DB Terugblik

Een tweewekelijkse terugblik op de waarnemingen van de afgelopen periode.

17 februari - 1 maart 2020

4 maart 2020  ·  Diedert Koppenol  ·  2839 × bekeken

Natuurlijk werden we vorig jaar erg verwend, maar nu twee maanden in 2020 en het is echt nog steeds oersaai. Berichten die doen watertanden komen binnen vanuit de rest van de WP, maar wij moeten het nog steeds doen met onze toppers uit de categorie ‘nog-steeds-aanwezig-wil-maar-niet-weggaan’. We blikken terug op weken 8 en 9:

Overzicht

Eenden en ganzen

Het is de periode van herhalingen en we beginnen dan ook met de Ross’ Gans die nog steeds aanwezig was bij Schiedam. Ook de Amerikaanse Smient van Harlingen was nog aanwezig tot en met 26 februari. Het exemplaar van Zwolle werd op 23 februari bij Tichelgaten in Overijssel teruggevonden, maar even later zat de vogel in de Hoenwaard in Gelderland. Zo hebben we nu dus twee Amerikaanse Smienten om ons mee bezig te houden. De Blauwvleugeltaling in Limburg is vrijgesproken van zijn aanklachten van escapisme. Even was men bang dat dit geval achter slot en grendel van de escapepolitie zou verdwijnen, maar de zwemvliesexperts uit het zuiden des lands hebben het echte verhaal boven water weten te halen. Dit leek ook effect te hebben op de hoeveelheid waarnemingen, want er werd volop naar Maastricht gereisd. De vogel was de gehele periode nog aanwezig. Natuurlijk was ook de Kokardezaagbek van Bleiswijk nog niet van plan om de zuiderzon te volgen.

Blauwvleugeltaling Spatula discors, Maastricht, 29 februari 2020 (Jacob Molenaar)

Een Dwerggans die de Nederlandse vogelaars was ontgaan was een op 29 februari gefotografeerde vogel bij Nijbuorren (FR) door een Engelsman die hier een vogelreis begeleidde. Het is toch een redelijk goed jaar voor Friese Dwergganzen, met al enkele twitchbare beesten.

Dwerggans Anser erythropus, Nijbuorren, 29 februari 2020 (Brian Short)

Andere watervogels

In deze categorie ‘long-stayers’ waren natuurlijk de Roze Pelikaan van het Reestdal, de Grote Trap van Brielle en de Flamingo van Texel winnaars. Ook de Zwarte Ooievaar van Oirschot was nog aanwezig deze periode en werd voor het laatst gemeld op 29 februari, maar zal waarschijnlijk nog wel in de buurt rondhangen.

Flamingo Phoenicopterus roseus, Texel, 19 februari 2020 (Eric Menkveld)

Steltlopers

Weer kwam het enige nieuws over steltlopers van de Rosse Franjepoot. Op 29 februari werd bij de Eemshaven een tweede-kalenderjaar gevonden. Op 1 maart werd er ook één bij de Peazemerlannen in Friesland gefotografeerd.

Rosse Franjepoot Phalaropus fulicarius, Rommelhoek, Eemshaven, 29 februari 2020 (Alwin van Lubeck)

Meeuwen, sterns en zeevogels

Op 19 februari werd vanaf Ameland een Papegaaiduiker gemeld en ook op 28 februari werd een exemplaar langs de Noord-Hollandse kust gezien. De Zwarte Zeekoet is deze periode niet gemeld en is mogelijk al op weg naar zijn zomerverblijf. Op 17 februari werd een Kleine Alk in de haven van Harlingen gefotografeerd, wat de enige van deze periode is. Op diezelfde dag werd er op Ameland een langsvliegende IJsduiker gefotografeerd. Ook op 18 en 24 februari werden vanaf dit eiland exemplaren gemeld. De IJsduiker van Bemmel was nog aanwezig tot aan het einde van de periode. Op 21 februari vloog er nog één over de Zuidpier van IJmuiden. Op 23 februari werd bij Koehool (FR) een tweede-kalenderjaar Vorkstaartmeeuw gevonden, die daar nog de gehele periode verbleef. De vogel bleek achteraf ook al op 21 februari gezien te zijn. Het is het eerste gefotografeerde geval van februari en het betreft een vrij zeldzaam kleed in Nederland, een erg leuk dier voor de jaarlijsters.

