Dutch Birding

Drie Lost Species terugvinden op New Ireland, Papoea-Nieuw-Guinea

21 juni 2026  ·  Cornel Schepers, Casper Leygraaf, Joep Duijvestijn & Danny Bregman  ·  4010 × bekeken

Vorig jaar werd er een nieuw initiatief aangekondigd door Ornis Birding Expeditions en de Search for Lost Birds: een kans voor jonge vogelaars in de leeftijd van 18-30 jaar om op zoek te gaan naar een Lost Bird, gesponsord met een beurs van $5.000! Een Lost Bird wordt gedefinieerd als “een soort waarvan de aanwezigheid in het wild gedurende meer dan 10 jaar niet is bevestigd door middel van foto's, audio-opnamen of genetische informatie, en waarvan geen populatie buiten het natuurlijke leefgebied onder menselijke zorg bestaat.” Na dit nieuws over deze kans hebben wij uiteraard een voorstel ingediend, en van de bijna 100 voorstellen zijn wij een van de gelukkigen die een Ornis x Lost Birds Young Birder's Grant kregen! We zijn nu teruggekeerd met fantastische resultaten! Ons team vond niet één, niet twee, maar zelfs drie Lost Birds (!) in het verre oosten van Papoea-Nieuw-Guinea (PNG) en wist deze te documenteren, terwijl we ook nog een hele rits aan andere ongelooflijk zeldzame soorten zagen. Het moeilijkste deel van deze reis was niet het vinden van de vogels, maar het organiseren van de logistiek en het vinden van de juiste personen om ons te helpen. Helaas werden we geconfronteerd met het feit dat houtkap en mijnbouw zelfs deze afgelegen delen van de Bismarck-archipel hebben bereikt, waardoor niet alleen leefgebieden verdwijnen, maar ook de traditionele levenswijze van veel lokale bewoners. Desondanks was het vogelen in deze prachtige regio een werkelijk fantastische ervaring!

Ons doel was om door middel van een expeditie zo diep en voornamelijk zo hoog mogelijk in de Hans Meyer Range te komen, de meest zuidelijke en hoogste bergen van Nieuw-Ierland. We hadden ons oog laten vallen op een meertje op 1250 meter boven zeeniveau, in de bergen achter het dorpje Taron. Vanuit dit basiskamp zouden we dan op zoek gaan naar vier Lost Species: White-naped Lory, New Ireland Friarbird, New Britain Sparrowhawk en Bismarck Island Thrush. Vogelreisbureaus bezoeken het eiland met enige regelmaat, maar komen meestal niet verder dan het lager gelegen Leletplateau. Er bestaan enkele meldingen van Lost Species vanaf dit plateau, maar deze zijn schaars. De meeste recente documentatie is van de Friarbird, en stamt uit 2012, terwijl de Sparrowhawk al sinds 1994 (!) ongedocumenteerd was. 

Deze zuidelijke regio's van Nieuw-Ierland zijn enorm afgelegen, zelfs naar de maatstaven van PNG, en slechts weinig vogelaars hebben het gebied ooit bezocht. We hadden ons voorbereid door satellietbeelden van de bergen nauwkeurig te bestuderen, evenals door ons veel in te lezen over de vorige expedities naar dit gebied. Uiteindelijk vertrokken we van huis met negen uitpuilende backpacks, gevuld met kampeerspullen, medicijnen, kleding en voedsel voor tien dagen. En dit was dan nog los van onze rugzakken, gevuld met verrekijkers, camera’s, geluidsrecorders en andere essentiële items. In totaal moest er zo’n 200 kg de berg op!

Op 25 april 2026 arriveerden vier van ons in Port Moresby. Helaas moest ons vijfde teamlid, Lonnie Bregman, afzeggen vanwege een longinfectie die hij had opgelopen door een giftige schimmel in een vleermuizengrot in Mexico. Met een in Nederland gebouwde Fokker 70 vlogen we vervolgens naar Kavieng, de grootste plaats van Nieuw-Ierland. We arriveerden laat in de avond, maar gelukkig hadden we het vervoer voor de lange reis naar het zuiden de volgende dag al geregeld. Ons plan was dus om naar Taron te reizen, voorbij het zuidelijke einde van de hoofdweg van het eiland: de Boluminski Highway. Sommige van onze contacten waren zelf nog nooit zo ver naar het zuiden geweest, ondanks dat ze al hun hele leven op het eiland wonen!

Aankomst in Kavieng met een Fokker 70, en dus de eerste stappen op Nieuw-Ierlandse bodem, Kavieng, Nieuw-Ierland, PNG, 26 april 2026 (Casper Leygraaf)

De volgende ochtend gingen we vogels kijken rond de luchthaven van Kavieng en zagen we enkele van de algemenere vogelsoorten van het eiland, zoals Metallic & Singing Starling, Bismarck Crow, Papuan Eclectus en Red-flanked Lorikeet. Het gras rondom de luchthaven is ook dé locatie voor Mottled Mannikin, een soort met een uiterst beperkt verspreidingsgebied welke alleen voorkomt in het noordelijke deel van Nieuw-Ierland. We vonden al snel een groep van ongeveer vijftig exemplaren, evenals de eerste eBird-waarnemingen van een Tree Martin en drie Oriental Pratincoles voor het eiland. Twee zeldzaamheden binnen twee uur maakten ons meteen duidelijk hoe weinig vogelaars dit eiland bezoeken. We ontdekten ook dat je in Nieuw-Ierland nooit alleen vogels kijkt: een dozijn lokale kinderen volgden ons voortdurend en giechelend onderweg. Ze wisten wel precies wanneer ze stil moesten zijn voor de vogels en waren eigenlijk erg gezellig gezelschap.

