Falco zoniventris
Zombitse National Park, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Onderweg naar het park liet Ebird mij een een aantal dagen oude waarneming van een Banded Kestrel in Zombitse National Park ontdekken. Spannend! Voor mijn vertrek naar Madagaskar dacht ik door mijn bronnen dat deze rete zeldzame endemische soort in augustus alleen was te vinden, en dan alleen als je mazzel had, in het uiterste zuidoosten van Madagaskar. Daar zou ik deze reis dus hoogstwaarschijnlijk niet naar toe gaan. Na een zielige poging te Ankarafantsika, eerder tijdens de reis, had ik de soort als gemist beschouwd. Bij aankomst wisten de gidsen van de waarneming van deze zeldzaamheid. Dwars door het park liep een snelweg, welke overigens als zeldzame uitzondering in goede staat verkeerde. Volgens de plaatselijke gids werd langs die snelweg in het bos soms een paartje Banded Kestrel waargenomen. In het laatste licht probeerde ik het nog, heen en weer lopend, maar zonder succes.
De volgende ochtend, na het vinden van Appert's Tetraka:
Terug manoeuvreren naar het pad bleek een kwartier of zo in beslag te nemen. Uiteindelijk bereikten we dan toch weer het pad. Doel was nu om naar een ander deel van het bos te lopen, alwaar een groep van de Verreaux’s Sifaka blijkbaar een territorium had. Onderweg werd het territorium van die zeldzame Banded Kestrel weer even kort doorkruist. Tapen leverde niets op. De ijdele hoop dat een vogel in de enkele wat hogere dode taken van bomen zou kunnen zitten hielp niet bij een goede afloop.
Aan de weg aangekomen bleek dat een redelijk aantal reguliere toeristen op doorreis ook het bos aan het verkennen waren. Die groepen hadden de sifaka nog niet gevonden. Oei, dat was wel even spannend…
We liepen achter de gids aan, om na een half uur op een bankje naast wat grote baobab bomen achtergelaten te worden. Madagaskar is onder reguliere toeristen erg bekend om die vreemde bomen. Dikke stammen met bovenop de stam een kroon van takken. Wel geinig die dingen. De gids zou ook flink hard zijn best gaan doen om de Verreaux’s Sifaka voor ons te gaan vinden.
“Wait here, sometimes the Banded Kestrel uses these baobad trees”, en weg was de gids. Hugo, Patrick en ik gingen even rustig op dat bankje zitten. Ik pakte mijn mobiel en box om eens te checken hoe die Banded Kestrel nu ook alweer klonk.
Maar voor ik iets kon beluisteren landde er een kleine roofvogel in de top van één der baobabs. “KESTREL”, riep ik uit. Het silhouette van de landende vogel deed mij het eigenlijk al direct beseffen. Dit was geen Malagasy Kestrel, die algemene soort van het eiland, dit was een Banded Kestrel! Het was tegenlicht, maar ik zag al snel de bandering op zijn onderdelen. “BANDED KESTREL”, riep ik uit! Hugo werd wellicht wat zenuwachtig, tot ook hij de vogel in beeld kreeg. Ook voor Patrick was de soort nieuw, hoewel zijn kennis van de vogels van Madagaskar nog in de puberschoenen stond. Wat hadden wij een ongelooflijke mazzel! Deze Banded Kestrel was een vrijwel zekere misser tijdens de reis, en daar zat die dan, in die baobab! Langzaam onder de boom sluipend kregen we de vogel in wat beter licht te zien, om ook enkele foto’s te schieten. Daarna vloog de vogel door, ons vol adrenaline achterlatend.
Het kleine bankje werd even later weer door ons bezet. “Never Lost” kwam een klein half uur later weer terug. “What’s this?”, vroeg ik hem terwijl ik de foto aan de achterkant van mijn camera aan hem liet zien! WOW, BANDED KESTREL! Hij sprong een gat in de lucht, wederom een teken dat de soort nauwelijks wordt waargenomen. Na ons bezoek zag ik thuis op Ebird in het midden van november in het gebied slechts twee andere waarnemers van de soort. En dat in de druk bezochte maanden oktober en november!
Phaethon rubricauda rubricauda
Nosy Ve, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
De boot moest ons naar Anakoa gaan brengen, een klein toeristisch dorp aan het strand van een groot schiereiland. De reden voor dat bezoek was één endemische vogelsoort. Maar een klein eiland tegenover het dorp herbergde een broedkolonie van de Red-tailed Tropicbird. Die was nieuw voor Hugo, maar ik had de soort enkele weken daarvoor al op Mauritius mogen zien.
Enkele speedboaten werden volgeladen met toeristen. Maar niet met ons erbij. Wij hadden een kleine veel goedkopere motorboot, uiteraard ook volgepropt, maar nu met lokalen.
“Hoe lang duurt de overtocht?” Een uur of zo, was het antwoord. Nou, u raadt het al. Het duurde een stukje langer. De boot kabbelde erg traag voort. Blikken op de kaart op de GPS van mijn mobiel deed mij al snel peentjes zweten. Duurde de overtocht drie uur, vier uur? Zoiets… De eerste plek waar wij gingen aanmeren bleek een ander dorp te zijn alwaar de lokale bevolking van de boot werd gezet.
De tijd begon nu echt te dringen. Ik werd er niet goed van, letterlijk! Hoofdpijn! De brandende zon, de vermoeidheid en het gebrek aan drinkwater deden mij de das om. We hadden alleen die namiddag voor de plek alvorens we de volgende ochtend in het donker weer de boot moesten nemen. De terugtocht zou wel met de speedboot gaan zijn. Hugo en ik begrepen in eerste instantie niet waarom we op zo een klein motorbootje waren gezet. Om geld te besparen? Dat klopte. Maar toen we de prijzen hoorden van een retourtje speedboot werd de keuze van Patrick Richard wel begrijpelijk. De prijs schommelde, als ik het mij goed kan herinneren, zo rond de driehonderd Euro!
Aangekomen nabij Anakao besloten we direct eerst naar Nosy Ve af te varen. Dat zou een half uur extra in de boot in beslag nemen. In totaal waren we dus tegen de vijf uur later op Nosy Ve terwijl op de terugweg de volgende ochtend de speedboot er iets meer dan een uur over deed… Snorkelen zat er in ieder geval niet meer in, een wat bittere pil voor mij. Op het eiland deden de vele aanwezige Red-tailed Tropicbirds, met de mooie fotogelegenheden van deze gave soort, de frustrerende rit met de boot gelukkig snel vergeten.
We gaven ons een klein uur op het eiland. Het was inmiddels na drie uur in de middag. De overtocht naar Anakao duurde een half uur. Patrick wilde op het strand voor ons eerst een hotel gaan zoeken. Hugo en ik besloten die zoektocht snel te staken en dat aan Patrick over te laten.
De Littoral Rock Thrush MOEST voor het donker gevonden gaan worden! Deze endemische soort was ook alleen in zuidwestelijk Madagaskar te vinden. De Littoral Rock Thrush was erg gebonden aan leefomgevingen nabij de kustlijn. De flinke omweg naar Anakoa was voor ons de enige mogelijkheid de soort hopelijk op het netvlies te krijgen.
Rotslijsters, zoals de Nederlandse naam van rock thrushes luidt, zijn een redelijk wijdverspreide tak van lijsters welke in zuidelijk Europa, Afrika en Azië gevonden kunnen worden. De meeste soorten zijn ook echt te vinden nabij rotsachtige gebieden. Echter, de rock thrushes op Madagaskar meestal niet. Daar vindt je de meeste soorten in bosrijke gebieden. Zo ook deze Littoral Rock Thrush. Nu ja, bosrijk was zijn habitat niet echt te noemen. Coastal scrub, wat inhoudt dat die vooral is te vinden in gebieden met droge struiken en lage kleine bomen langs de kust.
Ik was door de overtocht en het keiharde vogelen de weken daarvoor even helemaal naar de klote. Ik had last van hoofdpijn en ik voelde mij volledig uitgeblust. Maar ik kon en wilde niet opgeven! Ik mocht van mijzelf niet instorten voordat ik die Littoral Rock Thrush had gevonden!
Hugo en ik liepen langs enkele lodges aan het strand. Wat ik vooraf begreep was dat die vogel algemeen zou zijn. Na een half uur struinen hadden we echter nog geen lijster in zicht gehad. Ik was op dat moment echt een wandelende zombie. Rechts van mij zag ik bovenin een struik plots een vrouwtje Littoral Rock Thrush om zich heen kijken.
“Littoral Rock Thrush”, zei ik emotieloos om Hugo met dat heuglijke feit te verblijden. Madagascar Hoopoe werd daar ook nog door Hugo opgepikt. Wat later bleek zijn enige van de reis. Lekkah!
“Ik ga naar bed”, zei ik tegen Hugo, en ik strompelde verder. Een mannetje Littoral Rock Thrush zat enkele tientallen meters verder op afstand op een telefoondraad om zich heen te kijken. Dat was even fijn, want zo een bruin saai vrouwtje was eigenlijk niet genoeg geweest. Nee, dan dat mannetje, nogal rood-blauw, die was iets meer het aanzien waard.
Een Madagascar Buttonquail werd vervolgens door mij opgestoten. Dat was een lifer voor Hugo, welke hij volledig miste! Vele kleine kuiltjes in het zand onder de struiken liet mij aan Hugo vertellen dat de soort erg algemeen was in het gebied. Die kuiltjes waren namelijk door foeragerende buttonquails gemaakt.
Bij de hut aangekomen stortte ik mij op het bed. Ik was zowat knock-out. Hugo ging er met Patrick nog een uurtje op uit. Ze zagen nog Littoral Rock Thrush, een mannetje, welke door Hugo nog mooi op de gevoelige plaat werd gezet. Ook zag Hugo gelukkig ook een stel Madagascar Buttonquails. Dus dat lifertje had Hugo ook weer even ingehaald.