Vorkstaartmeeuw Xema sabini, Koehool, 24 februari 2020 (Alain Hofmans)

Stop de persen! De Grote Burgemeester van Vlissingen is terug van weggeweest en verblijdt de inwoners en vissers van dit stadje weer met zijn aanwezigheid. Op Texel werd op 17 februari een tweede-kalenderjaar gemeld en op 21 februari werd een derde-kalenderjaar ontdekt in De Petten, eveneens op Texel. Deze bleef nog op het eiland tot en met de 28ste. Op 29 februari werd een zekere Kumliens Meeuw ontdekt bij Westkapelle. Helaas was dit duidelijke exemplaar niet twitchbaar en moest men zich vermaken met het spannende beest van Julianadorp dat wel de gehele periode aanwezig was. Ook de Kleine Burgemeester van Amsterdam was van de partij.

Kumliens Meeuw Larus glaucoides kumlieni, Westkapelle, 29 februari 2020 (Corstiaan Beeke)

Zangvogels en de rest

Net als de winter die nooit kwam, lijkt het erop dat de Schildraaf Leeuwarden nooit gaat verlaten, net als dat de Kuifleeuwerik Apeldoorn heeft uitgekozen als zijn hospitium. De Oosterse Tortel van Sneek was ook nog daar, maar zijn favoriete boom naar verluidt niet meer. De bewoner scheen te veel last te ondervinden van de mensen die probeerden de duif daar te fotograferen, dat de boom maar is omgezaagd om zo een verplaatsing te forceren. De Pestvogels verlaten ons land in een gestaag tempo, met alleen nog vogels in Amersfoort, Groningen en Heerenveen. Begin maart zullen ook deze waarschijnlijk allemaal naar het hoge noorden terugvliegen. Op 28 februari werd een atypische Grote Pieper gefotografeerd bij Camperduin die de gemoederen even bezighield. Aanvankelijk gemeld als Duinpieper, was op basis van de foto’s discussie ontstaan over deze determinatie. Gelukkig kwamen er uiteindelijk geluidsopnames waarmee Mongoolse Pieper en Duinpieper uitgesloten konden worden.

Pestvogel Bombycilla garrulus, Amersfoort, 20 februari 2020 (Cees Struijk)

Oosterse Tortel Streptopelia orientalis, Sneek, 28 februari 2020 (Eric Elsinga)

Grote Pieper Anthus richardi, Petten, 28 februari 2020 (Eric Menkveld)

Nieuws uit de WP

Laten we dit onderdeel rustig beginnen met de 46ste Lachmeeuw (Laughing Gull) voor de Azoren op 17 februari, die op Terceira gevonden werd. Ook de zoveelste Zwartkeellijster (Black-throated Thrush) deze winter zal geen hoge ogen gooien. Op 18 februari scoorde Denemarken zijn 17de geval en op 19 februari werd er één in Noorwegen waargenomen. Een soort die wel graag voor een herkansing mag langskomen is de Noordse Waterlijster (Northern Waterthrush), die op 18 februari op Pico, Azoren, gezien werd. Op 19 februari werd een Amerikaanse Zee-eend (Black Scoter) in de haven van Władysławowo, Polen, gevonden. Het is alweer het 12de geval voor dit land. De Ruigpootuil (Tengmalm's Owl) van de UK speelde hide-and-seek met de Engelse twitchers. Op 18 februari werd de vogel nog gezien, maar toen leek hij verdwenen. Op 23 februari werd de Ruigpootuil echter herontdekt om de volgende dag weer spoorloos te verdwijnen. Ook blijkt de vogel eerder geringd te zijn en toch echt een andere vogel dan die van eerder in 2019. Dit betreft dus Shetlands tweede exemplaar in een korte tijd. 

