Kies Nederlands Switch to English
Bijeneter
Iberische Tjiftjaf
Amsterdam


Even geduld...

Dutch Birding-vogelnamen

(laatste update: 16 maart 2013)

(Zie ook Special Issue Dutch Birding vogelnamen 2008)

Deze lijst bevat alle soorten die tot januari 2013 zijn vastgesteld in Europa met inbegrip van Macaronesië en alle landen die grenzen aan de Dode, Middellandse of Zwarte Zee.

De Nederlandse, Engelse en wetenschappelijke namen zijn opgesteld volgens de regels van het tijdschrift Dutch Birding en de Commissie Systematiek Nederlandse Avifauna (CSNA) en worden onder meer gevolgd door Dutch Birding Association en The Sound Approach..

In deze lijst worden zo veel als mogelijk de Engelse namen gehanteerd van Birds of the world: recommended English names door Gill & Wright (2006) en Gill & Donsker (2012). De Nederlandse namen zijn gebaseerd op Vogels van de wereld: complete checklist door Walters (1997).

De lijst bevat vijf soorten die in geen enkel land zijn aanvaard anders dan in 'categorie D of E' vanwege twijfel over hun wilde herkomst (Kaapse Slobeend in Marokko, Chinese Ralreiger in Engeland, Finland, Hongarije en Noorwegen, Witruggier in Portugal en Spanje, Prairiebuizerd in Frankrijk en Noorwegen en Jacobijnkoekoek in Finland) en twee soorten die nog niet officieel aanvaard zijn (Oostelijke Gele Kwikstaart in Engeland en Blauwe Bisschop in Azoren en Noorwegen). 'Categorie D' wordt in Nederland niet toegepast en derhalve ook niet in deze lijst. Voorts staan in de lijst zeven taxa die sinds 1840 wereldwijd zijn uitgestorven (Kaapverdische Wouw, Canarische Scholekster, Eskimowulp, Dunbekwulp, Reuzenalk, Egyptische Kleine Zwartkop en Lanzarotetjiftjaf).

In principe worden alleen ondersoorten genoemd die door bepaalde instanties ooit als soort zijn beschouwd of waaraan misschien ooit soortstatus verleend kan worden. Daarbij wordt de naam van de 'gewone' ondersoort niet herhaald indien dat de nominaat betreft (met uitzondering van verwarrende gevallen) en het trinomen van de nominaat wordt daarbij in de regel weggelaten.

Niet in de lijst opgenomen zijn taxa die (nog) niet zijn benoemd (bijvoorbeeld Grijsbuikrotgans, Grants Stormvogeltje en vocale 'kruisbektypen' A Zwerfkruisbek, B Boheemse Kruisbek, C Glipkruisbek, D Duvelkruisbek, E Britse Kruisbek, F Schaarse Kruisbek en X Kuupkruisbek).

Soorten waarvan met zekerheid nimmer een wild exemplaar op eigen kracht is opgedoken staan niet in de lijst. Geďntroduceerde soorten die niet oorspronkelijk in het gebied voorkwamen maar thans wel levensvatbare broedpopulaties hebben 'waarvan met zekerheid alle exemplaren of hun voorouders afkomstig zijn uit gevangenschap' staan apart vermeld (exclusief de soorten die inmiddels zijn uitgestorven).

Wijzigingen ten opzichte van de bij de Dutch Birding Association verkrijgbare gedrukte versie van de namenlijst zijn met blauw of, indien ze van 2012-13 dateren, met rood gemarkeerd (van den Berg, A B 2008. Dutch Birding-vogelnamen: lijst van West-Palearctische vogelsoorten 2008. Amsterdam. ISBN 978-90-808433-4-9.) De volgorde van zangvogel(families) volgt die van Sangster et al in Ibis 152: 180-186, 2010 en die van hoenders en steltlopers Sangster et al in Ibis 154: 874-883, 2012. De volgorde van andere families van non-passerines zal binnenkort worden gewijzigd (cf Hackey et al 2008).

o Nederlandse (onder)soorten worden aangeduid met een rondje o achter de Nederlandse naam.
1) Soorten aangeduid met 1) betreffen gevestigde geďntroduceerde populaties in Nederland of buurlanden waarvan alle voorouders met zekerheid uit gevangenschap afkomstig zijn. Een aantal (Nijlgans, Fazant, Heilige Ibis en Rotsduif) staat in de hoofdlijst omdat een oorspronkelijk wilde populatie bekend is van elders in het gebied; Grote Canadese Gans staat met o op de lijst omdat dwaalgasten niet kunnen worden uitgesloten.
o 2) Voor een taxon aangeduid met o 2) geldt dat verwante taxa niet met zekerheid zijn uitgesloten (Gon-gon).
4) Voor een soort aangeduid met 4) geldt dat hiervan slechts een hybride is vastgesteld (Azuurmees).

Arnoud B van den Berg © augustus 2011