Na de onvermijdelijke vertragingen — we leerden al snel dat verder dan één uur vooruit plannen vrijwel onmogelijk was — vertrokken we uiteindelijk rond het middaguur uit Kavieng. We maakten ons geen zorgen, want de reis zou hoe dan ook twee dagen duren; we wilden bij daglicht in Taron aankomen. Midden in de nacht arriveren geeft immers niet bepaald een goede eerste indruk aan een gemeenschap die waarschijnlijk al tien jaar geen buitenlandse bezoekers meer heeft ontvangen. Toen we die middag net ten zuiden van Namatanai aankwamen, zagen we enkele van de eerste endemische vogelsoorten van de Bismarck-archipel, waaronder Yellowish Imperial Pigeon en Knob-billed Fruit Dove, evenals een groep Purple-bellied Lories, de laagland-tegenhanger van onze doelsoort, de White-naped Lory. Na zonsondergang probeerden we New Ireland Boobook te zien, maar zonder succes. Erg frustrerend als er drie roepende vogels ergens vlakbij in de bomen zitten! De volgende ochtend om 03:00 zagen we gelukkig alsnog een enkele vogel tijdens het inpakken van de auto. Om 07.00 uur bereikten we de kleine nederzetting Muliama, zo ongeveer aan het einde van de Boluminsky Highway. Nadat we onze plannen hadden uitgelegd aan de zeer geïnteresseerde lokale bevolking, kregen we een zeven meter lange bananenboot ter beschikking voor het laatste stuk naar Taron. Omringd door zowel Greater als Lesser Frigatebirds, Black-naped Terns en een enkele Beach Stone-curlew, arriveerden we na twee uur varen in Taron. Onze tolk stelde ons voor in Tok Pisin, de lingua franca van Papoea-Nieuw-Guinea. In Taron en de omliggende dorpen spreekt men voornamelijk Lak, een taal die uniek is voor het zuiden van Nieuw-Ierland.

We werden hartelijk ontvangen door de vrouwen van Taron, aangezien de meeste mannen aan het jagen waren of aan het werk waren bij een nabijgelegen houtkapbedrijf. Gelukkig spraken sommigen voldoende Engels om met ons te kunnen communiceren. Later bleek echter dat er midden op de dag enkele van onze bezittingen waren gestolen, iets wat later een groter probleem zou worden. Vanaf dit moment waren we volledig op onszelf aangewezen in een van de meest afgelegen uithoeken van Papoea-Nieuw-Guinea.

We kregen te horen dat we moesten wachten op de terugkeer van het dorpshoofd Sirel. Een familielid van hem arriveerde echter veel eerder, waardoor we onze plannen alvast konden uitleggen. Zowel hij als de inwoners stonden aanvankelijk sceptisch tegenover ons en wilden weten of we banden hadden met de overheid. We legden uit dat we slechts studenten waren en niets wilden meenemen behalve foto's en geluidsopnamen. Hun eerdere ervaringen met buitenlanders waren mogelijk niet altijd positief geweest. Zo hoorden we later verhalen over Duitsers die zich ooit voordeden als vogelaars, terwijl ze in werkelijkheid naar goud zochten. Na enige tijd — en enkele stoere dreigementen met machetes — raakten ze ervan overtuigd dat wij daadwerkelijk voor de vogels kwamen. We lieten onze camera's en verrekijkers zien en overhandigden twee exemplaren van The Birds of Melanesia, die ons vriendelijk waren geschonken door Helm Field Guides. Ze herkenden onmiddellijk de meeste vogelsoorten waarnaar wij op zoek waren en wezen verschillende soorten aan waarvan zij wisten dat deze rond Taron voorkwamen.

Cornel en Casper leggen uit naar welke verschillende vogels we op zoek waren, Taron, Nieuw-Ierland, PNG, 29 april 2026 (Danny Bregman)

De volgende ochtend maakten we een korte vogelronde rond het dorp, gevolgd door de gebruikelijke stoet lokale kinderen, van wie er één een dode Bismarck Crow bij zich droeg. We zagen enkele endemische vogelsoorten, zoals de Bismarck Pitta, de eerste van vele Reddish Myzomela en een groep Red-knobbed Imperial Pigeons. Toen we terugkwamen, hoorden we plotseling dat ons vertrek naar de bergen aanstaande zou zijn. We stonden te popelen om naar boven te trekken, maar achteraf gezien was het verstandiger geweest om op het dorpshoofd Sirel te wachten.

Er had zich een team verzameld van jagers om onze bagage de berg op te dragen, en we waren voorbereid op de meerdaagse tocht die voor ons lag. Zij zouden de route waarschijnlijk op blote voeten kunnen afleggen in minder dan één dag! We vertrokken in de middaghitte en wandelden eerst naar een rivier om water in te slaan. Het grootste deel van de tocht van vandaag bestond uit lopen door rivierbeddingen en voortdurend op- en afklimmen over kleine bergruggen, zonder echt hoogte te winnen; in de hitte was dat bijzonder zwaar voor ons. Verder stroomopwaarts langs de rivier zagen we verschillende IJsvogels wegschieten. Op het eerste gezicht schreven we ze af als Common Kingfisher, maar hun grotere formaat en iets afwijkende roep trokken toch wel onze aandacht. Toen één vogel beter zichtbaar voorbij vloog, zagen we een crèmekleurige witte buik en een donkerder azuurblauwe rug, zonder de kenmerkende blauwe flits van een Common Kingfisher. Vier van deze vogels bleken Bismarck Kingfishers te zijn, een soort die tot vorig jaar eveneens als Lost Bird werd beschouwd. Casper wist enkele foto’s te maken van een voorbijvliegende vogel, maar helaas zouden we deze soort niet meer zien.

Cornel en Danny tijdens een van de vele rivierovertochten, nabij Taron, Nieuw-Ierland, PNG, 29 april 2026 (Casper Leygraaf)

Het kamp van deze nacht lag langs een rivier, op slechts 180 meter boven zeeniveau, veel lager dan waarop we hadden gehoopt. Een roepende Large-tailed Nightjar was echter een mooie bonus. De volgende ochtend zouden we naar het meer wandelen. Zoals later bleek, hadden onze gidsen ons naar een ander meer gebracht dan het meer dat wij op het oog hadden gehad (slechts 700 meter in plaats van de geplande 1200 meter boven zeeniveau). Terwijl we onze tent opzetten naast het verkeerde meer, hoorden we echter een Lorie roepen op een manier die overeenkwam met de beschreven “fluitende” roep van de White-naped Lory. Danny zag een felrode vogel door het bladerdak schieten, waarna Joep en Casper de vogel terug wisten te vinden hoog in een enorme boom, ongeveer dertig meter van het kamp. Onze camera's hadden we uiteraard niet bij ons — we waren immers het kamp aan het opbouwen — maar de vogels hadden een rode buik, een zwarte cere en een witte vlek in de nek! Vanaf dat moment steeg onze hoop uiteraard aanzienlijk. Nog geen uur later hoorden we dezelfde roep opnieuw en vloog een groepje van drie White-naped Lories naar een boom aan de rand van het meer, waar ze uitgebreid begonnen te foerageren. Ditmaal gaven ze ons uitstekende fotomogelijkheden en hadden we bewijs dat deze Lost Bird nog steeds aanwezig is in de bergen van Nieuw-Ierland!