De volgende ochtend werd in het holst van de nacht de speedboot gebruikt om in anderhalf uur, als het niet minder was, weer terug naar de haven van “de bewoonde wereld” te geraken. De overtocht was een stuk relaxter dan op die bananenboot, welke die vorige dag met een slakkengang uren over de overtocht had gedaan… Ik was gelukkig ook weer wat meer uitgerust.
Saucerottia cupreicauda cupreicauda
Suriname / Sipaliwini / Amatopo ·
Alex Bos
Deze soort staat nog niet in de gallerij. Ik begrijp van internet dat deze soort in 2014 is gesplit van de green-bellied hummingbird. Er zijn maar een handjevol waarnemingen van deze soort in Suriname. Wat betreft foto's die ik van deze soort op internet vind, is dit nu een van de beste (naar mijn mening ;-) )
Cacatua sulphurea parvula 4
Komodo - Indonesie ·
Theo Admiraal
De Yellow-crested Cockatoo is op grote schaal uitgezet op Java, In Hong-Kong en in Singapore. Vooral in die laatste twee steden doen ze het goed en zijn ze in voorkomen vergelijkbaar met onze Halsbandparkiet. In het wild is de soort echter Critical Endangered en komen ze alleen voor op een aantal Lesser Sunda eilanden. Omdat er op Komodo niet gejaagd wordt, zijn ze daar redelijk eenvoudig te doen. Op Komodo komt de ondersoort parvula voor. Overigens is de wetenschappelijk naam (Cacatua sulphurea) erg verwarrend, omdat je ook de Sulphur-crested Cockatoo hebt, die algemeen is in Australië en op Nieuw Guinea.
Caprimulgus meesi 1
Labuan Bajo - Flores ·
Theo Admiraal
De Mees's Nightjar komt voor op Flores en Sumba, twee van de lesser sunda eilanden in Indonesie. Kenmerkend zijn de witte patches op zijn staart.
Sappho sparganurus sapho 2
El Infiernillo, Tucuman, Argentinië ·
Rens Keijsers
Een van de hoogtepunten van het noordwesten van Argentinië is deze kolibrie. De soort was verrassend algemeen in de droge valleitjes hoog in de Andes waar we op zoek waren naar de specialiteiten zoals Tucuman Mountain-Finch en Bare-eyed Ground-Dove. Dit mannetje kwam enkele keren terug naar de enige bloeiende struik in de directe omgeving.
Coua olivaceiceps
"Moosa Park", Ifaty, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
En plots liepen we in een relatief korte tijd tegen meerdere coua’s aan. Wellicht werden ze wat later actiever? Nog meer Crested Coua’s en een Running Coua. In een boom, waar we naar de eerste Madagascar Cuckooshrike voor Hugo zaten te kijken, bewoog een coua door diezelfde boom heen. Ik zette de verrekijker op de vogel, waarop ik een geheel blauwe washuid kon waarnemen! Tegelijkertijd met Moosa riep ik “Green-capped Coua!” (toen de bij mij bekende naam van die toen nog als ondersoort bestempelde vorm) waarop Hugo ook snel zijn focus op die vogel legde. Maar dat deed Hugo eigenlijk net te laat. De details had Hugo niet gezien voordat de vogel gevlogen was. De in mijn ogen moeilijkste coua was in ieder geval gevonden, maar dat kon voor Hugo dus beter…
Plots werd mij verteld dat één der zonen van Moosa een soort tenrec had gevonden! WOW! Tenrecs behoren tot een endemische zoogdierenfamilie van Madagaskar. De tenrecs laten een bizar goed voorbeeld zien van convergente evolutie, waarbij twee ver van elkaar verwante soorten een zelfde lichaamsbouw laten zien. Dit ontstaat omdat in verschillende delen van de wereld de soorten zich dan richten op hetzelfde voedsel en in vergelijkbare omstandigheden (het milieu) leven (dat wordt een niche genoemd). De meeste tenrecs lijken op onze spitsmuizen, welke insecteneters zijn en niet dichtbij verwant zijn met de echte muizen. Die spitsmuizen bij ons staan op de stamboom van het leven dichter bij de egels dan bij de echte muizen. Egels zijn insecteneters vol met stekels.
De Lesser Hedgehog Tenrec is dus een knap staaltje convergente evolutie met die egels. Hedgehog betekent natuurlijk in het Engels egel. Net als egels houden ook de tenrecs een winterslaap. Ik zat in augustus in de zuidelijke winter, dus de kans op het zien van een tenrec was in mijn ogen nihil. Maar toch zag ik naast het pad, op een stuk boomschors, een bolletje stekels liggen. De Lesser Hedgehog Tenrec! Ik was er errug in mijn nopjes van. Het dier was echt een verbazingwekkende kopie van een egel. Op mijn buik liggend maakte ik wat foto’s van het dier. Daarna vroeg ik of de tenrec maar weer op zijn slaapplek gelegd kon worden. Daar was die overduidelijk vandaan gehaald. Wie weet hoe vaak in zijn winterslaap dat individu aan toeristen werd getoond. Hopelijk legt die daardoor niet het loodje… Een paar maanden later zag ik een foto van enkele vogelaars welke diezelfde (?) tenrec op in ieder geval hetzelfde stuk schors was getoond.
We moesten van de vijf belangrijkste soorten rond Ifaty nog één soort oppikken, de Archbold’s Newtonia. Geen zorgen, maande Moosa, we gingen nu pas naar de territoria van die soort wandelen. Onderweg werden we nog getrakteerd op een tweede Olive-capped Coua, welke zich een stuk beter liet zien! Op enkele meters van het pad en even kort in de top van een boompje.
Even later vonden we dan die nummer vijf der belangrijkste soorten. Een klein overwegend grijs vogeltje met een fel wit-gele iris met daaromheen een kastanjebruine oogrand. De Archbold’s Newtonia was wel wat vliegerig, maar uiteindelijk kon dat bijzonder vogeltje ook op de foto en film worden vastgelegd.
Coua cursor
"Moosa Park", Ifaty, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Na het zien van gave soorten als de Long-taied Ground Roller en de Subdesert Mesite rees daar de vraag: Waar bleven die coua’s toch? Die gekke koekoeken van Madagaskar, waar er rond Ifaty drie soorten van waren te vinden?
Eén daarvan, de Crested Coua, een vogel van boomkruinen, had ik al gezien te Ankarafantsika. De plaatselijke ondersoort had echter een roodbruine buik in plaats van de grijze buik van de noordelijke vogels. De tweede soort betrof de Olive-capped Coua, een recente split van de Red-capped Coua (al wist ik toen alleen dat het een potentiële split betrof). La Table, een andere plek in de buurt waar we later naar toe zouden gaan, was naar mijn kennis de enige plek waar we een kans maakten die vogel te vinden. Anderen hadden die daar echter gemist of waren de soort pas na uren in de hitte tegen het lijf gelopen. Moosa zei dat de Olive-capped Coua ook in zijn park was te vinden. Een verrassing voor mij. Kom maar op dan! De derde coua ging om de Running Coua, samen met de Olive-capped Coua vooral een grondbewoner. Deze kleinste van de coua’s kon ik alleen rond Ifaty tegenkomen. Ook een must have van die ochtend dus!
Nu hadden we inmiddels uren rondgelopen zonder ook maar één van de drie coua’s tegen te komen. Plots daar dan toch een Crested Coua in een boom. De belangrijkste twee soorten stonden daarna nog op de wenslijst.
Niet lang daarna werden we toen toch weer gemaand mee te gaan rennen met één der zonen van Moosa. Een Running Coua zat bovenop een struik om zich heen te staren. Ook deze vogel leek mij daar weer ingejaagd. In het zonnetje werd de in vergelijking met de Subdesert Mesite (die duidelijk een versnelde ademhaling had laten zien) een stuk relaxter Running Coua mooi op de film en foto gezet. Zijn langzaam sluitende ogen lieten merken dat die het zonnetje wel kon waarderen. Elke coua heeft een blauwe washuid rond de ogen, zo ook de Running Coua. Echter, een gedeelte van de washuid was bij deze soort ook roze, een detail die mooi bekeken kon worden. Na enkele minuten vloog de vogel de dichte struiken in.
Calicalicus rufocarpalis
La Table, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
La Table, nog een uurtje naar het zuiden, werd een spannend bezoek. Lafresnaye’s en Red-shouldered Vanga’s, Subdesert Brush Warbler en Verreaux’s Coua vinden in de hete namiddag. Het klonk als een uitdaging. En dat was het ook.
Een droog gebied vol struiken en kleine bomen welke maximaal nauwelijks boven mij uittorende, die is vernoemd naar een nabijgelegen berg met een plateau. Die rots deed mij bij het voorbijreden denken aan Ayer’s Rock in Australië.
Verhalen dat het gebied in rap tempo naar de gallemiezen ging was ons van tevoren al ter oren gekomen. Vooral het verzamelen van brandhout en het produceren van steenkool leken de oorzaken te zijn. Aan het begin van de afslag woonden wat mensen in houten afdekkingen (het woord huisje waren de kleine bouwwerken niet waardig) alwaar ze in de stof hun leven aan het verslijten waren. Na het afslaan van de hoofdweg kwamen we al snel veel mensen met hout en steenkool volgepropte fietsen tegen. Het werd weer eens duidelijk dat door die uitzichtloze situaties van de lokale bevolking het aldaar ook zo uitzichtloos was voor de plaatselijke natuur. Ecotoerisme is naar mijn mening op het eiland het enige wat die natuur in de nabije toekomst aan een zijden draad kan laten voortbestaan.
Moosa was met ons meegegaan, waarop hij ons na een kleine rit over een wederom dramatische zandweg de pijnlijke vegetatie ging inloodsen. De uitgedroogde takken en stekels van menig plantensoort maakte de wandeling niet het genieten waard. Maar voor potentiële nieuwe soorten had ik natuurlijk wel wat lijden over!
