Atlantic vs. Pacific: twee Odysseys, één blog

De Atlantic Odyssey vs. de Pacific Odyssey. Twee verschillende odysseys, twee verschillende delen van de wereld, twee verschillende schepen, één blog. Op 21 maart vertrekt Menno van Duijn met een groep van 9 vogelaars vanuit Amsterdam voor zijn reis: de Atlantic Odyssey. Via Buenos Aires naar Ushuaia in het zuiden van Argentinië en vervolgens met het expeditiecruiseschip Plancius via Antarctica, South Georgia, Tristan da Cunha, Sint Helena en Ascension naar Kaapverdië. Iets later, op 8 april, vertrekt Pieter van der Luit met een groepje van 3 vogelaars voor zijn reis: de Pacific Odyssey. Van Nieuw Zeeland – waar ze ook nog een week zullen vogelen – met het expeditiecruiseschip The Spirit of Enderby naar Norfolk Island, Nieuw Caledonië, de Solomon eilanden (Rennell, Makira, Guadalcanal, Kolombangara), de Caroline Islands (Truk) en Torishima naar Yokohama in Japan. Pelagic birding op z'n best en twee reizen met veel overeenkomsten (heel veel zeevogels en endemen op kleine eilanden midden in de oceaan), maar ook met veel verschillen (Antarctica vs. de tropen, oost vs. west en bekend vs. onbekend.) Om en om zullen Menno en Pieter (afgewisseld met gastauteurs) verhalen voor het blog naar Nederland sturen waar Martijn Bot de verhalen op internet zal zetten. Voor het eerst zullen twee verschillende Odysseys tegelijkertijd via één blog te volgen zijn, een heuse wereldprimeur door Inezia Tours! Van 21 maart (begin van de Atlantic Odyssey) tot 21 mei (einde van de Pacific Odyssey) op de Dutch Birding site: Atlantic vs. Pacific: twee Odysseys, één blog

Pacific: dag 26 en 27

10 mei 2011  ·  5550 × bekeken

Dag 26: 4 mei 2011 - Solomon Cerulean, Yellow Band-,
Leopard-, Thrush- en Pinkwing, oftewel: Bougainville Channel

't Was een beetje warm vandaag. Een mooi zacht zeetje, het sunroof
strakgespannen over de top, jammer alleen dat er zo weinig vogels vlogen. Vandaag voeren we over de Bougainville Channel ten westen van het grote Solomon eiland Bougainville: volgens de expeditieleider de beste plek voor zeezoogdieren en Heinroth's Shearwater, een zeldzame piepkleine pijlstormvogel met een lange snavel en witte ondervleugels. Gister vloog er al eentje langs toen we net voor anker waren gegaan voor Kolombangara, maar er waren er velen die die vogel niet zagen. Gelukkig waren er onder de paar pijlstormvogels voor het ontbijt enkele Heinroth's dus die was snel in de tas.

De warmte dreef ons al snel naar binnen, de koelte in. Sterker nog, een
tukkie leek ons wel geschikt om een deel van de ochtend door te brengen; over de radio werden Spinner Dolphins gemeld, waarvoor we graag even naar buiten snelden: meer dan 50 dolfijnen scheerden door het water richting onze boeg, regelmatig hoog uit het water springend waarbij enkele exemplaren tot driemaal om de as draaiden. Erg spectaculair! Toen ik bij mijn roomie Mark informeerde of hij nog wat leuks gezien had, liet hij me foto's zien van twee soorten vliegende vissen die hij gefotografeerd had: Yellow Bandwing en Leopardwing. In het werkdocument van Steve Howell over de vliegende vissen van de ZW Pacific had ik de foto's van deze soorten bewonderd en ik was dan ook een tikkie jaloers. Dat was echter nergens voor nodig want na vijf minuten op de (snikhete) boeg waren beide soorten in de tas, alras gevolgd door honderden exemplaren van de al even prachtige rozevleugelige Thrush- en Pinkwing en als klapper de Solomon Cerulean (groot, met diepblauwe vleugels). Deze namen zijn natuurlijk allemaal verzonnen door Steve en zijn doorgaans grappig bedoeld; wetenschappelijke namen kent hij niet want de weinige wetenschappers die zich bezighouden met vliegende vissen determineren de soorten alleen aan de hand van schubben en vleugelnerven want de verzamelde exemplaren hebben hun kleuren verloren. Ik kan je één ding vertellen: alleen al vanwege de variëteit in vliegende vissen wil je de West Pacific Odyssey doen!

Het hoogtepuntje voor velen was, vlak voor de lunch, de ultieme write-in:
over zee trok een Channel-billed Cuckoo, een enorme Australische koekoek met een nog enormere snavel, die in Nieuw-Guinea overwintert dus waarvan het niet helemaal duidelijk is wat die hier, 100 kilometer oostelijker, doet. Hij vloog ook nog eens naar het oosten. Pieter en ik misten 'm helaas. Begin van de middag was er wat meer spektakel. De zee werd gladder, je kon letterlijk mijlenver kijken (met name vanaf het topdek) en al snel werden er Potvissen aan de horizon gesignaleerd. Ervoor bleken zich echter meerdere feeding flocks van pijlstormvogels en noddies op te houden, waarboven meer dan 10 fregatvogels (meest Lesser) rondcirkelden. De groep pijlen bleek te bestaan uit meest Short-taileds, met enkele Wedge-taileds en circa 6 Heinroth's. Waar ze boven fourageerden werd al snel duidelijk: we dachten er dolfijnen onder te zien springen maar dat bleken (eveneens hoog uit het water opspringende) tonijnen te zijn! Helaas voeren we er langs omdat de kapitein het onzalige plan had opgevat een half uur later de motoren uit te zetten voor een zwemexcursie.. Op zich wel lekker, even een duik nemen in deze bloedhitte, in het 1000 meter diepe water van de Bougainville
Channel, alleen had niemand de Belg Daniel moeten vertellen van de haai die de Zweed Nils even eerder had gezien want nu durfde hij het water niet meer in. Anyway, vlak voor de zwemexcursie genoten we nog even van enkele zuurstoftankende Potvissen die daarna met de bekende rug- en staartvin tonende beweging onder gingen voor een deep dive van minstens drie kwartier.