White-naped Lory Lorius albidinucha, nabij Taron, Nieuw-Ierland, PNG, 30 april 2026 (Casper Leygraaf)

De volgende dag stonden we vroeg op om een rondje te vogelen rondom het kamp. Terwijl we enkele van de algemenere soorten van de Bismarck-archipel noteerden, werd Danny ziek. De rest van de groep ging verder en besprak samen met de dragers een route om hoger de bergen in te trekken. We vonden enkele leuke gemengde flocks met Bismarck & Golden Monarchs, Bismarck Cicadabird, Velvet Flycatcher, Red-breasted Pygmy Parrot en Finsch's Pygmy Parrot, plus nog twee White-naped Lories. Toen we rond elf uur terugkeerden in het kamp, had Danny op z’n zachtst gezegd opmerkelijk nieuws voor ons. John, de hoofdjager en hoogste in rang onder onze dragers, had hem verteld dat enkele dragers die met ons mee de berg op waren gegaan, plannen hadden gesmeed om ons te beroven in onze slaap. Zij waren inmiddels teruggekeerd naar Taron, maar volgens John konden ze mogelijk terugkomen. We voelden ons niet helemaal veilig meer en besloten voorbereidingen te treffen om te vertrekken, aangezien we ons niet prettig voelden bij het idee om nog acht nachten in deze bergen te verblijven. Danny was nog steeds erg ziek, dus een eventueel vertrek zou pas de volgende dag mogelijk zijn. Die middag arriveerden enkele nieuwe mannen met meerdere honden. Aanvankelijk waren we wantrouwig tegenover deze nieuwkomers, maar één van hen, Eric, sprak goed Engels. We raakten met hem in gesprek over houtkap, de lokale bossen en onze respectieve culturen. Later die middag gebruikten we een pad dat door het riet langs het meer liep en een mooi uitzicht bood over het bladerdak. Daar zagen we verschillende vogelsoorten, waaronder Black Imperial Pigeon en Northern Fantail. Het hoogtepunt was echter een langsvliegende Yellow-legged Pigeon, een kwetsbare endemische soort uit Melanesië die ogenschijnlijk al twintig jaar nergens meer in Papoea-Nieuw-Guinea was waargenomen. We hoorden meerdere keren de roep van deze vogel, maar kregen helaas geen zicht op een zittend exemplaar.

Toen we die avond onze tenten ingingen, waren we nog steeds enigszins bezorgd. Tegelijkertijd beseften we dat er op deze afgelegen plek midden in het regenwoud weinig was dat we konden doen. Via de satelliettelefoon hadden we inmiddels al een bericht verstuurd om een boot en vervoer terug naar Kavieng te regelen. Vertrouwen op Eric en zijn vrienden was het enige wat ons restte.

De afdaling de volgende ochtend duurde zo’n zes uur. Toen we terugkeerden naar Taron en eindelijk dorpshoofd Sirel ontmoetten, ontdekten we dat de nieuwe mannen juist zijn meest vertrouwde mensen waren. Hij had hen speciaal gestuurd om ons te controleren en onze veiligheid te waarborgen. Nu —  terugkijkend vanuit huis — behoren zij tot de vriendelijkste mensen die we op het eiland hebben ontmoet. Nadat we hadden uitgelegd wat er was gebeurd met onze spullen en waarom we ons op de berg onveilig hadden gevoeld, volgde een dorpsvergadering van drie uur. Tijdens deze bijeenkomst dreigde Chief Sirel zelfs een huis in brand te steken als onze gestolen eigendommen niet zouden worden teruggegeven. Uiteindelijk kregen we het grootste deel terug. Interessant genoeg vloog tijdens deze woordenwisseling een kleine, vrouwelijke of juveniele Tachyspiza Sparrowhawk een nabijgelegen boom in. Vanwege de situatie voelden we ons echter niet vrij de vogel nader te bekijken, laat staan foto’s te maken! Toch was het een opluchting om te zien dat de overgrote meerderheid van het dorp voor ons opkwam en teleurgesteld was in het gedrag van hun dorpsgenoten. Sirel vertelde ons vervolgens dat we de resterende dragers niet mochten betalen, iets waar wij ons absoluut niet prettig bij voelden.

Die avond voerden we lange en diepgaande gesprekken met hem terwijl we wat moonshine dronken. Hij vertelde over ongecontacteerde “pygmee-junglemensen” in de bergen, die hij naar eigen zeggen persoonlijk had ontmoet. Daarnaast sprak hij over de mysterieuze “jet-vogel”, die volgens lokale verhalen de snelste vogel ter wereld zou zijn. Aanvankelijk beschouwden wij dit als een lokale legende, mede omdat hij niet bekend was met de Peregrine Falcon. Toch hoorden we verhalen over deze vogel van vrijwel iedereen die we op het eiland ontmoetten. Het bleef een fascinerend mysterie, maar we konden niet achterhalen over welke soort men precies sprak. Misschien ging het om Beck’s Petrel, die ’s nachts hoog overvliegt op weg naar zijn broedholen? Uiteindelijk gaf Sirel ons ook toestemming om de resterende dragers alsnog te betalen. Zij hadden immers geen slechte bedoelingen gehad en hadden ons juist beschermd tegen hun minder vriendelijke collega's.

's Ochtends wachtten we op onze boot en speelden we met de lokale kinderen. Aan boord vroegen we de schipper om de open zee op te varen, omdat we de Pseudobulweria Petrels die we eerder elke middag boven de baai hadden zien vliegen van dichterbij wilden bekijken. Op ongeveer drie kilometer uit de kust begonnen we de eerste Tahiti en Beck’s Petrels van dichtbij te zien. We zagen veel vogels, maar konden slechts enkele met zekerheid identificeren vanwege de combinatie van een kleine boot en flink hoge golven. Joep slaagde erin uitstekende foto's te maken van een vogel die op slechts enkele meters van de boot langs vloog.

