinkere endemische eend, overwegend bruin met een groene spiegel (zo heten die veren) in zijn vleugels. Endangered, met een geschat aantal van 1300-3300 exemplaren. I
n de hoofdstad van Madagaskar, Antananarivo, zien vogelaars de soort geregeld in een meer die gelukkigerwijs goed wordt beschermt. Het meer is niet al te groot, maar zit vaak propvol watervogels, vooral eenden. Je kan de Meller's Duck daar ook missen. De Madagascar Grebe is daar helaas niet meer te zien. In vijf weken Madagascar zag ik die laatste soort alleen te Bemanevika en in een kleine poel te Andasibe.
Ichthyaetus ichthyaetus
Zuidelijk Koeweit. ·
Pieter de Groot Boersma
Eén van mijn droomsoorten tijdens mijn verlengde overstap in Koeweit was deze gave soort. Een soort die sinds de jaren zeventig niet meer in Nederland was gezien. Tijdens mijn eerste dag miste ik tot mijn teleurstelling deze fikse meeuw.
Maar de sneeuwval in Nederland bracht redding, mijn vlucht was namelijk geannuleerd! En er was pas na enkele dagen weer plaats in een vliegtuig. Tijdens de tweede vogeldag vond ik de soort ook niet, ondanks op meerdere plekken zoeken. Sowieso was er op Ebird die winter ook bijna niks gemeld.
Maar wat zag ik die avond op Ebird? Twintig exemplaren bij een kleine haven ten zuiden van Kuwait City!? Ik was er die dag nagenoeg voorbij gereden! En dus huurde ik nog die volgende ochtend een auto om vervolgens ter plekke binnen no time mijn wens te vervullen!
De vogels waren groter dan enkele aanwezige larus meeuwen. Ik wist dat de soort groot was, maar zo groot! De grote mantelmeeuw scheen wel groter te zijn, maar een reus is het!
Weer een item op mijn bucketlist kwijt...
Attagis malouinus
Ushuaia, Argentinië ·
Bjorn Alards
Afgelopen najaar ruim een maand rondgereisd door Argentinië samen met Thijs Glastra, Rens Keijsers, Robert van Tiel.
Tijdens de eerste dagen rondom Ushuaia gingen we in een namiddag op zoek naar Yellow-bridled Finches welke we bij een skiresort een stukje boven de boomgrens gingen zoeken. Tijdens die zoektocht stuitte we op deze White-bellied Seedsnipe die vlakbij de Yellow-bridled Finches zat en ons roerloos in de gaten hield, volledig vertrouwd op zijn camouflage konden we hem ook goed benaderen. Uiteindelijk zagen we tijdens onze reis (waarvan we nog een reisverslag maken) alle soorten Seedsnipes die er zijn.
Totaal zagen we 670 soorten in ruim een maand tijd. Heerlijk om de eerste foto's weer door te nemen.
Troglodytes monticola 2
Sierra Nevada de Santa Marta, Colombia ·
Peter Los
Naast de Blue-bearded Helmetcrest de andere Santa Marta-soort waarvoor we hebben moeten klimmen en kamperen onder redelijk barre omstandigheden .
Thalasseus bernsteini 2
Seram, Indonesië ·
Dušan Brinkhuizen
Een fijne verrassing langs de noordkust van Seram. Gevonden tussen andere sterns rustend op een grote visfuik. Links alu (G129879) en rechts groen (ZC0). Gevangen en geringd als adult op 3 juni 2024, Nanjiao eilanden, Zhejiang, China. Dezelfde solitaire vogel als die van Arthur uit januari 2015, of toch een nieuwe?
Neoxolmis salinarum 2
Salinas Grandes, Córdoba, Argentina ·
David Spelt
Lokale endeem van de zoutvlaktes rondom Cordoba.
Dubusia carrikeri
El Dorado--Camina cerca del Mirador, Colombia ·
Peter Los
Een van de vele Santa Marta endemen . Gesplitst van Buff-breasted Mountain Tanager.
Thryophilus nicefori 3
San Vicente de Chucurí, Santander, Colombia ·
Peter Los
Ernstig bedreigde endemische winterkoning.
Bucco noanamae 4
Rio Leon-Puerto Caribe, Colombia ·
Peter Los
Endemische puffbird , bleek makkelijk , na 10 m lopen op ooghoogte en 5 meter afstand .
Sula brewsteri brewsteri 5
Yonaguni. zuidelijk Okinawa, Japan ·
Gerben ter Haar
Ontdekte pas thuis dat er tussen de Bruine Genten ook een Cocos vloog, nooit van gehoord maar wel erg leuk. De soort wordt de laatste jaren wat vaker gezien, bij Yonaguni waar ik hm zag, maar vooral rond Ogasawara. Dat zal vooral een kijkerseffect zijn.
Hypocolius ampelinus
Kuwait City, Koeweit. ·
Pieter de Groot Boersma
Deze zijdestaart was voor mij DE reden om een overstap te Koeweit te verlengen. Niet alleen omdat de soort zijn eigen familie vormt, maar ook omdat die best fraai is.
In plaats van twee dagen had ik door een zeven uur vertraagde vlucht vanuit Bangladesh opeens maar één dag.
De Grey Hypocolius wilde ik graag voor half 8 in de ochtend zien, terwijl het een uur eerder licht ging worden. Zodoende kon ik daarna hopelijk een strak plan volgen om zoveel mogelijk doelsoorten op te rollen. Ik moest van mijzelf daarna naar het uiterste noorden van het kleine oliestaatje rijden, tegen de grens met Irak. Dat ging maar anderhalf uur in beslag nemen, terwijl Koeweit City midden in het land lag. Zo klein is dat land…
De zijdestaarten slapen in een groot universiteitscomplex in de stad. Ik ging in de nacht via een poort het terrein verkennen, om de volgende dag beter beslagen te starten. Van de bewakers bij een poort mocht ik wel even rondrijden. Het hele complex was bezaaid met wegblokkades (God knows why) en slagbomen. Het was een echt doolhof, en pas een klein half uur later had ik mij een route aangeleerd naar de plek van de meest recente waarnemingen van de soort. Enkele witte vlekken in bomen bleken helaas te gaan om slapende Turkse tortels. Nu ja, de eerste soort voor op mijn Koeweit lijst… Maar nog vele malen belangrijker, ik had mij het nodige tijdsverlies die volgende ochtend bespaard!