We liepen direct naar een territorium van één der vanga’s. Denk je vanga, dan denk je Madagaskar. Negen van de zeventien “echte vanga’s” (de endemische familie bestaat o.a. ook uit de newtonia’s) had ik tijdens mijn reis al gevonden. De overgebleven vanga’s bestonden uit een stel zeer zeldzame of in een beperkt verspreidingsgebied voorkomende soorten. Wij hoopten nu op de Red-shouldered Vanga, een 15 centimeter lang vogeltje. Vulnerable, met een geschat aantal overgebleven exemplaren van tussen de 250-999 vogels. De soort is alleen te vinden in het uiterste zuidwesten van het eiland. De Red-shouldered Vanga lijkt op de op Madagaskar wijdverspreide en algemenere Red-tailed Vanga. Beide soorten bezitten de rode staart en schouderveren (die laatste is bij de Red-shouldered meer uitgebreid), de grijze bovendelen, de witte onderdelen en het zwarte keeltje. Wat de Red-shouldered Vanga voor mijn net mooier maakte was zijn witte iris, tegenover de zwarte iris van zijn veel algemenere naaste verwant.
De Red-shouldered Vanga is pas in 1997 wetenschappelijk beschreven. In 1999 zag Phoebe Snetsinger de vogel. Die vrouw is nogal een naam in de wereld van vogelaars. Zij was de eerste persoon welke meer dan 8000 soorten vogels had waargenomen. En dat in een tijd dat er veel minder soorten bekend waren. Ik denk zo rond de 9.500 á 10.000. Tegenwoordig staat de teller, met al dat gesplit, op net boven de 11.000 soorten. Wat haar verhaal extra bijzonder maakt was dat ze in 1981 werd gediagnosticeerd met terminale kanker. Ze besloot daarop naar Alaska te reizen, om vogels te zoeken. Bij terugkomst was de kanker in remissie, een wonder… Daarna liet ze het reizen om vogels te kijken al helemaal niet meer los. En dat reizen in die tijd, met veel minder voorradige informatie en infrastructuur zoals tegenwoordig het geval is, was toen natuurlijk behoorlijk meer uitdagend. De Red-shouldered Vanga was haar laatste nieuwe soort, nummer 8.393. Niet veel later kreeg de bus waarin ze zat een ongeluk. Phoebe was de enige die het ongeluk niet overleefde…
We waren inmiddels in een territorium van de Red-shouldered Vanga aangekomen. Gelukkig duurde het niet al te lang voor de soort werd gehoord! En dat betekende dus in draf op het geluid af! Normaliter is dat wel te doen. Maar deze leefomgeving was dus nogal met pijn en moeite door te komen. Vergezeld met de nodige vloektermen en uitingen van pijn werd de achtervolging ingezet.
De Red-shouldered Vanga kwam gelukkig niet veel later in beeld! Nice! Er was namelijk in verslagen te lezen dat mensen die soort hadden gemist! Nu was het zaak de vogel op de gevoelige plaat vast te leggen. Ik kwam al snel tot de conclusie dat mijn statief, welke ik al jaren meesleur wanneer ik de dieren op film wil vastleggen, mij teveel frustratie opleverde. Ik liet dat statief dus tijdelijk achter. Iets wat ik de rest van de vakantie steeds meer ging doen. De perfecte filmpjes schieten (zonder trillend beeld) wordt voor mij steeds minder belangrijk. Vastleggen (ook voor mijn herinneringen aan de waarneming) wordt mij genoeg. De vogel was vrij vliegerig, maar na enige moeite kreeg ik het gelukkig toch nog voor elkaar!
Coua verreauxi
"Moosa's Park", Ifaty, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
La Table, nog een uurtje naar het zuiden, werd een spannend bezoek. Lafresnaye’s en Red-shouldered Vanga’s, Subdesert Brush Warbler en Verreaux’s Coua vinden in de hete namiddag. Het klonk als een uitdaging. En dat was het ook.
La Table, een droog gebied vol struiken en kleine bomen welke maximaal nauwelijks boven mij uittorende, is vernoemd naar een nabijgelegen berg met een plateau. Die rots deed mij bij het voorbijreden denken aan Ayer’s Rock in Australië.
Verhalen dat het gebied in rap tempo naar de gallemiezen ging was ons van tevoren al ter oren gekomen. Vooral het verzamelen van brandhout en het produceren van steenkool leken de oorzaken te zijn. Aan het begin van de afslag woonden wat mensen in houten afdekkingen (het woord huisje waren de kleine bouwwerken niet waardig) alwaar ze in de stof hun leven aan het verslijten waren. Na het afslaan van de hoofdweg kwamen we al snel veel mensen met hout en steenkool volgepropte fietsen tegen. Het werd weer eens duidelijk dat door die uitzichtloze situaties van de lokale bevolking het aldaar ook zo uitzichtloos was voor de plaatselijke natuur. Ecotoerisme is naar mijn mening op het eiland het enige wat die natuur in de nabije toekomst aan een zijden draad kan laten voortbestaan.
Moosa was met ons meegegaan, waarop hij ons na een kleine rit over een wederom dramatische zandweg de pijnlijke vegetatie ging inloodsen. De uitgedroogde takken en stekels van menig plantensoort maakte de wandeling niet het genieten waard. Maar voor potentiële nieuwe soorten had ik natuurlijk wel wat lijden over!
De Verreaux’s Coua liet zich het eerste vinden. Één der negen van de frappante endemische koekoeken van Madagaskar welke alleen te vinden was in de kuststreek van zuidwestelijk Madagaskar. De soort is nauw verwant aan de Crested Coua, één van die weinige minder aan de grond gebonden coua’s. Dat maakte het vinden van de soort minder ingewikkeld. Stel je eens voor als die vogel in die dichte struiken op de grond gevonden moest worden! Het was voor mij dus ook te begrijpen dat de grondbewonende “Green-capped Coua”, die plaatselijke (onder)soort van de meer naar het noorden toe voorkomende Red-capped Coua, door anderen te La Table gezocht zo moeilijk was te lokaliseren! Wij hadden gelukkig die ochtend de vogel al te Moosa Park gevonden, want wij kwamen de “Green-capped Coua” te La Table in die uren in ieder geval niet meer tegen!
Xenopirostris xenopirostris 2
La Table, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
La Table, nog een uurtje naar het zuiden, werd een spannend bezoek. Lafresnaye’s en Red-shouldered Vanga’s, Subdesert Brush Warbler en Verreaux’s Coua vinden in de hete namiddag. Het klonk als een uitdaging. En dat was het ook.
La Table, een droog gebied vol struiken en kleine bomen welke maximaal nauwelijks boven mij uittorende, is vernoemd naar een nabijgelegen berg met een plateau. Die rots deed mij bij het voorbijreden denken aan Ayer’s Rock in Australië.
Verhalen dat het gebied in rap tempo naar de mallemiezen ging was ons van tevoren al ter oren gekomen. Vooral het verzamelen van brandhout en het produceren van steenkool leken de oorzaken te zijn. Aan het begin van de afslag woonden wat mensen in houten afdekkingen (het woord huisje waren de kleine bouwwerken niet waardig) alwaar ze in de stof hun leven aan het verslijten waren. Na het afslaan van de hoofdweg kwamen we al snel veel mensen met hout en steenkool volgepropte fietsen tegen. Het werd weer eens duidelijk dat door die uitzichtloze situaties van de lokale bevolking het aldaar ook zo uitzichtloos was voor de plaatselijke natuur. Ecotoerisme is naar mijn mening op het eiland het enige wat die natuur in de nabije toekomst aan een zijden draad kan laten voortbestaan.
Moosa was met ons meegegaan, waarop hij ons na een kleine rit over een wederom dramatische zandweg de pijnlijke vegetatie ging inloodsen. De uitgedroogde takken en stekels van menig plantensoort maakte de wandeling niet het genieten waard. Maar voor potentiële nieuwe soorten had ik natuurlijk wel wat lijden over!
De Verreaux’s Coua liet zich het eerste vinden. Één der negen van de frappante endemische koekoeken van Madagaskar welke alleen te vinden was in de kuststreek van zuidwestelijk Madagaskar. De soort is nauw verwant aan de Crested Coua, één van die weinige minder aan de grond gebonden coua’s. Dat maakte het vinden van de soort minder ingewikkeld. Stel je eens voor als die vogel in die dichte struiken op de grond gevonden moest worden! Het was voor mij dus ook te begrijpen dat de grondbewonende “Green-capped Coua”, die plaatselijke (onder)soort van de meer naar het noorden toe voorkomende Red-capped Coua, door anderen te La Table gezocht zo moeilijk was te lokaliseren! Wij hadden gelukkig die ochtend de vogel al te Moosa Park gevonden, want wij kwamen de “Green-capped Coua” te La Table in die uren in ieder geval niet meer tegen!
We liepen direct naar een territorium van één der vanga’s. Denk je vanga, dan denk je Madagaskar. Negen van de zeventien “echte vanga’s” (de endemische familie bestaat o.a. ook uit de newtonia’s) had ik tijdens mijn reis al gevonden. De overgebleven vanga’s bestonden uit een stel zeer zeldzame of in een beperkt verspreidingsgebied voorkomende soorten. Wij hoopten nu op de Red-shouldered Vanga, een 15 centimeter lang vogeltje. Vulnerable, met een geschat aantal overgebleven exemplaren van tussen de 250-999 vogels. De soort is alleen te vinden in het uiterste zuidwesten van het eiland. De Redshouldered Vanga lijkt op de op Madagaskar wijdverspreide en algemenere Red-tailed Vanga. Met enkele verschillen lijkt de Red-shouldered veel op die Red-tailed. Beide soorten bezitten de rode staart en schouderveren (die laatste is bij de Red-shouldered meer uitgebreid), de grijze bovendelen, de witte onderdelen en het zwarte keeltje. Wat de Red-shouldered Vanga voor mijn net mooier maakte was zijn witte iris, tegenover de zwarte iris van zijn veel algemenere naaste verwant.