Beck’s Petrel Pseudobulweria becki, Silur Bay, Nieuw-Ierland, PNG, 3 mei 2026 (Joep Duijvestijn)

We keerden terug naar Kavieng om nieuwe plannen te maken voor de dagen die we nog op het eiland hadden. Op satellietbeelden was een houtkapweg nabij Manga zichtbaar die leek door te lopen tot ongeveer 1300 meter hoogte. Na twee dagen rust konden we eindelijk vertrekken, later dan gepland omdat onze beoogde chauffeur iets te diep in het glaasje had gekeken. We regelden een nieuwe chauffeur, Misah, die ons gedurende de rest van de reis begeleidde. Patrick, onze tolk tijdens de eerste dag van de expeditie en medewerker van de uitstekende Kavieng Niu Lodge waar we verbleven, was afkomstig uit Manga en een neef van het dorpshoofd van Manga. Hij ging met ons mee om te helpen. Bij aankomst in een lokaal gastenverblijf ten zuiden van Namatanai hoorden we dat één van de vrouwen in het huis aan het bevallen was. Ze hadden al geruime tijd op een ambulance gewacht, maar die was nooit gekomen. We haalden snel onze bagage uit de auto en Misah bracht haar direct naar het ziekenhuis. Opnieuw een onverwachte ervaring, al hebben we helaas nooit gehoord hoe de bevalling is verlopen.

De volgende ochtend reden we verder naar het zuiden om te controleren of de houtkapweg die we hadden gevonden nog met de auto bereikbaar was. Dat bleek allerminst het geval. Dichte struiken en jonge bomen hadden de weg volledig overwoekerd. Vervolgens reden we naar Manga, waar we ditmaal meteen met het dorpshoofd konden spreken. Na uitleg over het doel van onze reis was men aanvankelijk opnieuw behoorlijk sceptisch. Naarmate we alles steeds uitgebreider toelichten, maakte scepsis echter plaats voor enthousiasme en nieuwsgierigheid. Toen we diezelfde ochtend de berg optrokken, werden we vergezeld door negen dragers, hoewel we er slechts vier hadden gevraagd. Later zouden we erg blij zijn met die extra hulp! Onze lichamen leken inmiddels iets beter gewend te raken aan het Melanesische klimaat en terwijl we verder de berg op liepen, zagen we verschillende algemenere vogelsoorten, samen met endemische soorten zoals Reddish Myzomela, diverse papegaaien en een Oriental Cuckoo. Op ongeveer 600 meter hoogte begon het hard te regenen en besloten we te schuilen onder een grote rotsachtige overhang. We gebruikten de tijd om onze dragers beter te leren kennen en wisselden enkele verhalen en grappen uit. De vogelactiviteit stopte echter niet door de regen. Vanuit onze droge schuilplaats zagen we nog twee White-naped Lories die vlak voor ons aan het foerageren waren. Het leek erop dat deze Lost Species helemaal niet zeldzaam was: vanaf dat moment zagen we er vrijwel dagelijks meerdere. De soort leek het meest algemeen tussen 500 en 1100 meter hoogte. Ook schoot er een kleine Tachyspiza Sparrowhawk voorbij, waarvan we vermoedden dat het mogelijk onze tweede waarneming van een New Britain Sparrowhawk was.

Toen de regen afnam, liepen we naar een plek met vrij uitzicht over het bladerdak. Hier zagen we één van de slechts twee White-backed Woodswallows tijdens de gehele reis, verschillende papegaaien en duiven, onze eerste White-necked Coucal en betere waarnemingen van Long-tailed Myna, een soort die uiteindelijk erg algemeen bleek op het eiland. Toen we terugkeerden naar het kamp, zagen we tot onze grote verbazing dat de jagers een groot drachtig varken hadden gevangen en deze voorbereidden voor het avondeten. Het was indrukwekkend om te zien hoe zij het dier binnen enkele uren vilden, in stukken sneden en bereidden — iets wat wij nog nooit eerder hadden meegemaakt. Nadat de tenten waren opgezet ging iedereen slapen onder het genot van een roepende New Ireland Boobook, een soort die we vanaf dat moment iedere nacht zouden horen. Deze keer werd Cornel ernstig ziek. Hij moest gedurende de nacht en de volgende ochtend meerdere keren overgeven. Mogelijk had het wilde zwijn zijn maag geïrriteerd of een voedselvergiftiging veroorzaakt.

Avondeten, alhoewel wij van dit specifieke beest geen hap hebben genomen, nabij Manga, Nieuw-Ierland, PNG, 8 mei 2026 (Casper Leygraaf)

De volgende dag wachtte de rest van het team totdat hij zich enigszins beter voelde voordat we verder trokken. Het warme deel van de dag was wederom uitermate uitputtend, maar we konden vooruitgang boeken totdat de regen opnieuw begon. Onderweg zagen we grote aantallen White-naped Lories, White-bibbed Fruit Doves en de eerste Song Parrot. Door de stortregen besloten we de nacht door te brengen op een klein plateau op ongeveer 900 meter hoogte. Het gebied leek in het verleden volledig gekapt te zijn tijdens houtkapactiviteiten. Nadat de regen afnam gingen we hier nog vogels kijken. We zagen veel Finsch’s Imperial, Black Imperial & Papuan Mountain Pigeons en onze eerste Red-chinned Lorikeets. Toen we terugkeerden in het kamp bleek dat de dragers opnieuw een varken hadden gevangen. Deze keer sloegen we het aanbod af en hielden we het bij onze eigen gevriesdroogde rijst- en pastamaaltijden.


White-naped Lory Lorius albidinucha, nabij Manga, Nieuw-Ierland, PNG, 7 mei 2026 (Danny Bregman)

De volgende ochtend vertrokken we al rond 03:00 om het hoogste punt van de houtkapweg te bereiken. De meeste dragers zouden pas later volgen om ons bovenkamp op een kruising rond 1100 meter hoogte op te zetten. Deze ochtend zou onvergetelijk worden. Toen Cornel en Casper rond zes uur de kruising bereikten, zagen zij een New Ireland Friarbird op een tak landen voordat de vogel vrijwel direct weer wegvloog. Waar de Titmix al niet goed voor kan zijn! Ze slaagden erin enkele foto’s te maken, maar helaas hadden Danny en Joep de vogel gemist. Zij waren namelijk druk bezig met het fotograferen van de allereerste eilandwaarneming van een Olive-backed Oriole, een ontdekking die nieuwe inzichten gaf in het overwinteren van deze soort in de hooglanden van de Bismarck-archipel.

