DB Actueel Online

Op gezette tijden wil de website aandacht besteden aan actuele ornithologische fenomenen. De Nederlandse vogelaars worden (gelukkig maar) nog regelmatig verrast. Door een influx van een bepaalde soort of bepaalde soorten, door een uiterst zeldzame soort waarvan de meeste vogelaars nog niet eens de juiste Nederlandse naam weten, door onverwachte determinatieproblemen en dergelijke. De kracht van dit medium is dat er direct en interactief ingegaan kan worden op deze spannende gebeurtenissen in het veld. Wat is er precies aan de hand? Wat is hier al van bekend? Is er al eerder over geschreven in Dutch Birding? Hoe denkt men in het veld hierover?

Ross’ Meeuw in de binnenhaven van Vlissingen

7 februari 2018  ·  Jan Goedbloed  ·  2516 × bekeken

Op woensdag 24 januari 2018 bracht ik mijn vrouw om 11:45 uur naar de kapper in Vlissingen en ik zou haar daar na drie kwartier weer ophalen. Ik bedacht om maar even wat vogels te gaan bekijken in de haven. Misschien kon ik wat fotograferen. Ik doe dat met een eenvoudig cameraatje dat makkelijk in mijn zak past en dus overal mee naar toe gaat, een Panasonic Lumix DMC-TZ70. Ik gebruik het voornamelijk voor insectenfotografie en het is zacht uitgedrukt niet erg geschikt voor vogels, behalve als ze goed dichtbij zitten, en niet al te beweeglijk zijn want er zit nog een behoorlijke tijd tussen het indrukken van de knop en het nemen van de foto. Ik zette de auto stil aan de rand van de kade bij de visafslag en zag een klein beweeglijk meeuwtje, dat er oppervlakkig uitzag als een eerste winter Dwergmeeuw, en telkens laag en vlak langs de kade vloog, heen en weer fladderend door de straffe wind. Het vloog op en neer en dook vaak naast de kade naar het wateroppervlak, en was dan uit het zicht. Ik was dus een hele tijd bezig om foto’s te maken waar de vogel op stond. Ik was dus meer bezig met het foto’s maken dan met de meeuw, iets wat veel ‘echte’ fotografen bekend zal voorkomen. Op de meeste foto’s stond alleen water, lucht of een hele of gedeeltelijke vogel, maar dan zeer onscherp. Toen ik om ongeveer 12:20 uur eindelijk een redelijke foto had kunnen maken, zag ik een vogel die geen Dwergmeeuw maar een eerste winter ROSS’ MEEUW bleek te zijn!

Ross' Meeuw Rhodostethia rosea, Vlissingen, januari 2018. "Het is geen 1e winter Dwergmeeuw!" (Jan Goedbloed)

Binnen enkele seconden vloog mijn adrenaline-niveau door het autodak heen. Ik kreeg het Spaans benauwd. Wat nu te doen? Ik moest eigenlijk direct mijn vrouw op gaan halen, maar ik wilde het ook melden. Aangezien ik nogal gesteld ben op mijn rust, en dus geen internet heb op mijn mobiel, zit ik op geen enkele appgroep of ander internet gerelateerd netwerk. Ik belde meteen Angelique Belfroid met de vraag of ze het wou melden op de Walcherse appgroep. En omdat een groep professionele vogelaars net in vergadering bijeen was op minder dan een kilometer afstand, stond er in no time een vogelaarswagenpark om me heen. Ik kan me een beetje een voorstelling maken van hoe snel die vergaderruimte leegliep. Die dag konden nog 35 mensen de vogel zien. De meeuw vloog enkele malen weg over de sluizen richting de buitenhaven en de Westerschelde, maar kwam toch steeds weer binnen het uur terug.

Ook op donderdag 25 januari was de Ross’ Meeuw de hele dag aanwezig in de haven, wat voor 140 vogelaars een mooie waarneming opleverde. Op vrijdag 26 januari schitterde de vogel door afwezigheid, maar tussen 16:30 en 17:30 uur werd hij toch weer door 15 mensen gezien. Op zaterdag 27 januari werd de Ross’ Meeuw pas om 12:00 gemeld, toch zagen nog zo’n 120 mensen de vogel. Op 5 februari was de Ross’ Meeuw nog steeds aanwezig, maar met steeds grotere tussenpozen. Hij werd ook af en toe gezien in de buitenhaven en op de Westerschelde, vaak achter schepen. Na deze datum is hij vooralsnog niet meer gezien. Op waarneming.nl is de vogel meer dan 1000 keer gemeld. 

In de haven foerageerde de Ross’ Meeuw meest direct langs de kade, waarschijnlijk op kleine vis en visresten die in de haven terecht komen bij het schoonspuiten van de dekken van de vissersschepen. Deze komen elke donderdag binnen vanuit zee om aan deze kade te liggen en vertrekken dan weer op maandag. Maar op de woensdag van de ontdekking lagen er toch al enkele.
De Ross’ Meeuw foerageerde niet alleen zelfstandig, maar ook vaak tussen de Kokmeeuwen en grotere meeuwen. Hij was dan niet bepaald timide, verdedigde zich goed en viel zelfs Kokmeeuwen aan om hun prooi af te pakken. Daarbij liet hij een eksterachtig “kekkekkek” horen. De Kokmeeuwen hadden een heilig ontzag voor het kleine loeder met jagersgedrag. Regelmatig werden de aanwezige meeuwen, waaronder twee Zwartkopmeeuwen, gelokt met brood, waarna meestal ook de Ross’ Meeuw weer acte de presence gaf.
Andere geluiden waren een zacht “Kieieiei”, als hij wat meer op zijn gemak was, en “krrek, krrek, krrek” met korte en langere tussenpozen.