De Red-shouldered Vanga is pas in 1997 wetenschappelijk beschreven. In 1999 zag Phoebe Snetsinger de vogel. Die vrouw is nogal een naam in de wereld van vogelaars. Zij was de eerste persoon welke meer dan 8000 soorten vogels had waargenomen. En dat in een tijd dat er veel minder soorten bekend waren. Ik denk zo rond de 9.500 á 10.000. Tegenwoordig staat de teller, met al dat gesplit, op net boven de 11.000 soorten. Wat haar verhaal extra bijzonder maakt was dat ze in 1981 werd gediagnosticeerd met terminale kanker. Ze besloot daarop naar Alaska te reizen, om vogels te zoeken. Bij terugkomst was de kanker in remissie, een wonder… Daarna liet ze het reizen om vogels te kijken al helemaal niet meer los. En dat reizen in die tijd, met veel minder voorradige informatie en infrastructuur zoals tegenwoordig het geval is, was toen natuurlijk behoorlijk meer uitdagend. De Red-shouldered Vanga was haar laatste nieuwe soort, nummer 8.393. Niet veel later kreeg de bus waarin ze zat een ongeluk. Phoebe was de enige die het ongeluk niet overleefde…
We waren inmiddels in een territorium van de Red-shouldered Vanga aangekomen. Gelukkig duurde het niet al te lang voor de soort werd gehoord! En dat betekende dus in draf op het geluid af! Normaliter is dat wel te doen. Maar deze leefomgeving was dus nogal met pijn en moeite door te komen. Vergezeld met de nodige vloektermen en uitingen van pijn werd de achtervolging ingezet.
De Red-shouldered Vanga kwam gelukkig niet veel later in beeld! Nice! Er was namelijk in verslagen te lezen dat mensen die soort hadden gemist! Nu was het zaak de vogel op de gevoelige plaat vast te leggen. Ik kwam al snel tot de conclusie dat mijn statief, welke ik al jaren meesleur wanneer ik de dieren op film wil vastleggen, mij teveel frustratie opleverde. Ik liet dat statief dus tijdelijk achter. Iets wat ik de rest van de vakantie steeds meer ging doen. De perfecte filmpjes schieten (zonder trillend beeld) wordt voor mij steeds minder belangrijk. Vastleggen (ook voor mijn herinneringen aan de waarneming) wordt mij genoeg. De vogel was vrij vliegerig, maar na enige moeite kreeg ik het gelukkig toch nog voor elkaar!
Subdesert Brush Warbler, very common in coastal scrub, maar wel uitsluitend in het zuidwesten van Madagaskar. Waar waren die vogeltjes dan? We waren te La Table al twee uur aan de wandel zonder er ook maar eentje tegen te komen. Het geluid werd afgespeeld. Hoppetee, daar was er eentje. De verkeerde tijd van de dag hielp in eerste instantie natuurlijk ook niet…
Nu was het zaak om te La Table de laatste doelsoort te vinden, de Lafresnaye’s Vanga. Ook deze vogel was alleen te vinden in het zuidwesten van Madagaskar. De soort was blijkbaar ook mogelijk geweest rond Ifaty, maar die ochtend waren we de soort niet tegengekomen. La Table was voor de Lafresnaye’s Vanga schijnbaar een veel betrouwbaardere locatie. Kom maar op dan!
Vanaf het zandpad was het in ieder geval weer een stuk prettiger vogelen. Verspreid gingen Hugo, Patrick, Moosa en ik de vogel trachten te vinden. Tapen leverde vaak verwarring op. Hoorde ik de vogel nu roepen of niet? De conclusie was vaak snel gemaakt. Nope, weer de tape. De 25 centimeter lange zwart-witte vogel, met zijn forse lichtblauwe snavel, moest wel gaan opvallen natuurlijk. Echter, het laatste uur voor zonsondergang leverde nog niet het gewenste resultaat op.
Wat nu? Het reisschema was redelijk strak, maar we kwamen tot de conclusie dat we de daaropvolgende ochtend nog maximaal anderhalf uur zouden hebben vooraleer we met de auto een boot moesten halen.
En zo stonden we dus met het eerste licht, even na zes uur in de ochtend, weer op dezelfde plek. Dezelfde tactiek als de namiddag daarvoor werd weer toegepast. Verspreid over enkele honderden meters langs het zandpad. Het was na zonsopgang verbazend stil. De tape werd zonder resultaat af en toe afgespeeld. Grote twijfel maakte zich van mij meester toen ik na meer dan een uur de tijd snel zag wegkwijnen.
De tape werd wederom afgespeeld. Een respons! Was het weer een tape van iemand anders? Ik riep Hugo mijn richting op toen plots een zwart-witte vogel overvloog om in een boom te landen! Het was een Chabert Vanga... Maar die soort, met een zeer gelijkende zang, wilde ik niet op mijn netvlies krijgen! Ik wilde verdorie die Lafresnaye’s Vanga vinden!
Patrick, welke vanaf de andere kant ook kwam aanwandelen riep plots enthousiast dat hij een Lafresnaye’s Vanga zag. Maar Patrick was nog zijn vogelsoorten aan het leren. De man was voor de zoogdieren, amfibieën en reptielen (naast het goed in banen leiden van onze reis) de aangewezen man. Maar vogels? Nope…
Ik liep toch in een drafje naar hem toe. Het zou tenslotte kunnen. Naast Patrick kwam ik tot stilstand. In de top van een boompje zat een zwart-witte vogel met een forse lichtblauwe snavel, de Lafresnaye’s Vanga! Euforie! Rennen Hugo! En even later zagen we aan de andere kant van het zandpad een tweede exemplaar!
Ik zal nooit gaan weten of het geluid welke ik hoorde nu inderdaad afkomstig was van die Lafresnaye’s Vanga, die Chabert Vanga of de tape van Patrick. Niet belangrijk, de missie was geslaagd!
Chaetura meridionalis 5
Suriname - Umuru vallen - Sipaliwini ·
Alex Bos
Lichter van kleur dan Band-rumped Swift (naar mijn idee) en minder contrast tussen algehele kleur en keelvlek.
Mijn eerste ingeving was Chapman's Swift, maar de lengte van de staart klopt niet volgens Otte Ottema. Bij navraag bij Brian O'Shea (door Otte Ottema) blijkt ook hij niet te weten welke soort het is.
Chimney Swift en Grey-rumped Swift zijn door Karel Hoogteyling en Wietze Janse genoemd als optie. Dit door de lichte kleur, het ontbreken van een duidelijke keelvlek en door het duidelijk aanwezige zwarte oogmasker.
Ik heb absoluut geen ervaring met deze vogels, maar met vergelijking met foto's van Chimney Swift op internet (e-bird e.d.) lijkt deze er aardig op. Ook Grey-rumped Swift lijkt er goed op. En deze wordt wel gezien in Guyana, maar niet in Suriname. Kortom, geen idee.
Graag commentaar als men weet wat het is. Graag ook met uitleg. Ik ben erg benieuwd.
Mocht het nodig zijn, kan en wil ik de RAW-bestanden mailen.
Locatie van de waarneming: https://observation.org/observation/389581736/
Edit: door Paul van Els gedetermineerd als Sick's swift.
Ceyx argentatus
Mindanao, Philippines ·
Joachim Bertrands
Hier dus met de witte keel. Een absoluut pareltje van een kingfisher, die dus gesplit is van de noordelijker voorkomende Northern. Tijdens een recente Filippijnen reis die ik mocht gidsen.
Ceyx flumenicola
Bohol, Philippines ·
Joachim Bertrands
Ik stond er erg sceptisch tegenover, maar deze heef toch wel écht een buffy keeltje tegenover z'n zuidelijke tegenhanger (zie andere upload). Een absoluut pareltje van een kingfisher, die dus gesplit is van de zuidelijker voorkomende Southern. Tijdens een recente Filippijnen reis die ik mocht gidsen.
Otus mirus
Mindanao ·
Joachim Bertrands
Ontbijt om 01h30 was nieuw voor me, maar we stonden tenminste wel op tijd bij deze soort die eikenbos boven de 1500 meter lijkt te verkiezen. Best gemakkelijk eenmaal op de juiste plek aangekomen.
Leonardina woodi 5
Mindanao ·
Joachim Bertrands
Ooit een van de lastigste klanten van Mindanao, maar nu dankzij een meelwormenfeeder easy peasy. Niet meteen het leukste gevoel nee, maar we lieten het toch niet liggen tijdens onze recente korte Mindanao extensie die ik kon begeleiden.
Uratelornis chimaera
"Moosa Park", Ifaty, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Doelsoort nummer één van de dag was de Long-tailed Ground Roller, één van de vijf soorten van die gave voor Madagaskar endemische familie. De soort heeft een zeer beperkt verspreidingsgebied en wordt als Vulnerable bestempeld. De aantallen worden geschat op 9487-32687 exemplaren. Niet al te zeldzaam leek het. Maar goed uit het zicht blijven, dat helpt de vogel zeker om niet te vaak als maal voor de mens te eindigen. Het zou mogelijk de eerste ground roller voor Hugo kunnen zijn. Het vogelen werd in dat park eigenlijk noodgedwongen uit handen gegeven. Moosa en zijn zonen waren de verkenners, wij moesten klaarstaan om het af en toe op een drafje te gaan zetten.
