BBA maandoverzicht oktober 2025
24 november 2025 · Simon Feys · 3118 × bekeken
Oktober was goed voor een paar leuke seawatchdagen, en daarnaast ook een hele waaier aan schaarse en zeldzame soorten. Maar zat er ook een mega-soort bij? Lees het allemaal in onderstaand overzicht!
Overzicht
Er werden op ‘klassieke’ ganzenplaatsen minstens twee ongeringde Roodhalsganzen gezien. Een Dwerggans werd op 10 oktober door Emiel Opdenacker waargenomen nabij de Grensmaas (LI). Er werden zes groepjes van in totaal 24 Wilde zwanen waargenomen. Krooneend was dan weer goed voor negen exemplaren, waaronder een groepje van vijf bij Rotem (LI). Een ander beeld bij Witoogeend, waarvan er maar twee exemplaren werden doorgegeven. De Kleine topper van Woumen (WV) werd daar nog op 1 en 11 oktober waargenomen. Met een zestal exemplaren was het een goede maand voor IJseend. 30 oktober ontdekte Ilias Van Hende een Vale gierzwaluw bij Kessel-Lo (VB). Een late Kwartelkoning werd op 14 oktober opgestoten bij Zeebrugge (WV). Op 18 (en nog een beetje op 19) oktober was er stevige doortrek van Kraanvogels. Roodhalsfuten werden op drie locaties in het binnenland gezien, langs de kust waren er ook verschillende waarnemingen. De enige Kuifduiker vloog op 16 oktober langs Bredene (WV).
Een late Steltkluut zat de 26e in Het Vinne bij Zoutleeuw( VB). Op 5 en 6 oktober werden nog in totaal drie Morinelplevieren gezien. Langs zowat de hele kust werden deze maand langsvliegende Rosse franjepoten gezien.
Een Poelruiter zat op 30 oktober bij Averbode (LI). Op 23 oktober vond Kenny Hessel de 14e Belgische Kleine geelpootruiter bij Doel (OV). Vier van de vijf exemplaren van deze soort in deze omgeving werden al door hem gevonden!
Van 4 t.e.m. 12 oktober zat een juveniele Gestreepte strandloper bij Kallo (OV).
Twee Reuzensterns vlogen op 10 oktober nog langs Ampsin (LG). Doorheen de maand werden een zevental Vorkstaartmeeuwen waargenomen, alle vanaf telposten langs de kust. Een Kleine burgemeester vloog op 26 oktober langs Raversijde (WV). Er werden een tiental Kleinste jagers gezien, ook deze enkel langs de kust. Middelste jager was dan weer goed voor ongeveer 35 exemplaren. Er werden twee Papegaaiduikers waargenomen langs de kust, op 24 en 27 oktober. Diederik D’Hert zag op 29 oktober een Zwarte zeekoet langsvliegen bij Oostduinkerke (WV). Op 26 en 27 oktober vlogen ook verschillende Kleine alken langs de kust. Parelduiker was dan weer goed voor een tiental exemplaren, waarvan één in het binnenland. Ook een handvol IJsduikers werden al gezien deze maand. Met drie Stormvogeltjes (op 5, 24 en 27 oktober) was het een goede maand voor deze beoordeelsoort. Op de goede seawatchdagen werden ook verschillende Vaal stormvogeltjes en Grauwe pijlstormvogels gezien. Met een vijftal exemplaren was het ook voor Kuifaalscholver een behoorlijke maand.
Zwarte ibissen werden op een 15-tal locaties gezien, wellicht een deel van de vogels die eerder dit najaar in het Verenigd Koninkrijk en Ierland opdoken?
Het laatste Woudaapje werd op 11 oktober gezien bij Harchies (HA). Kwakken werden nog uit zeven gebieden gemeld. Op de slaapplaats bij De Blankaart werden deze maand tot 300 Koereigers geteld. Van Purperreiger waren er nog zes waarnemingen in oktober. Een heel ander beeld bij Grijze wouw, deze soort werd op een 30-tal locaties waargenomen. Zelfs met een aantal dubbeltellingen gaat het om een groot aantal vogels, aantallen die begin deze eeuw ondenkbaar waren. Met dit jaar broedgevallen in o.a. Duitsland en Denemarken kan het hier ook niet lang meer duren voor de soort zich vestigt als broedvogel. Er werden nog drie zekere Steppekiekendieven gezien. Doorheen de maand werden nog vijf Hoppen gezien. Op 8 oktober werd een Bijeneter gehoord bij Tontelage (LX). In de eerste helft van de maand werden er nog vier Draaihalzen gemeld. Van Roodpootvalk waren er dan weer nog twee waarnemingen.