Olive-backed Oriole Oriolus sagittatus, nabij Manga, Nieuw-Ierland, PNG, 8 mei 2026 (Danny Bregman)

We liepen verder en bereikten het einde van de weg op bijna 1300 meter hoogte. Uitgeput gingen drie van ons op een omgevallen boom zitten. Danny was de enige die nog alert bleef en merkte kalm op dat hij een Sperwer in een boom voor ons had zien vliegen. Hij maakte enkele foto's, zoomde in op het scherm en zag vervolgens de roodbruine halskraag. Luidkeels schreeuwde hij: “JAAAA, DAT IS HEM!”. De rest van de groep vroeg waar de vogel zat. Danny — zichtbaar geëmotioneerd en enigszins opgejaagd — antwoordde: “Ja, in die boom daar!”, waarbij hij wees naar wat voor de anderen simpelweg een oneindige zee van bomen leek. Na aanvullende aanwijzingen slaagden we er allemaal in de vogel te vinden. Het was een prachtige New Britain Sparrowhawk! We konden de telescoop opstellen voor betere foto's en lieten de vogel ook zien aan twee van onze dragers, Stanley en Boni, die enthousiast meedeelden in onze vreugde. Zij waren de twee hoofdjagers van het team en hadden die ochtend al twee wilde zwijnen gevangen. Op exact dezelfde locatie vlogen ook nog enkele White-naped Lories over en kwam er nog een New Ireland Friarbird voorbij. Die laatste was een fijne inhaler voor Joep en Danny. Dat betekende dat we binnen drie uur drie Lost Birds hadden gedocumenteerd zonder ook maar één meter te verplaatsen! We keerden terug naar het nieuwe kamp om dit succes te vieren met ons enige biertje op de berg om 10:30. Het feest was echter van korte duur, want de regen keerde al snel terug. Onze fantastische dragers bouwden opnieuw een uitstekend kamp voor ons —  zelfs midden in de regen —  inclusief extra beschutting voor onze tenten. Ze waren zelf ook zichtbaar blij dat we de vogels hadden gevonden.

New Britain Sparrowhawk Tachyspiza brachyura, nabij Manga, Nieuw-Ierland, PNG, 8 mei 2026 (Joep Duijvestijn)

Die middag bekeken we de omgeving rond het kamp. De dag bestond uit een aaneenschakeling van korte regenbuien en tegen het einde van de middag trok een dichte mist op. We zagen nog meer New Ireland Friarbirds, een tiental Bismarck White-eyes en een Paradise Drongo. Op Nieuw-Ierland wordt die laatste soort liefkozend “Bird-of-Paradise” genoemd. We gingen vroeg slapen, want de volgende dag wilden we proberen om een plateau te bereiken, dat op ongeveer 1500 meter hoogte lag, in de hoop daar de Bismarck Island Thrush te vinden.

Topkamp in Manga, gelegen op ongeveer 1050 meter boven zeeniveau, nabij Manga, Nieuw-Ierland, PNG, 10 mei 2026 (Joep Duijvestijn)

De volgende ochtend liepen we naar het einde van de weg en trokken vervolgens het oerwoud in, waarbij er met machetes een pad vrij werd gemaakt. De klim naar 1500 meter was bijzonder steil en door de regenval ook extreem glad. Toch verkozen we dit boven een lange omweg, aangezien we zo in slechts drie kwartier ongeveer 200 meter hoogte wonnen. Het vogelen was lastig, omdat het de hele ochtend regende en de mist van de vorige dag nog steeds niet was opgetrokken. Daardoor waren we de hele dag nat en verkleumd.

Het habitat verschilde duidelijk van dat op lagere hoogtes. Het prachtige bos bestond uit kleinere bomen die rijkelijk begroeid waren met mossen en epifyten. De hele ochtend zagen we geen grote gemengde groepen vogels; we zagen voornamelijk Bismarck Whistlers en Bismarck Fantails. We hadden opnieuw een leuke ontmoeting met een New Ireland Friarbird, waarvan we betere foto's konden maken en vooral de roep konden opnemen.

New Ireland Friarbird Philemon eichhorni, nabij Manga, Nieuw-Ierland, PNG, 9 mei 2026 (Danny Bregman)


New Ireland Friarbird Philemon eichhorni, nabij Manga, Nieuw-Ierland, PNG, 9 mei 2026 (Cornel Schepers)

Omdat het ook Global Big Day van eBird was, konden we enkele bijzondere soorten aan die daglijst toevoegen, waaronder twee nu (un)Lost Species. Daarmee droegen we substantieel bij aan een nieuw wereldrecord van meer dan 8.000 vogelsoorten die op één dag werden gezien! Toen de mist uiteindelijk optrok, stelden we ons op bij een kleine riviervallei van waar we zicht hadden op het bladerdak aan de overkant. Eindelijk troffen we een grote gemengde flock aan, met daarin New Ireland Friarbirds, Bismarck Fantails, Golden Monarchs en – het spannendst van allemaal – een New Ireland Myzomela! Deze soort was sinds 2016 niet meer gefotografeerd en stond op het punt om in juli officieel als Lost Bird te worden aangemerkt. Nadat Joep een bar slechte foto wist te maken, keerde de regen terug. We waren verrast dat Stanley en Boni er op de een of andere manier in waren geslaagd om vuur te maken op deze natte dag, maar besloten toch om weer af te dalen. Helaas vonden we geen Bismarck Island Thrush, maar de soort zou hier zeker kunnen voorkomen, aangezien het habitat op dit plateau perfect leek. Na de lunch kwam de zon terug en gingen we wat vogelen langs de weg net onder het kamp, vooral met als doel foto's te maken in het goede licht. De dragers hadden inmiddels bijnamen voor ons bedacht, en we stonden voortaan bekend als Kane (Cornel), Jude (Joep), Philip (Casper) en Jungleboy (Danny).

New Ireland Myzomela Myzomela pulchella, nabij Manga, Nieuw-Ierland, PNG, 9 mei 2026 (Joep Duijvestijn)

De volgende ochtend was het tijd om af te dalen, maar voordat we vertrokken, konden we nog wat vogelen. Danny en Cornel begonnen hun ochtend bovenaan de houtkapweg, terwijl Casper en Joep net boven het kamp de meest bijzondere vogel van de dag ontdekten: een paartje Bismarck Flyrobins, een soort uit het geslacht Microeca die nog officieel beschreven moet worden. Hopelijk gebeurt dat snel! Gelukkig kwamen we weer samen en slaagden we erin een enkele vogel terug te vinden, hun roep op te nemen en enkele video's te maken. Hierna was het tijd om af te dalen richting zee. In de middag begon het opnieuw te regenen, waardoor we ons haastten naar de rotsoverhang. De regen hield pas de volgende ochtend op, en naarmate het donkerder werd, werd de stortbui alleen maar heviger. Tijdens een kort intermezzo van een kwartiertje waarin het eindelijk droog bleef, slaagden we erin snel onze tenten op te zetten. Na het avondeten wachtten we op een onderbreking van dezelfde stortbui zodat we onze tenten konden bereiken, die slechts tien meter verderop stonden. Het leek eindeloos te duren. Cornel viel bijna in slaap terwijl hij wachtte, totdat een kleine schorpioen (met kleine scharen maar een grote gifstekel) over zijn blote voet kroop. Gelukkig zag Patrick de schorpioen ook en maakte er onmiddellijk korte metten mee door hem met zijn blote voet te verpletteren. Wakker blijven was opeens geen probleem meer.