De volgende ochtend wist ik de route door het universiteitscomplex nog uit mijn hoofd, waardoor ik de volgende ochtend net na zonsopgang op de juiste plek was beland. Nou ja, de juiste plek. Volgens Ebird dan. Want ik zag geen enkele Grey Hypocolius rondhangen. Ik reed maar moederziel alleen een beetje rond, zonder gewenst resultaat.
Ik reed naar de rand van het universiteitscomplex, alwaar ik vanaf de kust onder andere een groep Greater Flamingo’s zag staan. Blijkbaar ging het met die soort in Koeweit goed, van een paar honderd naar een paar duizend exemplaren in de laatste jaren. In de verte zag ik vanaf wat bomen veel Common Myna’s en House Crows, beide exoot in Koeweit, vanuit de slaapbomen richting de stad vliegen. Ik bleef een tijdje staren, maar ik kon er geen Grey Hypocolius uithalen. Dan maar weer terug naar de “Ebird plek”.
Het was inmiddels al een half uur later. Normaliter niet zo een probleem, maar ik had door de vluchtvertragingen uiteraard een strakker schema. Plots zag ik een schoonmaker. Ik sprak hem aan met de vraag of hij de vogels herkende van de foto op de Merlin App. Jazeker. Op mijn vraag of hij de vogels al had gezien kreeg ik als antwoord dat hij ze gisteren wel had gezien, maar vandaag nog niet…
De man liep weg, en ik bleef maar even in de auto zitten. Soms vlogen er wat vogels over. Een duif, een myna, een kraai, een HOLY CRAP! De jizz van de vogel deed mij mijn verrekijker rap op de vogel zetten, GREY HYPOCOLIUS! Het was er echt eentje! Eentje? De soort overwinterde in Koeweit City met minstens 200 exemplaren, vaak samen hangend met elkaar. Vaak ja, maar dus niet altijd. Ik zat in ieder geval in mijn strakke schema nog steeds goed, maar het was echt een baggerwaarneming… Ik wilde de soort echt wat beter zien, want het was tenslotte doelsoort nummer één!
Ik reed maar in de vliegrichting van de vogel, toen ik via een poort weer het universiteitscomplex verliet. Aan de overkant van de grote weg stond een muur met daarachter redelijk wat bomen. Achter die muren stond ook een flink gebouw met ook een toegangspoort en bewakers. Ik wist niet wat het gebouw moest voorstellen, maar op de vraag of ik naar binnen mocht kreeg ik een nee op mij rekest. Ik kon echter langs de muur rijden waardoor ik uiteindelijk op een plek aan de kust van de baai naast een afvoerbuis van wellicht niet zo schoon water terechtkwam. Het was laagwater, en het leek wel op de Waddenzee. Ik zag in één oogopslag best wat meeuwen, reigers, steltlopers en flamingo’s rondwandelen, maar geen Grey Hypocolius habitat.
Helaas, dan maar terug naar de oude plek… Daar aangekomen vlogen er gelukkig al snel twee groepen Grey Hypocolius door de lucht, samen goed voor enkele tientallen exemplaren! Ik kon één van de groepen nu ook op de foto krijgen, al was die foto niet echt om over naar huis te schrijven. Maar ik had de vogels nu wel beter kunnen bekijken, al was het alleen maar vliegend. Ik keek even op Ebird. Een paar honderd meter verder was ook wel eens een melding gedaan. Het was sowieso op de route richting het “verre noorden”. Het bleek de plek te zijn van de vieze uitlaat. Die vieze uitlaat was wel populair bij de meeuwen en andere soorten vogels.
Er stond een ietwat dichte struik naast de uitlaat. Ik stapte uit en liep wat in de richting van de waterkant. Huismussen en wat duiven bleken even uit die struik poolshoogte te nemen. Maar daar bleef het niet bij, want er bleken ook minstens drie Grey Hypocolius in te zitten! SHIT, mijn camera! Ik moest daarvoor even terug naar de auto, waarna ik met de camera in de hand rustig weer in de richting van de struik kon lopen. Ik kon gelukkig enkele mooie foto’s van de vogels schieten, waaronder van een adult!
Oenanthe xanthoprymna
Centraal Koeweit. ·
Pieter de Groot Boersma
Koeweit is een walhalla voor tapuiten.
Ik kon de volgende soorten in de wintermaanden aantreffen: Isabelline Wheatear, Desert Wheatear, White-crowned Wheatear, Pied Wheatear, Mourning Wheatear, Red-tailed Wheatear, Finsch’s Wheatear en de Kurdistan Wheatear.
Daarnaast kan er tijdens de trektijd nog een aantal soorten gevonden worden, maar dat was dus in een andere tijd van het jaar.
Ietwat ten westen van Kuwait City was een rotsig gebied waar ik wist dat er heel wat tapuitensoorten werden gemeld. Ik vond na de eerste tapuit, een woestijntapuit, al snel een tweede tapuit. De grijze kopkap en rug vielen op afstand al op, een kijkje door de brillenglazen (lees: verrekijker) bevestigde de hoop, Kurdistan Wheatear! Deze zeldzame tapuit in Koeweit was al enkele weken daarvoor ontdekt. De vogel had volgens de overlevering moeten overwinteren in noordoost Afrika of het zuidelijke deel van het Arabisch Schiereiland. Maar nee, deze vond het in Koeweit wel best. De broedgebieden lagen in Iran en Irak, maar ook in zuidoost Turkije. Maar in Koeweit de soort zien vond ik ook wel best.
Hoezo was deze tapuit echter geen roodstuittapuit? Ik stuurde de bekendste lokale gids een mail:
I also saw the Khurdistan Wheatear that day. I wonder, on what grounds was it identified as a Khurdish Wheatear and not a Red-rumped Wheatear? I guess a picture of the upper tail and wings should be necessary to be sure? Or do you have other features that clinches the the ID?
Zijn antwoord:
Regarding the Kurdish Wheatear, the ID was based on many things, mostly the white tail with narrow black 'T', lack of wing bars and pale wing coverts.
Als anderen hier anders over denken, let me know!
Oenanthe finschii barnesi
Zuidoost Koeweit. ·
Pieter de Groot Boersma
Finsch's Tapuit is een zeldzame overwinteraar in Koeweit. Ik weet niet of er elk jaar overwinterende exemplaren worden gevonden, maar in de winter 2025/'26 wist ik van minstens drie overwinterende exemplaren.
Obi, Molukken, Indonesië ·
Dušan Brinkhuizen
"Obi Myzomela", een DB primeurtje. Voor zover ik begrijp, een nog onbeschreven soort.