Klapeksters bleven deze maand netjes ten oosten van de lijn Antwerpen-Brussel-Charleroi. Verrassend waren de verschillende Bonte kraaien die her en der opdoken.
Buidelmees was goed voor 18 exemplaren deze maand. Leuk waren de twee Kuifleeuweriken die aanwezig waren op het strand bij de Westdam van Zeebrugge (WV).
Met 23 exemplaren was het een erg goede maand voor Strandleeuwerik. Het aantal Bladkoningen bleef, in vergelijking met andere jaren, vrij beperkt, de soort kwam ook later door dan ‘normaal’.
Een vijftal Pallas’ boszangers was dan weer wel mooi voor deze soort.
Een Bruine boszanger zat op 30 oktober bij Heist (WV). Het aantal zingende Graszangers liep zoals gewoonlijk deze maand sterk terug. In de Sashul bij Heist (WV) werden nog de hele maand Sperwergrasmussen gezien. Knap was de vondst van een Provençaalse grasmus door Davy Bosman op 30 oktober in Zeebrugge. Christophe Gruwier zag dan weer een Roze spreeuw overvliegen bij De Panne op 19 oktober. Een tweede exemplaar werd door Filip De Ruwe gezien bij De Haan op 30 oktober. De enige Kleine vliegenvanger van het najaar werd op 18 oktober ontdekt door Geert en Ilya Spanoghe in de Zwinbosjes (WV).
Grote piepers werden op 13 locaties waargenomen. Met minstens acht exemplaren was het een goede maand voor Siberische boompieper.
Zeven Roodkeelpiepers werden nog gemeld, de laatste op 18 oktober. Er werden twee Fraters waargenomen, allebei in het binnenland. IJsgors was dan weer goed voor een 20-tal exemplaren, iets meer dan Sneeuwgors. Dwerggors tenslotte was goed voor zes zekere vogels.
Een welgemeende dank uiteraard aan alle waarnemers, én aan de fotografen voor het gebruik van hun foto's!
Gezocht in november
Aangezien dit overzicht al vrij laat in november verschijnt, en er behoorlijk wat leuks is gevonden hou ik het iets korter dan anders. Laat iemand in de laatste dagen van de maand gewoon een Aziatische woestijngrasmus vinden, ok?
Discussie
Wim Wiegant
·
25 november 2025 16:47, gewijzigd 25 november 2025 18:20
Leuk verhaal weer, hoor...!
Het DB Terugblik-team wordt - voornamelijk door mijn schuld - altijd tientallen keren teruggefloten... U heeft lezers genoeg, Simon, maar nooit de woeste horden correctors die het Nederlandse team altijd bezig houden...! Kennelijk doet u het altijd in één keer goed...!
En nog een vraag voor Belgische én Nederlandse lezers: in Nederland schrijven wij - op deze site en in "ons blad" - "Kleinste Jager", maar in uw rubriek lees ik "Kleinste jager". Het gebruik van hoofdletters slaat volgens mij in beide gevallen nergens op - of althans, er zijn geen officiële regels voor - maar de vraag is: hoe komt het dat de Belgische regels - als het al regels zijn - anders zijn dan de Nederlandse en wat zou de basis daarvan kunnen zijn...?
Overigens schrijft de Nederlandse Vlinderstichting ook vlinders met één hoofletter ("Kleine vos") ....
Peter de Knijff
·
25 november 2025 18:53, gewijzigd 25 november 2025 18:53
Zie hier Wim. M.i. is Kleinste Jager dus zeker fout of in ieder geval tegen alle gebruikelijke taalconventies. Het is er bij mij ingeramd om de Latijnse benamingsoptie te gebruiken, dus Kleinste jager.
Wim Wiegant
·
25 november 2025 19:55, gewijzigd 25 november 2025 19:55
De schrijfwijze bij Dutch Birding - in het blad en op de site - is toch écht met twee hoofdletters: Kleinste Jager. Wie dat heeft beslist - ik neem aan the usual suspects, Arnoud van den Berg en André van Loon - dat maakt dan verder niet zoveel uit...
Simon Feys
·
25 november 2025 21:59, gewijzigd 25 november 2025 21:59
Bedankt Wim! Af en toe krijg is eens een beleefd appje met een aanvulling of foutje, maar dat valt best mee. Belgen zijn wat minder snel geneigd dan Nederlanders om opmerkingen te geven denk ik :-)
Over de hoofdletters: ik wist zelfs niet dat er dergelijke regels waren op de site, toen mij de vraag werd gesteld om de overzichten te schrijven is dat ook nooit ter sprake gekomen (en tot nu kreeg ik daar nooit een vraag of opmerking over). Ik vind het persoonlijk verschrikkelijk om elk woord van een soortnaam met hoofdletters te schrijven, en heb dus van het begin steeds de manier gebruikt die ik zelf het mooiste/beste vind (dus enkel het eerste woord met een hoofdletter)...