Bismarck Flyrobin (undescribed form) Microeca [undescribed form], nabij Manga, Nieuw-Ierland, PNG, 10 mei 2026 (Casper Leygraaf)

Tegen negen uur 's avonds stond het hele gebied onder het grondzeil onder water, precies het enige stukje van de gehele Hans Meyer Range wat droog moest blijven. We moesten onze rugtassen en backpacks op een geïmproviseerde houten bank leggen, maar waren al te laat: er droop al water uit de tassen. We stonden dicht tegen elkaar aan onder de schuilplaats. Omdat de regen maar niet leek op te houden, besloten we uiteindelijk een sprint naar de tenten te trekken, hopend dat deze droog waren gebleven. Dat lukte enigszins.

De houtkapweg, onderweg naar beneden, nabij Manga, Nieuw-Ierland, PNG, 10 mei 2026 (Casper Leygraaf)

De volgende ochtend – na een verschrikkelijke nacht – begonnen we verder aan de afdaling van de berg. Zoals verwacht stond ons voertuig niet op tijd klaar, waardoor we tijd hadden om met de dorpelingen te praten. Zij vertelden ons trieste verhalen over geweld in de regio, dat de laatste jaren was toegenomen als gevolg van houtkap- en mijnbouwactiviteiten. We genoten van bijzonder zoete ananas, andere onbekende vruchten, namen een meer dan welkome wasbeurt in zee en betaalden de dragers voor hun hulp. Zij waren daar erg blij mee en stonden zeker open voor meer vogelaars die hun dorp in de toekomst zeker moeten gaan bezoeken! Na enkele uren arriveerde Misah en reden we weer noordwaarts naar Rubio Plantation Retreat, een goede locatie voor New Ireland Dwarf Kingfisher, de laatste endemische vogelsoort van Nieuw-Ierland die nog op onze targetlijst stond. Helaas vonden we deze soort niet, maar we genoten wel van de lokale chocolade voordat we onze reis voortzetten naar Kavieng.

We arriveerden laat in de avond in Kavieng, waar Abraham ons oppikte met een kleine boot richting Tsoi-Lik, een klein tropisch eiland voor de kust van New Hanover. Na een twee uur durende boottocht onder een schitterende sterrenhemel, waarbij de Melkweg zich uitstrekte van horizon tot horizon, arriveerden we rond twee uur 's nachts. Onze eerste en belangrijkste doelsoort zagen we direct bij aankomst: een slapende Bismarck Black Myzomela op een tak.

Het team van Manga, Manga, Nieuw-Ierland, PNG, 11 mei 2026 (fotograaf onbekend)

Na een zeer korte nacht trokken we over het eiland en vonden we al snel al onze doelsoorten: Island Monarch, Yellow-bibbed Fruit Dove, Mangrove Golden Whistler en gigantische aantallen van Bismarck Black Myzomela. Daarnaast zagen we twee overvliegende Nicobar Pigeons. Dat is zo'n soort die vrijwel iedere vogelaar graag eens wil zien, dus dit was een bijzonder fijne waarneming. De rest van de ochtend en een deel van de middag besteedden we aan het observeren van zeevogels. Grote aantallen Black-naped Terns en Black Noddies waren aan het foerageren boven zee. Later die middag voeren we verder de zee op, omdat we graag een Heinroth’s Shearwater wilden zien. Al snel vonden we een enorme groep van ongeveer vijfhonderd foeragerende vogels, bestaande uit Black & Brown Noddies, Red-footed & Brown Boobies, Bridled, Greater Crested, en Common Terns plus een enkele Frigatebird. We konden met de boot dwars door deze groep varen, wat een zeer indrukwekkende ervaring was. Hoewel we geen Heinroth’s Shearwater vonden, kregen we wel een spectaculaire verrassing: een enorme Pacific Blue Marlin sprong voor onze neus uit het water! Rond zonsondergang bezochten we een klein onbewoond eiland waar we een Melanesian Megapode vonden. Tijdens de terugtocht voeren we door de lagune van Tsoi-Lik. Hier zagen we wat Beach Kingfishers en een nest van een Osprey.

Nicobar Pigeon Caloenas nicobarica, Tsoi-Lik, Nieuw-Ierland, PNG, 12 mei 2026 (Danny Bregman)

De volgende ochtend bezochten we weer een nest, ditmaal van een Yellow-bibbed Fruit Dove, die Abraham had ontdekt. Hij bleek verrassend veel kennis te hebben van de lokale vogels, en wij konden hem enthousiasmeren om zich meer met vogels kijken bezig te houden. Abraham was daarentegen wel een stuk minder enthousiast over een bezoek aan New Hanover: daar woedde namelijk al zestien jaar een stammenoorlog, die recentelijk opnieuw gewelddadiger was geworden. Voor onze reis waren wij niet op de hoogte van dit conflict, omdat er nauwelijks nieuws uit de regio beschikbaar is. Wij legden uit dat we graag de endemische New Hanover Mannikin wilden zien. Abraham kende de soort en vertelde dat deze ook voorkwam op Anelaua, een eiland voor de kust van New Hanover dat buiten het conflictgebied lag. Bovendien bevindt zich een internaat op het eiland. Aanvankelijk sceptisch, besloten we het eiland toch te bezoeken. Bij aankomst zagen we binnen vijf minuten de eerste New Hanover Mannikins! Voor zover wij weten is dit de eerste wetenschappelijke documentatie van deze soort buiten het hoofdeiland New Hanover, en bovendien pas de zesde melding van de soort op eBird. Voor de kust ligt ook een gezonken Japanse Nakajima B5N-bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog. Daar hebben we uiteraard even gesnorkeld in kristalhelder water, wat erg indrukwekkend was.

New Hanover Mannikin Lonchura nigerrima, Anelaua, Nieuw-Ierland, PNG, 13 mei 2026 (Danny Bregman)

Toen we later terugkeerden naar Kavieng om voorraden in te slaan, vonden we de eerste eBird-waarneming van een White-winged Tern voor Nieuw-Ierland. Daarnaast zwommen twee Indo-Pacific Bottlenose Dolphins vlak naast onze boot. We sprongen het water in en konden deze dieren ongeveer een half uur lang onder water fantastisch bekijken.