Het halfuurtje zwemmen in het diepblauwe water van een graadje of 29 C werd gevolgd door een klein uur chummen vanaf het achterdek, wat redelijk nutteloos was gezien het gebrek aan wind (zodat de geur niet ver verspreid werd wat het aantrekken van zeldzame zeevogels verkleint) en het feit dat het schip inmiddels recht op de zon lag, wat niet bevorderlijk was voor de ogen van de al uren over zee turende vogelaars. Desalniettemin was er toch een kleine verrassing: de enige soort die een kijkje kwam nemen bij onze chum was mijn favoriete Pacifische zeevogel: de eerste Tahiti Petrel sinds vijf dagen zeilde statig langs ondanks het gebrek aan wind. De chumming session werd gevold door de aankoop van ijs, fris en bier op het voordek, een snelle douche en weer het bovendek op voor de laatste twee uur vogelen.

Af en toe vloog er een Wedge- of Short-tailed Shearwater voorbij, met hier en daar een Red-footed, Brown of Masked Booby en een enkele Grey-backed Tern. Toch zorgde de Bougainville Channel nog voor een verrassing, toen een half uur voor donker de eerste Beck's Petrel van de trip langsscheerde - voor mij soort nummer 4980, maar helaas door velen gemist. Morgen, de vijfde mei, is er ten oosten van New Ireland traditiegetrouw de grootste kans op Beck's Petrel, een zeldzame, recent herontdekte soort, dus de gidsen maakten zich nog geen zorgen. Mijn beide kamergenoten wel, gezien het tot beneden nul gedaalde humeur vanwege het missen van de Beck's. Dat wordt vijf mei vroeg op, want we bereiken het GPS waypoint dat in het verleden altijd tot succes leidde, al omstreeks 4.30 uur en zullen er blijven tot het eerste licht.

Ondertussen hoop ik deze reis mijn 5000ste soort te zien, maar het zal erom spannen!

Remco Hofland

Dag 27: 5 mei 2011 - Zeldzame tubenoses

Zoals Remco al schreef zijn we vanochtend vroeg aangekomen bij het waypoint waar men tijdens eerdere versies van de WPO succes had met het binnenlokken van Beck's Petrel. Deze petrel is in 1928 "verzameld" (een eufemisme voor uit de lucht geknald ter meerdere eer en glorie van een of andere wetenschapper die de soort vervolgens beschrijft), in 1929 nog een exemplaar, en vervolgens wordt het stil rond deze soort. Tenminste tot het begin van deze eeuw wanneer Hadoram Shirihai in het gebied waar de soort eerder werd verzameld gaat zoeken in de hoop op herontdekking. Gelukkig slaagt hij daarin, hij maakt wat foto's en vindt een "freshly dead specimen". Ik vraag me ernstig af hoe freshly dead dat is, de algemene gedachte hier aan boord is dat het beest vlak voordat iemand het leven er uit schoot nog wel leefde....

Anyway, hier zijn we dus en bij het eerste licht heeft één van de
expeditieleden de zeer onfrisse taak op zich genomen om op zijn nuchtere
maag in een grote emmer met visafval te gaan peuren en stukje bij beetje alles overboord te gooien, uiteraard in de hoop op Beck's Petrel.Het duurt lang voordat we überhaupt wat interesse krijgen, een Kleinste Jager is de eerste soort, een Wilson's Stormvogeltje de tweede, een Wedge-tailed Shearwater de derde, maar dan gaat het los. Tahiti Petrels (de grotere variant van Beck's Petrel) komen langzaam aanvliegen, zowaar twee Heinroth's Shearwaters en uiteindelijk een Beck's Petrel! Opwinding alom, want dit is echt een retezeldzame soort. Uiteindelijk zullen we er 5 zien, vaak zelfs nog in directe vergelijking met de andere pseudobulweria, Tahiti Petrel.

De climax van het zeegedeelte van de reis is geweest en wat dan?

Veel mensen proberen wat te gaan slapen, maar die worden meermalen ruw gewekt door de omroepinstallatie die de ene na de andere waarneming van zeezoogdieren doorgeeft. Vaak Potvissen, maar ook een groep Blackfish (ofwel False Killer Whale, Pygmy Killer Whale of Melon-headed Whale), tonijn, Spinner Dolphins, dan een groep met zeker Melon-headed Whales, mogelijk Fraser's Dolphin, wat kogia spec. (ofwel Pygmy Sperm Whale, ofwel Dwarf Sperm Whale, maar altijd ondetermineerbaar) en tenslotte nog wat meer Potvissen. De bijna onbewolkte lucht zorgt ervoor dat veel mensen aan het einde van de dag weer aan dek komen, hopend op de Green Flash, die hier regelmatig te zien is (maar niet vandaag helaas....)

Vanaf The Spirit of Enderby in 01°00'' Zuiderbreedte, 153°42'' Oosterlengte,

Pieter van der Luit

Discussie

Martijn Verdoes  ·  11 mei 2011  04:34

Vette shit! Goed bezig gasten! Mijn pelagic van aankomende zaterdag is afgelast vanwege een gebrek aan aanmeldingen.. What's wrong with these people?! Volgende week beter.. Groeten! Martijn

Gebruikers van het forum gaan akkoord met de forumregels.

Feedback?