Ruigpootuil Aegolius funereus, Shetland, 23 februari 2020 (Paul Sclater)

Helaas niet in onze regionen; op 20 februari werd er op Røst in Noorwegen een Ivoormeeuw (Ivory Gull) ontdekt.

Ivoormeeuw Pagophila eburnea, Røst Noorwegen, 21 februari 2020 (Steve Baines)

Op 23 februari werd nog een zeldzaamheid aan de Azorenlijst toegevoegd, ditmaal in de vorm van een Grote Geelpootruiter (Greater Yellowlegs) op São Jorge. De boventoon wordt deze periode echter door een andere eilandengroep gevoerd. Door een opmerkelijke harde wind vanuit Afrika werden de Canarische Eilanden bedolven onder grote hoeveelheden zand, maar ook dwaalgasten, waarvan we de hoogtepunten hier behandelen. De doorsnee Nederlander die daar lekker op z’n all-inclusive bedje gezandstraald werd, zal dat geen comfort geboden hebben, maar op 23 februari werd een goede kandidaat Amerikaanse Zilvermeeuw (American Herring Gull) gevonden op Tenerife en ook de derde Rotszwaluw (Eurasian Crag Martin) voor de eilandengroep. Naast een vrachtje Woestijntapuiten (Desert Wheatears), werd er de volgende dag een erg spannende zwaluw gemeld, die verschillende stempels kreeg, waaronder die van Horusgierzwaluw (Horus Swift). Het is echter zeker dat laatste niet en toch eerder een Huisgierzwaluw (Little Swift). Op 25 februari werd een Witbandleeuwerik (Greater Hoopoe-lark) op Tenerife gevonden, wat het 10de geval voor de Canarische Eilanden betreft. Even een dagje rust, maar op 27 februari werden er twee Rosse Woestijnleeuweriken (Bar-tailed Larks) gevonden, één op Gran Canaria en één op Tenerife. Ook werd een Witkruintapuit (White-crowned Wheatear) gevonden op Tenerife. Het feest was nog niet voorbij want op 28 februari werd een Atlasgrasmus (Tristam’s Warbler) op Gran Canaria gefotografeerd en op 29 februari ging Fuerteventura er met de hoofdprijs vandoor in de vorm van een Seebohms Tapuit (Seebohm’s Wheatear).

Woestijntapuit Oenanthe deserti, Tenerife, 25 februari 2020 (Rubén Barone)

Op 1 maart bevond de eerste Oosterse Tortel (Oriental Turtle Dove) voor Zwitserland zich in Thurgau. Hét nieuws kwam echter uit Azerbeidzjan, waar Omid, de allerlaatste Siberische Witte Kraanvogel (Siberian Crane) van de WP, door een sterk teamspel van internationale vogelaars op zijn terugreis werd ontdekt. Omid overwintert in Iran, maar omdat dit niet binnen de grenzen van de “oude WP” valt, is dit ‘saai’ voor diegenen de deze lijst bijhouden. Het is de eerste keer in een decennium dat een Siberische Witte Kraanvogel hier gezien is en hij vormt voor velen dus nog een goede +1. Verspreid over het land waren verschillende teams aan het zoeken, met onder andere PAC, Bob Swann en Peter Stronach. Een Israëlische vogelaar, Rami Mizrachi, vond Omid uiteindelijk in een historische stop-over, in het moerasgebied Shirvan.

Hoe gaaf deze actie ook is, het is voornamelijk een trieste zaak dat zoiets nodig was. Het doet mij sterk denken aan het verhaal over de Kauaʻi ʻōʻō van Hawaï, waar het laatste mannetje maar bleef zingen, ook al zou er nooit meer antwoord komen. Zo ook met Omid, die nooit meer een soortgenoot zal tegenkomen op zijn halfjaarlijkse trektochten. Nooit meer baltsen, nooit meer nakomelingen. Het lot van vele soorten vormt zich zo in één vogel. Hopelijk houdt Omid het nog even vol, zodat meer vogelaars toch nog kunnen genieten van dat wat ooit was.