Argya huttoni salvadorii
Zuidoost Koeweit ·
Pieter de Groot Boersma
Op de terugweg van Bangladesh deed ik nog even twee dagen Koeweit aan. Nu ja, twee dagen... Eerst verloor ik een dag door een vertraagde vlucht vanuit Bangladesh (mist!). Daarna reed ik snel vogelend het (piepkleine) land door op zoek naar mijn targets. Eén van die targets was de Afghan Babbler, een cultuurvolger die in landen als Irak en Afghanistan ietwat onbereikbaar waren. De soort komt al een tijdje voor in Koeweit. In het noorden was daar DE plek voor. Daar vond ik de soort ook binnen een half uur. Ietwat naar het zuiden toe zag ik dat de soort ook wel eens werd gemeld.
Toen ging het in Nederland wat sneeuwen. Ik zat drie dagen langer vast in Koeweit. Dan maar wat dagen doorvogelen...
Succesvol zoekend naar Desert Finch en Lybian Jird, in het zuidoosten van het land, zag ik daar opeens drie Afghan Babblers foerageren. Ik vraag mij af of de soort al op de Saoedische lijst staat, want we bevonden ons op 50 kilometer afstand tot de grens.
Picus viridanus
Sundarbans, Bangladesh. ·
Pieter de Groot Boersma
De mangroven van Bangladesh zijn verbazend goed met verschillende soorten spechten bedeeld. Elk bezoek aan de boardwalk zagen we een andere soort specht. Common Flameback, Streak-throated Woodpecker, Greater Flameback, Grey-capped Pygmy Woodpecker en Rufous Woodpecker.
Tijdens onze tweede wandeling over de boardwalk zag ik een groene specht langsvliegen. De rest liep een flink stuk voor mij. Ik wist dat het een van die groene spechten was met een gestreepte of geschubde borst. Laced Woodpecker, Scaly-bellied Woodpecker of Streak-throated Woodpecker. Ik kon even niet op de naam komen, maar het was sowieso geen lifer. De rest van de groep zag de vogel plots mooi in een dode boom zitten. Ze lieten dat mij ook snel weten, waarop ik al struinend hun richting op liep. De camera’s ratelden tot het moment dat ik ter plekke kwam. De vogel zat er nog fraai bij, dus nam ik ook een fraaie foto. Leuk beest.
De heren gingen even uitzoeken om welke soort het ging. Conclusie: Streak-breasted Woodpecker. Ik keek daarop ook op de Merlin App. Toen raakte ik wat in de war. Ik zag namelijk het verspreidingsgebied van de soort. Allen plekken waar ik nog nooit was geweest, van het uiterste noorden van Maleisië tot uiterst zuidoostelijk Bangladesh. Daar waren we toen niet. Maar de Streak-throated Woodpecker kwam volgens het verspreidingskaartje van de Merlin App ook niet in de Sundarbans voor. Wel in het noorden van Bangladesh. Die Streak-throated Woodpecker was geen lifer. Die Streak-breasted Woodpecker wel. Toen daagde er bij mij iets uit de krochten van mijn hersenpan. Die Streak-breasted Woodpecker was een lifer, waarvan ik ooit had geweten dat het voor mij bijna de laatste der Aziatische groene spechten was die ik nog moest zien. Ik keek ook even snel op een op mijn mobiel gedownload verslag van de Sundarbans. Ook daar zag ik een foto van de Streak-breasted Woodpecker staan. Door de gelijkende naamgeving en mijn minimale voorbereiding van de “soortenrijkdom” van vooral de Sundarbans had ik over deze mogelijke lifer gekeken. Hoppetee, cadeautje!
Pelargopsis amauroptera
Sundarbans, Bangladesh. ·
Pieter de Groot Boersma
Deze dicht aan de kust gebonden soort in uiterlijk zuidoost India via Bangladesh en Myanmar tot aan uiterst noordwestelijk Thailand voor. Weinig plekken voor een wereldvogelaar om de soort aan zijn oh zo belangrijke levenslijst toe te voegen. In de Sundarbans is de soort redelijk algemeen.
Ramphomicron dorsale
Sierra Nevada de Santa Marta, Colombia ·
Joachim Bertrands
Ook al slaagden we er dit jaar in om deze (hier een immatuur mannetje) te vinden op onze main tour, toch is de gebruikelijke plek boven bij de El Dorado lodge helemaal geen garantie om ze te zien, en is dit in principe de derde target om de lange hike aan de westzijde van het gebergte te ondernemen. Adulte mannetjes bleven wel bijzonder schaars en slechts een handvol keren gezien, vaak druk foeragerend, maar deze scruffy verschijning deed dan weer beter z'n best. Samen met Peter Los en Graham Tebb tijdens onze helmetcrest expeditie.
Grallaria spatiator
Sierra Nevada de Santa Marta, Colombia ·
Joachim Bertrands
Tijdens de fameuze hike langs de westzijde van de Sierra Nevada de Santa Marta is het doel niet alleen de helmetcrest, maar zijn de klassieke endemen van de regio ook een pak gemakkelijker. Deze antpitta voegde meteen de daad bij het woord. Een van de vele 'rufous splits'. Samen met Peter Los en Graham Tebb deze mini expeditie aangevat vooraleer we onze main tour begonnen.
Milvus migrans migrans 8
Kafue NP, Zambia ·
Theo de Vries
Het gaat om de Rode Wouw tussen de Zwarte Wouwen. De Rode Wouw is een nieuwe waarneming voor zuidelijk Afrika. Staat niet in Birds of Greater Southern Africa van Barnes.
Quiscalus mexicanus mexicanus 1
Holbury, Hampshire, United Kingdom ·
Hendrik Beukelman
Op oudjaarsdag 2025 bezocht ik de Great-Tailed Grackle tijdens een uitstapje naar New Forest National Park. De vogel fourageerde in achtertuinen en liet zich slechts een paar keer zien op schuttingen, daken en in een voortuin. Ondanks dat deze grackle met grote zekerheid ship-assisted is, wordt hij nog dagelijks bezocht. Omdat één grackle niet genoeg is, is er op 22 januari een tweede vogel ontdekt in Lancashire.
Cotinga maculata 7
Fazenda Paris, Camacan, Brazilië ·
Jan Hein van Steenis
We hadden gedacht met Kerstmis in Serra Bonita te zitten: handig voor Bahian Treehunter en niet al te ver van Boa Nova Tapaculo en Banded Cotinga. Helaas: Serra Bonita is met kerst en oud & nieuw dicht... en daarmee is toegang tot de omliggende fazenda's ook lastiger.