Cornel (links) en Casper koelen af ​​met een welverdiend biertje, terwijl een White-winged Tern continue langsvloog op een paar meter afstand, Kavieng, Nieuw-Ierland, PNG, 13 mei 2026 (Danny Bregman)

Rond drie uur ’s middags begonnen we aan onze reis naar het eiland Djaul, terwijl we genoten van enkele welverdiende biertjes. Eerst voeren we door een smalle zeestraat tussen Nieuw-Ierland en een kleiner satellieteiland, waar we een prachtig mangrovebos zagen dat naar verluidt zoutwaterkrokodillen herbergt. Hier zagen we Bismack Hanging Parrots die hun schitterende turquoise ondervleugels lieten oplichten, en opnieuw vlogen Nicobar Pigeons hoog over onderweg naar hun slaapplek. Abraham vertelde ons dat deze duiven foerageren in oliepalmplantages. Tijdens de overtocht zagen we veel Wedge-tailed Shearwaters, die op slechts enkele meters van de boot op het water zaten. Net als voor onze Nederlandse lezers, was het bijzonder om Pijlstormvogels van zo dichtbij te zien, aangezien we ze normaal gesproken alleen ver op zee zien vliegen. We arriveerden tijdens zonsondergang in Leion, in het westen van Djaul, en zagen Lesser en Greater Frigatebirds naar hun slaapplaatsen vliegen. We wachtten op de boot terwijl Abraham ons introduceerde, en waarna we konden avondeten. De mensen op Djaul waren bijzonder vriendelijk, en we hadden een paar uur rust voordat we een dorpsvergadering hielden waarin we onze bedoelingen zouden toelichten. Om acht uur ’s avonds vond de bijeenkomst plaats, en we legden uit dat Djaul enkele endemische taxa herbergt die hoogstwaarschijnlijk zelfs soorten vertegenwoordigen! De lokale bevolking was uiteraard goed bekend met al deze vogels.

Uitzicht op Leion, Djaul, Nieuw-Ierland, PNG, 14 mei 2026 (Casper Leygraaf)

Diezelfde nacht gingen we al op pad met onze warmtecamera om vogels te zoeken. We vonden twee prachtige Djaul Monarchs, een soort die door BirdLife International al is gesplit van de Bismarck Monarch, onder meer op basis van de witte staartvlekken die afwezig zijn bij het zustertaxon. De volgende ochtend (uiteraard weer vergezeld door de gebruikelijke stoet kinderen) vonden we al snel de lokale en zeer karakteristieke Djaul-ondersoort van de Golden Monarch (pulcherrimus), die we ook konden opnemen, evenals een schitterend baltsende Pied Cuckoo-Dove. Toen we wat dieper het bos introkken, vonden we opnieuw de eerder genoemde Djaul Monarch, evenals de Djaul Flycatcher (door BirdLife International ook al gesplit van de Velvet Flycatcher) en de Bismarck Pitta. Alleen Joep slaagde erin deze laatste te fotograferen. Tot slot vonden we in dit kleine stukje bos ook onze laatste endemische soort van New Ireland: New Ireland Dwarf Kingfisher. We waren zeer tevreden met onze tijd hier, en namen afscheid van Djaul. Het dorpshoofd vroeg of de volgende bezoekers snel zouden komen, misschien zelfs al de volgende dag?

Djaul Monarch Symposiachrus verticalis ateralbus, Djaul, Nieuw-Ierland, PNG, 13 mei 2026 (Joep Duijvestijn)

Op de terugreis naar Kavieng zagen we helaas niet de gehoopte Heinroth’s Shearwater, waardoor we kort na zonsondergang weer in Kavieng arriveerden. Op het strand kreeg Abraham te maken met onaangenaam gedrag van enkele mensen, ogenschijnlijk aangewakkerd door jaloerse booteigenaren. Gelukkig arriveerde onze taxi op dat moment met Misah achter het stuur, waarna we Abraham meenamen terug naar Kavieng Niu Lodge. Daar dronken we samen met Abraham en Misah nog enkele feestelijke biertjes om het einde van de reis te vieren.

New Ireland Dwarf Kingfisher Ceyx mulcatus, Djaul, Nieuw-Ierland, PNG, 14 mei 2026 (Casper Leygraaf)

Over het geheel genomen was de reis een groot succes. Ondanks de moeilijke start in Taron – waar we de lokale dorpspolitiek hadden onderschat – ontmoetten we overal op het eiland bijzonder vriendelijke en gastvrije mensen. Manga was zonder twijfel het hoogtepunt van de expeditie. Daar bleken in ieder geval twee van de drie Lost Species relatief algemeen voor te komen, naast verschillende soorten die nog steeds sterk ondergerapporteerd en onvoldoende onderzocht zijn. In totaal zagen we 53 White-naped Lories, 15 New Ireland Friarbirds, en 1 zekere New Britain Sparrowhawk. Dat zijn indrukwekkende aantallen voor soorten die bijna twintig jaar niet waren gedocumenteerd, en in het geval van de sperwer zelfs meer dan dertig jaar. Wij hopen dat onze reis en de herontdekking van deze soorten meer vogelaars zullen inspireren om Nieuw-Ierland te bezoeken, en in het bijzonder de Hans Meyer Range. Op die manier kunnen lokale gemeenschappen een bescheiden inkomen verdienen uit ecotoerisme. In de komende weken zullen we een uitgebreid reisverslag publiceren op Cloudbirders met meer gedetailleerde informatie over logistiek, contactpersonen, GPS-locaties en doelsoorten voor toekomstige vogelaars. En als laatste een bericht naar alle jonge vogelaars tussen de 18 en 30 jaar die ook graag een Lost Bird willen herontdekken, aan hen is onze oproep: kies je doelsoort(en), schrijf een onderzoeksvoorstel en upload het! De inschrijvingen zijn dit jaar geopend van 1 juli tot en met 31 oktober 2026. Elke vogelaar staat trouwens vrij om een Lost Bird te zoeken (en hopelijk te vinden!); daar is helemaal geen beurs voor nodig. Een tip en positief feitje: alleen al in de gehele regio van Nieuw-Guinea zijn nu al 6 Lost Birds herontdekt, en dat terwijl we nog niet eens over de helft van het jaar zijn! 

Meer foto’s, geluiden, en locaties staan op het eBird Trip Report, en later ook op Observation.org.

Voor een korte samenvatting met anekdotes, zie het verhaal op de website van de Search for Lost Birds.