De glazen bol

Zoals ik in het begin al vermeldde, het wordt toch wel echt tijd dat we eens goed wakker geschud worden met een goede soort of twee. Nieuws zoals dat uit Azerbeidzjan, Røst of de UK doet menigeen toch het hart sneller kloppen.

Echter, de Glazen Bol voorziet in de nabije toekomst nog geen enorme verbeteringen. Het is nog steeds een goeie tijd voor zeldzame meeuwen, maar die blijven nog steeds uit. Uilen zoals Ruigpootuil of Dwerguil hebben ook potentie, maar ik denk dat we dit jaar al blij moeten zijn met een Amerikaanse Wintertaling of een mooie man Witkopgors. Over het algemeen is maart niet de beste maand in Nederlands’ vogelgeschiedenis.

Ruigpootuil Aegolius funereus, Boswachterij Schoonloo, 16 juli 2008 (Marnix Jonker)

Amerikaanse Wintertaling Anas carolinensis, Wissenkerke Noord-Beveland, 25 april 1996 (Tobi Koppejan)

We willen alle waarnemers en fotografen hartelijk bedanken voor hun bijdrages aan dit verslag.
We would like to thank all observers and photographers for their contributions to this report.

Diedert Koppenol

Discussie

Diedert Koppenol  ·  9 maart 2020  16:44

Dank Jeroen! Oh, ja, die tekst is weggevallen, ik zal het zsm nog even toevoegen!

Jeroen Brandjes  ·  9 maart 2020  13:41, gewijzigd 9 maart 2020  13:45

'Een aanhoudend "saaie" zeldzame soorten-periode in Nederland' is een stelling waarin ik me wel kan vinden, ja, maar hoe je het overzicht toch weer op bewonderenswaardige wijze kleur en glans weet te geven, is gelukkig allerminst saai... Hulde! Echter één vraagje toch: kan het kloppen dat ik van de Sneekse Oosterse Tortel wel een fraaie foto zie, maar geen status-update in de hoofdtekst...!? Lijkt me voor de volledigheid van het document ('de documentatie') wel het aanvullen waard... :-)

Max Berlijn  ·  7 maart 2020  12:23, gewijzigd 7 maart 2020  12:30

Ik begreep op birdforum maar zit daar zelf niet op. Als Huisgier de staart gesloten houdt zie je op sommige foto’s een vorkje en Justin vertelde dat balgen ook een echt vorkje kunnen tonen bij Huisgierzwaluw. Blijft over dat de vogel veel te lang en langvleugelig lijkt voor Huisgier maar ik kan alleen afgaan op hoe ik die soort (goed) ken en hoe je het ziet op vele foto’s van Huisgierzwaluw.

Diedert Koppenol  ·  7 maart 2020  11:41, gewijzigd 7 maart 2020  11:50

Hier en hier de link naar discussie op FB. @Max, heb jij een linkje van de discussie "in de UK"?

Er zijn enkele suggestieve foto's van dat beest, waarop een klein sneetje te zien is, maar zeker geen vork zoals je dat bij Horus zou verwachten. Zoals ook in het gelinkte artikel te lezen valt: "While this bird comes across as surprisingly long winged and rangy in the images above, the rather square-ended tail nonetheless is still a pro-Little Swift feature – we would expect Horus to show a noticeable fork in at least some of the images."

Zelf ben ik geen expert en heb ik mij gebaseerd op de consensus die ik op Feesboek heb gelezen.

Bovendien is zelfs de titel van het birdguides-artikel al aangepast, omdat die natuurlijk te voorbarig was.

Max Berlijn  ·  7 maart 2020  00:33

"Het is echter zeker dat laatste niet en toch eerder een Huisgierzwaluw (Little Swift)" Een Huisgierzwaluw met een vorkje in de staart en zulke lange vleugels lijkt me niet de oplossing voor deze vogel en zo wordt het ook niet gevonden in de UK..

Eduard Sangster  ·  5 maart 2020  11:13

De escapepolitie houden we er in ! ;)

Gebruikers van het forum gaan akkoord met de forumregels.

Feedback?