Voor de treehunter gingen we naar Poçoes, voor de tapaculo was Itabuna net zo dichtbij als uitvalsbasis en langs de openbare wegen is het ook al leuk vogelen. Voor de cotinga moesten we toch echt naar Fazenda Paris, waarvoor met veel moeite een bezoek op tweede kerstdag geregeld werd.
De cotinga's verschijnen tussen 7:00 en 9:00, in de açai-palmen en de cecropia's, werd ons verzekerd. Dat klopte ook, al duurde het een uur na de eerste korte waarneming (gelukkig voor de verandering door mijzelf) tot mijn Engelse vrienden hem ook zagen.
Er zijn meer mogelijke plekken: op 25/12 bezochten we in de namiddag de rand van het Reserva Biológica de Una (daar wel Golden-headed Lion Tamarin en een erg verre Yellow-breasted Capuchin); op 27/12 bleek het bezoekerscentrum van Estaçao Veracel (de "klassieke plek" voor Banded Cotinga) dicht (dus het pad naar de beste plek daar ook).
Pluvianellus socialis 5
Laguna Miranda, Rio Grande, Argentinië ·
David Spelt
Ik had een paar plekken ingepland om een poging te wagen voor deze toch vrij zeldzame Patagonië endeem. Ze broeden rond de meertjes in de uitgestrekte steppe. De meertjes ten noordwesten van Rio Grande boden kansen volgens eBird. De flinke plas water op de kaart bleek door zomerse hitte bij aankomst echter te zijn getransformeerd in een dorre zoutvlakte. Wanhopig scande ik de enorme vlakte af. Er was werkelijk nergens meer water te bekennen...Er hing nog wel een paartje Least Seedsnipe rond maar dat was niet de soort waarvoor ik hier was gekomen. Op het moment dat ik het eigenlijk al had opgegeven zag ik plots in de verte nog een vogel over de vlakte lopen. In eerste instantie dacht ik weer aan een seedsnipe maar toen ik de kijker erop zette kon in mijn ogen haast niet geloven. Daar liep toch echt een Magellanic Plover! De vogel was niet echt schuw en kwam steeds dichterbij fourageren. Uiteindelijk zag ik een aantal dagen later bij El Calafate overigens ook nog een paartje langs de oevers van Lago Argentino.
Heliopais personatus
Sundarbans, Bangladesh. ·
Pieter de Groot Boersma
Links een mannetje, rechts een vrouwtje.
De Masked Finfoot was voorheen wijdverspreid in zuidoost Azië. Hoewel de soort niet algemeen was, ken ik verhalen van wat oudere wereldvogelaars die de soort bijvoorbeeld in Krabi in Thailand zagen, of overwinterend in Taman Negara in Maleisië. Nu is de soort op de rand van uitsterven. IUCN schatte in 2020 dat de wereldpopulatie uit nog maar 108-304 volwassen exemplaren bestond. Het leeuwendeel van die vogels overleefden in de Sundarbans te Bangladesh. Daar werd de populatie toen op 80-160 volwassen individuen geschat, de rest van de vogels werden qua aantallen verspreid door Cambodia, Myanmar en Laos, met misschien nog een handvol exemplaren in Vietnam en idem voor India. In 2009 werd de wereldpopulatie nog op 600-1700 exemplaren geschat. De verstoring en de vervuiling van hun leefgebied en ook bijvoorbeeld het gevaar van de verdrinkingsdood in visnetten doen de soort nu waarschijnlijk de das om. In de Sundarbans lijkt ook klimaatverandering een rol te spelen, omdat zoutwater dieper het gebied inkomt en ervoor zorgt dat nestplekken voor de soort verdwijnen.
Anno 2025 was daar nog meer vernietigend nieuws. De schatting voor de Sundarbans was dat er wellicht nog minder dan 20 paartjes over zijn gebleven… In het zuiden van de Sundarbans lijkt de soort zelfs helemaal verdwenen, terwijl daar enkele jaren geleden nog talloze paartjes werden gezien. Onze gids ter plekke vertelde ons later dat ze denken dat er nog minder dan 30 vogels over waren…
Dus hoewel de Sundarbans voor mij voor de wereldlijst bar weinig soorten kon opleveren, was ik om die reden wel naar het land afgereisd. Nu of nooit, het klonk voor het zien van de soort als een acuut gevaar…
De manier om de soort te vinden is om een slaapboot af te huren. Een kleinere boot wordt ter plekke gebruikt om de kanalen af te speuren.
Rond het middaguur kwamen we aan op de plek waar de boot de komende dagen werd aangemeerd. Snel wat eten, en met de satellietboot enkele zijrivieren en hun kanalen verkennen! Het was namelijk eb, wat ervoor zorgde dat de modderige oevers zichtbaar waren. In de ochtend was er meer kans op het vinden van een Masked Finfoot, maar we waren er nu toch…
De buitenboordmotor van de satellietboot maakte helaas wel een lawaai van jewelste. Na een tijdje kreeg ik daardoor meer last van mijn tinnitus. De oplossing? Stukjes natgemaakt Wc-papier in mijn gehoorgangen proppen. Het lawaai werd zo een stuk draaglijker… Romeo bleek in ieder geval scherpe ogen te bezitten. We vonden Estuarine Crocodile en Asiasn Small-clawed Otter. Black-capped Kingfisher en in mindere mate Brown-winged Kingfisher waren algemeen.
Na iets meer dan drie kwartier met veel lawaai te hebben gevaren ging de boot wat langzamer bij de monding van een kanaal. De verrekijker werd door mij aan de ogen gezet waarna ik begon met het scannen van de modderige oever.
“Masked Finfoot!”, riep de gids vrij rustig. Holy crap, WAAR!? Maar ik zag de vogel al snel. Op ongeveer 50 meter afstand liep er op de oever Masked Finfoot op een rustig tempo van ons af! Het was een vrouwtje, het geslacht dat de meeste mensen zien. Het was een vreemd moment. Het voelde bijna als een twitch, wat wereldvogelen in essentie ook een beetje is. Maar zo snel al succes, daar had ik niet serieus rekening mee gehouden! Een vreemde emotie overmeesterde mij. Ik keek eerst nu naar een soort die op de rand van de afgrond stond. De kans is zeer reëel dat de Masked Finfoot de eerste soort op mijn lijst gaat zijn die tijdens mijn leven gaat uitsterven… De details van de vogel nam ik stuk voor stuk op, meer dan bij menig andere soort. De geelgroene snavel en poten, de grote zwemvliezen die in vorm te vergelijken waren met de zwemvliezen van onze zo bekende meerkoet, de zwart-witte tekening op de kop… Daarna schoot ik wat plaatjes en wat video. Langzaam maar zeker verdween de vogel al wandelend, zwemmend en foeragerend de hoek om. Onze missie was geslaagd…
De volgende dag hadden we een vergelijkbare waarneming van een mannetje Masked Finfoot. Dag drie bracht ons wederom een (dezelfde) vrouwtje. Omdat we de dit jaar wat moeilijk waar te nemen White-eared Night Heron ook hadden gevonden (een adult!) gaven we er al na die drie dagen de brui aan. Cachar Bulbul stond nu ook op het menu, en met succes, want we vonden de soort een paar dagen later in het noorden van het land!