En zo geschiedde. We moesten plots achter één van de zonen gaan rennen. De Long-tailed Ground Roller was gelokaliseerd! Maar die moesten we natuurlijk nog wel ook zelf nog even gaan zien. We werden gemaand tussen wat struiken te blijven staan. De andere zonen en Moosa hadden de Long-tailed Ground Roller nog steeds in de smiezen. De vogel werd vervolgens onze kant opgejaagd waarop we plots, op een open plek tussen de struiken, een grote vogel met een lange staart tot stilstand zagen komen, Long-tailed Ground Roller! Wat...een...gaaf...beest! Een witte borst met daarop een zwarte halvemaanvormige vlek, een blauwe zweem op de vleugels en een fraai getekende bruine rug en kop. Zijn erg lange staart (hence the name…) maakte de vogel helemaal af. Één van de belangrijkste redenen om te kiezen naar Madagaskar af te reizen, pal voor onze neus!
De vogel zal vaker worden opgedreven. Aan de andere kant wordt hij door de lokale mensen wel goed beschermd. Het brengt immers geld in het laatje. Hopelijk is dat genoeg. Tot enkele jaren daarvoor was het park namelijk ook betrouwbaar voor het zien van de zelden waargenomen Banded Kestrel. Tot het nest uit de boom werd geknald (of de vogels zelf ook waren afgeknald werd mij niet geheel duidelijk). Jaloezie van één van de omliggende private parken? Of gewoon iemand die een maal zag vliegen?
Op zoek naar doelsoort nummer twee die ochtend, de Subdesert Mesite! Één van de drie soorten van die endemische familie welke Madagaskar rijk is. Een naaste verwant van die door mij eerder gevonden White-breasted Mesite te Ankarafantsika. Die kruising tussen een mega grote lijster en een ral of zoiets. Een vreemd beest dus… Voor Hugo was het dus pas de eerste kans om een soort uit die familie te zien. De soort is Vulnerable, met nog wel redelijke geschatte aantallen vergeleken met zoveel andere bedreigde soorten van het eiland, tussen de 65.000-110.000 exemplaren. En dat terwijl de soort alleen in het uiterste zuidwesten van het land is te vinden.
Tijdens de zoektocht werden we plots op de roep van een Thamnornis geattendeerd. Een vrij luide roep voor de niet al te grote vogel. Al snel zagen we een vogel met de proporties en jizz van een soort karekiet (een in Nederland voorkomende rietvogel). Maar in plaats van dat de vogel de monotone lichtbruine kleur had vielen al snel de mosgroene vleugels en staart op. Voor de rest was de vogel grijs van boven en wit van onderen. Taxonomisch gezien is de soort geplaatst in de familie van de tetraka’s. Deze uit elf soorten bestaande endemische familie van Madagaskar lijkt mij op het eerste gezicht nogal een bijeen geraapt zooitje soorten waarvan men niet zo goed weet wat er op taxonomisch vlak mee aan te moeten. Hopelijk is DNA onderzoek relatief duidelijk geweest, dan valt het nog te billijken. Maar de vogel heet niet voor niets Thamnornis, een Latijnse naam. Wat meestal betekent dat de vogel uniek is en geen naaste verwanten heeft. De soort was één van de belangrijks vijf soorten welke we alleen in de spiny forest rond Ifaty konden tegenkomen.
Meer dan een uur na de fantastische waarneming van de Long-tailed Ground Roller werd het rap warmer in het bos. De vogeltjes, welke al niet al te enthousiast in de ochtend hadden gezongen, hielden steeds meer hun snavel. De Subdesert Mesite was door het kleine leger aan hulp nog steeds niet gevonden. Moesten we ons zorgen gaan maken?
Maar daar kwam dan eindelijk toch het verlossende bericht! En hop, achter een gids aanrennen maar weer! Even later kwamen we aan op een kleine open plek tussen de struiken en de lage bomen. Ons werd gewezen naar en stil dicht tegen een tak gedrukte vogel, het was de Subdesert Mesite. In het boek vooraf door mij bestempeld als de mooiste van de drie mesites, met zijn zwartgespikkelde witte borst en rode gekromde snavel. Toch vond ik de waarnemingen van de White-breasted Mesites veel aansprekender. Mesites brengen de grootste tijd op de grond door. Het beklimmen van hogere vegetatie doen de vogels denk ik alleen om te slapen of om aan potentiëel gevaar te ontsnappen. Deze vogel zat zichtbaar gestrest stil in de boom te wachten tot de kust weer veilig was. Nu begreep ik de verhalen in de reisverslagen beter. We had long and prolonged views. Ja duh! Maar goed, komt weer het verhaal, zonder ecotoerisme zou de vogel waarschijnlijk niet hebben bestaan omdat het bos al zeer waarschijnlijk was leeggeroofd of gekapt was. Soort drie van de belangrijke vijf was in ieder geval binnen…
Dryolimnas cuvieri cuvieri
Tsarasaotra Lake, Antananarivo, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Na al enkele weken reizen in de regio werd ik die dag vergezeld door Hugo die vanuit Zuid-Afrika kwam aanvliegen. De komende twee weken zouden zuidwestelijk tot centraal Madagaskar aan de beurt gaan komen. De volgende dag zouden we aan het einde van de middag daarom naar Toliara gaan vliegen, in het uiterste zuidwesten van het eiland. Dat betekende een hele ochtend niets doen óf een RAMSAR site te Antananarivo bezoeken. De internationale organisatie RAMSAR stelt zich als doel voor om zoveel mogelijk (vooral zoet)waterrijke gebieden over de hele wereld te beschermen. Nou, en of dat nodig was op Madagaskar! Tijdens de reis kwam ik niet heel veel zoet water tegen. En waar ik dat wel deed waren die meestal plekken overgenomen door de mens. De enige vogels die je daar tegenkwam waren wat reigers. De rest waren waarschijnlijk al lang in de pot verdwenen.
Het kleine park had voor mij geen lifers meer in petto, maar natuurlijk wel voor Hugo. En zo kwamen we in de ochtend aan bij de poort van het kleine park. Daardoor heen wandelend ontwaarde zich voor ons een klein meer welke helemaal was volgepropt met eenden en reigers. Sodeju, het was te merken dat die beesten in de wijde omgeving nergens anders terecht konden. Achter het meer bleek in het park even later nog een kleiner meer te liggen. De impact van de mens was daar overduidelijk. Daar mocht namelijk nog wel gevist worden. Er zaten alleen enkele kleine reigers aan de kant te foerageren…
De honderden eenden bestonden uit meerdere soorten, maar de Red-billed Teal nam naar mijn inschatting 90 % van het totaal in beslag. Ik schatte zo in dat de Meller’s Duck en de Madagascar Grebe in dat park voor Hugo de belangrijkste soorten moesten zijn. In het broedseizoen, tijdens ons bezoek nog een maand verwijderd, was het park ook DE plek om de Malagasy Pond Heron te zoeken. Tijdens ons bezoek zat die soort, met uitzondering van een klein aantal exemplaren, op het vasteland van Afrika te overwinteren. Wat ook bleek toen ik eerder tijdens de rondreis één exemplaar onverwachts te Bemanevika had gezien.
Een Fransman reed langs, het leek of hij het park onder zijn hoede had. Hij vertelde dat er tussen de eenden een stuk of tien Meller’s Duck zaten en drie Hottentot Teal (aka Blue-billed Teal). Die laatste was ook nog nieuw voor Hugo, maar geen endeem van Madagaskar. Helaas bleek het enige paartje van de Madagascar Grebe al enkele jaren verdwenen te zijn. Oei, ik vroeg mij direct af hoe Hugo nu aan die soort moest komen…
De zeldzame endeem Meller’s Duck werd er al snel uitgepikt, een stuk grotere bruine eend met een groene spiegel (veren) in de vleugel. Enkele groepen White-faced Whistling Ducks waren ook aanwezig. Het kleine eilandje, in het midden van het kleine meer, zat vol met reigers. Dimorphic Egrets, Black Herons, Squacco Herons (ralreiger), Great Egrets (grote zilverreiger), Striated Herons
en Black-crowned Night-herons (kwak) maar natuurlijk nog geen Malagasy Pond-heron.
De drie exemplaren van de Hottentot Teal deden ons wel iets langer speuren. Maar ook die in vergelijking met de Red-billed Teal ietwat kleinere eendjes werden na enkele minuten al gevonden. Ook zagen we enkele Knob-billed Ducks op het meertje zwemmen.
Vervolgens gingen wij een rondje om het meer wandelen. We kwamen toen een andere vogelaar tegen. Hij sprak over zijn waarnemingen van Madagascar Cuckoo, White-throated Rail en Malagasy Pond Heron tijdens zijn wandeling die dag. Hij was een stuk of tien keer eerder in het park geweest, maar dit was de eerste keer dat hij die laatste soort had gezien. WOW! Waar dan!? Aan de andere kant van het kleine eilandje, helemaal links in het riet, zo vertelde de man. Met die beschrijving hobbelden ik en Hugo vrij rap naar de andere kant van het meer. We zagen de vogel in het riet zitten, precies zoals in de beschrijving!
Helaas, vals alarm… Het was een Squacco Heron welke al voor een groot gedeelte naar zijn broedkleed was gaan ruien… Die zag er anders uit dan de nog in winterkleed verkerende Squacco Herons, dus nam die man per abuis aan dat het wel die andere soort moest zijn geweest… We liepen naar de plek van de Madagascar Cuckoo’s, onderweg de eerste Malagasy Brush Warblers en Red Fody’s aan Hugo tonend. De cuckoo’s overwinteren bijna allemaal op het vasteland van Afrika, maar sommigen blijven het gehele jaar op het eiland. Wellicht ook in dit park dus! Drie Malagasy Coucals werden gevonden. Ik denk dat ik de beste man op dat vlak gewoon niet goed had verstaan… Natuurlijk was de coucal wel nieuw voor Hugo.
De White-throated Rail liet zich na wat tapen fantastisch zien, voor mij het hoogtepunt van die dag zonder lifers.
Hugo werd tijdens de wandeling door het park verder nog getrakteerd op meerdere lifers welke ik gedurende de eerste weken op het eiland al hier en daar had opgepikt. Malagasy Kestrel, Malagasy White-eye en Malagasy Kingfisher.