Dit blog is ook verschenen in een Engelstalige variant, op de website van Ornis Birding Expeditions.

Succes na het zien van de New Britain Sparrowhawk, met van links naar rechts: Joep, Danny, Cornel en Casper, nabij Manga, Nieuw-Ierland, PNG, 8 mei 2026 (Joep Duijvestijn)

Discussie

Casper Leygraaf
 ·  7 juli 2026  16:36, gewijzigd 7 juli 2026  16:36

Hartstikke bedankt voor de overweldigende hoeveelheid reacties, ook namens mijn team! Dat is natuurlijk erg leuk om te lezen.

Op de vraag van @Patrick of we ook een presentatie gaan geven op de DB-dag: misschien, wie weet. We moeten daar nog even naar kijken.

@Pieter: fijn om te lezen dat het verslag nuttig was, en heeft geleid tot een, hopelijk, succesvolle reis naar Sichuan. Je bent niet de enige die er naar aanleding van mijn verslag naar toe is gegaan. Uiteraard graag gedaan.

Jan Hein van Steenis
 ·  30 juni 2026  09:44, gewijzigd 30 juni 2026  09:44

Ik word al moe van het lezen. Gefeliciteerd met de vondsten!

Wouter van der Ham
 ·  29 juni 2026  23:35, gewijzigd 29 juni 2026  23:35

Geweldig verhaal jongens! Mooi dat jullie zoveel hebben (her)bewezen daar!

Theo Admiraal
 ·  26 juni 2026  17:48, gewijzigd 26 juni 2026  17:48

Hééél lang geleden was ik ook tussen de 18 en 30 jaar oud, maar ik denk niet dat ik toen zo’n expeditie gedurfd had. Petje af voor deze heldhaftige prestatie. En u maar hopen dat er meer birders die kant op gaan en zo kunnen bijdragen aan een goede vorm van eco toerisme.

René van Rossum
 ·  26 juni 2026  11:43, gewijzigd 26 juni 2026  11:43

Grote complimenten jonge helden ❗️

Robin Drenth
 ·  25 juni 2026  22:43, gewijzigd 25 juni 2026  22:43

Ongelofelijk gaaf verhaal, veel respect en hopelijk een voorbeeld voor velen!

Pieter de Groot Boersma
 ·  25 juni 2026  11:59, gewijzigd 25 juni 2026  18:43

Wat bijzonder (understatement)!!!

Even wat anders, een zeer goed verslag van Casper Leygraaf van China heeft mij zeer goed geholpen deze afgelopen meivakantie. Zo goed had ik mij niet kunnen voorbereiden, maar het verslag heeft mij enorm geholpen! Ontzettend secuur en handig:

download

Bedankt Casper!

Hans Matheve
 ·  23 juni 2026  15:19, gewijzigd 23 juni 2026  15:19

Héél erg vet, jongens! Chapeau!

Luuk Punt
 ·  23 juni 2026  14:51, gewijzigd 23 juni 2026  14:51

Diepe buiging voor zowel deze fantastische expeditie als voor het bovenstaande verslag, dat leest als - 'Mag ik dat zeggen? Ja, dat ik zeggen!' ' - een retespannend jongensboek.

Paul Gnodde
 ·  23 juni 2026  14:16, gewijzigd 23 juni 2026  14:16

Wat een ongelooflijk stoer en indrukwekkend avontuur. Hopelijk staat de lokale bevolking open voor meer vogeltoerisme.

Alwin van Lubeck
 ·  23 juni 2026  08:43, gewijzigd 23 juni 2026  08:43

Jaloersmakend! Echt een heerlijk verhaal.

Remco Hofland
 ·  22 juni 2026  22:04, gewijzigd 22 juni 2026  22:04

Helden!

Paul, ga je mee die kant op? Mooie nieuwe ijsvogels ...

Steven Geurts
 ·  22 juni 2026  20:57, gewijzigd 22 juni 2026  20:57

Jeetje, wat een verhaal. Waanzinnig avontuur!

Koen Stork
 ·  22 juni 2026  20:50, gewijzigd 22 juni 2026  20:50

Fantastisch om te lezen, mannen!

Dušan Brinkhuizen
 ·  22 juni 2026  18:49, gewijzigd 22 juni 2026  18:49

Wow, erg gaaf!

Thijs de Groot
 ·  22 juni 2026  18:36, gewijzigd 22 juni 2026  18:36

Prachtig verhaal van een geweldige expeditie! Complimenten!

Bauke Albada
 ·  22 juni 2026  16:12, gewijzigd 22 juni 2026  16:13

Wat een goed verslag van een gaaf avontuur!

Simon Feys
 ·  22 juni 2026  13:37, gewijzigd 22 juni 2026  13:37

Zelfde gevoel als Lieven: heel fijn dat jullie dit hebben gedaan, en een beetje spijt dat ik zelf niet meer dergelijke zaken heb geprobeerd. Maar wat niet is, kan nog komen! Fijn dat het gelukt is om die soorten terug te vinden!! Erg leuk verslag ook!

Joost van Bruggen
 ·  22 juni 2026  13:03, gewijzigd 22 juni 2026  13:03

Bijna een spannend jongensboek... heel tof dit! Hopelijk resulteert het ook in meer toekomstbestendiger eco-toerisme in de regio dan houtkap.

Lieven De Temmerman
 ·  22 juni 2026  11:09, gewijzigd 22 juni 2026  11:09

Ik kan alleen maar blij zijn dat jonge vogelkijkers op ontdekkingstocht gaan; Zelf helaas veel te weinig gedaan maar dit soort verhalen blijven me inspireren om toch eens een echte expeditie te wagen (verder dan een paar dagen kamperen geraak ik meestal niet). En uiteraard top dat het zo goed gelukt is met de 'lost birds'!

Patrick Bouthoorn
 ·  22 juni 2026  09:36, gewijzigd 22 juni 2026  09:36

Heel gaaf avontuur. Ik had het al gelezen op de Ornis website en ik zou het leuk vinden als jullie dit volgend jaar op de DBA dag presenteren. Er zijn vast mooie foto's en leuke anecdotes.

Roland van der Vliet
 ·  22 juni 2026  09:31, gewijzigd 22 juni 2026  09:31

Wat een waanzinnig succes! Complimenten voor jullie doorzettingsvermogen en voor jullie documentatie van de soorten.

Wim Wiegant
 ·  21 juni 2026  22:33, gewijzigd 21 juni 2026  22:33

Onwijs gaaf verhaal...!

Gebruikers van het forum gaan akkoord met de forumregels.

Feedback?