Ross' Meeuw Rhodostethia rosea, Vlissingen, 28 januari 2018 (Vincent Legrand) - "Klein loeder met  jagersgedrag."

Ross' Meeuw Rodostethia rosea, Vlissingen, 24 januari 2018 (Joop Scheijbeler) - Het 'oerlogo' van Dutch Birding verschijnt exact 40 jaar na de eerste publicatie in levende lijve (inzet: Enno Ebels)

Ross’ Meeuw is vernoemd naar de Britse ontdekkingsreiziger James Clark Ross (1800-1862), die deelnam aan en leiding gaf aan een aantal expedities in zowel het noordpool- als het zuidpoolgebied. Hij is niet alleen vernoemd in de biologie, zoals bij Ross’ Meeuw, maar ook in de geografie, zoals James Ross Strait, Ross Bay, Ross Point, and Rossoya in het noordpoolgebied. In het zuidpoolgebied zijn een zeehond, Ross Seal, en Ross Dependency, Ross Island, Ross Ice Shelf en Ross Sea naar hem vernoemd. Er is zelfs een krater op de maan die zijn naam draagt. Ross’ Gans is daarentegen vernoemd naar Bernard R. Ross, een beheerder van een handelspost van de Hudson's Bay Company bij Fort Resolution in Canada's Northwest Territories.
Het broedgebied van de Ross’ Meeuw werd pas in 1905 ontdekt door de rus Sergei Alexandrovitch Buturlin bij Pokhodsk in Noordoost-Jakoetië. Het hele broedgebied ligt zeer noordelijk in het noordpoolgebied, in het allernoordelijkste deel van Noord-Amerika en Noordoost-Siberië. De vogels broeden in kleine kolonies op de toendra en in riviermondingen, vaak in combinatie met Noordse Sterns. Er wordt maar over zeer korte afstand getrokken, de meeste blijven gewoonlijk aan de rand van het pakijs overwinteren in het noordelijk deel van de Beringstraat en de Zee van Ochotsk, maar enkele zoeken zuidelijker streken op.

In Europa is de soort dwaalgast met, zoals te verwachten, een nadruk op gevallen in noordelijke landen, zoals Groot-Brittannië (>90 gevallen), IJsland (>45), Denemarken (10), Finland (8) en Estland (5). Er zijn echter ook zuidelijker gevallen, zoals in Italië (3), Spanje (4) en Frankrijk (>5). Ook in de Verenigde Staten geldt: hoe zuidelijker, hoe zeldzamer. De soort is er dwaalgast in alle 48 'zuidelijke' staten buiten Alaska. De meest zuidelijke gevallen waren op de Salton Sea, een groot meer in Californië, net ten noorden van de Mexicaanse grens, en in Missouri.
Het exemplaar van Vlissingen betreft het 18e geval voor Nederland, als dit geval aanvaard wordt tenminste, maar ik zie dat toch meer als een formaliteit. In bijna alle gevallen betrof het adulte vogels vliegend langs zeetrektelposten. De laatste meerdaagse en dus twitchbare gevallen waren in 1992, 1995, 2004 en 2011.
Dit was pas de tweede keer dat een eerste winter Ross’ Meeuw in Nederland is waargenomen. De eerste keer was ook op Walcheren, namelijk op 4 november 1995 korte tijd behoorlijk ver op zee voor trektelpost Westkapelle. Toevallig was dat één van de eerste keren dat ik daar ook stond. Ik heb er toen niet echt heel veel van gezien door een kijker en een niet te best telescoopje. Deze keer ging dat veel makkelijker. Wat een geweldige soort om te ontdekken. En wat werkte hij mee: bleef maar heen en weer vliegen, af en toe wat oppikkend van het wateroppervlak. Zo schijnen ze dat ook te doen in noordelijker vissershavens.


Jan Goedbloed

Discussie

Rob van Bemmelen  ·  8 februari 2018  13:50

Leuk stuk Jan, en bedankt voor de mooie vondst!

Wat betreft: "Er wordt maar over zeer korte afstand getrokken...", hier twee papers over gezenderde Ross Meeuwen. 1) Gilg et al, 2) Maftei et al.

Jan Hein van Steenis  ·  9 februari 2018  20:34

Een heel leuke vondst en heel leuke artikelen. 40.000 km in een jaar is wel veel voor een korte-afstandstrekker!

Gebruikers van het forum gaan akkoord met de forumregels.

Feedback?

Ja, ik geef toestemming Dutch Birding is wettelijk verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en soortgelijke technieken, en je te informeren over het gebruik daarvan op de site. Dutch Birding gebruikt cookies en soortgelijke technieken voor de volgende doeleinden: het optimaliseren van de website, het gebruik, beheer en gericht kunnen tonen van advertenties, de integratie van social media, het verzamelen en analyseren van statistieken.

Voor een aantal van bovenstaande punten is het vastleggen van bezoekersgedrag noodzakelijk. Ook derde partijen kunnen deze cookies plaatsen, zoals bijvoorbeeld het geval is bij embedded video's van YouTube.