Gorsachius melanolophus
Sundarbans, Bangladesh. ·
Pieter de Groot Boersma
Nabij de plekken voor de Masked Finfoot is er een stenen boardwalk gebouwd die door een klein stukje van de mangroven loopt. Onze groep had tijdens ons verblijf in het grootste mangrovebos van de wereld meerdere bezoeken gebracht aan die boardwalk.
Hier en daar werden nog wat leuke nieuwe soortjes voor de Bangladesh lijst gevonden, zoals de fraaie Scarlet-backed Flowerpecker. Omdat anderen wat achterbleven leunde ik op een willekeurige plek wat tegen de reling van de boardwalk aan. Mijn oog viel toen op iets wat niet op die vele aanwezige luchtwortels der mangrovebomen leek. Maar wat het wel was wist ik niet met het blote oog vast te stellen. Uiteraard richtte ik mijn verrekijker maar op die zwarte “kokosnoot”. Oh, een reiger. Een Black-crowned Night Heron, vertelde ik de rest. But something was off. Ik zei het ook niet met volle overtuiging. Held Daniël was de eerste die dat ook uitsprak. “Dit is toch geen kwak? Ik heb in mijn leven honderden juveniele kwakken gezien!” Of waren het duizenden? Of zou die hebben overdreven?
“Is het geen Malayan Night Heron?”, vroeg ik hardop af? Ik had de soort dat jaar in mei in noordoost India gezien, al was dat een vluchtige waarneming van een volwassen vogel. De Merlin App werd erbij gehaald en de beide juveniele kleden der kwakken werden erbij gehaald. En zowaar, het betrof een juveniele Malayan Night Heron! Volgens de Merlin App kwam de soort als overwinteraar ook helemaal niet in Bangladesh voor! Maar het land is een schoolvoorbeeld van onvolledige verspreidingskaarten, zoals het boek Birds of Bangladesh ook liet zien. Berthil had dat boek mee, die hier en daar geregeld ook zeer onvolledige verspreidingskaarten liet zien. Een stipje hier, een stipje daar. On a sidenote, hoezo is er überhaupt een vogelboek voor dat land? Dat is toch helemaal niet rendabel!? De vogel bewoog soms statig door de modder heen, en we hadden na een tijdje walk away views.
Ik vroeg mij hardop af of ik wellicht een nieuwe soort voor het land had ontdekt. Romeo belde wat later een andere lokale gids, die het had over de tweede waarneming van de soort in de Sundarbans. Op Ebird waren er, zo bleek ook later, geen waarnemingen in het gebied. In het oostelijk deel van Bangladesh werd de soort echter redelijk vaak gemeld. Ik schat zo in dat er dus best een aantal Malayan Night Herons in de Sundarbans overwinteren. Want wie loopt er nu al wandelend te vogelen door de mangrovebossen van de Sundarbans? Nagenoeg de enige manier van vogels kijken, ook door ornithologen op zoek naar Masked Finfoot, is door met bootjes door de vele waterwegen te varen. Geen goede manier om Malayan Night Herons te vinden, me dunkt…
Locustella kashmirensis 4
Padma River, Bangladesh. ·
Pieter de Groot Boersma
Padma River is minstens een ochtendje het bezoeken waar op weg naar de Sundarbans.
De Baikal Bush Warbler was al jaren bekend van het door ons bezochte gebied. De Spotted Bush Warbler ook. Naast deze twee soorten sprinkhaanzangers kwamen daar een aantal jaar geleden opeens de meldingen binnenstromen van West Himalayan Bush Warbler.
De Baikal Bush Warbler broedt in zuidoost Rusland, noordoost China en Noord-Korea en overwintert in zuidoost Azië. De Spotted Bush Warbler broedt vooral in centraal China, Bhutan en nog wat delen van daar omheen liggende landen. Die soort overwintert iets ten zuiden daarvan, inclusief noord Bangladesh. Maar de West Himalayan Bush Warbler broedt van de drie soorten verreweg in het kleinste verspreidingsgebied, namelijk in een klein deel van noordwestelijk India. De soort werd geacht iets ten zuiden van zijn broedgebieden te overwinteren. Maar de soort had het script niet goed gelezen, want plots werden sinds het begin van de ‘20’s dus oostelijk tot aan Bangladesh aan toe overwinterende exemplaren gemeld.
En wat vond ik op Ebird die avond voor ons bezoek? Een melding van de West Himalayan Bush Warbler in het gebied, compleet met foto en geluidsmateriaal. Die wilde ik wel gaan twitchen! Ter plekke aangekomen bleek dat de locatie op ongeveer een kilometer afstand van ons was verwijderd. We zagen door de mist nog weinig van de omgeving, maar het korte gras werd langs een provisorisch voetpad soms wat langer, met hier en daar wat rietkragen en beekjes. Na ongeveer een halfuur, hier en daar wat Bangladesh soortjes oppikkend, kwamen we aan bij wat akkers. Ook een Golden Jackal werd door ons opgeschrikt. De GPS leek te wijzen op een stuk grond met riet, die we eerst moesten omzeilen. Aan de andere kant kwamen we aan bij een klein volledig door waterplanten overgroeid poeltje met een rietkraag. Een tweede Golden Jackal verscheen kort uit het gras, maar ook die was alweer snel uit beeld.
Ik speelde het geluid van de West Himalayan Bush Warbler langs de rand van de poel af. Binnen een minuut kwam daar een respons! Sterker nog, een snel in onze richting komend getik, waarna al snel een bruin vogeltje boven de dichte vegetatie van de poel poolshoogte kwam nemen. Ik schoot snel een kort filmpje vooraleer die weer tussen de plantjes verdween. De bevestiging van de determinatie kwam al snel, want de vogel zong kort terug! Soms liet de West Himalayan Bush Warbler nog kort zien, tot de rek eruit was. We lieten de vogel met rust.
Copsychus albiventris
South Andaman, India. ·
Pieter de Groot Boersma
In een paar dagen zijn de twintig meest toegankelijke endemen van deze eilanden op een relaxte manier te vinden. Deze endemische shama is daar één van.