Falco jugger
Desert National Park, Rajasthan, India ·
Dušan Brinkhuizen
Zeer waarschijnlijk dezelfde vogel die Max hier in beeld had.
Oenanthe picata 6
Desert National Park, Rajasthan, India ·
Dušan Brinkhuizen
Rossige picata vlak in de buurt waar de "Cyprus Tapuit" eerder was gemeld door vele anderen, zie foto's. @Max, lijkt me waarschijnlijk een andere vogel vanwege het ontbreken van die wenkbrauw tekening, maar verder zeer vergelijkbaar dingetje.
Touit surdus
Reserva Particular do Patrimônio Natural Pedra D’Antas, Pernambuco, Brazilië ·
Remco Hofland
Aan het feit dat van deze zeldzame soort minder dan 10 foto's op Observation staan kan je al afleiden dat deze zelden goed gezien wordt. Wij hadden mazzel met een luid roepend groepje van vijf dat neerstreek naast de canopy tower van Pedra D'Antas, daarbij de staart spreidend zodat de oranje kleur goed zichtbaar was. Terwijl ik de vogels videode maakte Erwin Collaerts deze superplaatjes. En een kwartiertje later mazzelden we weer met een in de naastgelegen boomkruinen foeragerend vrouwtje Orange-bellied Antwren!
Scotopelia peli 1
Ergens in Zuid-Afrika ·
Jaap Denee
De foto's van Rein doen me eraan denken dat ik ook nog wat plaatjes uit Zuid-Afrika te uploaden heb. Deze is in elk geval de moeite waard: hoog op de wensenlijst van velen die naar Afrika gaan en om allerlei redenen moeilijk te vinden en nooit gegarandeerd. Maar na wat teleurstellingen in 2024 hadden we hem dankzij Max van Waasdijk nu dan eindelijk... en hoe! Doodstil en strak van de spanning stonden we door een gat in het bladerdek naar deze schuwe jongen te kijken. De foto is full frame.
Oenanthe picata 11
Tal Chappar, Rajastan, India ·
Arjan Brenkman
Dit jaar geen Basalt Tapuit kennelijk in Israel en deze vorm/(onder)soort lijkt het niet goed te doen. Wil je er toch een indruk van krijgen, dan is deze vrijwel identiek uitziende opistholeuca ondersoort van Variable Wheatear een optie. Je zal het verschil in het veld denk ik niet zien. Ik las net dat het ook lang is gedacht dat Basalt Wheatear een ondersoort van deze Tapuit was. Sowieso is ook Variable Wheatear een fascinerend taxon met drie zeer herkenbare vormen, ondersoorten of soorten. Jan van der Laan en ik zagen al deze drie in een recente reis naar India. Voor mij waren ze alle drie een "must see" en doet de discussie over hybridisatie me een beetje denken aan Geelgors/Witkopgors.
Rostratula benghalensis 2
Zaagkuilsdrift, Zuid Afrika ·
Rein Genuit
Langs de Crake Road in Zaagkuilsdrift op de laatste dag van een zeer succesvolle drie weekse trip door het oosten van Zuid Afrika met Max van Waasdijk. We rolden in deze drie weken 468 soorten op w.o. African Finfoot, Pel's Fishing owl en Blue Swallow.
Dit vrouwtje stond op minder dan vijf meter van de auto op de ondergelopen weg
Paragallinula angulata 4
Zaagkuilsdrift, Zuid Afrika ·
Rein Genuit
Dit mannetje Lesser Moorhen vonden we (Gijsbert Twigt, Paul Rhodes en ondergetekende) langs de Crake Road in Zaagkuilsdrift op de laatste dag van een zeer succesvolle drie weekse trip door het oosten van Zuid Afrika met Max van Waasdijk. We rolden in deze drie weken 468 soorten op w.o. African Finfoot, Pel's Fishing owl en Blue Swallow.
Ardeotis arabs arabs
Djoud N.P. - Senegal ·
Henk Hendriks
Arabian Bustard is Near Threatened by Birdlife International. De beste plek om deze soort te zien is Awash N.P. in Ethiopie waar nog een behoorlijke populatie aanwezig is. Een groot gedeelte van zijn verspreidingsgebied is moeilijk te bereiken of te gevaarlijk. In Djoud N.P. in Senegal zitten nog enkele exemplaren maar deze zijn moeilijk en worden de laatste tijd vaak gemist door bezoekende vogelaars. Mij waren geen waarnemingen bekend van de laatste maanden en onze verwachtingen waren dan ook niet hoog gespannen. Omdat het een lifer was voor een van mijn reisgenoten wilden we toch een poging wagen. Toen we aankwamen hoorden we dat een groep Duitse vogelaars een dag eerder een Arabische trap hadden gezien en gingen we gelijk in het gebied op zoek. Die middag niets maar de volgende morgen stootten we 2 vogels op vlak langs de track en kon ik nog snel een plaatje schieten. Helaas vlogen de vogels ver het gebied in en lukte het ons niet om ze terug te vinden.
Zebrilus undulatus 5
Suriname - Plantage Peperpot ·
Alex Bos
We zijn net terug van 3,5 weken Suriname. De tijden dat we hebben gevogeld, was het zonder gidsen. Alleen Amatopo en Bigi Pan waren daarop een uitzondering.
Op plantage Peperpot hebben we enkele dagdelen (geen avondtochten) doorgebracht met ook erg leuke zoogdierwaarnemingen, zoals Brazilian porcupine en giant anteater.
Op onze laatste middagtocht op Peperpot was niet veel te zien. We hoopten op drietenige luiaard, want die hadden we nog niet, maar die lukte niet. Na een paar uur wandelen floot Mathilde mij ineens terug. Ze had een vogel gevonden die ik moest zien. Ik ben teruggelopen en daar zat deze zigzag heron voor onze neus, op nog geen 5 meter. Hij bleef rustig zitten en gaf echt een showtje weg. Af en toe omhippend zodat je ook de andere flank kon bekijken. Rustig de staart bewegend. Echt geweldig! Na een half uur hebben we de vogel maar met rust gelaten en werden we nog getrakteerd op 14 South American coati's.
Ik had deze soort hier niet verwacht, aangezien de vogel vooral ver van de Surinaamse kust (lees Fredberg), wordt waargenomen. Dit was dus een geweldige verrassing.
Rhinoptilus chalcopterus
Mbaye Mbaye - Senegal ·
Henk Hendriks
Dit paartje gevonden op het heetst van de dag onder een struik.
Bronze-winged Courser is voornamelijk 's nachts actief. Overdag schuilen ze onder struiken en als je ze kunt vinden ook fraai te bekijken.
Botaurus sturmii 1
Lamin Rice Fields - Gambia ·
Henk Hendriks
Hier dan een " echte" Dwarf Bittern.
Butorides atricapilla atricapilla 3
Tabacouta - Senegal ·
Henk Hendriks
Een de drie die we tijdens onze Senegal trip vonden.
Nycticryphes semicollaris 2
San Clemente del Tuyu, Buenos Aires provincie, Argentinië ·
Remco Hofland
Dit is een zelden waargenomen soort, vanwege zijn onvoorspelbaarheid qua opduiken. Lonnie Bregman tipte ons dat dit gebied, drie uur van Buenos Aires, een goede kans gaf op het vinden van de soort, maar dat we op twee opeenvolgende dagen drie exemplaren (desgewenst) urenlang op ooghoogte op 4m afstand zouden hebben hadden we niet kunnen bevroeden. Af en toe werden ze weggejaagd door Plumbeous Rails; van de Wren-like Rushbirds, die er als neotropische waterrietzangers naast foerageerden, hadden ze minder last. En kennelijk ook niet van ons.
We zagen een strak uitgekleurd exemplaar en twee mindere goden waarvan dit er één is. In tegenstelling tot de Afrikaans-Aziatische Greater Painted-snipe (Rostratula benghalensis), die grappig genoeg in een ander genus zit, zouden de sexen bij deze neotropische soort gelijk moeten zijn, dus we hadden kennelijk niet met één vrouw en twee mannen te maken.
Van mij hoeft een foto niet zo perfect, ik houd meer van wat zichtbaar habitat. Hier loopt een rietstengeltje voor de achterzijde van de vogel langs en dat is ook precies hoe je zo'n soort vaak ziet. Wellicht plaats ik nog zo'n verre-van-perfecte foto. Die van Dave van der Spoel zijn overigens wel nagenoeg perfect :-)
Gyps himalayensis
Tal Chappar, Rajastan, India ·
Arjan Brenkman
Nu deze soort recent in Scandinavië op de A-lijst is beland leek het me goed om ook de soort hier onder de aandacht te brengen. Ze zijn immers niet zo gebonden aan de Himalaya als de naam doet suggereren en houden zich in ieder geval in de winter in India en Nepal gemengd op met Vale Gier. Verwarring met adulte Vale Gier is bovendien niet ondenkbaar, maar deze onvolwassen met zijn streepjespak haal je er vrij snel tussenuit. Tijdens een 12-daagste trip van Jan van der Laan en mij in West India kwamen we deze soort een aantal keren tegen.
Ortyxelos meiffrenii 3
Tijdens een vorige trip naar Senegal in 2016 deze soort niet kunnen vinden. Een 16-daagse trip afgelopen februari samen met Wiel Poelmans en Huig Ouwehand leverde een prachtige waarneming van dit beestje op. We moesten er wel voor werken en na een aantal keren een Couscous veld te hebben doorkruist stootten we uiteindelijk een vogel op die goed meewerkte.
Ardea cinerea monicae 1
Langue de Barbarie, zuiden van Saint-Louis, Senegal ·
Lieven De Temmerman
Voor Leo Boon. Het is blijkbaar een trending vogel, dan doen we lekker mee! Aan de Barbaarse tong, met aan de ene kant de Senegal rivier, en aan de andere kant de Atlantique. Het was de enige die we daar zagen, alle andere waren een stukje grijzer (of blauwer). Op een week na 3 jaar geleden, tijdens een (veel te hete) clean-up trip van Senegal, waarbij we de eerste Cabanis's Bunting voor Senegal vonden.