Folkert Jan Hoogstra
·
26 november 2025 15:52, gewijzigd 26 november 2025 15:52
Welke taxonomische lijst volgt België eigenlijk?
Simon Feys
·
27 november 2025 22:01, gewijzigd 27 november 2025 22:01
IOC (en ik neem aan binnenkort dus Avilist).
Arnoud B van den Berg
·
2 december 2025 21:23, gewijzigd 3 december 2025 15:33
Wim/Peter: de afspraken over bijvoorbeeld Nederlandse naamgeving is terug te vinden in Avifauna van Nederland 1 (2001): p 22, Daarin staat uitgelegd waarom in DB met hoofdletters Grote Bonte Specht en Kleinste Jager wordt geschreven (zie Ardea 42: 211-217, 1954). Deze schrijfwijze is dus ook gebruikt in de eerste Avifauna van Nederland (Kist, Tekke & Voous 1970), in talloze andere ornithologische publicaties van NOU en DBA, en in veldgidsen.
Iedereen mag op zijn eigen manier vogelnamen schrijven maar in een tijdschrift houden auteurs zich aan bestaande redactieregels, zoals die over naamgeving. Dit zou ook voor de website moeten gelden. Je kunt die regels veranderen (of voor de website andere regels hanteren dan voor het tijdschrift) maar dat leidt tot complicaties en tijdrovende discussies; die energie zou ik liever besteden aan inhoudelijke vogelzaken (of het zoeken naar Grijze Gors)...
Garry Bakker
·
6 december 2025 13:39, gewijzigd 6 december 2025 13:43
Het tijdschrift Dutch Birding met zijn eigenwijze redactieregels (zoals het weglaten van punten, het mijden van lidwoorden en gebruik van oubollige afkortingen als e.g. (zonder punten)) zou zich ook kunnen conformeren naar de redactieregels van de website, die de regels van de Nederlandse Taalunie volgen. Discussie daarover als tijdverspilling afdoen is een dooddoener. Wat Nederlandse soortnamen betreft volgen wij vanzelfsprekend de DB-vogelnamenlijst.
Garry Bakker
·
6 december 2025 13:52, gewijzigd 6 december 2025 13:55
Ter aanvulling: het bovengenoemde overzicht valt (nog?) niet onder de (eind)redactie van de Nederlandse webredactie van deze site. Wim snijdt wel een interessant punt aan.
Arnoud B van den Berg
·
8 december 2025 21:28, gewijzigd 8 december 2025 21:30
misschien goed om p22 van AvN erbij te pakken waarin wordt uitgelegd waarom de hoofdletters voor soortnamen zoals gebruikt in avifauna's en DB beter zijn voor onze vogelteksten dan wat taalunies voorschrijven; of had je dat al gedaan?
wist overigens niet dat de website formeel andere redactieregels is gaan hanteren dan het tijdschrift
Garry Bakker
·
9 december 2025 00:39, gewijzigd 9 december 2025 00:41
@Arnoud: Ja, op pagina 22 van Avifauna van Nederland 1 schrijf je dat Grote Bonte Specht wordt geschreven in plaats van Grote bonte specht. Maar je geeft geen verdere verklaring voor die specifieke keuze voor wat betreft het gebruik van een tweede hoofdletter in een Nederlandse vogelnaam. Je verwijst wel naar het artikel van Jan Kist uit 1954 in Ardea, zonder verder op de inhoud daarvan in te gaan. Daarom heb ik het maar even opgezocht. Kist schrijft: ".....Ik heb namelijk - vermoedelijk op grond van aesthetische overwegingen groot bezwaar tegen het voorstel der Commissie om, indien de vogelnaam uit meer dan een woord bestaat, aIleen het eerste -meestal ter nadere aanduiding gebezigde - woord met een hoofdletter te schrijven. Als ik lees "Zwarte ruiter" of "Kleine alk", dan wekt dat bij mij de indruk van een drukfout; twee hoofdletters, bv. "Zwarte Ruiter", typeren het gebruik van de eigennaam veel beter."
Nou, dat is dus kennelijk de reden. Verder geeft Jan Kist een van zijn eigen gelijk doorspekt betoog, dat absoluut lezenswaardig is. Daarin ageert kist ook fel tegen gebruik van Nederlandse namen voor ondersoorten. Hij schrijft na een lange argumentatie: "Onafwijsbaar voIgt daaruit, dat het onnut monnikenwerk zou zijn om naast de namen voor de soorten ook nog Nederlandse namen voor de ondersoorten te creëren. De veldornitholoog heeft ze niet nodig en de taxonoom gebruikt ze niet" Ik denk dat de moderne veldvogelaar best profijt heeft van namen als "Alpenbeflijster" in plaats van "Beflijster ssp. alpestris". Daarin speelt DB een voortrekkersrol.