Otus balli
South Andaman, India. ·
Pieter de Groot Boersma
Er leven op de Andamanen vier soorten endemische uilen, plus nog een ondersoort die wellicht in de toekomst ook nog een endeem gaat worden.
We begonnen die avond te pogen de Andaman Scops Owl te zien, een soort die niet als de makkelijkste van de vier werd bestempeld. Op de plek voor poging één hoorden we desalniettemin de eerste vogels al snel reageren. Maar daar bleef het wel bij. Daarop werd besloten voor plek twee te gaan. Ook daar hoorden we meerdere vogels roepen. We liepen daarvoor een stuk van de drukke weg het bos in, wat wel wat meer rust in de tent bracht.
De warmtebeeldkijker pikte al vrij snel aan de andere kant van het pad waarvandaan de Andaman Scops Owl aan het roepen was een uil op! Maar dit was niet die Andaman Scops Owl. Nee, dit was de Walden’s Scops Owl. Althans, die naam gaat die vorm wel toebedeeld krijgen wanneer die wellicht ooit van de Oriental Scops Owl wordt afgesplitst.
Aan de andere kant van het pad bleef de Andaman Scops Owl wel geregeld reageren op de tape, vanaf verschillende invalshoeken. Maar ik kon de bewust vogel niet in mijn warmtebeeldkijker krijgen… Onze gids nam ons daarvoor maar mee naar een derde plek. Daar uitgestapt kwam daar bijna onmiddellijk een uil op een dode tak zitten, de Andaman Scops Owl! “Don’t tell anyone about this location”, zei onze gids. No worries, ik wist toch niet waar ik was (al was het waarschijnlijk niet in Nepal).
Caprimulgus andamanicus
South Andaman, India. ·
Pieter de Groot Boersma
In een paar dagen zijn de twintig meest toegankelijke endemen van deze eilanden op een relaxte manier te vinden. Althans, tot voor kort.
Er zijn op de Andamanen vijf endemische nachtvogels te vinden. De hier afgebeelde Andaman Nightjar, Hume's Boobook, Andaman Scops Owl, Andaman Boobook en Andaman Masked Owl. Een ondersoort van de Oriental Scops Owl (de "Walden's Scops Owl") is schijnbaar een potentiële split.
De Andaman Masked Owl is echter even van de radar. De originele plek, een paartje die sliep onder het dak van een school, is verstoord. Een ander paartje is door de Forest Department gevangen en in een kooi in de botanische tuinen gepropt...
Spilornis elgini 3
South Andaman, India. ·
Pieter de Groot Boersma
Eén van de twee soorten serpent eagles op de Andamanen. Deze Andaman Serpent Eagle en een endemische ondersoort van de Crested Serpent Eagle. Die laatste is ook een potentiële split. Beide vormen werden door ons gezien.
In een paar dagen zijn de twintig meest toegankelijke endemen van deze eilanden op een relaxte manier te vinden. Althans, tot voor kort.
De Andaman Masked Owl is even van de radar. De originele plek, een paartje die sliep onder het dak van een school, is verstoord. Een ander paartje is door de Forest Department gevangen en in een kooi in de botanische tuinen gepropt...
Columba palumboides
South Andaman, India. ·
Pieter de Groot Boersma
Men moet vaak meer tijd insteken in deze Andaman Wood Pigeon. De eerste namiddag hadden we de soort niet, maar na enkele uren in de botanische tuinen de volgende ochtend hadden we wel geluk. De soort is niet erg opvallend, want hij zit vaak stil in een boom. De veel algemenere Green Imperial Pigeon vielen meer op, en zongen bijna continue om ons heen. De Andaman Wood Pigeon heb ik in in die uren niet één keer gehoord.
In een paar dagen zijn de twintig meest toegankelijke endemen van deze eilanden op een relaxte manier te vinden. Althans, tot voor kort.
De Andaman Masked Owl is even van de radar. De originele plek, een paartje die sliep onder het dak van een school, is verstoord. Een ander paartje is door de Forest Department gevangen en in een kooi in de botanische tuinen gepropt...
Ninox obscura
South Andaman, India. ·
Pieter de Groot Boersma
In een paar dagen zijn de twintig meest toegankelijke endemen van deze eilanden op een relaxte manier te vinden. Althans, tot voor kort.
Er zijn op de Andamanen vijf endemische nachtvogels te vinden. De hier afgebeelde Hume's Boobook, Andaman Scops Owl, Andaman Boobook, Andaman Nightjar en Andaman Masked Owl. Een ondersoort van de Oriental Scops Owl (de "Walden's Scops Owl" is schijnbaar een potentiële split.
De Andaman Masked Owl is echter even van de radar. De originele plek, een paartje die sliep onder het dak van een school, is verstoord. Een ander paartje is door de Forest Department gevangen en in een kooi in de botanische tuinen gepropt...
Dryocopus hodgei
South Andaman, India. ·
Pieter de Groot Boersma
Een prachtige specht, één van mijn favoriete famileis.
In een paar dagen zijn de twintig meest toegankelijke endemen van deze eilanden op een relaxte manier te vinden. Althans, tot voor kort.
De Andaman Masked Owl is even van de radar. De originele plek, een paartje die sliep onder het dak van een school, is verstoord. Een ander paartje is door de Forest Department gevangen en in een kooi in de botanische tuinen gepropt...
Ninox affinis 4
South Andaman, India. ·
Pieter de Groot Boersma
In een paar dagen zijn de twintig meest toegankelijke endemen van deze eilanden op een relaxte manier te vinden. Althans, tot voor kort.
Er zijn vier endemische nachtvogels te vinden. Hume's Boobook, de hier afgebeelde Andaman Boobook, Andaman Nightjar en Andaman Masked Owl. Een ondersoort van de Oriental Scops Owl (de "Walden's Scops Owl" is schijnbaar een potentiële split.
De Andaman Masked Owl is echter even van de radar. De originele plek, een paartje die sliep onder het dak van een school, is verstoord. Een ander paartje is door de Forest Department gevangen en in een kooi in de botanische tuinen gepropt...
Anas albogularis
South Andaman, India. ·
Pieter de Groot Boersma
Een leuk endemisch eendje van de Andamanen.
In een paar dagen zijn de twintig meest toegankelijke endemen van deze eilanden op een relaxte manier te vinden. Althans, tot voor kort.
De Andaman Masked Owl is even van de radar. De originele plek, een paartje die sliep onder het dak van een school, is verstoord. Een ander paartje is door de Forest Department gevangen en in een kooi in de botanische tuinen gepropt...