Ardea cinerea cinerea 5
Mauretania ·
Wietze Janse
Voor Leo Boon
Ardea cinerea monicae 1
St. Louis - Senegal ·
Henk Hendriks
Hier staat de vogel (monicae) naast een "normale" Blauwe Reiger (cinerea) waarbij deze toch wel opvallend anders is. Is officieel inderdaad nog steeds een subspecies maar regelmatig vind ik het zien van een ondersoort net zo leuk als het waarnemen van een soort. En wellicht verandert het inzicht hierin nog in de toekomst.
Dryocopus schulzii 2
Hotel Las Curiosas, Avia Terai, Chaco, Argentinië ·
Remco Hofland
Vandaag kwam ik terug van mijn sabbatical van twee maanden, verdeeld over noordoost-Brazilië en noord-Argentinië. Deze zeldzame specht was een van de absolute hoogtepunten van de reis, die mede bedoeld was om 10 nieuwe soorten spechten te zien. Eén daarvan, Cream-backed Woodpecker, is helaas niet gelukt; veel zeldzamere soorten als Kaempfer's Woodpecker en Mottled Piculet daarentegen wel. Het was heerlijk vogelen op het terrein van het Hotel Las Curiosas, met geweldige soorten als Lark-like Brushrunner en Scimitar-billed Woodcreeper - maar ik wist niet (of eigenlijk: wél) hoe snel ik moest rennen toen dit vrouwtje begon te roffelen en gelukkig hield ze dat een half uur vol, terwijl ik eronder stond en minutenlange video schoot.
Carpococcyx radiceus
Tabin Wildlife Reserve, Sabah, Borneo ·
Jaap Westra
De nieuwe hide in Tabin heeft al veel moois opgeleverd, waaronder deze mooie soort voor ons; Giant Pitta laat zich hier ook regelmatig zien. Wij zagen deze hier helaas niet, maar wel andere (Sabah) endemen zoals Black-crowned Pitta en Sabah Partridge. Daarnaast is Tabin ook nog eens een geweldige plek voor zoogdieren.
Haliaeetus pelagicus
Nemuro, Hokkaido, Japan ·
Ronald Messemaker
Ergens op de Zuidpier van IJmuiden..
Ardea cinerea monicae 7
St. Louis - Senegal ·
Henk Hendriks
Tijdens een recente trip naar Senegal was dit taxon een van mijn targets.
Banc d'Arguin in Mauretanie is natuurlijk de plek om deze (onder)soort te zien maar ik wist dat er regelmatig enkele exemplaren worden gezien in Langue de Barbarie ten zuiden van St. Louis. Inderdaad zagen we hier een exemplaar die redelijk te bekijken was in de scoop maar toen we bij de brug, praktisch in het centrum van St. Louis reden, zag ik vanuit de auto ineens een exemplaar vlak langs de weg staan. We trokken aardig wat bekijks toen we tussen de vele mensen om ons heen deze vogel fotografeerden.
Prunella atrogularis atrogularis 4
Srinagar, Kashmir, India ·
Max Berlijn
Ik vraag me af welke ondersoort we in Kashmir zagen. Ik zag deze soort in de jaren negentig in Kazakhstan (ssp: huttoni) en had altijd de wens vogels van de veel verder trekkende Oeral populatie te zien. HBW geeft voor dat taxon NW Indian Subcontinent aan en ik vraag me dus af of deze vogel uit de Oeralpopulatie komt. We zagen er 6 in 4 dagen.
Phylloscopus griseolus 4
Mount Abu, Rajasthan, India ·
Jan van der Laan
Met twee waarnemingen in Europa is Steenboszanger een potentiële dwaalgast in Nederland. Broedend in NW China, oost Kazachstan plus wat vage voormalige soviet-republieken, Pakistan en Afghanistan en overwinterend in India. Tijdens een 12-daagste trip van Arjan Brenkman en mij in West India kwamen we deze soort een aantal keren tegen. Ze hebben een harde en duidelijke roep en scharrelen graag op rotsen.
Tigriornis leucolopha
Saloum Delta, Toubacouta, Senegal ·
Eldert Groenewoud
Nadat we 3 uur in een boot de mangroves afgespeurd hadden, waren we weer op de terugweg. De stemming was wat bedrukt en ik was in gedachte al bezig met een boottochtje de volgende dag, toen de boot stopte en de schipper zei: "I see a Tiger Heron". Ongelooflijk hoe hij deze onvolwassen vogel tussen al die luchtwortels ontdekte. De Tiger Hroen bleef roerloos staan zodat we hem fantastisch konden bekijken en fotograferen. Toen we 15 minuten later weer verder gingen was de stemming opperbest,
Mesitornis variegatus
Ankarafantsika National Park, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
De White-breaste Mesite. Een gekke mix van uiterlijke kenmerken. Nakomeling van een soort grote duif welke een wilde nacht had gehad met een soort ral of zo. Naast de Van Dam’s Vanga de moeilijkste belangrijke doelsoort van het bezoek. De soort was dus voor mij tijdens mijn reis alleen te vinden te Ankarafantsika National Park. Vulnerable, met een geschat aantal van 5300 exemplaren. Een nogal sociale soort, welke altijd in kleine familiegroepen struinend over de bosbodem gevonden kan worden.
Aan de wandel, was het devies, meters maken! Na een half uur wandelen zag ik aan de gids dat het plots menens was. Opgewonden wees hij naar voren. Daar zag ik tot mijn grote verbazing een groepje Madagascar Crested Ibis rap op het pad van ons wegwandelen. Ik wist niet eens dat deze mooie ibis in het park voorkwam! Ik had een plek in het zuiden voor de soort, maar fijn dat die nu al binnen was! De gids vertelde mij dat de soort erg zeldzaam was in het park en dat die de vogels zelden tegen het lijf liep. Madagascar Crested Ibis komt “in bijna heel Madagascar voor”, maar met een geschat aantal van slechts 6700 exemplaren. De soort staat bij de IUCN als Vulnerable te boek.
En nu bleken de droge bossen rap stiller te worden. De aanwezige vogels leken hun zegje te hebben gedaan. Het duurde dan ook meer dan een uur wandelen in het snel warmer wordende bos vooraleer we een flock tegenkwamen. De eerste vogel welke herkenbaar in beeld kwam bleek te gaan om de tweede Van Dam’s Vanga van de dag! Dat we de soort twee keer in één ochtend hadden gevonden werd door de gids vaak trots aan andere passerende gidsen gedeeld. Verbazing en ongeloof waren op de gezichten vaak af te lezen. In de flock liet een voor een vanga forse Rufous Vanga zich enkele seconden daarna voor de eerste keer aan mij zien. Daar had ik dus meer aandacht voor!
Naast meerdere soorten in de bomen bleek als snel dat enkele grondvogels zich ook aan de flock hadden toegevoegd, coua’s! Die gekke koekoeken van Madagaskar, waarvan ik nog geen één van de negen soorten had gezien.
Er waren in het park twee soorten coua mogelijk. Welke zou zich aan mij als eerste tonen? Door het dichte struikgewas zag ik een fikse koekoek met een blauwe washuid rond de ogen aan de wandel gaan. Zijn rode kopkap deed mij direct de juiste soort raden, Red-capped Coua! Zijn witgrijze buik maakte de determinatie helemaal af. Nice!
Plots begon toen ook een Coquerel’s Coua te roepen! Met behulp van de gids werd de vogel wat mijn kant opgedreven. Een tweede coua wandelde daarna dicht langs mij heen. De vogel had een olijfgroene kop en een rode buik, soort nummer twee was binnen!
Waar bleven die mesites nu? Uren later was de soort nog steeds niet gevonden. Ik had nog anderhalve dag om die misser geen werkelijkheid te laten worden. Een andere soort, de Schlegel’s Asity, stond ook nog op de verlanglijst. Die soort moest echter gevonden worden in het stuk bos aan de andere kant van de weg.
De vroege ochtend is verreweg de beste tijd van de dag om die laatste soort te vinden. We gingen na het middageten echter een poging wagen. De gids wist in dat stuk bos ook nog wel een plek voor de White-breasted Mesite. Alle waarnemingen van de soort die ik op Ebird had gezien waren echter gemaakt in het bos waar we die ochtend zo naarstig naar de soort op zoek waren geweest.
Maar zowaar, in dat andere stuk bos klonk daar als snel vanuit de dichte vegetatie de onmiskenbare roep van die vreemde soort. Rap renden we in de richting van het geluid. We leken mazzel te hebben want het pad leidde ons precies in de juiste richting! En dat bleek, want al snel zagen we drie exemplaren van de White-breasted Mesite het pad oversteken om aan de rand van de dichte vegetatie eens flink hun best te doen zichzelf kenbaar te maken. Wat een fantastische soort, en wat een waarneming! Loon naar werken!
Na het bezoek een een delta naar het westen toe had ik nog een vogeldag te Ankarafantsika. Als kers op de taart liepen we lukraak tegen mijn tweede familie White-breasted Mesite op. Die soort waar we enkele dagen daarvoor zoveel moeite voor hadden gedaan. Deze keer liet één van de vogels zich nog beter zien toen die op een omgevallen boomstam zijn roep ten gehore bracht.
Het was een fraaie afsluiting van mijn eerste drie weken van de vakantie. Ik zat bijna op het midden!