De verschillen tussen de 'redactieregels' van het tijdschrift en de website vallen bij nader inzien wel mee. Buiten de Vlaamse bijdrage hierboven, volgen de soortnamen de lijn van het tijdschrift. Ik denk alleen dat als je 45 jaar een tijdschrift maakt, het geen kwaad kan om bepaalde formuleringswijzen eens tegen het licht te houden en redactieregels te herzien. Dat je heel consistent bent in een gewoonte, betekent niet dat het ook decennialang een goede gewoonte blijft. Of zoals Kist het in een ander verband mooi formuleert: "Oud en algemeen gebruikt zijn namelijk geen congruente begrippen". Zoals ik bijvoorbeeld aangaf wordt in Dutch Birding consequent 'eg' ("exempli gratia", formeel moet dat worden afgekort als e.g.) geschreven, onder een breed publiek bekend als een landbouwwerktuig, in een Nederlandse zin. Dat was in kleine academische kring misschien ooit heel normaal, maar je kunt er ook gewoon het minder elitair aandoende 'bijvoorbeeld' voor in de plaats gebruiken om een tekst wat toegankelijker te maken voor een breder publiek. Formeel horen er ook punten in afkortingen. Dat de redactie van het tijdschrift Dutch Birding daar uit stijlgewoonte niet aan doet, wil niet zeggen dat het correct is.
Arnoud B van den Berg
·
9 december 2025 14:04, gewijzigd 9 december 2025 14:04
Garry: je pakt flink uit! Toch nog even een antwoord (dat ik binnenkort weer zal verwijderen omdat ik op deze website liever discussies over inhoud zie dan over vorm).
Als je alle 47(!) jaargangen van het tijdschrift nauwkeurig doorleest, zie je dat regelmatig redactieregels en soortnamen tegen het licht worden gehouden en vanaf het eerste nummer van een jaargang herzien. Inderdaad is tot nu toe wel altijd vastgehouden aan soortnamen met hoofdletters en het zoveel mogelijk weglaten van puntjes.
Zou niet weten of Voous de precieze argumentatie van Kist in 1954 onderschreef en ook niet wat Kist toen precies onder 'eigennaam' verstond. Zijn bewoordingen zou ik nu niet overnemen omdat vogelnamen nu juist geen eigennamen zijn. Vogelnamen worden aangepast aan nieuwe spellingregels en je moet ze gewoon vervoegen: meervoud van Vaal Stormvogeltje is bijvoorbeeld Vale Stormvogeltjes, niet Vaal Stormvogeltjes. Als ergens anders dan in Dutch Birding alle biologische soortnamen met kleine letters worden geschreven, is dat taalkundig natuurlijk (ook) goed. Volgens jouw taalunie zou je volgens mij zelfs geen beginhoofdletter moeten gebruiken in een soortnaam. Dat levert voor ons echter complicaties op (zie p 22): er is een inhoudelijk verschil tussen fuut en Fuut of alk en Alk.
Er zijn meer grappige taalverschillen tussen Vlaanderen en Nederland. Zo worden de tussenvoegsels in familienamen (de, ten, van, van der, etc) in België - ook als er een voornaam voor staat - altijd met hoofdletter geschreven en in Nederland niet. Kortom: in België gebruikt men minder hoofdletters in vogelnamen en meer hoofdletters in familienamen (die laatste houden we natuurlijk in ere in DB).
Garry Bakker
·
9 december 2025 23:54, gewijzigd 9 december 2025 23:55
@Arnoud, dank voor je reactie, ik heb hem zorgvuldig bewaard voor later. ;-) Volgens mij zijn we het over de meeste zaken wel eens.
Wim Wiegant
·
10 december 2025 18:01, gewijzigd 10 december 2025 18:27
Ik lees:
"Zou niet weten of Voous de precieze argumentatie van Kist in 1954 onderschreef en ook niet wat Kist toen precies onder 'eigennaam' verstond."
Onze christelijke voorman - ik bedoel Karel Voous, die ik overigens verder niet ken - was natuurlijk een heilige, maar wat heeft-ie er eigenlijk mee te maken...?
Het uitzoekwerk van Garry Bakker is in ieder geval prijzenswaardig!
Verder zou ik werkelijk niet weten waarom Simon Feys zijn leuke rubriek geslachtofferd dient te worden aan een discussie tussen Nederlandse vogelnamen-kommaneukers ... Misschien is het wel mijn eigen schuld, waarvoor excuses....
Gebruikers van het forum gaan akkoord met de forumregels.