Paroaria baeri baeri
Ilha Bananal, Tocantins, Brazilië ·
Jan Hein van Steenis
Als je naar een echt afgelegen locatie wil, kan ik RPPN Canguçu aanbevelen. Vijf uur rijden vanaf Palmas, de nog geen veertig jaar oude hoofdstad van Tocantins, vooral door soja-akkers, waar Nandoes nog voor enige afleiding zorgen. In dit reservaat is een van alle gemakken voorzien onderzoekscentrum. We moesten wel ons eigen eten meenemen, maar er werd voor ons gekookt (de kok kostte zelfs meer dan de gids/bootsman).
Dé soort in het reservaat is de Bananal Antbird; met de boot ga je op zoek naar Chestnut-bellied Guan, Araguaia Spinetail, Tocantins Spinetail (een onbeschreven ondersoort van Yellow-chinned Spinetail, meer wordt dat echt niet) en deze Crimson-fronted Cardinal. Dit is de lastigste van het stel, die blijkbaar door Red-capped Cardinal weggehybridiseerd wordt (ook deze vormde een paartje met een hybride). Dat je van die andere soort geen zuivere exemplaren ziet is wel weer een beetje vreemd.
Verder is het ook leuk vogels en andere beesten kijken. Ik zag eindelijk enkele wijdverbreide soorten, die mij steeds niet gegund waren: American Barn Owl, Green-and-rufous Kingfisher en Agami Heron (gelukkig bleef het niet bij een juveniel). Helaas misten we onze laatste boottocht door zware regenval.
Oroanassa magnifica 2
Mingxi County - China ·
Henk Hendriks
Het plan was om die avond vanaf een boot met een spotlight de oever af te zoeken om op die manier te proberen een White-eared Night Heron te lokaliseren. Met succes want we zagen uiteindelijk zeker 3 verschillende vogels maar eerlijk gezegd had ik nooit gedacht dat ik deze soort zo mooi en van zo dichtbij zou gaan zien.
Het was een mooi einde van een relatief korte maar leuke winter trip met niet veel (nieuwe) soorten maar wel kwaliteit. Beste soorten Siberian Crane, White-naped Crane, Hooded Crane, Oriental Stork, Swan Goose, Baer's Pochard, Relict Gull, Elliot's Pheasant, Reeve's Pheasant, Cabot's Tragopan, White-eared Night Heron, Blyth's Kingfisher, Chinese Barbet, Collared Crow, Siberian Accentor en Pallas's Rosefinch.
Pyrrhura pfrimeri 2
PN Terra Ronca, São Domingos, Goiás, Brazilië ·
Jan Hein van Steenis
Langs de toegangsweg naar Gruta Angélica staat dat je er alleen met een lokale gids mag komen, maar we werden er niet op aangesproken dat we er geen bij ons hadden. We hoefden de grot ook niet in om deze fraaie en zeer lokaal voorkomende parkiet te zien. Een groepje kwam na een paar keer langsvliegen dichtbij zitten.
Op de steile rotswanden zagen we ook twee Acrobatic Cavies, een indrukwekkend knaagdier met een ongeveer even klein verspreidingsgebied.
De cerrado ten oosten van São Domingos leverde mij de meeste lifers in de kortste tijd op van de hele trip. De vreugde was wel snel voorbij toen we daarna door een eindeloos sojaveld, waar de sproeivliegtuigen af-en-aan vlogen, naar het zuiden reden...
Ik maak dan toch maar even reclame voor lokale gids William, die een hotel bedrijft waar je een vroeg ontbijt kunt krijgen: Pousada Sertão Veredas in São Domingos, +55 62 99604-8931, https://visiteterraronca.com.br
Campylopterus phainopeplus 1
Valledupar, Colombia ·
Lieven De Temmerman
Dichtbij een dorpje in de oostelijke uitlopers van de Sierra Nevada de Santa Marta kan je vrij zeker Santa Marta Sabrewing zien, maar je moet er niet op je eentje naartoe willen (dorp behoeft geen ongevraagde gasten, local guide inschakelen is de boodschap).
Het is een stevige wandeling (ergens vanaf februari tot april (?) zitten ze naar het schijnt een stuk lager / dichter bij het dorp), maar dan heb je ook wat! Er zijn slechts kleine pockets met bos maar op de plek waar wij gingen, waren er meteen wel 2 actieve baltsplekken waar telkens een mannetje hard zijn best deed om een vrouwtje te lokken. We zagen, behalve de 2 schitterende mannetjes, ook nog een vrouwtje, en een Orange-billed Nightingale-thrush die bijna over mijn voeten liep (die zijn zeer wijdverspreid, maar vaak krengen om goed te zien). Geen fantastisch goeie foto (het bos is donker), maar heel erg blij met deze waarneming / soort!
Myiotheretes pernix 2
Sierra Nevada de Santa Marta, Colombia ·
Lieven De Temmerman
Aanvullend op mijn comment op Joachim's spectaculaire Helmetcrest foto, hierbij een betere van Santa Marta Bush Tyrant. Beetje hit-or-miss op de Cuchilla de San Lorenzo (de ridge boven de El Dorado lodge waar iedereen hoopt op bijna alle Santa Marta endemen, behalve dan Santa Marta Sabrewing (zeer occasioneel deze kant van de bergen, maar zekerheid op de drogere oostelijke flank, zie andere foto), Santa Marta Wren en Blue-bearded Helmetcrest (beide veel hoger dan de ridge).
Oxypogon cyanolaemus 4
Sierra Nevada de Santa Marta ·
Joachim Bertrands
Samen met Peter Los en Graham Tebb de 5-daagse trekking aangevat om deze mega te scoren... Wat was het zwoegen, leden we kou en was het eten niet om over naar huis te schrijven, maar o wat een avontuur, met de nodige grappen en grollen along the way! Een volledige cleanup van alle high altitude endemics die Santa Marta zo typeren maar eigenlijk rond de befaamde El Dorado lodge steeds moeilijker worden...
Gygis alba candida 4
Ile aux Cocos, Rodrigues. ·
Pieter de Groot Boersma
We kwamen na een klein uur bijna bij het zanderige eiland. Een dunne sliert van een met bomen begroeide zandbank van enkele honderden meters lang werd drukbevolkt door enkele pelagische soorten. White Terns zag ik op afstand al boven de bomen vliegen, die was al binnen!