Icthyophaga vociferoides
Ankarafantisika National Park, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Het was nu tijd voor een boottocht op een twee kilometer lang meer langs de kant van de weg. In de bomen langs dat meer was het mogelijk de Madagascar Fish Eagle te vinden. Scannen langs de weg was zeker vanaf bepaalde punten een optie, maar een bootje nemen was veel handiger en gemakkelijker. Helaas is de Madagascar Fish Eagle Critically Endangered. In het park, met een aantal meren welke naast het meer naast de weg niet door toeristen bereikbaar waren, leefden enkele paartjes. Ik meen mij te herinneren dat het in totaal vijf of zeven paartjes betrof. In totaal wordt de totale populatie van de soort op slechts 240 exemplaren geschat. In een gebied welke 2/3 van de westkust (en hier en daar iets meer landinwaarts) van de westkust van Madagaskar bestrijkt...
Vanaf het bootje zagen we al snel in de verte één van de aanwezige Madagascar Fish Eagles bovenin een boom zitten. Één van de zeldzaamste soorten van de reis. Toen we iets dichterbij kwamen hadden we mazzel. De vogel vloog op en greep met een duik op slechts tien meter afstand een flinke vis uit het water. Impressive! De vogel vloog vervolgens om het hoekje alwaar we die later mooi die vis zagen verorberen. Na iets meer dan een kwartier lieten we de nog steeds etende vogel achter en volgden we met de boot de rand van het meer. Scannend op die mogelijke krokodil of Banded Kestrel zag ik het tweede exemplaar van de aanwezige Madagascar Fish Eagle in een boom zitten.
Coua cristata dumonti
Ankarafantisika National Park, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Coua’s, die aparte negen soorten koekoeken welke Madagaskar rijk is, bestaan vooral uit grond bewonende soorten. Drie van de negen soorten hebben zich echter gericht op een andere niche, hoger in de struiken en bomen. Zo ook de Crested Coua. Ik had de soort in die dagen te Ankarafantsika al enkele keren gehoord, maar dus nog niet gezien. Twee pogingen daarvoor waren niet gelukt, want de vogels bleven in de dichte vegetatie toen te goed verstopt.
Na een wandeling, het werd al snel warmer, hoorden we eindelijk weer die Crested Coua roepen. De vorige keren was ik meer gericht op het zoeken naar andere soorten waardoor mijn doorzettingsvermogen niet toereikend genoeg was geweest. Nu was het moment daar om het eventjes wel goed te regelen. Rennend naar de roepende vogel pikte ik het dier boven in de bomen al snel op. Kassa! Een middelgrote blauwgrijze vogel met bovenop de kop een fikse kuif. Ook deze coua had een blauwe washuid rond de ogen, een trend onder de coua’s. Niet veel later vloog de vogel er luid roepend weer vandoor.
Anas bernieri
Ampitsopitsoka Delta, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Ampitsopitsoka Delta, off the beaten track. Dat zou die eerste twee weken te Madagaskar redelijk vaak gaan voorkomen. Zo ook in dit verhaal. Een bananenboot bracht mij na een uur varen naar de monding van een rivier, alwaar een klein dorp van vissers vrij recent enkele hutten hadden gebouwd om bezoekende toeristen onderdak te bieden. De deurmatten werden daar niet platgelopen, maar de weinige vogelaars brachten op die manier wel wat geld in het laatje.
Tijdens de laatste uren licht van de dag begon het vloed te worden. Niet de meest ideale omstandigheden, maar ik had er vertrouwen in dat het goed zou komen. Enkele soorten moest ik tijdens het bezoek aan de delta echt gaan vinden.
Na het ritje met de bananenboot werden ik, Teddy en twee lokale gidsen in een soort mini Waddenzee op een grote zandbank afgezet. Onderweg zag ik op de oevers van de rivier mijn tweede Humblot’s Heron. Die zeldzame reiger had ik die ochtend in de verte al op Lake Kinkony zien langsvliegen. Dit exemplaar was echter zeer fraai te bekijken. Naast het meer en de delta zou ik deze bedreigde endemische reiger nog maar één keertje gaan zien, overvliegend te Ankarafantsika.
Meerdere Kittlitz’s Plover, een algemene soort ten zuiden van de Sahara op het vasteland van Afrika, betekenden mijn eerste lifer van de boottocht. Tijdens het scannen naar die ene zeldzame endemische plover van het eiland zouden nog vele exemplaren van die soort gaan volgen.
Ik was er vooral op gebrand om twee soorten vogels te vinden welke ik nergens anders op mijn reis zou kunnen tegenkomen. Op een derde soort zou ik ookin het zuidwesten van het eiland op één van de eerste dagen met Hugo Moerman nog kansrijk zijn. Een vlugge scan leverde, naast enkele Greater Flamingo’s en meerdere soorten steltjes uit het hoge noorden, al direct de eerste van de twee must see soorten op, de Malagasy Sacred Ibis!
Deze ook helaas zeer zeldzaam geworden bijna endeem (de soort komt ook voor op het kleine eiland Aldabra ten noordwesten van Madagaskar) is een naaste verwant van de heilige ibis van het Afrikaanse vasteland. Dat zwart-witte beest welke door de oude Egyptenaren nogal vereerd werd toen die in dat land nog algemeen langs de Nijl voorkwam. Tegenwoordig is die daar uitgestorven, wat natuurlijk nogal ironisch getint treurig is… De proporties zwart is bij beide soorten wat anders, en de Malagasy Sacred Ibis heeft een witte in plaats van een zwarte iris. De soort komt langs de gehele westelijke kust van Madagaskar voor. Althans, ooit… Er wordt geschat dat Malagasy Sacred Ibis nog maar uit 1733- 2166 exemplaren bestaat, inclusief dus op Aldabra. Een belachelijk laag aantal als je de lengte van de westkust van Madagaskar in ogenschouw neemt… In totaal zag ik die namiddag vier exemplaren foerageren op de drooggevallen zandbanken van de delta.
Nu verwachtte ik ook tientallen van de tweede must see soort van die plek, de Bernier’s Teal, een betrekkelijk klein eendje. Zo had ik in ieder geval van tevoren in een reisverslag gelezen. Ook deze soort staat bij de IUCN als Endangered te boek, met een geschat aantal van 630-1900 exemplaren. Aangezien deze soort een iets kleiner maar vergelijkbaar verspreidingsgebied als de Malagasy Sacred Ibis heeft kun je die aantallen nog zorgelijker noemen.
Die tientallen exemplaren bleven dus uit, maar even later vielen mijn ogen op maximaal zes exemplaren welke op de zandbank aan het foerageren waren. Het bezoek was dus al geslaagd, maar nog niet perfect verlopen!
Threskiornis bernieri bernieri
Ampitsopitsoka Delta, Madagaskar. ·
Pieter de Groot Boersma
Ampitsopitsoka Delta, off the beaten track. Dat zou die eerste twee weken te Madagaskar redelijk vaak gaan voorkomen. Zo ook in dit verhaal. Een bananenboot bracht mij na een uur varen naar de monding van een rivier, alwaar een klein dorp van vissers vrij recent enkele hutten hadden gebouwd om bezoekende toeristen onderdak te bieden. De deurmatten werden daar niet platgelopen, maar de weinige vogelaars brachten op die manier wel wat geld in het laatje.
Tijdens de laatste uren licht van de dag begon het vloed te worden. Niet de meest ideale omstandigheden, maar ik had er vertrouwen in dat het goed zou komen. Enkele soorten moest ik tijdens het bezoek aan de delta echt gaan vinden.
Na het ritje met de bananenboot werden ik, Teddy en twee lokale gidsen in een soort mini Waddenzee op een grote zandbank afgezet. Onderweg zag ik op de oevers van de rivier mijn tweede Humblot’s Heron. Die zeldzame reiger had ik die ochtend in de verte al op Lake Kinkony zien langsvliegen. Dit exemplaar was echter zeer fraai te bekijken. Naast het meer en de delta zou ik deze bedreigde endemische reiger nog maar één keertje gaan zien, overvliegend te Ankarafantsika.
Meerdere Kittlitz’s Plover, een algemene soort ten zuiden van de Sahara op het vasteland van Afrika, betekenden mijn eerste lifer van de boottocht. Tijdens het scannen naar die ene zeldzame endemische plover van het eiland zouden nog vele exemplaren van die soort gaan volgen.
Ik was er vooral op gebrand om twee soorten vogels te vinden welke ik nergens anders op mijn reis zou kunnen tegenkomen. Op een derde soort zou ik ook in het zuidwesten van het eiland op één van de eerste dagen met Hugo Moerman nog kansrijk zijn. Een vlugge scan leverde, naast enkele Greater Flamingo’s en meerdere soorten steltjes uit het hoge noorden, al direct de eerste van de twee must see soorten op, de Malagasy Sacred Ibis!
Deze ook helaas zeer zeldzaam geworden bijna endeem (de soort komt ook voor op het kleine eiland Aldabra ten noordwesten van Madagaskar) is een naaste verwant van de heilige ibis van het Afrikaanse vasteland. Dat zwart-witte beest welke door de oude Egyptenaren nogal vereerd werd toen die in dat land nog algemeen langs de Nijl voorkwam. Tegenwoordig is die daar uitgestorven, wat natuurlijk nogal ironisch getint treurig is… De proporties zwart is bij beide soorten wat anders, en de Malagasy Sacred Ibis heeft een witte in plaats van een zwarte iris. De soort komt langs de gehele westelijke kust van Madagaskar voor. Althans, ooit… Er wordt geschat dat Malagasy Sacred Ibis nog maar uit 1733- 2166 exemplaren bestaat, inclusief dus op Aldabra. Een belachelijk laag aantal als je de lengte van de westkust van Madagaskar in ogenschouw neemt… In totaal zag ik die namiddag vier exemplaren foerageren op de drooggevallen zandbanken van de delta.
Caprimulgus eximius simplicior
Podor, Senegal ·
Eldert Groenewoud
Caprimulgus eximius simplicior 3
Podor, Senegal ·
Eldert Groenewoud
Een locale gids wist deze Golden Nightjar onder een struikje te vinden. Vertrouwend op zijn schutkleur was hij tot dichtbij te benaderen zonder op te vliegen. Het hoogtepunt van onze trip.