Brown Noddy, een soort stern, was zeer algemeen. Een gekrakeel vanjewelste. De bomen en de grond waren bezaaid met broedende en rustende vogels. White Tern was ook aanwezig, maar in wat kleinere aantallen. Tussen de Brown Noddies ging ik gericht zoeken naar Lesser Noddy, naast de White Tern ook een lifer voor mij. Die Lesser Noddy was gestroomlijnder, had een langere dunnere snavel en een wittere kopkap. Die verschillen waren duidelijk te onderscheiden van de net iets algemenere Brown Noddy. Tussen de sternen zaten ook enkele Sooty Terns.
De White Tern dus, een voor mij mythische soort. De vogel is spierwit, is te vinden op “onbereikbare locaties”, zijn gek gevormde blauwe snavel en het feit dat het zijn eieren uitbroedt op zeer dunne takjes. Ik vond enkele oudervogels, vechtend tegen de soms straffe wind, op zo een dun takje een ei in evenwicht te houden. Hoezo is deze soort nog niet uitgestorven? Dat uitbroeden moet toch makkelijker kunnen!? Noddies doen dat beter. Die maken een nest in een boom, of ze broeden gewoon op de grond. Niks aan het handje!
Tijdens de wandeling bleef ik geregeld genieten van deze ook wel Fairy Tern genoemde soort. Echt zo’n soort waarvan je vooral als puber, wanneer je de mogelijkheden van reizen nog niet op een rijtje hebt, echt nog als ver-weg-van-mijn-bed-show bestempeld. Ik was erg in mijn nopjes, al die financiële idioterie was ik sowieso tijdens het zien van deze bijzondere soorten natuurlijk kwijt!
Gygis alba candida
Ile aux Cocos, Rodrigues. ·
Pieter de Groot Boersma
We kwamen na een klein uur bijna bij het zanderige eiland. Een dunne sliert van een met bomen begroeide zandbank van enkele honderden meters lang werd drukbevolkt door enkele pelagische soorten. White Terns zag ik op afstand al boven de bomen vliegen, die was al binnen!
Brown Noddy, een soort stern, was zeer algemeen. Een gekrakeel vanjewelste. De bomen en de grond waren bezaaid met broedende en rustende vogels. White Tern was ook aanwezig, maar in wat kleinere aantallen. Tussen de Brown Noddies ging ik gericht zoeken naar Lesser Noddy, naast de White Tern ook een lifer voor mij. Die Lesser Noddy was gestroomlijnder, had een langere dunnere snavel en een wittere kopkap. Die verschillen waren duidelijk te onderscheiden van de net iets algemenere Brown Noddy. Tussen de sternen zaten ook enkele Sooty Terns.
De White Tern dus, een voor mij mythische soort. De vogel is spierwit, is te vinden op “onbereikbare locaties”, zijn gek gevormde blauwe snavel en het feit dat het zijn eieren uitbroedt op zeer dunne takjes. Ik vond enkele oudervogels, vechtend tegen de soms straffe wind, op zo een dun takje een ei in evenwicht te houden. Hoezo is deze soort nog niet uitgestorven? Dat uitbroeden moet toch makkelijker kunnen!? Noddies doen dat beter. Die maken een nest in een boom, of ze broeden gewoon op de grond. Niks aan het handje!
Tijdens de wandeling bleef ik geregeld genieten van deze ook wel Fairy Tern genoemde soort. Echt zo’n soort waarvan je vooral als puber, wanneer je de mogelijkheden van reizen nog niet op een rijtje hebt, echt nog als ver-weg-van-mijn-bed-show bestempeld. Ik was erg in mijn nopjes, al die financiële idioterie was ik sowieso tijdens het zien van deze bijzondere soorten natuurlijk kwijt!
Gygis alba candida 4
Ile aux Cocos, Rodrigues. ·
Pieter de Groot Boersma
We kwamen na een klein uur bijna bij het zanderige eiland. Een dunne sliert van een met bomen begroeide zandbank van enkele honderden meters lang werd drukbevolkt door enkele pelagische soorten. White Terns zag ik op afstand al boven de bomen vliegen, die was al binnen!
Brown Noddy, een soort stern, was zeer algemeen. Een gekrakeel vanjewelste. De bomen en de grond waren bezaaid met broedende en rustende vogels. White Tern was ook aanwezig, maar in wat kleinere aantallen. Tussen de Brown Noddies ging ik gericht zoeken naar Lesser Noddy, naast de White Tern ook een lifer voor mij. Die Lesser Noddy was gestroomlijnder, had een langere dunnere snavel en een wittere kopkap. Die verschillen waren duidelijk te onderscheiden van de net iets algemenere Brown Noddy. Tussen de sternen zaten ook enkele Sooty Terns.
De White Tern dus, een voor mij mythische soort. De vogel is spierwit, is te vinden op “onbereikbare locaties”, zijn gek gevormde blauwe snavel en het feit dat het zijn eieren uitbroedt op zeer dunne takjes. Ik vond enkele oudervogels, vechtend tegen de soms straffe wind, op zo een dun takje een ei in evenwicht te houden. Hoezo is deze soort nog niet uitgestorven? Dat uitbroeden moet toch makkelijker kunnen!? Noddies doen dat beter. Die maken een nest in een boom, of ze broeden gewoon op de grond. Niks aan het handje!
Tijdens de wandeling bleef ik geregeld genieten van deze ook wel Fairy Tern genoemde soort. Echt zo’n soort waarvan je vooral als puber, wanneer je de mogelijkheden van reizen nog niet op een rijtje hebt, echt nog als ver-weg-van-mijn-bed-show bestempeld. Ik was erg in mijn nopjes, al die financiële idioterie was ik sowieso tijdens het zien van deze bijzondere soorten natuurlijk kwijt!
Anous tenuirostris tenuirostris
Ile aux Cocos, Rodrigues. ·
Pieter de Groot Boersma
We kwamen na een klein uur bijna bij het zanderige eiland. Een dunne sliert van een met bomen begroeide zandbank van enkele honderden meters lang werd drukbevolkt door enkele pelagische soorten. White Terns zag ik op afstand al boven de bomen vliegen, die was al binnen!
Brown Noddy, een soort stern, was zeer algemeen. Een gekrakeel vanjewelste. De bomen en de grond waren bezaaid met broedende en rustende vogels. White Tern was ook aanwezig, maar in wat kleinere aantallen. Tussen de Brown Noddies ging ik gericht zoeken naar Lesser Noddy, naast de White Tern ook een lifer voor mij. Die Lesser Noddy was gestroomlijnder, had een langere dunnere snavel en een wittere kopkap. Die verschillen waren duidelijk te onderscheiden van de net iets algemenere Brown Noddy. Tussen de sternen zaten ook enkele Sooty Terns.

